Home

Te veel schepen en te weinig garnalen, voor garnalenvisser Koos de Visser (60) zit het er na 41 jaar op

De Nederlandse garnalenvloot is te groot voor de vangst van het bodemdier. De branche saneert zichzelf. Vijftig garnalenvissers kunnen stoppen. Koos de Visser (60) zette vorige week na 41 jaar zijn laatste vangst op de kade. ‘Ons parttime huwelijk wordt fulltime.’

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

Twintig mensen op een aanlegsteiger zwaaien met sterretjes naar de GO58, die langzaam op hen afkomt. De garnalenkotter meert deze vrijdag voor de laatste keer aan bij de visafslag van Stellendam op Goeree-Overflakkee. Guus Meeuwis schalt over het vlakke water: ‘En tenslotte tevreden het licht uitgedaan.’ Een zeehond steekt een paar keer de grote zwarte ogen uit het water. Een drone hangt in de lucht, gebakjes met het schip erop gaan rond en Karin de Visser en haar zoon Niels rollen een spandoek uit: ‘1984-2025 - ’t zit erop’.

Met die woorden knuffelt schipper en eigenaar van de GO58, de 60-jarige Koos de Visser, even later familie en vrienden. ‘Ja joh, 41 jaar, het zit erop, het zit er echt op.’ De garnalenvisser – grote, vriendelijke man, enorme handen, ferme handdruk – is ontroerd. ‘Ik wist dat er iets zou gebeuren, maar dit is veel meer.’

Na de champagne en de toespraak van zijn vrouw – ‘ons parttime huwelijk wordt fulltime’ – zet De Visser voor het laatst de opbrengst van vijf dagen onafgebroken vissen op de steiger: circa 1.400 kilo garnalen. ‘Voor de tijd van het jaar best aardig, maar niet heel veel.’

De garnalenvisserij in Nederland is uit het lood. Te veel schepen vissen op te weinig garnalen, legt De Visser uit. Bovendien is op de garnaal geen peil te trekken: het ene jaar onvindbaar, het andere jaar massaal aanwezig.

Saneringsregeling

De visserijbranche heeft zelf een saneringsregeling opgetuigd die ’s lands garnalenvloot van bijna tweehonderd schepen met een kwart moet verkleinen. ‘Ik schat dat de regeling in de praktijk neerkomt op een krimp met een derde, misschien wel de helft’, zegt De Visser in de stuurhut van zijn GO58-Jakoriwi. Zijn vader noemde de blauw-gele kotter in 1984 naar zijn vier kinderen Jan, Koos, Ria en Wim.

De garnalenvisser – ‘ook langoustines en Noorse kreeftjes en vroeger tong, schol en kabeljauw’ – zette zijn emoties opzij en besloot zich aan te melden voor de vrijwillige saneringsregeling. ‘Ik zie die als verkapt vrijwillig’, zegt De Visser. ‘Windmolenparken en beperkingen rondom Natura 2000-gebieden hebben het visgebied verkleind, waardoor de garnalensector nu te veel schepen heeft. We zijn eigenlijk overbevolkt.’

De natuur die verloren ging door de aanleg van de Tweede Maasvlakte is gecompenseerd met de aanwijzing van de Voordelta, een garnalenwalhalla voor de Zeeuwse kust, als beschermd natuurgebied. Natuurorganisaties willen bij de rechter afdwingen dat de Voordelta-bodem, waar de garnalen leven, volledig met rust wordt gelaten. ‘Wij moeten boeten voor iets waar we part noch deel aan hebben’, zegt De Visser.

Zijn zoon wil hem niet opvolgen. ‘Niels heeft een geweldige baan.’ En hoewel De Visser senior zich nog soepel door zijn schip beweegt, kan hij met zijn 60 jaar wat gaan mankeren. Bovendien wordt het vinden van betaalbare bemanning, zoals Rob de Bruijne (60), die al die 41 jaren met De Visser op de GO58 heeft gevaren en ook stopt, steeds moeilijker. ‘Echte vissermannen zijn er bijna niet meer. Die blijven ook bij mindere tijden, omdat varen en vissen hun hobby is.’

Regelgeving

En dan zijn er steeds meer regels waaraan de garnalenvissers zich moeten houden. ‘Mijn pa kon vissen wat hij wou. Maar let op’, zwaait De Visser met zijn wijsvinger terwijl hij wat uit zijn cockpitstoel komt, ‘regelgeving als zodanig is zeker niet verkeerd. Wij mogen een product uit de zee halen en dan moet je er ook goed mee omgaan.’

De Visser had nog minstens drie jaar door gekund. In die tijd zullen er meer beschermde natuurgebieden komen, schat de garnalenvisser, én meer windmolens. De kabels daarvan werken volgens hem als een vloerverwarming voor de zeebodem. ‘Dan komt er dus zo'n regeling voorbij en ga je rekenen. Kan ik het schip over drie jaar nog verkopen, voor wat ik nu beur met de sanering?’

Karin de Visser rekende het tot op de euro nauwkeurig uit – ‘achter elk goed bedrijf staat een sterke vrouw’ – en samen kwamen ze tot de slotsom: het is nu tijd om te stoppen met het visserijbestaan van vijf dagen op zee en in de weekends thuis.

Dat betekent ook sloop van de GO58, het schip dat 41 jaar meer dan een werkplek is geweest. ‘Dat hij dadelijk verknipt wordt, gaat wel pijn doen, hoor.’ De Visser zal met hartzeer de vernietiging gadeslaan. ‘Het is net als een begrafenis. Daar wil je bij zijn om het einde te verwerken, om het af te sluiten – dat vinden sommige mensen misschien raar.’

Groot netwerk opgebouwd

Een zwart gat? Gaat niet gebeuren, zegt De Visser. ‘Ik heb zoveel hobby’s: fotograferen, koken, timmeren. En in de loop der jaren heb ik als vertegenwoordiger van de garnalenvissers een groot netwerk opgebouwd, ook in politiek Den Haag. Misschien kan ik nog iets voor de sector betekenen.’

Als de garnalen met een vorkheftruck zijn opgehaald, de afscheidscadeaus in de auto zijn gezet en de GO58 voor de laatste keer is schoongemaakt, is het tijd om naar huis te gaan voor De Visser. ‘Ik woon in Moerdijk’, zegt hij met een knipoog over het vroegere vissersdorpje aan het Hollands Diep dat mogelijk moet wijken voor de energietransitie. ‘Dat is mijn volgende sanering’, is zijn standaardgrap, ‘eerst ben ik van zee en straks van huis en haard verdreven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next