Effectenbeurzen Aandelenkoersen stegen dit jaar naar grote hoogten, maar van een AI-bubbel was geen sprake, zegt Peter Oppenheimer van Goldman Sachs. Hij is een van de belangrijkste analisten van aandelenmarkten.
Toeristen bezoeken het gebied rond het ouderlijk huis van DeepSeek-oprichter Liang Wenfeng in Guangdong, China.
Ja, 2025 was het jaar waarin de ontwikkelingen in artificial intelligence (AI, kunstmatige intelligentie) de financiële markten in hun greep hielden. En toch presteerden Amerikaanse beurzen, waar techbedrijven een zwaar stempel drukken, minder goed dan de Europese of die in opkomende landen als China en India. „Het kan dus niet alleen aan AI liggen dat aandelen het in Europa zo goed hebben gedaan”, concludeert Peter Oppenheimer, hoofd beleggingsstrategie bij de Amerikaanse bank Goldman Sachs.
Oppenheimer is een van de belangrijkste analisten van de internationale aandelenmarkten. Zijn team rapporteerde vorige maand dat de Amerikaanse aandelenmarkt als investeringsoord voor beleggers de komende tien jaar aan populariteit zal inboeten. Wie een goed rendement wil behalen op zijn aandelenportefeuille, kan beter naar Europese, Chinese of Indiase bedrijven kijken dan naar de Amerikaanse, vindt Oppenheimer. In een videogesprek vanuit het Londense kantoor van Goldman Sachs licht hij dat toe.
De Amerikaanse aandelenindex S&P 500 haalt dit jaar een rendement van ongeveer 16 procent, schetst Oppenheimer. Omgerekend in dollars komt de Europese Stoxx 600 tot meer dan 30 procent hogere koersen – waarbij moet worden opgemerkt dat de dollar sinds het begin van het jaar ongeveer 11 procent in waarde is gedaald. „Sinds de financiële crisis van 2008 – de afgelopen vijftien jaar, zeg maar – hebben Amerikaanse beurzen vrij consequent beter gepresteerd dan de Europese en Aziatische, of je nu in dollars of andere valuta rekent. En in die periode heeft de techsector weer consequent beter gepresteerd dan andere bedrijfstakken. Dat is nu niet langer zo, of althans dit jaar niet. Je ziet dat beleggingen daarom nu aanzienlijk breder worden gespreid, zowel geografisch als qua sectoren.”
„Beleggers spreiden hun risico’s. De afgelopen jaren kenden Amerikaanse bedrijven sterke winstgroei, en ook de waardering voor hun aandelen was hoger dan die op andere markten. Dat verschil was een stuk groter dan we over zo’n lange periode gewend zijn. Een dergelijk waarderingsverschil kan een tijd bestaan, maar dit jaar zie je verandering – en daar zijn diverse redenen voor.”
Oppenheimer wijst in de eerste plaats op China. Beleggers vonden beleggen in dat land jarenlang geen optie, zegt hij, ”maar de opkomst van [AI-bedrijf] DeepSeek en de hernieuwde betrokkenheid van de Chinese regering bij de technologiesector maken het land weer interessant. Daar kwam zojuist nog de verrassing bij dat de Chinese export ondanks hogere invoerheffingen flink is toegenomen.”
Ten tweede ging de Duitse Bondsdag akkoord met het loslaten van de Schuldenbremse, waardoor de staat nu grote schulden mag aangaan. Duitsland wil onder meer honderden miljarden in defensie investeren. „Daardoor gaan internationale beleggers Europa weer als groeiregio zien: meer uitgaven, hogere investeringen in defensie. En dat vergroot hun bereidheid wat investeringen in Europa te doen, waar velen eigenlijk vrij kleine posities hadden.”
Misschien wel de belangrijkste factor is volgens Oppenheimer de dollar. „De afgelopen tien jaar is de koers ervan opgelopen, zonder dat sprake was van een correctie. Door de iets hogere rente in verschillende landen en door geopolitieke spanningen was er in andere landen een enorme drang naar beleggingen in dollars. Maar die munt is dit jaar minder sterk geworden.”
Peter Oppenheimer
Veel buitenlandse investeerders beseften volgens Oppenheimer dat ze kwetsbaar waren geworden door de verzwakte dollar, deels gedaald door zorgen over de impact van de invoerheffingen en deels uit vrees voor rentedaling in de VS. „Dat zorgde ervoor dat beleggers op zoek gingen naar een diversificatie in valuta.”
„De snelheid van het herstel was verrassend. En dat kwam doordat de twee factoren die tot die terugval leidden, uiteindelijk meevielen. De eerste was de zorg over omvang en schaal van Amerikaanse importheffingen. Die heffingen waren niet zo ernstig als mensen eerder vreesden. Daardoor nam ook de angst voor een recessie af.”
Oppenheimer ziet dat een andere ontwikkeling veel meer impact op de Amerikaanse beurzen had: het taalmodel waarmee DeepSeek de AI-wereld opschudde. „De eerste geloofwaardige tekenen van concurrentie voor de dominante Amerikaanse Big Techbedrijven. Hun koersen kregen een flinke correctie. Die klap was op de Amerikaanse beurzen veel erger dan op andere aandelenmarkten, die veel minder onder invloed staan van grote technologiebedrijven.”
In de VS bepalen de vijf grootste techbedrijven samen zo’n derde deel van de toonaangevende index. „De Amerikaanse aandelenmarkt daalde bijna 20 procent, gerekend van hoogste tot diepste punt, voordat beleggers hun geloof in de Amerikaanse techbedrijven terugkregen. De winsten van die ondernemingen bleken daarna wel veel hoger dan verwacht.”
„Die koers-winstverhouding ligt nu historisch hoog, boven de pieken die we de afgelopen twintig jaar hebben gezien, en ruim boven het langetermijngemiddelde. Maar daarbij moet ik twee dingen benadrukken. Het eerste: de gestegen waardering is vooral veroorzaakt door de grote techbedrijven, die buitengewoon hoge marges en rendementen op hun eigen vermogen behaalden. Ofwel: die sector is al lange tijd veel winstgevender dan andere sectoren, en dat rechtvaardigt hogere koersen. Tweede punt: de rente is relatief laag gebleven. Ook daardoor kan een hogere waardering terecht zijn.”
„We verwachten niet dat de winstgevendheid of rendementen op investeringen nog verder toenemen. Zelfs niet in de technologiesector, omdat de grootste techbedrijven nu hun eigen investeringen sterk opschroeven om uit te breiden of voorop te blijven lopen in AI-ontwikkeling.
„De zeer hoge kosten die ze daarvoor maken, kunnen er heel goed toe leiden dat hun rendementen straks lager uitvallen dan wat we het afgelopen decennium zagen. Ik denk niet dat het een AI-bubbel is. Ik denk ook niet dat er overdreven uitbundigheid is. Maar ik denk wel dat mensen niet moeten verwachten dat aandelen vanaf nu nog veel meer waard worden. Op middellange termijn zullen ze juist enigszins dalen.”
„Ik reken op goede rendementen, gemiddeld rond de 15 procent in Amerikaanse dollars inclusief de dividenden die beleggers ontvangen. Als gemiddelde zien we voor de komende tien jaar een rendement van 7,7 procent. Dat kan wereldwijd verschillen per regio en in welke valuta je rekent. Dat is best een goed rendement, maar minder sterk dan we van de afgelopen periode gewend waren.”
„Eerlijk gezegd: dat is heel moeilijk. Hoe verder de toekomst, hoe groter de onzekerheid. Maar over sommige trends zijn we wat zekerder. De waardering van Amerikaanse aandelen zal waarschijnlijk wat dalen. De grote techbedrijven zullen minder snel groeien dan we van ze gewend zijn geraakt na al die jaren met hoge groei. Het kunnen nog steeds prima beleggingen zijn, maar andere kunnen sneller groeien. En wij verwachten dat de koers van de dollar verder omlaaggaat, waardoor rendementen op andere markten in hun eigen valuta hoger zullen zijn.”
Peter C. Oppenheimer (63) is hoofd wereldwijde aandelenstrategie en hoofd Macro Research Europa bij Goldman Sachs. Hij is sinds 2002 in dienst van de bank en werd in 2006 benoemd tot partner. Eerder werkte hij onder meer bij HSBC. Oppenheimer schreef twee boeken over de financiële markten.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC