Home

De Amerikaanse moordplannen op leiders als Castro waren geheim. Trump schept juist op over de zijne

Donald Trump doet nauwelijks geheimzinnig over de ‘dodelijke operaties’ die de CIA beraamt in Venezuela. En dat terwijl vijftig jaar geleden met het Church-rapport een einde kwam aan ‘moord als instrument’ voor de CIA en het Witte Huis.

is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.

Voor de negentigste verjaardag van Fidel Castro, op 13 augustus 2016, rolde de Havaanse tabaquero José ‘Cueto’ Castelar een sigaar van 90 meter. Hij deed er tien dagen over, werkte twaalf uur per dag en gebruikte 80 kilogram van de beste Cubaanse tabak. Drie maanden later overleed Castro. De langste puro ter wereld kon onmogelijk de oorzaak zijn: de sigaar is nog steeds te bewonderen in de tabakszaak van de oude meester.

In 1960 smeedde de Amerikaanse Central Intelligence Agency in het grootste geheim een plan om Castro te vermoorden door hem een doos met vergiftigde sigaren te sturen. De rookwaren werden bewerkt met een dosis botulinetoxine dusdanig sterk dat alleen al het aan de mond zetten van zo’n sigaar tot de dood zou leiden. Het plan ketste af. Castro bleef tot 1985 zijn Cohiba’s roken.

Momenteel beraamt de CIA opnieuw ‘dodelijke operaties’ in Latijns-Amerika en specifiek in Venezuela. Hoewel het ‘covert’ missies betreft, is er anno 2025 weinig geheims aan. In oktober bevestigde president Donald Trump dat hij de inlichtingendienst opdracht had gegeven zich in Venezuela te begeven. Hij had daar twee redenen voor, zei hij, en draaide zijn inmiddels bekende riedel af over Venezolaanse migranten (‘criminelen’) en drugs.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat het Church Committee, een speciale commissie van Amerikaanse senatoren, een reeks moordplannen van de Amerikaanse overheid onthulde. Senator Frank Church en zijn tien collega’s (zes Democraten, vijf Republikeinen) werden door toenmalig president Gerald Ford onder zware druk gezet om niet te publiceren.

Senator Church volhardde en publiceerde op 20 november 1975 het rapport ‘Alleged assassination plots involving foreign leaders’. Naast complotten tegen Castro onthulde de commissie Amerikaanse pogingen om de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo en de Congolese leider Patrice Lumumba om te brengen. De CIA leverde wapens aan Dominicaanse dissidenten en stuurde gif naar Congo. Trujillo en Lumumba werden in 1961 vermoord door politieke tegenstanders. De commissie kon Amerikaanse betrokkenheid niet vaststellen.

Castro, die communistische lastpak in ‘Amerika’s achtertuin’ die met zijn revolutie wereldwijd socialisten inspireerde, bleek over negen levens te beschikken. In april 1961 liep voor het oog van de wereld de door de VS halfhartig aangestuurde Varkensbaai-invasie uit op een fiasco. Zonder luchtsteun van de Amerikaanse defensie was de poging van de 1.300 Cubaanse ballingen het regime omver te werpen gedoemd te mislukken. Op een van de heetste momenten van de Koude Oorlog schoten de VS zich in de eigen voet. De Amerikaanse flop droeg enkel bij aan Castro’s heldenstatus.

Een bizarre reeks geheime CIA-plannen sneuvelde vroegtijdig of in de uitvoering. Ook Castro’s reputatie was doelwit: een speciale schoenpoets voor zijn laarzen moest zijn baard doen uitvallen. De gewiekste pogingen ‘stelden het verbeeldingsvermogen op de proef’, schreef Church. Zijn comité oordeelde hard over de Amerikaanse moordmissies. ‘De commissie is van mening dat, afgezien van oorlog, moord onverenigbaar is met Amerikaanse principes.’

De publicatie had destijds ‘onmiddellijke gevolgen’, schreef het onafhankelijke National Security Archive vorige maand in een artikel ter ere van vijftig jaar Church Committee Report. ‘De publieke verontwaardiging dwong de CIA en het Witte Huis om af te zien van het gebruik van moord als instrument.’ President Ford tekende in 1976 een decreet waarin hij Amerikaanse ambtenaren verbood nog langer politieke moordplannen te smeden.

Een halve eeuw later doet Fords opvolger exact het tegenovergestelde: moord is niet iets waar de staat zich voor hoeft te schamen, integendeel, de wereld mag via sociale media meekijken hoe Amerikaanse bommen een einde maken aan de levens van verdachten van drugscriminaliteit. En dit keer probeert de Amerikaanse president geheime CIA-operaties tegen een buitenlands staatshoofd niet te verbergen, hij loopt ermee te koop.

Dat is in eerste instantie uiterst zorgwekkend (en gaat het voorstellingsvermogen te boven, zou Church wellicht zeggen), maar het heeft voor Trumps vijanden ook een voordeeltje. Al voordat de huidige moordcomplotten uitkomen of falen, kan de belegerde Venezolaanse president Nicolás Maduro er zijn blazoen mee oppoetsen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next