De wetenschapsredactie van de Volkskrant selecteerde de beste 17 wetenschapsbeelden van het jaar – geduid door experts.
Het oog wil ook wat, vinden we hier op de wetenschapsredactie van de Volkskrant. Daarom selecteerden we de mooiste wetenschapsbeelden van het jaar. Want, wow, kijk eens naar die schitterende sarcofaag van Toetanchamon, in het pas geopende Grand Egyptian Museum. Of naar de Melkweg zoals u die nog nooit eerder zag. Of naar het intieme zelfportret van de patiënt met elektroden uit zijn hoofd.
Het woord mooi in ‘mooiste beelden’ voldoet niet altijd, geven we direct toe. Bosbranden, modderstromen, een olifant die leeft op een afvalberg: het zijn juist verontrustende taferelen, die vreemd genoeg toch fotogeniek kunnen uitpakken.
Bij elk beeld vroegen we een expert om de foto te duiden, omdat die nu eenmaal meer ziet dan een leek. Neem alleen al de close-up van de springspin verderop: ‘Opwinding verzekerd: het spanningsveld tussen herkend worden als partner of als prooi is delicaat.’
Veel kijk- én leesplezier gewenst.
Tonie Mudde, chef wetenschapsredactie
Foto Donglin Zhou
Iris de Winter
lemurenonderzoeker aan de Universiteit Utrecht en directeur van het Apenheul Natuurbehoudfonds.
Moeders en kinderen eerst
Lichtvoetig danst deze groep rode maki’s over een puntige klif aan de westkust van Madagaskar. Hoe de halfapen hun poten niet bezeren, is wetenschappers een raadsel. De zogeheten tsingy – langzaam door erosie ontstaan, nadat het eiland 200 miljoen jaar geleden afbrak van het Afrikaanse vasteland – zijn namelijk vlijmscherp.
Vanaf de bloedhete rotsen dalen de rode maki’s af naar het bos. Daar zoeken ze het liefst naar vruchten en bloemen. Vandaag moeten ze het echter doen met schors en bladeren, zo verraadt de dorre boom links onderin: het is droogseizoen. De foto viel in de prijzen bij de BigPicture-wedstrijd voor natuurfotografie.
Een ander detail: het jong dat zich vastklampt aan zijn springende moeder. Hij is halverwege zijn ‘migratie’ van buik naar rug, die hij voor zijn zesde levensmaand zal voltooien. Moeder gaat als groepsleider voorop. Haar springtechniek is bijzonder: in tegenstelling tot andere primaten kantelen maki’s hun lichaam in de lucht, zodat ze op hun achterpoten terechtkomen.
Nathan Lont
Foto Andrea Dominizi / Wildlife Photographer of the Year
Aglaia Bouma
entomoloog bij Naturalis Biodiversity Center
Een antenne voor drama
Dit prijswinnende beeld (goed voor de Young Wildlife Photographer of the Year Award 2025) van de in Italië levende boktor Morimus asper ademt drama. Toch kun je er twee kanten mee op. De donkere blik: met het kappen van bomen verdwijnen zijn kraamkamers, bestaande uit dood hout. Dat wordt hier verwijderd door de gele grijper.
Vluchten kan niet meer: de dekschilden van de boktor zijn vergroeid en bestaan uit één geheel, in plaats van twee helften. Aan zijn sierlijke, neerwaarts hangende antennes zou je neerslachtigheid kunnen aflezen. In werkelijkheid hangen die antennes (bij mannen langer dan bij de vrouwelijke kevers) om beter te kunnen ruiken. Ruikt hij onraad of juist kansen?
Volgens het bijschrift laten de natuurbeheerders de gevelde bomen nu liggen. Dat biedt kansen voor de boktor. En voor de natuur, want de kever is een belangrijke schakel in het ecosysteem. Het dode hout dat hij eet, is als uitwerpsel een welkome voedingsbron voor planten. Boktorren (er bestaan wereldwijd zo’n 35 duizend soorten) hebben een slechte naam: ze zouden onze huizen aantasten. Dat is maar zelden het geval. Deze opruimers verdienen beter. Een prijswinnende foto bijvoorbeeld.
Jean-Pierre Geelen
Foto Tom Nickels / World Nature Photography
Maarten Loonen
universitair hoofddocent arctische ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen
Een ijsbeer is geen golden retriever
Een ijsbeer lijkt vrolijk door het water te dartelen met een stuk hout. Het deed de Finse fotograaf Tom Nickels denken aan een spelende golden retriever, schreef hij bij zijn winnende foto in de World Nature Photography Award. Toch kan hij het maar beter bij een golden retriever houden, zegt de kenner: zo poezelig als op deze foto is een ijsbeer bepaald niet. Het bloeddoorlopen oog en die ferme klauwen benadrukken al zijn imposante verschijning.
IJsberen zijn ronduit gevaarlijk. Ze verdienen meer ontzag dan een naderende fotograaf (zoals deze op Spitsbergen) aan de dag zal leggen. Ook al omdat het tot zijn jachttechniek hoort zijn beoogde prooi (zeehond of mens) zich onbespied te doen wanen – tot hij, soms met omtrekkende beweging, genadeloos toeslaat. Met zijn 40 kilometer per uur valt daar niet tegenop te rennen.
IJsberen naderen steeds vaker mensen. Sinds de jacht in 1973 werd verboden, zijn ze mensen minder als gevaar gaan zien. Bovendien vertonen ze zich vaker op land, nu het ijs steeds verder weg raakt.
Waar komt dat stuk hout trouwens vandaan? Op Spitsbergen staat geen begroeiing die dit produceert. Een mens moet het er hebben achtergelaten, of de zeestroming heeft het daar gebracht. De stranden van Spitsbergen liggen vol met boomstammen uit Siberië. Maar dat zal de ijsbeer vermoedelijk koud laten.
Jean-Pierre Geelen
Foto Lakshitha Karunarathna / Wildlife Photographer of the Year
Shermin de Silva
bioloog aan de Universiteit van Californië in San Diego en auteur van het boek Elephants: Behavior and Conservation
Eiland in een afvalzee
Het is de gekozen hoek die deze foto zo krachtig maakt. De olifant, toch allerminst een klein dier, lijkt gereduceerd tot een miniscuul eiland, dobberend in zee van afval.
In de Ampara-regio in het oosten van Sri Lanka, waar fotograaf Lakshitha Karunarathna deze Aziatische olifant vastlegde, is het een bekend tafereel: olifanten die de vuilstortplaatsen afschuimen op zoek naar voedsel. In het hele land liggen 54 van zulke afvalbergen, zelden uitgerust met degelijke elektrische hekken die de dieren op afstand houden. Geregeld verschijnen er ook volwassen vrouwtjes met pasgeboren kalfjes, aan wier achterwerk slierten plastic bungelen, als ongewenste linten.
Olifanten zijn alleseters en ze passen zich makkelijk aan. De mens speelt hierin een rol: toeristen en bewoners geven hun vaak zoet en calorierijk eten, waardoor ze op zoek gaan naar meer.
Niet zonder risico. Tussen de resten op de vuilnisbelt liggen scherpe voorwerpen en giftige materialen. Een ingeslikt stuk plastic kan de darmen blokkeren. Om nog maar te zwijgen over rottend vlees dat een broeinest vormt voor infectieziekten. In de afgelopen acht jaar zouden in deze regio zo’n twintig olifanten hierdoor zijn gestorven.
Anna van den Breemer
Foto’s Ami Vitale / The Nature Conservancy, Jon A Juárez / Wildlife Photographer of the Year
Lars Versteege
curator van Safaripark Beekse Bergen en EEP-coördinator voor de witte neushoorn en zuidelijke cheeta
Een flinke verhuizing
Plotseling ontwaakt deze puntlipneushoorn uit haar verdoving tijdens de verhuizing naar een reservaat in Kenia. Haar verzorgers maken dat ze wegkomen. De verdoving moest snel worden opgeheven toen ze stopte met ademen. Om medische ingrepen uit te voeren op zo’n groot dier moeten verzorgers er vaak op klimmen, om er vervolgens vanaf te vallen als het ineens opstaat. Dat is waarschijnlijk de reden dat er iemand over de grond rolt. De foto viel in de prijzen bij de BigPicture-wedstrijd voor natuurfotografie.
Een succesvol fokprogramma in Kenia leidde tot een groeiende populatie van de puntlipneushoorns. Dit heeft ook een keerzijde. Aangezien neushoorns territoriaal zijn, leidt een te hoge dichtheid tot dodelijke gevechten. Oplossing: verhuizing van neushoorns – translocaties volgens experts. Al zijn die wel gevaarlijk voor zowel dier als verzorger.
Nog erger bedreigd is de noordelijke witte neushoorn, waarvan er wereldwijd nog maar twee leven. Onderzoekers willen via ivf met bewaard genetisch materiaal proberen de soort te redden. Als oefening creëerden ze een embryo van een zuidelijke witte neushoorn, dat na terugplaatsing de eerste ivf-neushoornfoetus werd. Door een infectie overleed de draagmoeder, maar experts blijven hoopvol dat het een volgende keer wel gaat lukken.
Anna van Asselt
Foto Muir Vidler / Wellcome Photography Prize 2025
Ilse van Straaten
klinisch neurofysioloog bij Kempenhaeghe (expertisecentrum voor complexe epilepsie)
Op zoek naar epilepsie
Stroomdraden die uit een hoofd steken, elektroden op roestkleurige sproeten. Het blijft een vreemd gezicht: een mens gekoppeld aan een machine. Al staat die machine (een signaalversterker) op deze foto buiten beeld.
De Britse fotograaf Muir Vidler, die dit zelfportret in het ziekenhuis maakte, zag het vooral als een manier om zijn ziekte, epilepsie, in beeld te brengen. Want daarom is hij gekoppeld aan die machine: zijn artsen hopen met elektroden diep in zijn brein tot op de millimeter nauwkeurig te kunnen bepalen waar zijn epileptische aanvallen beginnen.
Als ze één duidelijk beginpunt vinden en dat punt ligt ver genoeg van belangrijke hersengebieden, zoals spraak, kan een chirurg precies dat stukje hersenen verwijderen. Weg is de epilepsie.
Maar eerst is dus dit onderzoek nodig, dat in Nederland jaarlijks zo’n zeventig epilepsiepatiënten ondergaan. Een neurochirurg boort gaatjes in de schedel. In totaal zo’n tien tot veertien stuks. In elk gat gaat een diepte-elektrode: een staafje van kunststof, zo dik als een satéprikker. Dit alles onder narcose.
Na het ontwaken begint het lange wachten op epileptische aanvallen. Het onderzoek kan een week duren, soms twee. Tijd genoeg voor een zelfportret.
Kaya Bouma
Foto Mohamed Abd El Ghany / Reuters
Daniel Soliman
conservator Egyptische en Nubische collectie, Rijksmuseum van Oudheden
Betoverd door Toet
Daar rechts: dat jongetje met de speen. Misschien nog wel veelzeggender dan de betoverende, in verguld hout uitgevoerde sarcofaag van Toetanchamon, is de blik van de betoverde. Zien we hier hoe bij zomaar een Egyptisch jongetje de kiem wordt gelegd voor een fascinatie met het verleden?
Dat zou dan ‘missie geslaagd’ zijn voor Egypte, het land dat dit najaar de opening van zijn Grand Egyptian Museum (GEM) live uitzond op televisie. Al is er ook alle kans dat het jongetje een toerist is. Het supermuseum trekt immers wereldwijde belangstelling, in de buurt is zelfs een nieuw vliegveld aangelegd. De Toetanchamon-zaal is het hoogtepunt: om er binnen te komen, moet je in een zigzaggende rij staan, als voor de douane.
De kist zelf is de buitenste van een serie van drie, die als matroesjkapoppetjes in elkaar zaten, en zat zelf weer in een stenen sarcofaag. Op de buik van Toet is de godin Isis te zien, die haar gevleugelde arm beschermend om de koning slaat. Aan de andere kant spiegelt haar zus Nephthys haar gebaar.
Verlaten heeft de kist Egypte nooit. Na de opgraving, in 1922, besloot het net onafhankelijke Egypte dat de grafinhoud in het land zou blijven.
Maarten Keulemans
Foto David B. Torch/The New York Times
Vanessa Evers
directeur Centrum Wiskunde & Informatica
Een huid van stof
Daar staat-ie, een beetje hulpeloos, terwijl twee technici om hem heen staan. Ondertussen wordt Neo, want zo heet hij, opgeladen. Neo kijkt naar buiten, voor het eerst misschien wel.
De humanoïde thuisrobot van techbedrijf 1X Technologies moet allerlei dagelijkse huishoudelijke taken kunnen overnemen, zoals de was opvouwen, koken of de vuilnis buitenzetten. Ook moet Neo als persoonlijke assistent of thuisleraar kunnen gaan fungeren. Veel moet hij nog leren: als taken te ingewikkeld zijn, kijken medewerkers van 1X op afstand mee.
Maar waarom zien dit soort robots er altijd zo mensachtig uit? Nuttig is dat niet per se. Een robot kan beter een stevige basis hebben en een laag zwaartepunt. Wieltjes ook. Maar misschien is het idee wel dat een robot in de vorm van een mens altijd ook op plekken kan komen waar mensen kunnen komen, zoals smalle gangen. Een prozaïscher reden: investeerders zijn dol op humanoïde robots.
En dan Neo’s uiterlijk: anders dan andere robots bestaat zijn ‘huid’ uit stof. Dat is lekker zacht en aaibaar, maar niet zo praktisch. Je moet er niet aan denken dat Neo morst met een mooi glas Barbaresco. Wie doet Neo in de was? Kan hij zijn omhulsel zelf afritsen? Ook als de rits aan de achterkant zit?
Laurens Verhagen
Foto Jiri Cerny / Nikon Small World
Peter van Helsdingen
gastonderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center
Tussen partner en prooi
Dit is geen eigentijdse Halloween-vermomming uit de plaatselijke feestwinkel, maar de macro-opname van een spin. De twee ogen staren de toeschouwer doordringend aan. De vier omliggende ogen maken minder indruk. Een vierde paar ogen is op de foto niet eens zichtbaar – ze zijn klein en vermoedelijk niet eens functioneel.
Aan de stand van die ogen herkent de kenner een springspin. Om welk lid van de familie van 6.850 soorten het precies gaat, valt niet te zien. De rode kleur doet vermoeden dat het geen in Nederland levende soort is.
Springspinnen vangen hun prooi op zicht. Wanneer de prooi beweegt, volgen ze die met de ogen en bespringen ze hem zodra de afstand de juiste is. Vangen op zicht is bij spinnen een uitzondering, andere spinnen reageren op trillingen of maken een vangweb. Bij spinnen die zo goed kunnen zien hoort ook een balts met gebaren: het mannetje zal met zijn opvallende gekleurde tasters (palpen) zwaaien en dansjes uitvoeren tot het vrouwtje hem accepteert voor een paring. Opwinding verzekerd: het spanningsveld tussen herkend worden als partner of als prooi is delicaat.
Jean-Pierre Geelen
Foto Institute for Bioengineering of Catalonia
Samuel Ojosnegros
hoofdonderzoeker Institute for Bioengineering of Catalonia (IBEC)
Nestelen in de baarmoeder
Zo ongeveer zag u eruit, aan het prille begin van uw leven. Een klein klompje cellen met grote ambities. Wetenschappers uit Barcelona slaagden er dit jaar in om voor het eerst live in beeld te brengen hoe een menselijk embryo zich innestelt in de baarmoeder.
Dat gaat relatief vaak mis, met miskramen tot gevolg. Fundamenteel begrip in hoe zo’n innesteling werkt, kan mogelijk leiden tot betere behandelingen bij vruchtbaarheidsproblemen.
Een kijkje in een echte baarmoeder, dat was technisch wat veel gevraagd. Daarom bouwden de wetenschappers een matrix die de omstandigheden in de baarmoeder nabootst in een petrischaaltje. Daar plaatsten ze embryo’s in, overtollige exemplaren van vruchtbaarheidsbehandelingen, gedoneerd voor de wetenschap.
Een microscoop met time-lapsevideo registreerde vervolgens de actie, waarbij de kleuren de verschillende onderdelen van het embryo markeren. Zo is te zien hoe een embryo het baarmoederweefsel binnendringt met verrassend veel kracht. Dat zou weleens een verklaring kunnen zijn voor de buikpijn die sommige vrouwen voelen bij het begin van de zwangerschap.
Tonie Mudde
Foto Xuan Cueto/Getty
Cathelijne Stoof
natuurbrandenexpert aan de Wageningen Universiteit.
Het vuur leren lezen
‘Help! Met alles wat je hebt!’, was afgelopen zomer de vraag van Spanje aan de Europese Unie, nadat in een perfect storm alle voorwaarden voor hevige bosbranden waren samengekomen. Een erg natte winter leidde tot veel vegetatie, door een extreem droge lente en zomer droogde die vegetatie sterk uit en vele brandhaarden leidden tot verwoestende branden.
Maar dit beeld, uit Castilla y Léon in Noord-Spanje, is sereen. Rook overheerst, de vlammen in de achtergrond vallen pas in tweede instantie op, de brandweerman in het midden staat rustig te kijken – wie ervaring heeft, kan vuur en landschap ‘lezen’, zien welke kant de brand opgaat en die stoppen.
Vuur hoort bij delen van de wereld zoals water bij Nederland. Je moet ermee leven, maatregelen treffen om het beheersbaar te houden en een zeker risico accepteren. Nieuwsfoto’s laten over het algemeen alleen de rampzalige gevolgen van natuurbranden zien. Dat geeft een eenzijdig beeld, want bij 99 procent ervan is het vuur kabbelend en beheersbaar. Vaak is het mogelijk het vuur te beheersen in plaats van het te laten bepalen wat het doet. Zelfs als de perfecte storm toeslaat.
Hanneke de Klerck
Foto Clarens Siffroy / AFP
Nadia Bloemendaal
orkaanonderzoeker bij het KNMI en aan de Vrije Universiteit
De modder door Melissa
Vluchten is geen optie meer, wanneer je een bulderende golf van modder op je af ziet komen. Alles op haar pad gaat mee. Zo ook deze auto’s in Petit-Goâve, Haïti.
De boosdoener: Melissa, de catastrofale orkaan die het Caribische gebied eind oktober teisterde. Binnen 24 uur groeide zij uit van een tropische storm tot een orkaan van de vierde categorie, later zou ze de gevreesde vijfde (en hoogste) bereiken. Windstoten van 404 kilometer per uur volgden, op sommige plekken viel een meter regen.
Op slakkentempo kroop Melissa langs Haïti, waar de neerslag dagenlang bleef komen. Een rivier in Petit-Goâve kon de toestroom niet meer aan en trad buiten haar oevers.
Een overrompelende modderstroom volgde. De hoger gelegen huizen op de foto hielden stand. De auto’s op de voorgrond was dat niet gegund en gingen bijna kopje onder in de prut. Inzittenden waren er gelukkig niet. Die zouden hoogstwaarschijnlijk zijn verdronken – het water in de voorste auto reikt nagenoeg tot het plafond.
Toch eiste de ravage alleen in deze kuststad al twintig levens. Het puinruimen zal maanden duren; de menselijke schade is onherstelbaar. Klimaatverandering speelt een rol: orkanen gedijen bij zeewater van 27 graden, bij Melissa werd de 30 graden aangetikt.
Dankzij de grote vervuilers der aarde zullen zeewatertemperaturen blijven stijgen en vernietigende orkanen vaker voorkomen, is de verwachting. Kwetsbare, arme landen als Haïti zijn de dupe. Ondanks hun smeekbedes blijven serieuze klimaatherstelbetalingen grotendeels uit.
Nathan Lont
Foto Sandipani Chattopadhyay / Wellcome Photography Prize 2025
Hebe Verrest
sociaal geograaf aan de Universiteit van Amsterdam.
Een klein beetje vies water
Een vrouw en zes kinderen zitten rond een piepklein beetje water in een wel heel drooggevallen rivierbedding. Zij vult een kom met vies water, terwijl de kinderen om haar heen zitten te wachten met deels gevulde kommen. Als drinkwater lijkt het water niet geschikt, maar het kan bedoeld zijn om te wassen of groenten te bevloeien.
In Purulia, een district in West-Bengalen, India, is het vaker droog. Dat is verergerd door klimaatverandering, waardoor het moessonseizoen niet altijd meer regens brengt. De Indiase fotograaf Sandipani Chattopadhyay probeert vast te leggen wat de gevolgen daarvan zijn. Deze foto dong mee naar de Photography Prize 2025 van de Britse liefdadigheidsorganisatie Wellcome.
De effecten van klimaatverandering komen wereldwijd vooral terecht bij landen, gebieden en groepen die er het minst verantwoordelijk voor zijn. Op plaatselijk niveau treft het vooral vrouwen en meisjes, van wie wordt verwacht dat ze voor water zorgen, ook als ze dat van ver weg moeten halen of er meer voor moeten betalen. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat kinderen geen tijd overhouden voor school en vrouwen voor betaald werk, of dat de koopkracht verder onder druk komt te staan.
Hanneke de Klerck
Foto Lian Zhen / Xinhua / Abaca
Wilfried van Sark
hoogleraar integratie van zonne-energie aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht
Zon uit de woestijn
8 gigawatt is de beloofde capaciteit van dit zonnepark in de Noord-Chinese Kubuqiwoestijn. Zou je zo’n park in Nederland uit de grond stampen, dan groeit het nationale zonnestroomarsenaal in één klap met ruim 25 procent.
Een hoogst hypothetische exercitie, uiteraard. Een uitgestrekte, zonovergoten woestijn als deze is hier ver te zoeken. Inspecteer het afgebeelde landschap maar eens goed: zover het zicht reikt, zijn dezelfde glooiende zandduinen te zien.
Efficiëntie is het credo bij de bouw van zo’n kolossaal zonnepark. Installatie kan bijna op de automatische piloot – en dus spotgoedkoop. Alle panelen richten zich op het zuiden, in een ideale hoek afgesteld, om zo veel mogelijk zonnekracht te oogsten. In de twee grijze gebouwen – links en rechts op de foto – wordt de opgewekte gelijkstroom omgevormd tot wisselstroom, zodat het elektriciteitsnet ermee uit de voeten kan.
Verder opvallend: de zonnepanelen zweven een flink stuk boven de grond. Vermoedelijk heeft dit te maken met de ‘florerende zandplanten’ die volgens de Chinese overheid onder de panelen groeien. Daarvoor is water nodig. De bron, daar in die kurkdroge woestijn: gezuiverd afvalwater van de kolencentrale verderop.
Een woestijn-zonnepark vergt sowieso een behoorlijke hoeveelheid water. Zonder een fatsoenlijke schoonspoel-installatie zijn de zonnecellen namelijk in een wip onbruikbaar: de woestijnwind bestuift de panelen voortdurend met zand.
Nathan Lont
Foto Andrew McCarthy
Jorrit Leenaarts
directeur van het instituut voor zonnefysica aan de universiteit van Stockholm
De zon en de man
De val van Icarus, doopte astrofotograaf Andrew McCarthy dit beeld van een parachutespringer in vrije val voor de zon, en het kost weinig fantasie om te zien waarom. Het project vergde een wekenlange voorbereiding van de fotograaf en zijn vriend Gabriel Brown, de springer in kwestie. Ze moesten onder meer heel precies het pad van de zon kennen, zodat het vliegtuig Brown op exact het juiste moment kon loslaten, waarna McCarthy vanaf de grond man en ster samen in één beeld kon vangen.
Daarbij valt bovendien op hoe goed de zon zélf op de foto staat. Dat is technisch indrukwekkend, gezien het feit dat de aardatmosfeer de neiging heeft licht uit te smeren. De foto is gemaakt met een filter dat een hogere laag van de atmosfeer ziet dan met het blote oog mogelijk was geweest.
Naast het zwart van het silhouet van Brown zijn donkere zonnevlekken zichtbaar: plekken waar het magneetveld dat geladen materie rond de zon in bedwang houdt, sterker geconcentreerd is. Verder duiken donkere slierten op, filamenten vol gas dat iets koeler is dan het loeihete plasma op de achtergrond, dat bovendien op zijn heetst is in de heldere, bijna witte structuren om Brown heen.
George van Hal
Foto’s Firefly Aerospace / AFP
Marc Klein Wolt
astronoom aan de Radboud Universiteit, van wie een radio-experiment meereisde met de Chinese maanmissie Chang’e-4
Driemaal aarde
Deze twee foto’s van de commerciële maanmissie Blue Ghost tonen de pracht van de nabije ruimte én die van onze thuisplaneet.
Op een van de foto’s zie je de aarde vanuit de kosmos zelfs dubbel: niet alleen in de verte, tegen het donker van de ruimte, maar ook weerspiegeld op het zonnepaneel van de maanlander. Op de andere foto zie je die lander als schaduw op het grijze maanoppervlak en is de aarde opnieuw zichtbaar, ditmaal gereduceerd tot kleine blauwe bol boven de horizon.
Nadat de maan jarenlang het domein was geweest van overheidsorganisaties als de Nasa en het Russische Roskosmos, markeerde de landing van deze Blue Ghost-missie van Firefly Aerospace de eerste keer dat een commercieel bedrijf succesvol iets neerzette op het grijze stof van de maan.
Zo’n maanlanding is geen sinecure: nog altijd is de naaste kosmische buur een kerkhof van mislukte missies. Maar dat maakt de successen alleen maar inspirerender.
Bovendien openen die de deur naar ambitieuze toekomstige maanplannen, zoals die van Nederlandse astronomen die onder de paraplu van de Esa een grote antenne voor sterrenkundige waarnemingen op de achterkant van de maan willen zetten.
George van Hal
Foto Benjamin Barakat / Milky Way Photograph of the year
Esther Hanko
amateurastronoom en outreach-coördinator bij het sterrenkundig instituut van de Universiteit van Amsterdam
Jemenitische sterrenpracht
Deze foto is genomen op Socrota, een Jemenitisch eiland, en bestaat eigenlijk uit zes foto’s. De eerste, van de bomen op de voorgrond, een type dat alleen hier groeit, is genomen tijdens het ‘blauwe uur’ in de schemering. De andere vijf foto’s zijn van de sterrenhemel, die ons een vertrouwde blik van binnenuit op ons thuissterrenstelsel de Melkweg gunnen. Deze vijf zijn nadien digitaal ‘gestapeld’ tot één nachtelijke hemel.
Hoewel je deze kosmische compositie in bruin, paars, oranje en blauw nooit zo met het blote oog kunt zien – je ogen zijn er simpelweg onvoldoende gevoelig voor – zijn alle kleuren op deze foto wel echt. De fotograaf, Benjamin Barakat, gebruikte voor de hemelfoto’s een statief dat meedraait met de aarde. Doe je dat niet, dan worden de sterrenpuntjes strepen.
Deze foto toont de Nederlandse kijker bovendien de nachtelijke hemel zoals je die hier niet kunt zien. Niet alleen omdat de lichtvervuiling hier het zicht op dit soort sterrenpracht ontneemt, maar ook omdat we vanaf onze locatie op aarde zicht hebben op een iets ander deel van de uitgestrekte kosmos om ons heen, dan vanaf dit eiland in de noordwestelijke Indische Oceaan.
George van Hal
Natuurlijk is niets zo subjectief als het etiket ‘het beste’. Maar van de 298 boeken die het afgelopen jaar door de boekenredactie werden besproken, zijn er een paar die zich stevig in hoofd en hart hebben genesteld. Welke tien waren de allerbeste van 2025?
Hopelijk draaien de aankomende bezuinigen de Nederlandse serierenaissance niet voortijdig de nek om, want in onze top tien van beste series van het jaar staan maar liefst drie Nederlandse titels van de publieke omroep. Verder bracht dit jaar ons op de eerste hulp, in een verhoorkamer, in Hollywood, in ‘het land Frankrijk’ en bij een mysterieuze stoelenfabrikant. Het gaf ons ook een confronterende blik op de geschiedenis.
2025: het jaar van de Nintendo Switch 2, ’s werelds eerste vakbond voor gamemakers en het uitstel (twee keer) van GTA 6. Maar bovenal was 2025 het jaar van de indiegames: titels gemaakt door relatief kleine teams zonder de steun van de gevestigde uitgevers. De selectie van het gamesteam van de Volkskrant zit er (bijna helemaal) vol mee. Negen games in willekeurige volgorde.
Source: Volkskrant