Dit zijn de beste 40 albums van 2025 volgens de muziekkenners van ‘de Volkskrant’. Klassiek staat naast pop, naast dance, jazz en heavy: het állerbeste uit elk genre. Plus: iedere recensent kiest één album dat voor hem of haar extra speciaal was dit jaar.
Door Robert van Gijssel en Merlijn Kerkhof
Deze magische muziekmix, van klassiek naar jazz, heavy en dance, is nu ook te beluisteren in de Volkskrant jaarlijst 2025, met uit ieder album een track, op én Spotify of Apple Music.
De avontuurlijke, grensoverschrijdende pop van ‘eenmansboyband’ Hard Life, van zanger Murray Matravers, is gedrenkt in vloeibare zonneschijn. Smeuïge koortjes, uitgesmeerd over een hiphopbeat, en dat met de vocale esthetiek van een meidengroep. Het eerste topalbum uit deze lange, heilzame jaarlijst.
Interference van harpist Doriene Marselje is een fantasierijk album vol elektronica. Marselje jaagt aanstekelijke ritmes en rauwe grooves via haar snaren door de effecten van een modulaire synthesizer: weg is het zoetsappige imago van haar instrument.
Hardcore? Daar is de ex-hardcoreband Turnstile een beetje uitgegroeid, al is de fysieke opwinding van de schreeuwerige, boze punk nog steeds te vinden op Never Enough. Als je er een beetje naar zoekt. Maar Turnstile beleeft vooral veel muzikaal en zomers plezier, in rockende en zelfs dansbare indieliedjes met het hart op de goede plaats: niet eerder klonk heavy zo lief en lichtvoetig.
Waar de Zuid-Afrikaanse cellist en stemkunstenaar Abel Selaocoe ook komt, hij betovert de zaal. Met het Manchester Collective smelt Selaocoe eeuwenoude Zuid-Afrikaanse lofliederen samen met muziek van componisten uit de westerse klassiekemuziektraditie.
Een show van de Ghanees-Amerikaanse Amaarae op Lowlands viel in het water, door technisch gedoe en een nogal teleurstellend decor. Maar de tegenvaller deed niets af aan de kwaliteit van haar debuutalbum Black Star, dat een alternatief dance- en hyperpopgeluid uit West-Afrika laat horen, en kan dienen als soundtrack bij de hoognodige queeremancipatie in het clubleven rond bijvoorbeeld Accra.
Een man van 53 die het album Brat van Charli XCX hoort en denkt: dat kan ik ook. Het negende album van Baxter Dury, zoon van Ian, zit vol lome disco, met kenmerkend Cockneydialect in de smalende praatzang van Dury. Deze combinatie werkt uitstekend, en Allbarone is Dury’s meest dansbare album.
Het mysterie rond de Britse zangeres (en danseres) FKA Twigs blijft intact. Maar de sound op Eusexua is minder diffuus dan op de voorgangers. FKA Twigs zoekt naar de opwinding van de techno, al blijven al te voorspelbare climaxen uit. De muziek is broeierig, de beats knisperen en FKA Twigs ontpopt zich op dit derde album opnieuw als erfgenaam van Björk en Kate Bush, net als een zekere zangeres helemaal aan de top van deze jaarlijst.
Wie moppert dat de operazangers van vroeger beter waren dan nu, moet eens luisteren naar deze Tosca. Eleonora Buratto is de gedroomde Puccini-sopraan; met Jonathan Tetelman (bronskleurig timbre en spectaculaire, klaroenachtige topnoten) en Ludovic Tézier vormt ze een geweldig solistentrio.
Haar vijfde album heeft de allure van een comeback. Lily Allen had duidelijk nog wat te vertellen, zeven jaar na haar vorige album. Allen bezingt haar echtscheiding, openhartig en expliciet. Willen we dit allemaal weten, vraag je je even af. Jazeker wel, want Allen verpakt haar persoonlijke ellende in pakkende en melodieus ijzersterke liedjes, die net zo spraakmakend zijn als baanbrekend.
Een favoriet van Menno Pot
Het was een behoorlijk goed hiphopjaar, met bijvoorbeeld Cardi B, Earl Sweatshirt en twee albums van Aesop Rock in de VS, Little Simz en Dave in Groot-Brittannië en Smib en Ares in Nederland. Aan het eind van de rit beklijft de sterke terugkeer van het duo Clipse uit Virginia Beach misschien wel het meest.
Pusha T en zijn broer Malice piekten twintig jaar geleden. In 2009 gingen ze uit elkaar en vooral Pusha T maakte daarna sterke soloalbums.
Let God Sort Em Out is hun comeback als duo. Het is een samenballing van alles dat ze destijds zo goed maakte: bakken bravoure, vileine humor, scherpe taalvondsten en hoorbare broederchemie. Producer Pharrell Williams besloot het de ruimte te geven en zich dienstbaar op te stellen: hij hield de beats sober.
Deze nieuwe Clipse stop ik in laatje ‘dierbare veteranenhiphop’ waar ook Cheat Codes van Danger Mouse en Black Thought (2022) in zit: ‘old school’ maar toch helemaal 2025.
In 2025 groeiden een aantal beginnende metalbands uit tot arena-acts: verrassend en verheugend. Maar klein zijn én blijven is ook wat waard. Uit het niets kwam het eenmanswonder Phantom Spell, alias Kyle McNeill, die op Heather & Hearth getuigt van zijn prog- en hardrockliefde bij galmende zang, sprankelend solowerk en riffjes die nooit meer uit je hoofd gaan. Pure vintage, maar zonder ironie.
Zeven jaar woont de Koreaanse drummer Sun-Mi Hong al in Nederland, waar ze al tijden een vaste band heeft. Die laat op het vierde album Fourth Page: Meaning of a Nest beter dan ooit horen dat de leden goed op elkaar zijn ingespeeld. De stukken zijn gestructureerder dan voorheen, maar drummer Sun-Mi Hong is de grootste ontregelaar. Haar complexe ritmepatronen nestelen zich om de stukken heen, wat steeds een aangename spanning veroorzaakt.
Meindert Talma hervat zijn memoires, in album- en boekvorm, en vertelt op Gezinsverbijstering over de jaren 2002-2005, waarin hij onder meer vader werd van een dochter. De verhalen over zijn ouders, vrienden en bandleden zijn ontroerend en geestig, en het is onmogelijk niet geraakt te worden door de prachtige Ballade van Jan Heddema, waarin Talma zingt over het leven en de tragische dood van zijn geluidsman.
Reserveer voor Liza Ferschtmans uitvoering van het Vioolconcert van Brahms gerust een plekje op de plank met topuitvoeringen, schreven we. Gefixt. Haar sierlijke legato laat arpeggio’s en razendsnelle melodieën als kiezelsteentjes over ijs glijden.
Een favoriet van Robert van Gijssel
De metalwereld raakte niet uitgepraat over Even in Arcadia van het Engelse duo Sleep Token: twee verlegen jongens die zich verstoppen achter maskers en dus anoniem willen blijven. Alsof ze zich een beetje generen voor hun bijzondere muziekmix van donderende metal met dance en gevoelige r&b.
Ze maakten ook nogal wat los. De helft van de metalgemeenschap vond het vreselijk, want te gelikt, of nep, of te veel ‘pop’. Alsof er nooit mag worden getornd aan de wetten van de vierkante gitaren.
Maar Sleep Token won ook zieltjes, waarschijnlijk ook buiten de gestaalde kaders van de metal. Zij debuteerden op nummer één in de Amerikaanse hitlijst van Billboard: uniek voor een metalalbum in deze rockarme tijden.
Ik moest ook even slikken, toen ik Even in Arcadia voor het eerst beluisterde en in het nummer Emergence een smachtende stem hoorde optrekken naast een dramatische piano, op weg naar die moordende gitaarriff in het refrein. Maar het nummer bleef daarna aan me plakken, een popjaar lang, en trok me omhoog uit de somberste buien. Vernieuwend en gewaagd, maar vooral gewoon steengoed.
Beleeft de Franse pop een opleving? Je mag dat best stellen, met dank aan Zaho de Sagazan en zeker ook Oklou. Marylou Vanina Mayniel, haar echte naam, sleutelde jarenlang aan een debuut vol hypnotiserende, elektronische pop en diepgravende arrangementen, die fijntjes wijzen op de klassiekemuziekscholing van Oklou. Subtiele, dromerige en briljante dancepop, waarin je steeds nieuwe muzikale parels ontdekt.
Een favoriet van Guido van Oorschot
Minimal music? Ik ben geen fan. De herhaling, de simpele akkoorden, het spirituele gedweep. Schoof ik in 2013 in het Amsterdamse Muziektheater aan voor Einstein on the Beach, de opera uit 1976 van de minimalmusicgoeroe Philip Glass en de regisseur Robert Wilson. Die avond zag ik zo veel sterren, dat ik er in een recensie grif vijf weggaf.
Wat me trof? De herhaling, de akkoorden, iets wat zweemde naar spiritualiteit. Bij mijn poging tot begrip betrok ik de man uit de titel, Alfred Einstein. Zijn gestoei met tekens en formules, schreef ik, raakte op raadselachtige wijze aan de kern van het bestaan. Een paar zinnen later draafde ik door: ‘Vragen naar de betekenis van Einstein on the Beach, is als vragen naar de betekenis van de evolutie.’
Draaide ik laatst de nieuwe opname van het Belgische ensemble Ictus. Ik ging opnieuw voor de bijl. En nu leg ik me er maar simpel bij neer. Einstein on the Beach ontroert.
De Engelse Guy Brewer komt uit de wereld van de drum-’n-bass en het clubleven. Als Carrier neemt hij daar afstand van. Zijn muziek is vrij van stromingen en heerlijk experimenteel en klinkt ook bijna als niets anders, al dringt de vergelijking met de minimale ‘dub techno’ van het Berlijnse duo Basic Channel zich op. De krakende, trage beats en sonore baslijnen zijn ijzig en desolaat, maar spookachtig mooi.
Het violistenechtpaar levert puur luistergenot in Bartóks werkliederen en springdansjes, geïnspireerd op volksmuziek uit allerlei streken. Nog indrukwekkender zijn de geanimeerde dialogen van Luciano Berio, waarin elke stembuiging subtiel en geheel natuurlijk is ingekleurd.
Een favoriet van Els de Grefte
Dit knisperend frisse album van de Canadees-Japanse Saya Gray kwam al in februari uit, en is daardoor het hele jaar bij ons geweest. De gelaagde puzzelliedjes zijn een geruststellende soundtrack voor bijna alles wat een mens kan meemaken in een jaar. Maar achtergrondmuziek is Saya zeker niet: de geconcentreerde luisteraar wordt beloond met productionele knutselwerkjes gemaakt van duizend kleine geluidsstukjes. Iedere klank is zorgvuldig gekozen en geplaatst.
De geluiden lijkt ze vanuit de hele wereld en popgeschiedenis bij elkaar te hebben gescharreld. Soms zijn dat piepjes die klinken alsof ze uit een oud Windows-besturingssysteem komen, soms is dat een twangy gitaaraanslag. Maar een rommelige collage wordt het niet, alles valt samen in tien ronde, vaak dansbare, liedjes. Vaak mijmert ze, wegzwevend op haar kraakheldere muziek, soms klinkt ze verbeten of verslagen. Altijd blijft ze ongrijpbaar en eindeloos fascinerend.
In Mahlers liedcyclus Des Knaben Wunderhorn overtreft de Keulse mezzo zichzelf. Het beroemde Urlicht kan amper beter: strak geprojecteerde stem, licht wiegend vibrato en die ultieme tekstconcentratie.
Een productief jaar voorde New Yorkse gitarist Mary Halvorson, die drie maanden na haar mooie Bone Bells al kwam met een opvolger. Ze maakte About Ghosts met haar Amaryllis Sextet, uitgebreid met altsaxofonist Immanuel Wilkins en Brian Settles op tenorsax. Je moet er even voor gaan zitten, want de ensemblestukken zijn vaak ingewikkeld van structuur. Maar toch blijft de muziek van Halvorson transparant en lichtvoetig.
Tarquinio Merula was een geliefde componist in de 17de eeuw. Het Belgische ensemble InAlto en organist Bernard Foccroulle laten horen dat Merula meer dan een barokheld een avant-gardist was.
Find El Dorado is het tweede coveralbum van Paul Weller, en een geslaagder project dan Studio 150 (uit 2004). Sterker nog: het is zijn beste plaat in jaren. Weller zingt de met liefde en zorg geselecteerde liedjes uit de jaren zestig en zeventig met een gedrevenheid die we lang niet meer van hem hebben gehoord. Even verzorgd klinken de sepia-getinte arrangementen, die de liedjes van onder anderen Ray Davies en de Bee Gees een aangenaam soort melancholie geven.
Voor haar volgelingen was de Japanse zangeres en songwriter Ichiko Aoba al jaren een goedbewaard liedjesgeheim, dat alleen de ingewijden mochten koesteren. Helaas voor deze cultachtige aanhang: Aoba brak dit jaar door naar een breder publiek, met het onbevattelijk mooie Luminescent Creatures. Haar liedjes zijn fragiel en etherisch maar soms ook verraderlijk complex. En de zachte, magische stem van Aoba biedt bezinning en muzikale troost.
Een favoriet van Jenny Camilleri
Een mens kan nooit genoeg naar Tsjaikovski luisteren. Het is altijd spannend als een dirigent je met frisse oren naar beproefd repertoire laat luisteren. Dat is precies wat Karina Canellakis doet in de Vijfde en Zesde symfonieën.
De in Nederland wonende Canellakis is chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest, maar deze opnamen maakte ze live met het London Philharmonic Orchestra, waar ze vaste gastdirigent is. De chemie tussen haar en dit orkest spat ervan af, en er wordt met vurige zeggingskracht gemusiceerd. In de Vijfde is de weergaloze hoornsolo van Mark Vines een absoluut hoogtepunt.
Canellakis heeft uitgesproken ideeën over deze muziek, die ze benadert met een nietsontziende hartstocht. Onstuimige passages zijn bijzonder fel, de adagio’s innig en de walsen gracieus met onderliggende gisting. En zelfs in de uitzinnigste accelerando’s blijft de architectuur kraakhelder. Opwindend, de mix van precisie en passie.
Justin Vernon, de man achter de indiefolkband Bon Iver, is niet zo somber als wij lang dachten. Op Sable, Fable laat hij zelfs horen dat hij verliefd is op het leven, toe maar. Waar doorgaans een sluier van droefenis over de liedjes van Bon Iver hing, regeert op zijn nieuwe album de opgewektheid. Gebleven is de eigenzinnigheid waarmee Vernon zijn geraffineerde bouwwerkjes maakt. Vernon smijt weer met toetsenbrokken, stemflarden en gitaarriffs, maar laat alles op precies de juiste plek landen.
De Franse klavecinist Céline Frisch verandert Bachs partita’s in schitterende verhalen. Haar versieringen zijn weelderig, haar tempi perfect afgewogen. Haar instrument klinkt verrukkelijk als een volle kwarktaart met een knisperend laagje glazuur.
Wat een weergaloze lading dancealbums werd er in 2025 over ons uitgestort. Het werd gaandeweg lastiger kiezen. En toen verscheen, op de valreep, ook nog Steep Stims van de Engelse producer Clark, die een deftig oeuvre opbouwde uit artistieke, soms wat al te studieuze kunstdance. En dat album werd toch onze lijstaanvoerder. Want op Steep Stims beleeft Clark weer puur elektronisch muziekplezier. Hij laat zijn oudste synths ouderwets raven, maar weeft ook verfijnde en emotionele muziekstukken door zijn album, waardoor je blijft zweven tussen lach en traan. Een subliem dancewerkstuk.
Panda Bear, het soloproject van bandlid Noah Lennox van Animal Collective, zweert ook in zijn eentje bij psychedelische Beach Boys-sferen en meerstemmige koortjes. Op Sinister Grift, zijn toegankelijkste soloalbum, schijnt continu de zon en biedt de lichte, transparante muziek alle ruimte aan de melodieën. Liedjes als Just as Well en Ferry Lady voelen aan alsof Brian Wilson en Vampire Weekend samen zitten te musiceren onder een parasol in Jamaica. Dat subtiele reggaegevoel is een rode draad.
Samen met altviolist Tabea Zimmermann trekt het Duitse kamerorkest je de speakers in met de opname van het Octet van Enescu en het Lachrymae van Benjamin Britten. Gekruid met Roemeense folklore en grote dynamische contrasten. Resonanz smeert de enorme proporties van het heerlijke octet breed uit.
Een favoriet van Gijsbert Kamer
Ik was dol op de lichting britpopbands die midden jaren negentig tegenwicht bood aan de in mijn oren naargeestige Amerikaanse grunge. Blur, Oasis, Elastica, Suede: allemaal goed. Maar mijn favoriete band uit die jaren was Pulp. Ik was in 2002 bij hun afscheidsoptreden in Rotherham, en had nooit durven dromen dat ze 23 jaar later nog een album zouden maken, dat net als Different Class in 1995 mijn favoriete popalbum van het jaar zou worden.
Wat More voor mij zo goed maakt, is dat Pulp nergens probeert weer jeugdig of hip te klinken, zonder ook maar een moment op nostalgie te leunen. ‘I was born to perform’, zingt Jarvis Cocker in Spike Island. Waarom weet hij nog altijd niet, zoals ik vaak niet weet wat me precies zo raakt aan de beste popmuziek: ‘It’s a guess/ No idea/ It’s a feeling.’
Na eerder al werk van Radiohead en The Beatles tot jazz te hebben verwerkt, stelt pianist Brad Mehldau op zijn nieuwe album de popliedjes van Elliott Smith (1969-2003) centraal. De introverte, vaak droeve liedjes van Smith, met wie Mehldau bevriend was, krijgen op Ride into the Sun op werkelijk sublieme wijze een nieuw leven. De harmonie en melodie uit tien liedjes van Smith zijn steeds intact gelaten, maar krijgen van Mehldau een nieuwe plek. Wie de liedjes kent, voelt geregeld een schok van herkenning en ontroering. Een subliem jazzalbum, en dus het beste van het jaar.
Het állerbeste hiphopalbum komt dit jaar weer eens uit eigen land. Sef kroop in onze harten en verlichtte vele festivals, met de erg eerlijke en activistische liedjes van Lieve monsters. Op dit album wemelt het van de contrasten. In de teksten zit veel angst, woede en twijfel, maar boos of neerslachtig klinkt de muziek niet. Want muziek en tekst mogen niet dezelfde kleur krijgen, zei Sef zelf, in een interview met de Volkskrant. Daarom laat hij een lief kinderwijsje klinken bij kale en gemene synths, en komt de track Lieve monsters zo hard binnen.
Een favoriet van Merlijn Kerkhof
Mijn eerste reactie was: moest Pygmalion nou wéér een geijkt meesterwerk opnemen? Het Franse koor en orkest van dirigent Raphaël Pichon poetst de ene na de andere hit op. Aan de andere kant: als er één club is waarbij succes verzekerd is, dan is het Pygmalion.
Ook in Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms hoorde ik door de nieuwe Pygmalion-opname weer dingen waarvan ik me niet bewust was. Het koor is virtuoos en bedwelmend, de omarmende strijkersklank in het eerste deel mild prikkelend, de klankregie waanzinnig.
De karakters van de teksten in de zeven delen verschillen nogal, en Pichon stemt de klank van het orkest er briljant op af. Het opvallendst vond ik het uitgelichte, sardonische paukencrescendo (Koen Plaetinck). Het was zo’n uitgesproken greep die collega Jenny Camilleri (die het bij vier sterren hield) juist minder kon waarderen, maar ik dacht: ja, ja, gaan!
Een favoriet van Dennis Bajram
Het blijft lastig, een totaal origineel album maken. Vernieuwend, smaakvol en vrij van clichés. Na zo’n 10 seconden luisteren naar Herder’s Herd van blokfluitist Juho Myllylä was ik overtuigd: dit is er eentje.
Had me begin 2025 voorspeld dat ik geregeld hetzelfde hedendaagse blokfluitalbum zou opzetten en ik had je op z’n minst vreemd aangekeken. Toch bleef Herder’s Herd boeien. Schijnbaar intuïtief schept Myllylä met zijn begaafde fluitspel, muziekproductie en elektronische sounddesign een sfeer die de fantasie prikkelt.
De Finse Myllylä, woonachtig in Nederland, tovert tien verschillende blokfluiten tevoorschijn. Zes gloednieuwe composities bestrijken alle uithoeken van het hedendaagse muzieklandschap. Ik overdrijf niet: er zijn gesamplede kinderstemmen, synthesizers, barokke arpeggio’s, krijsende sopraanfluiten en groovende basfluiten.
Het mooist is Faust’s Lullaby (Andrea Guterre), waarin vier fluiten ronddwalen in een organische klankmassa, borrelend en glinsterend. Gecombineerd met technisch uitmuntend spel en veel humor is dit album op ieder vlak een voltreffer.
De modernist Pierre Boulez schreef zijn Tweede pianosonate in 1948, als jonge twintiger, met de sloophamer in de hand. Grillig, onvatbaar, onmelodieus. Maar ook vrij van geest. Uitvoerende Tamara Stefanovich bereikt precies de georganiseerde uitzinnigheid waarvan haar albumtitel spreekt.
Een favoriet van Pablo Cabenda
Ai, zomaar een van de beste albums van het jaar gemist, in onze wekelijkse albumrubriek. Terwijl er al tekenen waren van aankomende grootsheid. Het solodebuut van Cameron Winter, de zanger van Geese, maakte van hem een instantpopgod. De New Yorkse band zelf was, met het vorige album, al door tijdschrift Rolling Stone gelauwerd als nieuwe rockvaandeldrager.
En het album Getting Killed bewijst dat er nog bands bestaan die je instincten aanspreken; die je wars van conventies en genres tot extase kunnen brengen. Tribale ritmes, op elkaar inhakkende gitaren en de bezwerende zang van een orakelende Winter borrelen samen tot een rockoersoep die je van binnen laat gloeien. Dé goedmaker van het popjaar 2025: deze topnotering voor Geese.
Een favoriet van Maartje Stokkers
De vier jaargetijden van Vivaldi zijn de afgelikte boterham van de klassieke muziek. Je moet lef hebben om de miljardste opname ervan uit te brengen. Maar dat heeft de briljante barokviolist Théotime Langlois de Swarte gedaan.
Ook al heb je de concerten al grijsgedraaid, zoals ik vanaf mijn vroege tienertijd, ze blijven geweldig en verrassend. Zo opwindend licht, zo spannend donker. Hadden we een nieuwe opname nodig? Met die van Langlois de Swarte en zijn ensemble Le Concert, met hun opgefriste fraseringen en vlekkeloze gevoel voor timing, blijkt van wel.
Hij laat zich niet opjutten door virtuoze opnamen van concurrenten met overdreven snelle riedels of felle accenten op gekke plekken. Ieder instrument krijgt ruimte. Wanneer er een storm raast, blaast het orgeltje tussen de ziedende strijkers door. Felle strijkstokken slaan als takken in je gezicht, en terwijl jij je warmt aan de tokkelende teorbe, stampvoeten klappertandende darmsnaren tegen de kou die vanuit de grond optrekt.
Het is een unicum in deze albumjaarlijst van de Volkskrant, en om die reden extra feestelijk. De Spaanse zangeres Rosalía werd in 2018 uitgeroepen tot allerbeste albummaker van dat jaar, met haar doorbraakplaat El Mal Querer. In 2022 was het bijna weer raak: Rosalía werd tweede met het album Motomami, net achter Big Thief.
En nu, drie jaar later, laat de zangeres uit Barcelona de muziekwereld weer versteld staan, met een album dat in niets lijkt op de twee voorgangers en tot onbetwiste nummer één van 2025 moet worden benoemd. Het is alsof The Beatles weer meedoen aan de jaarlijstjes.
De hele wereld sprak over het album Lux, dat pas vorige maand verscheen. Het ging eerst vooral over de vorm, over de gewaagde orkestrale passages, waarin Rosalía Vivaldi-achtige arrangementen onder haar wondermooie stem laat dreunen. Een gimmick? Daarna werd gesproken over de vele talen waarin ze zingt, van Hebreeuws tot Duits, Italiaans en Mandarijn. Stoerdoenerij?
Toen die storm wat was gaan liggen, konden we echt gaan luisteren en ontdekten we de inhoud van dit vernieuwende meesterwerk. In haar beeldschone liederen zoekt Rosalía naar spritualiteit en sensualiteit, en de wijsheid van inspirerende vrouwen uit het verleden, van nonnen tot heiligen en filosofen.
Haar zinnen zijn kunstwerkjes op zich. Neem het raadselachtige nummer La Yugular, waarin Rosalía zingt dat het hele universum past in een splinter, en de Titanic in de huls van haar lipstick.
Een album als een dikke pil aan wereldliteratuur, oordeelde de recensent. En de laatste bladzijde van Rosalía is nog lang niet omgeslagen.
In 2025 verschenen ook veel albums met een bijzondere cover. Artiesten en ontwerpers zochten duidelijk naar beelden die het goed doen op zowel de hoes van een vinylplaat, als op de streamingplatforms. Volkskrant-beeldredacteur Jimme Bakker heeft zijn favorieten op een rijtje gezet.
Roufaida - Coming Up for Air
Hopelijk draaien de aankomende bezuinigen de Nederlandse serierenaissance niet voortijdig de nek om, want in onze top tien van beste series van het jaar staan maar liefst drie Nederlandse titels van de publieke omroep. Verder bracht dit jaar ons op de eerste hulp, in een verhoorkamer, in Hollywood, in ‘het land Frankrijk’ en bij een mysterieuze stoelenfabrikant. Het gaf ons ook een confronterende blik op de geschiedenis.
2025: het jaar van de Nintendo Switch 2, ’s werelds eerste vakbond voor gamemakers en het uitstel (twee keer) van GTA 6. Maar bovenal was 2025 het jaar van de indiegames: titels gemaakt door relatief kleine teams zonder de steun van de gevestigde uitgevers. De selectie van het gamesteam van de Volkskrant zit er (bijna helemaal) vol mee. Negen games in willekeurige volgorde.
Natuurlijk is niets zo subjectief als het etiket ‘het beste’. Maar van de 298 boeken die het afgelopen jaar door de boekenredactie werden besproken, zijn er een paar die zich stevig in hoofd en hart hebben genesteld. Welke tien waren de allerbeste van 2025?
Source: Volkskrant