Home

Senegal doet een moreel appel op zijn diaspora, maar wat krijgt die ervoor terug?

Senegal Als het aan de Senegalese president Faye ligt, moet de diaspora het land financieel weer overeind trekken. Of die zich herkent in die rol, is onzeker. Bovendien laat de diaspora zich niet vangen in één ervaring. „Wie vertrokken is, weet weer waarom.”

Bezoekers van de eerste Nationale Diasporadag op 17 december in het Senegalese Diamniadio.

Senegal was voor Fatima Diallo lang een verhaal dat nog niet was verteld. Haar band met het land ontstond niet uit doorgegeven herinneringen of een vanzelfsprekend thuisgevoel. Diallo groeide op in het Texaanse Houston met een Amerikaanse moeder en een Senegalese vader, die vanaf haar geboorte uit beeld was verdwenen. Pas in 2018, na een lange zoektocht, vond ze hem terug. Senegal kreeg langzaam betekenis. Definitief terugkeren was geen strategische keuze, maar kwam vanuit het gevoel dat zich langzaam had opgedrongen: dat een deel van haar verhaal elders lag: „Pas toen begreep ik wat Senegal voor mij werkelijk betekende.”Diallo was een van de naar schatting 700.000 Senegalezen in het buitenland tot wie Bassirou Diomaye Faye zich in mei richtte in een plechtige brief. Daarmee wilde de Senegalese president de patriottische snaar van de diaspora raken. Al in de tweede paragraaf schoof Faye een verwachting naar voren: de diaspora moet zich actiever verbinden aan de toekomst van het land. Lees: meebetalen.

Het charmeoffensief komt niet uit de lucht vallen. De diaspora – van wie de meesten in Frankrijk, buurland Gambia en Italië – moeten het land financieel weer overeind trekken. Senegal kampt met een zware schuldenlast, beperkte toegang tot internationale kredietmarkten en een economie die onder druk staat door stijgende kosten en afwachtende investeerders.

Zo belandden de zogeheten Patriot Bonds op tafel, obligaties waarmee Senegalezen in het buitenland geld kunnen lenen aan de staat voor publieke investeringen. Overmakingen uit het buitenland vormen al jaren een stabiele, bijna structurele geldstroom in de Senegalese economie. Volgens de Wereldbank gingen geldtransfers in 2023 richting de 10 procent van het bbp, goed voor zo’n 1.600 miljard CFA frank (omgerekend bijna 2,5 miljard euro).

Diaspora December

De presidentiële handreiking kreeg woensdag een ceremonieel slotakkoord en voor het eerst een vaste plek op de kalender: in december keert de diaspora traditioneel terug. In een zorgvuldig georkestreerde dag van symboliek en nationale verbeelding werd het register volledig opengetrokken: Faye bracht zelfs voetbalicoon Sadio Mané in stelling. „De Senegalese diaspora is geen randverschijnsel”, sprak Faye. „Zij vormt een integraal onderdeel van het leven, de geschiedenis en de toekomst van onze natie.”

Maar de diaspora laat zich niet vangen in één ervaring. In Dakar beweegt de Senegalees-Amerikaanse Diallo zich op de plekken waar dat beeld voortdurend schuift. Als onderdeel van het pas opgerichte netwerk Niofar Circle – ‘wij zijn verbonden’ – verzet zij zich tegen de benadering waarin diaspora wordt herleid tot geldstromen. Het door vrouwen geleide collectief wil die betekenis verschuiven naar gemeenschapsvorming. „Terugkomen blijft altijd dubbel”, vertelt Diallo. „Eerst denk je: we zijn thuis, we kunnen ademen. En bijna meteen daarna voel je: maar eigenlijk horen we hier ook niet helemaal.”

De Senegalese president Bassirou Diomaye Faye houdt op 17 december een toespraak tijdens de eerste Nationale Diasporadag, in de stad Diamniadio.

Parallel aan de overheidsinitiatieven organiseert haar collectief een eigen Diaspora December met werksessies en ontmoetingen tussen lokale ondernemers en leden van de diaspora. Met ‘diaspora’ doelt de overheid vooral op Senegalezen in het buitenland die geld overmaken, zegt Diallo. „Wij willen die definitie uitbreiden. Of het nu om de Caribische gemeenschap, mensen uit andere Afrikaanse landen of de omvangrijke Libanese gemeenschap gaat. Voor ons maken zij allemaal deel uit van de diaspora. We zeggen: we zijn hier, we blijven hier, en dit is hoe diaspora er óók uitziet”.

Op papier lijkt het vertrouwen van de Senegalese diaspora in de staat nauwelijks ter discussie te staan. De Senegalese overheid kondigde aan 300 miljard CFA-frank te willen ophalen bij Senegalezen in het buitenland. Binnen twee dagen stroomde ongeveer 450 miljard CFA-frank binnen.

Het zijn cijfers die Bousso Gueye, verantwoordelijk voor diaspora-investeringen bij het staatsfonds Fonds d’Appui à l’Investissement des Sénégalais de l’Extérieur (FAISE), als bewijs aanvoert. „Wanneer je de helft meer dan het oorspronkelijke doel ophaalt, kun je moeilijk spreken van een vertrouwensprobleem”. Tegelijk erkent zij dat dit vertrouwen historisch beschadigd is geraakt. Zwak economisch bestuur ging gepaard met gebrekkige rechtsbescherming, zware bureaucratie en wispelturig beleid, waardoor investeren vanuit het buitenland structureel riskant werd. „Dat vertrouwen heeft klappen gekregen,” erkent Gueye. „Het zijn reële problemen, maar ze zullen niet worden genegeerd.”

Terwijl de staatskas onder druk staat, schuift de staat zichzelf ondertussen naar voren als betrouwbaarste partner. Ja, Senegal verkeert in een financiële crisis, zegt Gueye. „Maar eigenlijk kun je geen betere partner vinden dan de staat. Hij is er, hij blijft. De staat is één, ondeelbaar en permanent.”

De grote sprong

Wanneer hij uit de Yango – de lokale taxidienst – stapt, strijkt Atoumane Fall (46) zijn fijnmazig geruite pak glad. Zijn blik valt op de lange rijen die zich hebben gevormd voor de ingang van het evenementencentrum CICAD, ver buiten het centrum van Dakar. Ruim tweeduizend genodigden hebben zich verzameld om president Faye de diaspora te zien toespreken ter gelegenheid van National Diaspora Day. „De vraag is of dat ook werkelijk inhoud krijgt, of dat het vooral politieke taal blijft”.

Fall kent de afstand tussen Dakar en Europa als een dagelijkse rekensom. Voor veel Senegalezen in Europa is het leven duur en de verantwoordelijkheid om familie in Senegal overeind te houden onontkoombaar. Vanuit Turijn stuurt hij maandelijks ongeveer de helft van zijn salaris op naar familie. Sinds hij begin 2000 op een studentenvisum via Duitsland in Italië aan de slag ging als telecombeheerder, is hij nooit permanent teruggekeerd. De afgelopen tijd is hij vaker in Senegal om zijn nieuwe onderneming te lanceren, die Italiaanse cosmetica en basisproducten naar de Senegalese markt brengt.

Maar de grote sprong – een definitieve terugkeer – waagde hij nog niet. Fall staat op een kruispunt dat veel Senegalezen in de diaspora herkennen. Tussen verwachting en wantrouwen. Want wat moest hij nu geloven, wanneer de overheid sprak over verborgen schulden, daarna over plots beschikbare miljarden en dat verhaal later weer bijstelde? Hij schuift zijn zwarte bril iets hoger op zijn neusrug. „Waarom zou ik geld geven aan iemand die mij vandaag iets anders vertelt dan gisteren?”

Al bij zijn aantreden riep president Faye ook Senegalezen in het buitenland op zich te scharen achter het economische herstelplan ‘Senegal 2050’. In diaspora-kringen werd dat al snel gelezen als een uitnodiging om terug te keren, of zich op zijn minst steviger aan het land te verbinden. Die eerste uitgestoken hand wekte verwachtingen: deze nieuwe politiek leider zou orde kunnen scheppen in de puinhopen die zijn voorganger Macky Sall had achtergelaten.

Inmiddels is het beeld gekanteld. De schuldgraad ligt rond de 119 procent van het bbp en een IMF-programma van 1,8 miljard dollar is opgeschort wegens eerdere schuldmisrapportage. Senegalese staatsobligaties worden met forse kortingen verhandeld. Volgens Fatou Faye, onafhankelijk onderzoeker op het gebied van migratie en diaspora, is het een bevestiging van wat Senegalezen in het buitenland al wisten: dat de structurele problemen die hen ooit deden vertrekken, niet zijn verdwenen. „Wie vertrokken is, weet weer waarom. De diaspora heeft alles over voor zijn land. Maar ze verwacht in ruil beleid dat goed is doordacht, dat daadwerkelijk ontwikkeling mogelijk maakt”.

Morele plicht

De vraag is niet alleen wat Senegal van zijn diaspora vraagt, maar ook wat het bereid is terug te doen. Er is geen stabiel investeringskader, geen heldere zeggenschap en een labyrint van bureaucratische voorschriften. Tijdens een bezoek aan Italië in september verzekerde premier Ousmane Sonko nog dat de diaspora-obligaties om veilige investeringen, met staatsgaranties, toezicht en audits, zou gaan. Tegelijk drukte hij de diaspora op het hart dat ze meer is dan louter een geldstroom, maar drager van kennis en ervaring. „In de taal wordt ze aangesproken als morele plichtdrager om mee te bouwen aan het land.”, zegt Faye. „Maar in de praktijk zijn ze geen volwaardige partner. Investeren vergt vertrouwen. En louter patriottisme is geen investeringsmodel”.

Wanneer de diaspora investeert, gebeurt dat vooral in vastgoed. Volgens studies van de Wereldbank en de Senegalese centrale bank gaat naar schatting een derde tot bijna de helft van alle diaspora-investeringen naar woningbouw en grond. Atoumane Fall ziet er vooral een teken van beleidsfalen in. Vastgoed vraagt geen institutionele bescherming, geen toegang tot krediet en geen complexe procedures, zegt hij. „Je spaart, je komt terug, je bouwt een huis, je verhuurt het en bent weer weg. Dat heeft geen enkele impact op de Senegalese economie, behalve op je eigen portemonnee.”

In Turijn is Fall een bekend aanspreekpunt binnen de Senegalese diaspora, met een uitgebreid netwerk. Een verzoek om een toespraak te mogen houden tijdens National Diaspora Day werd weggewuifd toen duidelijk werd waarover hij het woord wilde voeren. „Te kritisch”, grijnst hij. Sowieso heeft hij zijn bedenkingen of Senegalezen uit het buitenland daadwerkelijk worden betrokken in het diaspora-beleid. We worden gezien als vangnet, niet als partner, zegt Fall. „Voor een Italiaans plan rond hun Afrika-beleid werd ik wél uitgenodigd om mee te denken. Maar mijn eigen land betrekt mij er niet bij. Dat is pijnlijk.”

Zesde regio

De vraag wie in beeld komt en wie niet, is geen nieuwe kwestie. De Afrikaanse diaspora moest eerst worden uitgevonden voordat ze kon worden aangesproken. Het kostte de Afrikaanse Unie (AU) meerdere toppen om in 2005 vast te stellen wie er eigenlijk onder dat begrip viel: mensen van Afrikaanse afkomst die buiten het continent leven en die bereid zijn bij te dragen aan de ontwikkeling van het continent.

Inmiddels sleutelt de Afrikaanse Unie niet langer aan de definitie, maar aan haar plaats binnen het continentale project. Sinds 2013 probeert zij die vorm te geven als een ‘zesde regio’ van Afrika en buigt het zich over hoe de versnipperde werkelijkheid van de diaspora betekenisvol kan worden gemaakt.

Volgens Benoît Ngom, directeur aan de African Diplomatic Academy in Dakar, spreken landen vooral over hun eigen mensen in het buitenland als verlengstuk van het nationale project. Dat wringt met het AU-ideaal van de diaspora als zesde regio van Afrika. „Die nationale benadering heeft zijn grenzen. Als iedereen vasthoudt aan zijn eigen nationale interpretatie van diaspora, de Senegalese diaspora hier, de Tunesische daar: hoe gaan we dan in godsnaam Afrika als geheel heropbouwen?”

De Amerikaans-Senegalese Diallo frunnikt wat aan haar gouden schelpvormige oorbel. Wat vandaag wordt gepresenteerd als hernieuwde betrokkenheid, haakt aan bij iets dat al generaties meebeweegt. Het idee van terugkeren of opnieuw verbinding zoeken is cultureel diep verankerd in Senegal en elders op het continent, vertelt Diallo. „De verbinding tussen diaspora en thuisland is geen nieuw concept. Het staat nu misschien op de politieke agenda maar het is iets dat diep in onze wortels zit.”

Source: NRC

Previous

Next