Koen Birza (25) werkt vanuit zijn studie sport en bewegen als badmeester, en bereidt zich voor op de volgende fase van zijn leven: ‘Als ik mijn opleiding heb afgerond wil ik het liefst een koophuis, met mijn vriendin en minimaal één kindje.’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Waar ben je opgegroeid?
‘In Schalkhaar, een beetje een ons-kent-ons-dorp vlak bij Deventer. Een beetje kakkerig, ook. Als je in Deventer zegt dat je uit Schalkhaar komt, krijg je wel een stempel dat je het goed voor mekaar hebt. Ik woonde er met mijn vader, moeder, broertje en zusje.
‘Mijn vader is auditor, hij zorgt ervoor dat bedrijven, zoals fabrieken, zich aan de regels houden. Mijn moeder werkt in het ziekenhuis als maag-darm-leverarts. Ze doet van die maagonderzoeken, dan gaan ze met zo’n slangetje naar binnen. Mijn ouders zijn van de oude stempel. Mijn moeder is heel zachtaardig, mijn vader meer van het doordrukken: maakt niet uit hoe je je erbij voelt, het moet gewoon gebeuren, zorg maar dat het lukt.
‘Ze hebben hun hart op de juiste plek hoor, het zijn hele lieve mensen, maar ze komen uit de vorige eeuw. Vroeger ging het meer om presteren en wat je bereikt, nu meer om gevoel. Als ik met slechte cijfers thuiskwam kreeg ik op m’n kop.
‘Mijn broertje is nu 20, mijn zusje 18. Zij is bezig met een opleiding tot boa. Mijn broertje is gestopt met school, hij wist niet goed wat hij moest doen. Hij is nu bezig met een opleiding bij de Aldi, waar hij teamleider is.’
Hoe was het om in Schalkhaar te wonen?
‘Ik vond het altijd heel leuk, lekker voetballen met mijn maten bij SV Schalkhaar. We woonden in een soort vierkant blok, met een speeltuin in het midden. Iedereen in een straal van een kilometer kende ik wel. Toen ik van de basisschool af ging begon ik in een mavo/havoklas. Na de eerste twee jaar heb ik de mavo afgemaakt in Deventer.
‘Eerst zat ik nog met gasten van de havo in de klas. In de derde zat ik alleen met mensen uit de wijk waar ik nu woon in de klas: het Oranjekwartier. Dat is hier een beetje een berucht wijkje. Je merkte dat er heel ander volk naartoe kwam. Meer met een grote mond, dat was ik niet gewend. Ik moest een jaartje acclimatiseren, maar het maakte me uiteindelijk hard.’
25 in ’25
In de serie 25 in ’25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Kreeg je een grote mond?
‘Ja. Maar dat had ik ook wel nodig, hoor. Als je uit een lief rustig buurtje komt hoef je niet voor jezelf op te komen. Op school moest je je woordje klaar hebben. Thuis kreeg ik daar commentaar op. Kijk, je zit in de puberteit, dan ga je een beetje rebels doen. Dan heb je wat dingen uitgevroten waar je van geleerd hebt, laat ik het maar zo zeggen. Beetje experimenteren met bier, vuurwerk afsteken op de voetbalclub.
‘Mijn trainer destijds, de vader van een vriend van me, heeft me toen duidelijk verteld wat wel en niet kan. Achteraf had hij natuurlijk compleet gelijk. Maar ik was de oudste en thuis stond ik wat minder in de spotlights. En negatieve aandacht is ook aandacht. Op mijn 15de was ik klaar met de middelbare school. Mijn ouders zeiden: kies maar wat je wil doen.’
Waar heb je voor gekozen?
‘Een opleiding logistiek, in Apeldoorn. Daar heb ik drie jaar gezeten, maar ik heb het niet afgemaakt. Ik moest stage lopen in een groot magazijn – pakketten sjouwen, orders picken, dat soort dingen. Ik liep daar en keek naar de mensen om me heen en dacht: is dit het nou?
‘Halverwege het derde jaar ben ik overgestapt, naar sport en bewegen. Ik ben altijd een sportief type geweest, maar niet iemand die dingen wilde uitleggen en voor een groep kon staan. Dat moest ik wel echt leren.’
Ging je voetbaltrainingen geven?
‘Nee, ik werd bij de volleybalvereniging geplaatst. Ik baalde als een stekker. Iedereen mocht lekker voetballen, en ik zat daar. Ik kon alleen dingen uitleggen die iedereen al wist. Op een gegeven moment ging ik lesgeven bij de jeugd, echt bij kinderen van 6 tot 9 jaar. Dat was veel leuker. Het ging om plezier maken, niet zo om de technieken.
‘Na dat jaar gaf ik gymlessen op de basisschool. Met een klasgenoot bereidde ik de lessen voor. Zowel de kinderen als de ouders hadden een grote mond, dat was even wennen. Nu ging het in plaats van bewegen meer om goed gedrag en samenwerken. Met voetbal werd ruzie gemaakt omdat de een meer had gescoord dan de ander.’
Hoe was dat?
‘Ik heb er veel van geleerd. Ik wil niemand buitensluiten en vind dat iedereen mee moet kunnen doen, maar je moet wel consequenties aan bepaald gedrag verbinden. Dat vond ik soms lastig. Ik keek vooral naar degene naast me, en bedacht vervolgens hoe ik het zelf zou aanpakken.’
Woonde je nog thuis tijdens je stages?
‘Ja. Mijn broertje was toen een jaar of vijftien, dus die zat midden in de grote keuzes qua school. Achteraf had ik wat meer sturing moeten krijgen. Als mijn ouders niet op me letten, liet ik de touwtjes vieren. Corona begon toen ook, en een sportopleiding online volgen is niet zo makkelijk. Dan ging ik liever gamen met mijn vrienden. Uiteindelijk leverde dat een extra jaar school op.
Koen Birza werd op 22 september 25 jaar
Woonplaats: Deventer
‘Volwassenheid betekent voor mij op je eigen benen staan, je mannetje kunnen staan, en kunnen openstaan voor andere ideeën. Een 8,5.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie?
‘Ja. Ik kan een hulpvraag stellen. Waarom ben ik bijvoorbeeld niet goed in verslagen typen? En wat kan ik eraan doen? Niet: zorg maar dat het af is, wat oudere mensen vaak hebben.’
Waar ben je over zeven jaar?
‘Hopelijk heb ik dan mijn opleiding afgerond en woon ik in Deventer of Schalkhaar met mijn vriendin en minimaal één kindje. En nog lekker aan het voetballen.’
‘Rond mijn 21ste leerde ik mijn vriendin kennen. Via Tinder, want alles was zo’n beetje dicht in de coronaperiode. We spraken af en eigenlijk ging het meteen wel lekker. Een maand later kreeg ik corona. Ik bleef op haar kamer, in isolatie, en na dat weekje ben ik bij haar ingetrokken. Waarom zou ik weer naar huis gaan? Een halfjaar later reageerde we op een sociale huurwoning in het Oranjekwartier in Deventer en met heel veel geluk zijn we het geworden.’
Vond je familie dat jammer?
‘Toevallig had ik het er laatst over met mijn broertje en zusje. Het was een rare periode. Ik had het misschien minder abrupt moeten doen, ik was ineens weg. Ze misten me thuis. Mijn broertje en zusje hadden soms ruzie, en ze kwamen allebei vaak naar mij om over hun problemen te praten. Dat viel weg toen ik verhuisde.’
Ik heb je nog niet over zwemmen gehoord. Hoe ben je uiteindelijk badmeester geworden?
‘Nee, met zwemmen had ik geen affiniteit, maar het sportbedrijf waarmee ik de basisschoollessen verzorgde, had een badmeester nodig. Ik wilde graag bij het bedrijf blijven. Met mijn mbo-diploma kon ik niet beginnen als sportdocent, maar bij het zwembad was het kneiterdruk. In de zomerperiode begon ik als toezichthouder. Uiteindelijk heb ik via het zwembad de opleiding tot zweminstructeur gevolgd, en nu werk ik er als zwemdocent. Nu ik veel van zwemmen weet, vind ik het leuker, maar het is niet alsof ik op mijn vrije dag een baantje ga trekken. Met kleine kids naar een doel toewerken, daar haal ik voldoening uit.’
Heb je nu je plek gevonden?
‘Ik wil graag door met de hbo-opleiding tot sportdocent. Dat vind ik spannend, want ik ben niet sterk achter de laptop. Verslagen uittikken is niet mijn sterkste punt. Ik vind het zwembad leuk, maar zie mezelf daar niet over vijf jaar zitten. Liever wil ik op het mbo lesgeven. Ik moet vandaag tot laat werken, zaterdag en zondag weer. Van maandag tot vrijdag werken lijkt me fijner, en wat meer verdienen ook. Dan kunnen we naar een koophuis kijken en aan kinderen denken. Dat willen we allebei heel graag.’
Zie je de toekomst positief tegemoet?
‘Ja, ik kijk er echt naar uit. Over de wereld en het nieuws gaat veel negativiteit rond, dus daar hou ik me niet te veel mee bezig. Via via krijg je wel wat mee, hoe het in andere landen gaat. Ik geef ook zwemles aan de internationale schakelklas, kinderen die vanuit het buitenland hierheen komen.
‘Op ons werk gaan vluchtelingen gratis zwemles krijgen. Op het internet lees je dan reacties dat zij worden voorgetrokken. Ik kan het ergens wel begrijpen, maar die mensen die hier komen, komen hier met goede redenen. De jongens die ik uit het azc spreek hebben het echt niet makkelijk. Heel veel mensen hebben geen keuze, je moet alleen wat moeite en tijd investeren om ze te begrijpen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant