Simon Reinink is al bijna twintig jaar directeur van het Concertgebouw. Eigenlijk was daar nooit iets aan de hand, maar sinds de Gaza-oorlog is de muziektempel ook een strijdtoneel geworden. De Volkskrant volgde hem een tropenjaar lang.
is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.
Toen Simon Reinink (59) de vraag kreeg of de Volkskrant hem een jaar mocht volgen, en de algemeen directeur van het Amsterdamse Concertgebouw met ‘natuurlijk’ antwoordde, kon hij ook niet weten dat 2025 het roerigste jaar uit zijn carrière zou worden.
Sinds 2006 al zit hij op die post, en al die tijd ging het goed. Er kwamen jaarlijks zo’n 730 duizend bezoekers, verdeeld over ongeveer 900 activiteiten. Fantastische concerten werden er gegeven, maar verder gebeurde er eigenlijk nooit iets.
Dat is nu wel anders. Het Concertgebouw werd dit jaar naast muziekpodium een strijdtoneel.
In mei 2024 werd het Concertgebouw al even wereldnieuws toen het concerten annuleerde van het Israëlische Jerusalem Quartet. Het Concertgebouw zei de veiligheid van de bezoekers niet meer te kunnen garanderen; op de Universiteit van Amsterdam in die periode hadden pro-Palestijnse demonstranten voor 4,1 miljoen euro aan schade aangericht.
Het was het Concertgebouw puur om de veiligheid te doen, benadrukte Reinink steeds. Door sommige stemmen werd de annulering anders uitgelegd, en werd de muziektempel lafheid of zelfs antisemitisme verweten. Eén concert ging uiteindelijk toch door, in aangepaste vorm, vol beveiliging en met ME-busjes rondom het gebouw.
Het was klein bier vergeleken bij de rel die dit najaar zou volgen. De vraag of een aan het Israëlische leger gelieerde voorzanger wel mocht zingen op een Chanoekaviering (waarvoor de Kleine Zaal zou worden verhuurd), leidde tot internationale ophef – en anti- én pro-Israëlisch protest voor de deur.
De Chanoekakwestie overschaduwde een ander pijnlijk moment voor het Concertgebouw: dat de Belastingdienst vaststelde dat de nv (opgericht in 1882) jarenlang de wet over belastingvoordelen voor goede doelen overtrad. Het Financieele Dagblad berichtte dat mogelijk tientallen miljoenen euro’s aan erfenissen en schenkingen van particulieren onterecht belastingvrij bij de nv zijn beland.
Hoogtepunten waren er ook. De zaalbezetting was de beste in jaren, met meer dan 800 duizend bezoekers, het hoogste aantal sinds 2007. En daar was in mei dan eindelijk het grootste evenement van het Concertgebouw in decennia: het Mahler Festival. Wie is de man die het al zo lang voor het zeggen heeft? Wat maakt Simon Reinink mee? Verslag van een tropenjaar.
‘Als er iets in de wereld gebeurt, ligt het binnen 24 uur op ons bureau’, zegt Simon Reinink. ‘Of het nou een bankencrisis is, om een recessie gaat, of wanneer Oekraïne wordt binnengevallen. Zo’n gebeurtenis noopt ons tot het behandelen van allerlei ethische vraagstukken: mag die ene Russische pianist nog wel komen? We zijn onderdeel van een groter ecosysteem. Dat maakt dit werk moeilijk en tegelijk fascinerend.’
Toen hij begon, was de internetservice nog de grootste uitdaging. Nu buigt Reinink – tikkeltje gereserveerd, maar met twinkelende pretogen; een diplomaat die vaak antwoordt met ‘dat is een hypothetische vraag’ – zich over een verduurzamingsslag. De isolatie van het gebouw is verbeterd, de plaatsing van een warmtepomp moet een reductie van het gasverbruik opleveren van 50 procent.
‘Dat scheelt ongeveer 55 duizend euro per jaar. In 2027 hopen we de warmte-koude-opslag te hebben gerealiseerd, waardoor we helemaal van het gas af zijn.’
Hoe zien zijn dagen eruit? ‘Als ik dat bij zou houden, als ik mijn uren zou tellen, dan zou ik overspannen worden. Ik woon net niet boven de winkel, maar wel heel dichtbij, om de hoek. Ik heb de master key, ik kan overal naar binnen. Je vertegenwoordigt het huis, binnen en buiten.’
Anders dan in de pop, is het in de klassieke muziek gebruikelijk dat de sterren worden ontvangen door de directeur. En na afloop van een concert moet je er vaak nog mee uiteten ook.
‘Ik ben eindverantwoordelijk voor de programmering, ik ben regelmatig in het buitenland om tournees te bespreken en om kennis uit te wisselen. Tegen het onderdeel sponsoring zag ik erg op toen ik begon; een bedelende rol leek me vreselijk. Maar het is juist heel leuk om te zien hoe betrokken alle sponsoren zijn om cultuur te kunnen steunen.
‘Aan de ene kant is het gewoon een bedrijf, aan de andere kant is het Concertgebouw een wereldmerk. Grappig is dat, toch? In een stadje zo klein dat het in India niet eens op de kaart zou staan. En dat wij hier dan zo’n muzikale geluksfabriek hebben.’
Reinink ontvangt de krant in zijn werkkamer vol boeken. Het kantoor zit in een van de huizen die in hoefijzervorm aan de westkant van het Concertgebouw zijn gebouwd. De werkkamer kijkt uit op een binnentuin. Er hangen foto’s uit het roemruchte verleden van het gebouw, waarin ook zijn grootvader nog een aandeel had. De topambtenaar Hendrik Jan Reinink was mede-initiatiefnemer en jarenlang voorzitter van het Holland Festival.
Kunst en muziek waren vanzelfsprekend in het gezin-Reinink (één broer, één zus). Zijn moeder deed de kunstacademie, zijn vader is emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis. Hij nam zijn kinderen geregeld mee naar concerten in binnen- en buitenland. De oudste zoon hield er vooral een liefde voor oude muziek aan over.
Als Simon Reinink desgevraagd zegt dat hij geboren is in Wassenaar, voegt hij er direct aan toe dat ze daar in ‘een heel dun huisje’ woonden. Dat hij vervolgens deels opgroeide in een Utrechts grachtenpand en deels op een landgoed met kasteel – Linschoten, onder Woerden –, verdient volgens Reinink ook enige nuance. ‘We verbleven in het koetshuis. Het Huis te Linschoten zelf is al sinds 1860 niet meer bewoond.’
Een kasteel? Dat zit zo. Reininks betovergrootvader was Gerlacus Ribbius Peletier, ondernemer in tabak, koffie en thee, bekend om zijn luxe sigaren, al dan niet door kinderen vervaardigd. Ribbius Peletier kocht het landgoed Linschoten in 1891 op een veiling.
‘Hij was een van de grootste werkgevers van Utrecht en was even rijk als onsympathiek’, zegt Reinink. ‘Zijn zoon wilde de onderneming niet overnemen, en kreeg dat landgoed om iets onder handen te hebben. Dat heeft hij heel liefdevol gedaan.
‘Er zijn stukken bij gekocht, nieuwe boerderijen gebouwd. Mijn oudoom was de laatste eigenaar. Die heeft er een stichting van gemaakt en heeft gevraagd of mijn vader de bestuursvoorzitter wilde worden. Ik heb heel veel geluk gehad dat ik daardoor in de natuur op kon groeien. Inmiddels ben ik zelf voorzitter. De stichting beheert ruim 800 hectare grond, en verreweg het grootste aaneengesloten landgoed in de Randstad.
‘Ik ben me ervan bewust: van de zeven vinken heb ik er dertien’, zegt hij. Wil hij zich dan verontschuldigen voor zijn afkomst? ‘Nee, ik kan niet helpen wie ik ben. Ik heb ongelooflijk mazzel gehad dat ik uit een stabiel nest kom en kon worden wie ik wil zijn.’
Het Concertgebouw-directeurschap, waar hij volgens een NRC-profiel bij zijn aantreden al jaren naartoe had gewerkt (Reinink nu: ‘een broodje-aapverhaal’), was lang niet altijd zijn droom.
‘Tot halverwege de middelbare school wilde ik niets liever dan een boerenzoontje zijn. Vanaf mijn 8ste deed ik al vakantiewerk bij een van de boerderijen op het landgoed. Ik vond het heerlijk om de koeien te melken, trekker te rijden.
‘Het wieden van de grienden, het schilderen van polderhekken, maaiwerkzaamheden: tot mijn 18de heb ik het gedaan. Ik werd aanvankelijk toch gezien als het zoontje van de landheer. Maar ik stond ’s ochtends om vijf uur al op de stoep te wachten tot de boer wakker werd, dan gingen we melken en de varkensstal uitmesten.
‘Ik wilde naar de Lagere Landbouwschool, boer worden. Ik dacht: waarom zou ik mijn best doen op school? Het probleem was: ik had zware hooikoorts. Ik maakte altijd wel muziek, had kortstondig viool- en daarna celloles, maar pas toen ik op mijn 14de een gitaar én een goede gitaarleraar kreeg, kreeg ik echt zin om muziek te maken. Voor het eerst merkte ik dat ik iets bovengemiddeld goed kon. Ik leerde me te concentreren, mijn schoolresultaten gingen er enorm door vooruit. Uiteindelijk heb ik moeiteloos het atheneum doorlopen.’
Reinink ging rechten studeren in Utrecht, deed er ook nog een propedeusejaar muziekwetenschap bij. Het zigeunerorkestje van de studentenvereniging, waar hij altviool in kon spelen, lokte hem naar het Utrechtsch Studenten Corps. Hij werd voorzitter. In dat bestuursjaar zou het contact worden gelegd dat zijn toekomst zou bepalen.
‘We hadden een heel zwaar bestuursjaar, met een ingrijpende verbouwing, veel personeelsgedoe, en als dieptepunt drie sterfgevallen: twee medewerkers kwamen om het leven bij een auto-ongeluk, een lid maakte een einde aan zijn leven. Daardoor had ik veel contact met de Raad van Advies, waar prominente oud-leden in zaten. Vooral met Aarnout Loudon (AkzoNobel-topman, inmiddels overleden, red.) had ik goed contact.’
Loudon was commissaris bij het Concertgebouw. ‘Toen het Concertgebouw een opvolger zocht voor Martijn Sanders, mijn Nobelprijswaardige voorganger, heeft Loudon mijn naam aan een headhunter overhandigd, die een lijst is gaan afwerken. En nu zitten we hier.’
Hij is nog steeds dolgelukkig in zijn baan, al is zijn werk ingewikkelder geworden. ‘Omgaan met geopolitiek en de nervositeit in de samenleving, daar stond niets over in mijn functieomschrijving.’
Eindelijk gaat het gebeuren. In 2020 zou het Mahler Festival plaatsvinden: alle symfonieën van Gustav Mahler zouden worden uitgevoerd door internationale toporkesten. In verband met de pandemie ging het festival niet door. Ook een uitgeklede corona-editie kon er niet komen. Nu is het tijd om te oogsten.
Maar ook bij deze editie was er tegenslag. Het Concertgebouw ligt tegenover het Museumplein. Op dat grote, open veld zouden tribunes komen met een groot scherm en state-of-the-art geluidsinstallatie, waardoor wie dat maar wilde gratis de livegestreamde concerten kon volgen.
Wat niemand een halfjaar eerder had kunnen vermoeden, dreigde toch te gebeuren: Ajax zou weleens kampioen kunnen worden. Supporters eisten een huldiging op het Museumplein. Het Mahlerpaviljoen moest wijken, besloot de burgemeester. Het Vondelpark werd de nieuwe locatie.
Wat doe je als je zoiets als directeur te horen krijgt? ‘Ik onderga het stoïcijns, het is een besluit van hogerhand. Dan kan je wel denken: wij waren eerst, maar dat heeft niet zoveel zin. Dit is hoe het werkt in de samenleving, je moet je erbij neerleggen.’
Hij zit er tamelijk relaxed bij, aan een tafeltje ‘backstage’ in het Vondelpark, waar die middag de geluidsinstallatie wordt getest: in de Grote Zaal zijn extra microfoons opgehangen, die allemaal gekoppeld zijn aan eigen speakers hierbuiten voor een optimale surroundervaring. ‘Er is een speciale zendmast geplaatst. Was het op het Museumplein geweest, dan hadden we gewoon een kabel over de straat kunnen hangen.’
Toegegeven, het is ook wel een mooiere plek, met al die bomen. ‘Mahlers symfonieën zitten vol natuurgeluiden, hier hoor je er ook echte vogels bij.’
Hoe ziet zijn programma eruit deze dagen? Hij wil overal bij zijn. ‘Maar ik heb iedere ochtend anderhalf uur geblokt, dan ga ik op de racefiets door de polder. Ik ben niet gestrest. Stress is een energielekkage waar je niet zoveel aan hebt.’
Een kampioenschap van Ajax zal uitblijven: op de voorlaatste speelronde van de eredivisie neemt PSV de koppositie over. Het Mahler Festival daarentegen wordt een groot succes. In het Vondelpark moeten extra dranghekken worden geplaatst.
Essentaksterfte. Het is een woord dat vaak valt als Simon Reinink de verslaggever rondleidt door het parkbos dat het 17de-eeuwse kasteel (Reinink: ‘het Huis’) omringt. Het is een organisch, meanderend ensemble in Engelse stijl, aangelegd door de landschapsarchitect Jan David Zocher. Geen stervende boom ontgaat Reinink, die al had gewaarschuwd: neem kaplaarzen mee.
We lopen richting de boerderijen; ruim 80 procent van het areaal is boerengrond. Wat is hier veranderd sinds Reininks jeugd?
‘De landbouw is superintensief geworden. Waar een bedrijf vroeger twintig koeien had, staan er nu ruim honderd, die naast hooi en kuilgras veel krachtvoer krijgen. Die stikstofproblematiek heeft enorme impact op de natuur. Overal is Engels raaigras ingezaaid. Je ziet haast geen bloemen meer, omdat heel veel kunstmest, of gier, in de grond wordt geïnjecteerd. Vroeger werd er alleen ruige mest gebruikt, dat was veel minder belastend.
‘Het zorgt ervoor dat de vogelstand drastisch is achteruitgegaan omdat er minder insecten zijn. De visstand is achteruit gehold. Dus een van onze hoofdthema’s is dat de ecologische balans wordt hersteld, in samenspraak met onze boeren. Wij zijn ook afhankelijk van hen, de pachtende boerenbedrijven zijn de belangrijkste financiële pijler onder de stichting.’
We maken een wandeling van ongeveer 5 kilometer. We lopen over bruggetjes, langs een oude griend, kijken uit over de duizend jaar oude slotenstructuur. Wat opvalt: iedereen groet Reinink, hij kent iedereen bij naam en vraagt dan naar de kinderen of iets anders persoonlijks. Het is een van zijn talenten: Reinink praat net zo makkelijk met een donateur in maatpak met een miljoenenvermogen als met een varkenshouder in overall.
Bij een tuinhuisje aan de weg houdt Reinink halt. ‘Kan ik jou trakteren op een softijsje gemaakt van echte, verse melk? Mag dat van de krant?’ Het is een onopvallend houten huisje (met een softijsmachine waar je kunt pinnen), maar ook over de plaatsing hiervan heeft hij met het bestuur vergaderd. ‘Alles wat bepalend is voor het aangezicht van het landgoed moet worden goedgekeurd.’
Hij is hier in de rustige periodes één à twee dagdelen in de week, en vaker in de zomer. ‘Ik rust hier uit van mijn Amsterdamse activiteiten, en daar van mijn activiteiten hier.’
Reinink ziet een duidelijke overeenkomst tussen zijn werk voor het Concertgebouw en voor Linschoten. ‘Ik noem het toch maar rentmeesterschap. Je krijgt erfgoed toevertrouwd, kwetsbaar, uniek en onvervangbaar. Dat hoop je op een goede manier in stand te houden, het liefst te verbeteren en door te geven. Ik ben maar een doorganger, een paar pagina’s in de geschiedenis. En dan hoop ik dat ik niet alleen op de winkel pas, maar ook rekening houd met de noden van nu en de toekomst.’
De essen zullen worden vervangen door inheemse bomen. Eiken, elzen, beuken, platanen, hazelaars, populieren. ‘Ik weet niet of er al nieuwe essen zijn die minder gevoelig zijn voor de essentaksterfte. Door de klimaatverandering moeten we kijken of bomen bestand zijn tegen hele warme, of juist hele natte zomers.’
Bericht in Het Financieele Dagblad: de krant heeft vertrouwelijke presentaties ingezien waaruit blijkt dat het Concertgebouw op de vingers is getikt door de Belastingdienst.
Die blijkt problemen te hebben met het feit dat de Concertgebouw nv geen Anbi-status heeft, en ook niet mag hebben. Want om belastingvrij geld te mogen ontvangen van de steunstichting, Het Concertgebouw Fonds (mét een Anbi-status), moet het Concertgebouw zelf ook een Anbi-status hebben.
Het verklaart waarom het Concertgebouw in september aankondigde een stichting (die wel een Anbi-status kan krijgen) te worden. ‘Toen de nv in 1882 werd opgericht, kon daarmee particulier geld opgehaald worden om het gebouw te stichten’, vertelde Reinink eerder in Linschoten over die omvorming. ‘Het gebouw heeft maar één doel: het algemeen nut. Sinds 1882 is er geen cent dividend uitgekeerd.’
Nu is het de vraag of er nog een naheffing komt of niet. Reinink: ‘We hebben misschien niet naar de letter, wel naar de geest van de wet gehandeld. Er is geen sprake van kwade opzet. We rekenen op coulance.’
Op de aandeelhoudersvergadering stemde 96,8 procent voor de omvorming, zegt Reinink. Toch vinden veel van hen het pijnlijk dat zij hun status verliezen. ‘We spreken in de wandelgangen altijd van ‘de nv’ of ‘het gebouw’. Dat wordt nu anders. De aandeelhouders zullen na de omvorming founders heten.
‘Ik heb begrip voor hun verdriet. We zorgen dat ze hun stoelenrecht behouden: ze hebben de eerste keuze bij concerten van het Concertgebouworkest. En we maken het founderschap overerfbaar. Ze worden geïnformeerd over ontslagen en benoemingen van commissarissen en directeuren, al kunnen ze daar niet meer over stemmen. Maar dat dit moest gebeuren om financieel gezond te blijven, is een absolute no-brainer.’
Er staan nog steeds bewakingscamera’s rond het Concertgebouw. Dat heeft ze zelf gehuurd. ‘Wat die Chanoekakwestie ons gekost heeft, daar denk ik maar niet over na’, zegt Reinink. ‘We hebben drie keer aangifte gedaan: van bekladding van de muren met rode verf, van het blokkeren van de artiesteningang, die ook onze nooduitgang is, en van het verspreiden van boterzuur in onze draaideur. Je ziet op de camerabeelden dat een man dat aan het uitgieten is.’
De kwestie in het kort: een stichting zou, zoals elk jaar, de Kleine Zaal afhuren voor een Chanoekaviering annex -concert. Alleen had die stichting een voorzanger uitgenodigd, Shai Abramson, die niet onomstreden is: hij noemt zich ‘chief cantor’ van het Israëlische leger (IDF).
Het Concertgebouw werd gewezen op Abramsons werkzaamheden, waarop intern de vraag rees of zijn komst wel zo’n goed idee was. Het Concertgebouw vroeg de organisator of er geen andere cantor gezocht kon worden. Vervolgens plaatste het gebouw een statement op de website waarin het de organisator opriep een andere cantor te zoeken. Dat gebeurde niet, waarop het Concertgebouw de verhuur annuleerde.
Na bemiddeling werd er een compromis gevonden: er werden drie Chanoekaconcerten gehouden, waarvan twee met Abramson – alleen zouden die evenementen besloten zijn. Het compromis leidde tot onbegrip onder een aantal medewerkers, die in een brief aan Reinink stelden dat er voor Abramson geen plaats hoort te zijn.
Voelde hij zich aangevallen door de brief? ‘Nee. Als je goed geformuleerde vragen krijgt van betrokken collega’s, vind ik dat gerechtvaardigd.’
Het waren eigenlijk drie momenten die tot ophef leidden, had het Concertgebouw zich niet tot één zo’n moment kunnen beperken door direct te verklaren dat Abramson niet welkom was en voet bij stuk te houden?
‘Achteraf is het makkelijk praten. We gaan het zeker nog uitgebreid evalueren, wellicht met een externe partij. Ik wil niets afdoen aan de complexiteit van de zaak, maar ik denk dat we er verstandig aan hebben gedaan om tot een compromis te zijn gekomen. Wat we ook hadden besloten, er zijn partijen die zo geharnast zijn in hun standpunten, dat we het altijd voor één partij fout hadden gedaan.
‘Je moet oppassen dat je je niet laat leiden door de extreme kanten, door mensen die geen toenadering accepteren. Onze missie is: verbinden met muziek. We willen geen splijtende optredens op ons podium.’
Hoe heeft Reinink de dag van de Chanoekaconcerten, 14 december, beleefd? ‘Ik ben van 10.00 uur tot 1.00 uur ’s nachts permanent in en om het gebouw geweest. Tientallen politiebusjes, ME, al die demonstranten: het was indrukwekkend. Ik heb ook buiten gewandeld en foto’s gemaakt. Ik had mijn capuchon op, ik geloof niet dat iemand me heeft herkend.’
Hoe waren de concerten zelf? ‘Daar ben ik niet bij geweest, dat vond ik niet gepast. Het is hun feest, ik hoor daar niet bij. Ik heb Abramson ook niet ontmoet. Het is gelukkig niet tot een confrontatie gekomen tussen de demonstranten.’
Een dieptepunt was dat Reinink ook persoonlijk werd aangevallen, onder meer door oud-advocaat Oscar Hammerstein. Die legde een verband tussen Reininks optreden en dat van diens grootvader, de Holland Festival-man die in 1940 als secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een schorsingsbrief ondertekende voor Joodse medewerkers.
Raakte dat hem? ‘Ik heb alle online berichtgeving genegeerd. Die persoonlijke drek heb ik gewoon niet willen zien. Elke seconde aandacht die je geeft aan mensen die dat soort dingen schrijven, is er een te veel.
‘Mijn opa heeft zijn hele leven lang spijt gehad van die brief, heeft kort na het ondertekenen ontslag genomen, is in het kunstenaarsverzet gegaan. Hij is als een van de weinige secretaris-generaals na de oorlog terug op zijn post gekomen, omdat hij kennelijk goed bevonden was. Maar los daarvan, al was hij een NSB’er geweest: het verwijt dat je opa je opa is, is bizar.’
Hoe gaat hij hiervan uitblazen? Vakantie? ‘Nee, als ik even goed gerust heb, herstel ik snel. Maar ik merk wel dat ik moe ben. Het is hoe dan ook interessant om te zien dat het Concertgebouw weer zo in het middelpunt van de belangstelling staat.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant