De wolf keerde afgelopen decennium terug naar de Beskiden, een gebergte op de grens tussen Tsjechië en Slowakije. Aan de Slowaakse kant mogen ze worden afgeschoten. In Tsjechië is de wolf juist beschermd. Natuurbeschermers slaan alarm: ‘Wolven geven niet om grenzen.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Michal Bojda klautert in een boom en zoekt een teken van de wolf. Niet dat het zulke klimmers zijn, maar de 42-jarige natuurbeschermer heeft onlangs een wildcamera tussen de takken gehangen. Hopelijk heeft deze een glimp opgevangen van de roedel die hier door de bergen trekt.
Het is een schuw dier, wat liefhebbers en onderzoekers (Bojda is beide) tot spoorzoekers maakt. Maar dan – wat een geluk. Een blije Bojda toont filmpjes waarop maar liefst zeven wolven over het bergpad wandelen. ‘Kijk, ze lopen naar Tsjechië. Ze gaan dus de goede kant op.’
Want aan de Slowaakse kant van de grens vreest Bojda voor hun leven. In Tsjechië is de wolf beschermd, maar de Slowaakse regering besloot dit jaar dat het dier mag worden bejaagd. Dat is een probleem in de Beskiden, een gebergte dat precies op de grens van beide landen ligt.
Volgens het Slowaakse ministerie van Milieu, geleid door minister Tomás Taraba van de radicaal-rechtse partij SNS (een coalitiepartner van de populistische premier Robert Fico), groeit de wolvenpopulatie te snel en vormen ze een gevaar voor met name schapenhouders en hun bezit. Sinds hij in 2023 minister werd, ontsloeg hij deskundigen, verving directeuren van de nationale parken, versoepelde regels voor houtkap en opende hij de jacht op beren en nu ook wolven.
Ngo’s in het land tekenden zonder resultaat protest aan: wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van de jacht ontbreekt, de regering zou zijn oren naar jagers en boeren laten hangen. Ook de Tsjechische Regenboogbeweging, de milieu-ngo waarvoor Bojda werkt, sloeg alarm: dit gaat immers ook om ‘hun’ wolven.
Tussen de grenspaaltjes in het bos vindt Bojda nog een spoor: een stuk omgewoelde aarde waar de roedel met urine zijn territorium markeert. Bojda monitort routineus wolven, beren en lynxen in het grensgebied met behulp van sporenonderzoek en wildcamera’s.
Het jachtseizoen duurt van september tot en met half januari, het quotum is dit jaar 74 wolven. Begin december waren door heel Slowakije al 58 wolven gedood, waaronder in het nabijgelegen Zilina. In de Beskiden ontspringen de wolven vooralsnog de dans, stelde Bojda eerder deze maand vast.
Er zijn wel onderlinge afspraken over de wolf. In dit deel van de Slowaakse Beskiden mag officieel niet worden gejaagd. Maar Bojda is niet gerust op dit compromis: het blijft een streep op de landkaart. ‘Roedels hebben soms een habitat van wel 400 vierkante kilometer. Wolven geven niet om grenzen.’
De wolf keert terug op plekken waar deze lang was uitgestorven, van de Beskiden tot de Veluwe. In de jaren negentig dook het dier voor het eerst op in deze regio, vertelt Bojda, maar pas afgelopen jaren breidden ze zich uit tot drie à vier roedels en plantten ze zich hier ook voort.
Inmiddels zijn er in Tsjechië zo’n tweehonderdvijftig tot vierhonderd wolven, in het buurland tussen de driehonderd en zeshonderd, hoewel dit altijd grove schattingen zijn. Bojda wijst op de bescherming van het dier als belangrijkste reden voor de groei. Vanaf 2021 was de diersoort jaarrond beschermd in Slowakije, in Tsjechië al langer, hoewel er uitzonderingen bestaan voor ‘probleemwolven’.
Maar Europa worstelt met de wolf. Economische belangen van boeren staan op gespannen voet met de positieve bijdrage van de carnivoor aan de biodiversiteit. In de Beskiden loopt dit uit op een bescheiden grensconflict, waar zowel verschillende visies op de wolf als het milieubeleid van twee landen met elkaar botsen.
Begin tegen Slowaakse boerin Anna Beniková (69) niet over het beschermen van de diersoort. ‘Schei uit. Elke boer hier zal je zeggen: weg met de wolf. Het zijn er te veel en ze doen al ons harde werk teniet.’ Ze heeft een boerderij met zevenhonderd schapen en een restaurant waar de zachte schapenkaas wordt geserveerd met stomende halusky, traditionele zachte deegknoedels.
De eerste keer dat een wolf haar kudde aanviel, was in 2019. ‘Destijds wist ik niet eens dat we hier wolven hadden.’ Afgelopen zomer werden negen schapen gedood. De staat compenseert boeren, maar dat is volgens Beniková een slepend bureaucratisch proces. Ook heeft het negatieve gevolgen voor het reilen en zeilen op de boerderij, legt ze uit. Het beperkt de tijden en plekken waar ze de schapen melken. Beschermende maatregelen als elektrische hekken moeten ze zelf bekostigen.
Ondertussen komt de boerderij handen tekort. ‘Jonge mensen willen dit werk niet doen’, beaamt herder Aleksander Stano (65), die na zijn pensioen voor Beniková bleef werken. Hij is niet zo negatief over de wolf. ‘Ze zijn goed voor de natuur en ik houd van de natuur.’ Maar voor de kudde ligt het anders. ‘Wolven zijn een gevaar voor de schapen. En die milieuactivisten in Tsjechië blijven ze maar promoten.’
Rastislav Dobrovodský (53) is een Slowaakse boer die zelf een bedreigde diersoort vormt: hij is gek op de wolf. Hij kan niet wachten tot het dier zich definitief vestigt rondom zijn boerderij in de Kleine Karpaten, ten zuiden van de Beskiden. Dobrovodský is natuurliefhebber, in zijn vrije tijd maakt hij documentaires.
Hij is geen schapenhouder, met zijn broer houdt hij koeien. ‘Die zijn te groot als prooi’, geeft hij toe. Maar waar hij last van heeft, zijn de everzwijnen die de akkers omwoelen. Bij uitstek een klusje voor de wolf, als het aan hem ligt. ‘We moeten als boeren de balans met de natuur zoeken.’
Volgens ecoloog Bojda levert het dier een noodzakelijke bijdrage aan de biodiversiteit. Door te jagen op herten en everzwijnen draagt de wolf bij aan evenwicht tussen de soorten. Hun aanwezigheid alleen al heeft een positief effect. Bojda wijst op een zeldzame boom waarvan de takken geliefd zijn bij herten. ‘Dit is voor hen echt een toetje.’ Omdat de wolf in de buurt is, blijven herten niet de hele tijd op dezelfde plek en vreten ze die dus niet kaal.
Natuurbeschermers waarschuwen voor een averechts effect van de wolvenjacht, zeker in het najaar. In die periode leren welpen van andere wolven in de roedel, zoals hun ouders, hoe ze moeten jagen. Als deze oudere wolven wegvallen, lopen de welpen belangrijke levenservaring mis. ‘Het gevolg is dat ze niet leren hoe ze op bijvoorbeeld everzwijnen moeten jagen’, zegt Bojda. ‘Daardoor kiezen ze een meer eenvoudige prooi. Zoals schapen.’
De wolf krijgt niet altijd een warm welkom in Tsjechië: ook daar protesteren boeren soms tegen het dier. Maar de Tsjechische staat is ruimhartiger met subsidies voor bijvoorbeeld beschermende hekken.
Maar hoelang nog? Zoals in het buurland is ook hier het lot van de wolf verweven met de politieke wind. En die waait in Tsjechië sinds de verkiezingen in oktober uit een nieuwe richting: bij de kabinetsformatie kwam het ministerie van Milieu in handen van de radicaal-rechtse Automobilisten voor Zichzelf. Ze zijn wars van natuurbescherming en klimaatbeleid. Partijleider Petr Macinka noemde de menselijke invloed op klimaatverandering ‘propaganda’. De benoeming leidde tot protesten in Praag: demonstranten vrezen een ecologisch afbraakbeleid zoals bij de buren.
Bojda is tevreden over zijn ‘vangst’. Een andere wildcamera heeft ook een wolf vastgelegd. In de modderige paden vindt hij verse pootafdrukken. Hij herinnert zich de eerste wolf in de jaren negentig, toen hij nog op school zat. ‘Ouders wilden hun kinderen binnenhouden. Maar ik hoopte de wolf juist te zien.’
Mensen raken altijd in paniek, stelt Bojda. ‘Leren leven met de wolf kost tijd.’ Als wolven nu worden afgeschoten, kan het jaren duren voor de populatie zich herstelt, vreest hij. Ergens in deze bossen lopen ze nog rond, de roedels, heen en weer over de grens. En vandaag dus naar Tsjechië: voorlopig nog de goede kant op.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant