is columnist voor de Volkskrant.
Een jongeman met lang haar, een baard en een enkellange tuniek verlaat het wervingscentrum voor soldaten aan de Revolutiestraat in hartje Damascus. Hij wil militair worden in het leger. Als een journalist uit Nederland hem aanspreekt, wendt hij zijn hoofd af. ‘Nederlanders zijn ongelovigen.’
‘Je moet vechten met één doel: God’, zegt een andere aspirant-soldaat, Bilal al Khattab (31). Gevechtservaring heeft hij genoeg. Jarenlang vocht hij tegen de gevallen dictator Bashar al-Assad. ‘Religieuze lessen zijn het belangrijkst in de militaire training. In een oorlog heb je een doctrine nodig, dat is voor ons het geloof.’
Welkom bij het nieuwe Syrische leger. Formeel is deze kersverse krijgsmacht een westerse bondgenoot, het negentigste lid van de internationale coalitie tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS). Maar op zaterdag 13 december liep een gezamenlijke patrouille van Syrische en Amerikaanse militairen bij de stad Palmyra uit op een drama.
Een ‘schutter van IS’, zoals Washington het verwoordde, doodde drie Amerikanen: twee militairen en hun tolk. Meerdere Amerikanen en Syriërs raakten gewond. Het gevaar kwam van binnenuit. De dader is een agent van de Syrische veiligheidsdienst, een organisatie die nauw verweven is met het nieuwe leger.
Wie in Damascus op bezoek gaat bij het leger, treft een bijzondere organisatie. Het ministerie van Defensie ligt in puin na de Israëlische luchtaanvallen van afgelopen zomer. Tijdelijke kantoren in de buurt zijn alleen bemand op maandag, dinsdag en woensdag. De bevelvoerders komen uit de provincie Idlib, vertelt een achtergebleven bewaker. Omdat het ver rijden is naar Idlib, krijgen de ‘sjeiks’ en de ‘emirs’ het grootste deel van de week vrij.
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.
Pardon, sjeiks en emirs? Rangen als luitenant, kolonel en generaal, gebruikelijk toen Assad nog aan de macht was, zijn afgeschaft. De commandanten zijn emir (‘prins’). Andere militairen worden aangesproken als sjeik.
De harde kern van het nieuwe leger wordt gevormd door strijders van het voormalige Hayat Tahrir al Sham (HTS), de jihadistische organisatie die vorig jaar Assad verjoeg en daarna officieel werd ontbonden. President Ahmed al-Sharaa, nu een bondgenoot van Trump, was aanvoerder van HTS, hij werd tot voor kort internationaal gezocht als terrorist.
Vanwege de driedaagse werkweek en het tijdrovende aanvraagproces voor een interview (een handgeschreven verzoekbriefje moet worden overhandigd aan de minister), lukt het niet om een emir te spreken over de omgang met extremisten. Dit kan wel: bij het wervingscentrum vragen wat jonge rekruten ervan denken. Zij vormen de ruggengraat van het leger.
Drie 19-jarigen, Mohammed, Hassan en Abdelrahman, zijn zojuist toegelaten als soldaat. De dreiging van IS? De jongens kijken verbaasd. De terreurgroep gaat, zo menen zij, zorgvuldig te werk bij de selectie van slachtoffers. ‘Voor IS hoef je niet bang te zijn’, zegt Mohammed Samadi. ‘Voordat IS iemand doodt, checken ze of het eventuele slachtoffer de shahada, de islamitische geloofsbelijdenis kent. Is dat zo, dan doen ze je geen kwaad.’
‘Voor het leger vormt IS geen gevaar, want in ons leger dienen alleen moslims’, zegt Hassan Mokdad. ‘Niet-moslims die zich aanmelden, moeten zich bekeren.’ Dat kan niet anders, omdat religie tijdens de opleiding nu eenmaal het belangrijkste is. ‘Wie veel weet van de sharia, het islamitische recht, kan promoveren tot emir.’
Zoals zoveel Syrische tieners heeft Hassan al volop gevechtservaring. Eerder diende hij bij een HTS-brigade. Als soldaat krijgt hij elke maand salaris. Bij HTS ging dat anders. Met een guitige lach: ‘We leefden van oorlogswinst en slavernij.’ Meerdere mannen bij het wervingscentrum dienden afgelopen zomer in Zuid-Syrië. Volgens de VN zijn daar oorlogsmisdrijven gepleegd tegen de druzen, een religieuze minderheid.
Niet iedereen wordt toegelaten tot het nieuwe leger. Mohammed Obaidi, 23, verlaat het wervingscentrum teleurgesteld. Na jaren van ‘heilige oorlog in het belang van God’ is hij afgewezen. In de vluchtelingenkampen in Libanon waar hij opgroeide, ging hij niet naar school. ‘Ze weigeren me, omdat ik analfabeet ben.’ Wat moet hij nu doen? Het enige dat Mohammed ooit leerde, is vechten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant