De spanning onder ongedocumenteerden neemt toe sinds de Tweede Kamer een wet aannam die illegaal verblijf strafbaar maakt. In het Amsterdamse Wereldhuis en bij de bus van Dokters van de Wereld vrezen bezoekers vervolging. ‘Mensen gaan ons zien als criminelen.’
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Feitelijk is er nog niks veranderd voor de tientallen ongedocumenteerden die aanschuiven bij de gratis lunch in het Wereldhuis in het centrum van Amsterdam. Toch hangt er een zweem van onzekerheid in de lucht: de aanwezigen vrezen dat ze binnenkort strafbaar zijn.
‘Het is heel beangstigend’, zegt Bubacar, een 25-jarige man uit Gambia wiens dunne dreadlocks onder zijn groene muts uitsteken. ‘Het is nu al moeilijk als persoon zonder papieren, maar straks wordt het echt onleefbaar. Wij durven, als die wet er is, de straat niet meer op en anderen zullen ons minder snel helpen.’ Hij zucht: ‘Hiermee worden we verder gedehumaniseerd.’
Afgelopen donderdag stemde de Tweede Kamer in met een wet die volwassenen strafbaar maakt die illegaal in Nederland verblijven. Zodra de Eerste Kamer groen licht geeft, kunnen ongedocumenteerden 6 maanden in de gevangenis worden opgesloten. Met de bestaande wetgeving kan dat alleen als ze ongewenst zijn verklaard of een inreisverbod hebben.
VVD-minister David van Weel (Asiel en Migratie) beloofde in het Kamerdebat geen ‘grootschalige klopjachten tegen ongedocumenteerden’ te organiseren. De wet, zo staat ook in de toelichting, is gericht op personen die vergeefs alle procedures hebben doorlopen, een land van herkomst hebben dat bereid is hen terug te nemen, maar zelf weigeren aan hun vertrek mee te werken. Het gaat de minister daarbij om degenen die overlast veroorzaken.
‘Maar dat biedt geen garantie voor de toekomst’, zegt Huub Verbaten, migratie-deskundige bij Instituut Clingendael en lid van de Commissie-Meijers, een adviesorgaan van onafhankelijke experts op het gebied van internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht. ‘De vage wettekst sluit niet uit dat een volgende minister de politie opdracht geeft om alle ongedocumenteerden aan te houden.’
Hoe dan ook, de nuanceringen van Van Weel hebben de aanwezigen in het Wereldhuis nog niet bereikt. Wel zien ze de beelden voorbij komen uit de Verenigde Staten, waar de vreemdelingenpolitie jaagt op ongedocumenteerde migranten, en vrezen dat het hier dezelfde kant op gaat.
‘Ik ben bang’, zegt Anas (40) uit Libië. Hij heeft zijn bord met rijst, bonen en groenten leeggegeten en blijft nog even hangen voor de Nederlandse les in het taalcafé. ‘Ik wil niet naar de gevangenis. Maar in Libië zullen ze me ook opsluiten, ik kan niet terug.’ Hij vreest bovendien de gevolgen voor zijn liefdesleven: ‘Mensen gaan ons zien als criminelen. En wie wil er nou trouwen met een crimineel?’
Het Wereldhuis serveert vijf dagen per week lunch in de kelder van een statig grachtenpand. Buiten staat zoals elke maandag de Zorgbus van Dokters van de Wereld. Een statafel met krukken doet dienst als wachtkamer, in de bus zijn twee spreekkamertjes gecreëerd. Een man met bontmuts vertelt in gebrekkig Nederlands dat hij vergaat van de kiespijn. En er is een wat oudere man op krukken. Zonder jas, diep weggedoken in de capuchon van zijn sweater.
Dokters van de Wereld helpt iedereen die om welke reden dan ook buiten het zorgsysteem valt. ‘Er komen veel patiënten met gebitsproblemen, huidaandoeningen en infectieziekten’, zegt arts Ayla Emmink (35), een van de vrijwilligers die vandaag spreekuur houdt. ‘Maar ook mensen met chronische ziektes en psychosociale problemen.’
In de Zorgbus is wat medicatie aanwezig en in noodgevallen kunnen de artsen een recept uitschrijven,maar het doel is om mensen door te verwijzen naar de juiste zorgverleners. ‘Ongedocumenteerden zijn nu vaak al huiverig om zich bij een huisarts in te schrijven omdat ze hun adres dan moeten geven’, aldus Emmink. ‘Met de nieuwe wet zal die vrees verder toenemen.’
Jasper Kuipers, directeur van Dokters van de Wereld, deelt die zorg en stelt dat zijn medewerkers voor moeilijke dilemma’s komen te staan. ‘Als er nu een verkrachte vrouw bij ons aanklopt, raden we aan om aangifte te doen. Datzelfde geldt als iemand vertelt dat hij wordt uitgebuit op de werkvloer. De vraag is of we dit soort adviezen kunnen blijven geven. Kunnen we nog wel garanderen dat de daders worden aangepakt en niet de slachtoffers?'
Emmink heeft de man met kiespijn pijnstilling gegeven en hem doorverwezen naar een tandarts. ‘In het dagelijks leven werk ik onder meer voor Artsen zonder Grenzen’, zegt de arts. ‘Ik was een tijdje gestationeerd in Belarus, waar migranten door grenswachten bont en blauw worden geslagen. We hanteerden zwarte lijsten. Met daarop ziekenhuizen waar ongedocumenteerden niet heen kunnen omdat de zorgverleners hen dan aangeven bij politie en autoriteiten.’
Nederland is geen Belarus en Emmink vertrouwt erop dat zorgverleners in Nederland zich aan hun medische eed houden, ook omdat hulp verlenen volgens de nieuwe wet niet strafbaar is. ‘Maar het gaat ook in Nederland rap de verkeerde kant op. Misschien komt het op een gegeven moment zo ver dat de politie patiënten gaat opwachten om de hoek van onze bus.’
In het Wereldhuis is de lunch voorbij, de vloer is gemopt, de keuken gepoetst. Los van de deelnemers aan het taalcafé is iedereen alweer weg. Ook Bubacar maakt zich op voor vertrek. ‘Kijk, deze heb ik zelf ontworpen’, zegt hij wijzend op zijn capuchontrui met daarop ‘Openminded’ in grote letters. ‘Ik verkoop deze truien. Het is een vorm van protest. Om te laten zien dat ik me mijn waardigheid niet laat afnemen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant