Slachtoffers van destructieve relaties willen niet per se een aanklacht schrijven, maar wel hun verhaal ergens kwijt. Dat gaat echter niet zo eenvoudig, terwijl gesprekken hierover noodzakelijk zijn.
Een grote Europese studie rapporteerde vorig jaar dat een op de vijf vrouwen ooit fysiek of seksueel huiselijk geweld heeft meegemaakt, en een op de drie psychisch geweld door een (ex-)partner. Een ander grootschalig onderzoek door de Universiteit van Amsterdam toont aan dat de effecten van partnergeweld langdurige littekens kunnen achterlaten. Niet alleen psychisch, maar ook in de vorm van chronische stressklachten.
Herkenbaar voor mij. Ik maakte een liefde mee met kleine verschuivingen; hoe geborgenheid langzaam omsloeg in dreiging. Ik begreep niet hoe dit kon gebeuren. En in hoeverre het allemaal aan mij lag. Die verwarring bleef me achtervolgen, zelfs lang nadat ik de relatie had verbroken.
Ik ben schrijver. Taal is mijn manier om te verwerken en te verbinden. Ik wilde begrijpen hoe ik destijds zo ver van mezelf kon afdrijven. Waarom ik bleef, terwijl ik wist dat blijven alles verergerde. En waarom zoveel vrouwen dat herkennen, maar er zelden woorden aan geven. Niet omdat ze niet wíllen spreken, maar omdat ze weten dat er een prijs aan hangt.
Mensen waarschuwden me vooraf: als je dit openbaar maakt, krijg je problemen. Dus koos ik voor nuance. Ik schreef geen portret, geen dossier, geen persoonlijke details of geheimen die mij zijn toevertrouwd. Het werd een autobiografische roman. Het ging me niet om de man, maar om de echo van een ontwrichtende relatie.
Over de auteur
Sofie Rozendaal is auteur, journalist en videomaker. Onlangs verscheen haar boek Ik ga toch nooit bij je weg.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik wist dat dit boek risico’s met zich mee zou brengen. Dat ik commentaar zou krijgen. Maar wat ik had onderschat, is hoe snel je verdacht wordt gemaakt zodra je begint te spreken. De ruimte die ik wilde openen voor een groter gesprek, wordt onmiddellijk gevuld met correcties van anderen. Zelfs mensen die mij niet persoonlijk kennen. Ik krijg te horen dat dit soort verhalen binnenhuis zouden moeten blijven, dat het schadelijk is voor anderen; dat ik het verzin en aandacht zoek.
Dat laatste klopt. Juist om wat er nu gebeurt.
Onderzoek naar secundaire victimisatie laat zien dat niet geloofd worden – of subtiel tot zwijgen worden gemaand – kan leiden tot extra psychische en lichamelijke schade. De stressreacties die door partnergeweld zijn ontstaan, worden opnieuw geactiveerd. Sommige studies tonen zelfs aan dat negatieve reacties op het delen van een trauma meer bijdragen aan langdurige ptss-klachten dan het oorspronkelijke geweld.
Wat dit mechanisme zo verlammend maakt, is dat het risico van spreken vaak groter voelt dan het zwijgen. Wie woorden geeft aan een ontwrichtende ervaring, verliest controle over hoe dat verhaal wordt gehoord. Twijfel, nuance of zelfonderzoek worden niet zelden uitgelegd als zwakte of labiliteit, terwijl helderheid al snel wordt gezien als beschuldiging.
Zo ontstaat een paradox: hoe zorgvuldiger iemand spreekt, hoe verdachter de spreker kan lijken. Dat maakt het onmogelijk om je verhaal te doen, welke route je ook kiest. Het delen van persoonlijke pijn wordt hoe dan ook geïnterpreteerd als beschuldiging, zelfs wanneer je niemand aanwijst.
Praten over destructieve relaties, zelfs vormgegeven in een literaire reconstructie waarbij zelfonderzoek centraal staat, lijkt door veel mensen gevaarlijker te worden gevonden dan het verhaal zelf. En dat raakt aan een dieper maatschappelijk probleem. We hebben geen taboe op geweld. We hebben een taboe op verklaringen van iemand die zegt: dit is mij overkomen en ik wil het kunnen uiten.
Maar partnergeweld verdwijnt niet door erover te zwijgen. Het verdwijnt wanneer er ruimte komt om te praten, zonder dat die ruimte meteen wordt ingeperkt door onze reflex tot verdedigen, invullen of wantrouwen. Luisteren is geen partij kiezen. Het betekent alleen dat een ervaring recht heeft om gehoord te worden.
Zolang we dat niet kunnen, blijven slachtoffers niet alleen vechten met wat hen is overkomen, maar ook met de stilte die eromheen wordt afgedwongen. En juist in die stilte gedijt het geweld zó goed dat we zeggen te willen bestrijden. Dat maakt zwijgen geen neutrale keuze, maar een actieve voorwaarde voor het voortbestaan van het probleem.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant