In zijn nieuwe essaybundel De boodschap roept schrijver Ta-Nehisi Coates zijn studenten op om in verzet te komen tegen onderdrukkende politieke leiders. Hoe? Door nieuwe verhalen te schrijven die tegenwicht bieden aan kwaadaardige mythes, zoals die over migranten die huisdieren opeten.
Journalist en schrijver Ta-Nehisi (spreek uit: Tanahássi) Coates (50) wil woorden laten ‘spoken’. Want, zo schrijft hij in zijn nieuwe essaybundel De boodschap – waarin hij net zo makkelijk verwijst naar de Britse auteur George Orwell als naar iconische rappers uit de jaren tachtig – dát is de taak van een schrijver: om de lezer met jouw woorden te achtervolgen.
Coates is ook schrijfdocent aan de Howard University in Washington en richt zich in De boodschap vanaf de aanhef (‘Kameraden’) direct tot zijn studenten. Je taak als schrijver, zo drukt hij ze op het hart, is ‘ervoor te zorgen dat ze (de lezers, red.) voor het slapengaan aan je woorden denken, dat ze die terugzien in hun dromen, dat ze de volgende dag hun partner erover vertellen, dat ze willekeurige mensen op straat aanklampen, door elkaar schudden en zeggen: ‘Heb je dit al gelezen?’
‘We verkeren als mensheid in een existentiële crisis’, zegt Ta-Nehisi Coates (zijn ouders kozen zijn naam, afgeleid van een oud-Egyptische naam voor Nubië, als verwijzing naar hun historische Afrikaanse roots), het grote, in een pak gestoken lichaam in een stoel gevouwen aan een antiek houten tafel in de leeszaal van een Amsterdams hotel.
Het is een zaterdagochtend, begin november. De auteur, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste Amerikaanse denkers over ongelijkheid, politiek en rassenverhoudingen in de VS, is in Nederland voor het muzikaal-literaire festival Crossing Border, én om zijn zojuist in Nederlandse vertaling verschenen essaybundel De boodschap (een jaar eerder als The Message verschenen) toe te lichten.
De crisis waarin de mensheid zich bevindt, aldus Coates: de oplopende politieke spanningen en de ecologische staat van de aarde. ‘Veel mensen zijn gewend geraakt aan deze situatie en leggen zich er ook bij neer, maar ik leef in angst. En iedereen met enig idee van wat er op het wereldtoneel gebeurt, en in de Amerikaanse binnenlandse politiek, zou diezelfde angst moeten hebben.’
In De boodschap roept u uw studenten op ‘om de wereld te redden’. Wat bedoelt u daarmee?
‘Het lot van de mensheid ligt op dit moment in de handen van een totale gek (Donald Trump, red.), een idioot. En er zijn nauwelijks nog vangrails die hem kunnen tegenhouden. De instituten blijken niet in staat om zijn macht in te perken. Daarmee brengt hij ons allemaal in gevaar. Uit die angst komt mijn opdracht aan mijn studenten voort: probeer de wereld te redden. Misschien lukt het je, misschien niet. Maar doe in ieder geval je best.’
Is dat niet erg veel gevraagd van schrijvers?
‘Juist schrijvers moeten deze taak op zich nemen. In Amerika is op dit moment een agressief anti-immigratiebeleid gaande. Gemaskerde, gewapende mannen stappen door het hele land uit auto’s en pakken willekeurig mensen op. Dat beleid is mede mogelijk gemaakt door de meest krankzinnige verhalen die over migranten worden verteld: ze zouden baby’s vermoorden, huisdieren opeten. Als schrijvers hebben we de plicht om daartegen in verzet te komen met andere verhalen.’
De boodschap is een verzameling essays over de essentie van verhalen die onze politiek-maatschappelijke realiteit vormen. Wie mogen deel uitmaken van dat verhaal, en wie niet? Wiens belangen worden met het verhaal gediend, en wie worden er mogelijk door vermorzeld?
Coates reisde de VS en de wereld over – respectievelijk Senegal, South Carolina en Palestijns gebied – om de overtuigingskracht op te diepen die in een goed geconstrueerd narratief kan zitten, maar ook de valkuilen die daaraan kleven.
In Senegal zoekt Coates dat verhaal in hoofdstad Dakar, waar hij zijn persoonlijke verhouding tot de trans-Atlantische slavernij en het continent Afrika nader onder de loep neemt; in South-Carolina bezoekt hij een middelbare school waar zijn meest bekende werk, Tussen de wereld en mij – over institutioneel racisme in de VS – verbannen dreigt te worden; tot slot bezoekt hij Palestijns gebied om te ervaren hoezeer Palestijnen te lijden hebben onder het Israëlische apartheidsbeleid.
Wat houdt deze drie essays bij elkaar?
‘De rode draad is de enorme kracht van verhalen. In South-Carolina zag ik hoe geprobeerd werd om mijn boek te verbannen en probeerde ik na te gaan welk verhaal over Amerika ze daarvoor in de plaats wilden stellen. In Senegal onderzoek ik het verhaal dat ons, Afro-Amerikanen, altijd verteld is over Afrika door witte mensen, en welk verhaal wij daar tegenover plaatsen, als een geïdealiseerde plek van onze oorsprong.
‘En ten slotte Palestina: een plek waar het verhaal volledig verdoezeld en uitgewist is. En dan bedoel ik niet alleen het verhaal van wat er op dit moment gebeurt. Maar ook het historische verhaal van hoe Israël tot stand is gekomen en hoe de Palestijnen uit hun eigen geschiedenis zijn geschreven.
‘Ik probeer in mijn boek te laten zien hoe moeilijk het voor mensen is om alleen met wapengeweld iets voor elkaar te krijgen. Mensen zijn morele wezens. Om ze verschrikkelijke dingen te laten doen, moet je ze ervan overtuigen dat hun daden heroïsch zijn. Dat is een essentieel onderdeel van het proces, en gaat over de macht van het verhaal.
‘Het lijkt misschien vreemd dat mensen die hun macht al met geweld hebben afgedwongen, toch zo veel moeite doen om hun plunderingen goed te praten’, schrijft Coates in De boodschap. ‘Maar zelfs plunderaars blijven mensen, en het is onvermijdelijk dat hun gewelddadige ambities botsen met het knagende schuldgevoel dat optreedt wanneer ze hun slachtoffers recht in de ogen kijken. En daarom is er een verhaal nodig; een verhaal dat een muur optrekt tussen henzelf en degenen die ze willen onderdrukken en beroven.’
De boodschap is ook Coates’ liefdesverklaring aan taal, aan het juist gekozen woord. Het benadrukt bovendien de noodzaak van verhalen verteld vanuit een minderheidsperspectief, om tegenwicht te bieden aan kwaadaardige mythes die het overheersende verhaal zijn geworden.
Coates was een fantasierijk, nieuwsgierig kind dat al jong in vervoering raakte van goed getroffen formuleringen, in Shakespeares sonnetten parallellen kon ontwaren met het harde leven in de straten van zijn thuisstad Baltimore. Het type kind dat zijn omgeving ‘tot grote ergernis van mijn broers en zussen’ bestookte met waarom-vragen.
Hij groeide op in een arme (zwarte) wijk in West-Baltimore, in een huis vol taal. Zijn moeder, een lerares, ‘strafte’ haar vroegwijze zoon op ongebruikelijke wijze door hem, als 9-jarige al, essays te laten schrijven over het hoe en waarom van zijn gepleegde ondeugd. Coates’ vader, een voormalig Black Panther Party-activist en Vietnam-oorlogsveteraan, runde een kleinschalige drukkerij voor historische Afro-Amerikaanse publicaties en werkte als bibliothecaris. Bij elke waarom-vraag van zijn zoon wees hij richting de boekenkast: lees dit maar.
Een succesvolle carrière als schrijver en journalist leek er aanvankelijk voor Coates niet in te zitten. Hij maakte zijn studie aan The Howard University niet af en begon al vroeg, en met wisselend succes, aan een carrière in de grillige journalistieke wereld, waar de banen niet voor het oprapen liggen.
Als freelance journalist knoopte hij de eindjes aan elkaar tot hij in 2008 een droomaanbieding kreeg: een baan bij het gerenommeerde tijdschrift The Atlantic. Op deze plek kreeg de huidige Coates gestalte: een bevlogen essayist, altijd op zoek naar meer kennis over de geschiedenis, om het heden beter te begrijpen, om mythes door te prikken.
Zijn grote doorbraak beleefde hij in 2015 met Tussen de wereld en mij (Between the World and Me), een even furieuze als fijnbesnaarde aanklacht tegen het diep in het DNA van de VS verweven (en geïnstitutionaliseerde) anti-zwart racisme, geschreven in de vorm van een brief aan zijn toen 15-jarige zoon Samori.
Het boek bracht hem prestigieuze prijzen, een (inter)nationale doorbraak en de lof van Nobelprijswinnaar Toni Morrison, die in Coates de opvolger zag van de iconische burgerrechtenactivist en schrijver James Baldwin.
Van gesjeesde student werd hij ineens een auteur wiens werk ‘essentieel als water en lucht’ (The New York Times) werd genoemd, iemand die de Black Lives Matter-protesten die later zouden volgen van een intellectueel raamwerk voorzag.
De boodschap is, na een jarenlang hiaat waarin hij zich vooral op fictie stortte met een roman, filmscripts en stripboeken, het eerste non-fictiewerk van belang dat Coates in lange tijd schreef. Vooral het laatste en meest omvangrijke essay, De gigantische droom, leidde in Amerika tot een korte maar hevige controverse.
Het essay is een onomwonden veroordeling van het Israëlisch apartheidsbeleid en van de medeplichtigheid van westerse media bij het wegdrukken van het Palestijnse verhaal. Toen hij bij het ochtendprogramma CBS Mornings te gast was om over het boek te praten, merkte hij onmiddellijk dat in de Amerikaanse media kritiek op Israël maar moeilijk getolereerd wordt.
Coates’ boek had niet misstaan in ‘de rugzak van een extremist’, wierp CBS Mornings-host Tony Dokoupil de auteur voor de voeten. Later verklaarde omroep CBS dat het interview niet had voldaan aan de eigen journalistieke standaard.
Tegelijkertijd werd De boodschap, met name in Palestijnse kringen, onthaald als een noodzakelijke en langverwachte correctie op een van Coates’ eerdere werken.
Terwijl hij eindelijk het eerste slokje koffie van de dag neemt, verwijst hij naar een spraakmakend essay dat hij in 2014 schreef, The Case for Reparations.
‘Ik was destijds 39 jaar en al bijna twintig jaar geobsedeerd door de vraag waarom zwarte Amerikanen in alle denkbare opzichten onderaan de sociaal-economische ladder bungelen. Dus besloot ik te documenteren wat er in de loop van de eeuwen van ons is geroofd, en hoe we geplunderd werden.’
In het essay pleit Coates voor herstelbetalingen aan de nazaten van Amerikaanse slaafgemaakten, niet alleen vanwege het leed dat zij hebben geleden en het werk dat ze hebben gedaan – ‘het land en zijn welvaart zijn gebouwd op de lichamen van zwarte Amerikanen’ – maar ook omdat er een directe lijn te trekken is van het slavernijverleden en de decennia van raciale segregatie tot de grote hedendaagse welvaartskloof.
Toch zat hem iets niet lekker aan het essay. ‘Als voorbeeld van een geslaagde vorm van herstelbetalingen heb ik toen verwezen naar Israël, dat als genoegdoening voor de Holocaust een enorme som geld kreeg van Duitsland. Dat is me nagedragen door mensen, voornamelijk van Palestijnse afkomst, die meer van de situatie en de grove mensenrechtenschendigingen in Israël wisten dan ik – en terecht.’
In mei 2023 bezocht Coates de Palestijnse gebieden en zag daar met eigen ogen hoezeer Palestijnen als tweederangsburgers behandeld worden door de Israëlische autoriteiten.
Wist u direct dat u een nieuw essay moest schrijven om uw eerdere ‘fout’ uit The Case for Reparations te herstellen?
‘Aanvankelijk niet, ik dacht vooral: ik moet naar de mensen toe tegenover wie ik verantwoording heb af te leggen. Ik stelde me voor dat ik in Ramallah op een podium tegenover een zaal vol Palestijnen zou zitten die me konden vragen: waarom heb je dit gedaan?
‘Al snel realiseerde ik me dat dat niet voldoende was. Toen The Case for Reparations verscheen, was dat een groot mediaevent. Het herstel van mijn fout moest dus ook groots zijn. Daarom neemt het hoofdstuk over Palestina in mijn boek zo’n groot deel in beslag, en daarom wil ik gedurende mijn boektour vooral daar over praten. Ik ben het de Palestijnen verplicht, zo voel ik dat echt. ’
U ziet overeenkomsten tussen de apartheid waaronder de Palestijnen leven en de segregatie, in het zuiden van de VS, die volgde op de afschaffing van slavernij en voortduurde tot ver in de vorige eeuw. Kunt u uitleggen waarom?
‘Zwarte mensen hadden beperkt kiesrecht in die tijd. Ze betaalden mee aan staatsuniversiteiten, maar mochten er geen gebruik van maken. Datzelfde gold voor openbare zwembaden, bibliotheken, het hele openbare leven. Hypotheken werden alleen verstrekt onder de meest ongunstige voorwaarden.
‘Dat is precies hoe het voor Palestijnen is, of ze nu in de Palestijnse gebieden leven of in het door Israël geannexeerde Oost-Jeruzalem. Ik sprak mensen wier families daar al generaties lang wonen. Deze Palestijnen zijn ‘ingezetenen’ van Israël, geen ‘burgers’, want ze hebben minder rechten dan Israëlische burgers, die soms vlak naast hen wonen. Tal van vergunningen, zoals voor een uitbouw van je huis, kun je alleen krijgen als je Israëlisch burger bent.
‘Hetzelfde zie je op het wegennet op de Westelijke Jordaanoever. Israëlische burgers hebben daar volledige bewegingsvrijheid. Palestijnen hebben aparte wegen met controleposten, prikkeldraad, uitkijktorens. Mensen worden bij die controleposten soms dagenlang tegengehouden.
‘Of neem de watervoorziening. Palestijnen weten nooit of ze genoeg drinkwater zullen krijgen. In Israëlische nederzettingen hebben mensen genoeg water om zwembaden in hun achtertuin mee te vullen. Veel van dat water komt uit Palestijns gebied. Het water wordt dus van de Palestijnen afgenomen en ongelijk verdeeld.’
Wat concludeert u daaruit?
‘Je kunt niet van een democratie spreken als de praktijk betekent: 50 procent van de bewoners heeft alle rechten, en 50 procent heeft geen rechten. Die scheiding maakt mogelijk dat de ene groep zichzelf ten koste van de andere kan verrijken.
‘Zelfs het rechtsysteem is ongelijk. Israëlische burgers vallen onder het burgerlijk recht. Wie wordt opgepakt, krijgt een advocaat, hoort wat de aanklachten zijn. Familie weet waar je gevangenzit. Palestijnen vallen onder militair recht: ze kunnen op elk moment worden meegenomen en vastgehouden. En niemand hoeft jou of je familie iets te vertellen. Gijzeling is Israëlisch beleid, verankerd in wetten.’
U richt uw pijlen en ontgoocheling over ‘het instandhouden en faciliteren van Palestijnse onderdrukking en apartheid’ ook op uw eigen land, als belangrijkste morele, militaire en financiële bondgenoot van de Israëlische staat. En in zekere zin ook op uzelf, als Amerikaans journalist.
‘Als Amerikaans journalist maak ik deel uit van de mediawereld die Israël de enige democratie in het Midden-Oosten noemt. Waarom zou een Amerikaan, of iemand die beweert te geloven in democratie en gelijke rechten, een etnostaat steunen? In Amerika hebben we dat beëindigd, waarom zouden we het daar wel steunen?
‘Ik weet niet hoe Nederland met overlevenden van de Holocaust omging, maar in de VS werd direct na de Tweede Wereldoorlog een zeer discriminerend immigratiebeleid aangenomen met de specifieke bedoeling om overlevenden van de Holocaust te weren. Amerika kent een lange geschiedenis van antisemitisme.
‘Je ontzegt de overlevenden van de Holocaust dus de toegang tot je eigen democratische staat, en weigert in je eigen land bescherming van Joodse mensen te garanderen. In plaats daarvan kies je ervoor een kolonie te stichten over de ruggen van andere mensen. Die je barbaren noemt. En daar klop je jezelf tot op de dag van vandaag voor op de borst.’
Na een korte stilte: ‘Ik herinner me dat Joe Biden tijdens de genocide in Gaza tegen de Israëlische bevolking zei: ‘We wisten dat jullie niet veilig zouden zijn, tenzij jullie de staat Israël zouden hebben.’
‘Hoe kun je dit zeggen? Als iemand tegen mij zou zeggen dat ik alleen veilig ben als ik een eigen staat in Afrika krijg, zou ik me afvragen in hoeverre die persoon daadwerkelijk mijn bondgenoot is. Bij niet-Joodse, pro-zionistische krachten in de VS bevindt zich onder de oppervlakte een diepe laag van antisemitisme.’
Hoe beziet u het huidige staakt-het-vuren voor Gaza?
‘Gaza leeft zelfs na het staakt-het-vuren in een staat van geweld. Natuurlijk is het goed als er minder bommen worden gegooid. Maar het is lastig om optimistisch te zijn. Israël beoefent apartheid, en apartheid is een constante staat van geweld, een diep onrechtvaardig systeem, gesubsidieerd door de grootste macht ter wereld.’
CV Ta-Nehisi Coates
1975 Geboren op 30 september in Baltimore.
1993–1997 Studeert journalistiek aan Howard University; maakt studie niet af.
1996–2000 Werkt als journalist bij Washington City Paper.
2000–2007 Werkt als freelance journalist bij diverse bladen, waaronder
Philadelphia Weekly, The Village Voice en Time.
2008 - 2018 Werkt als vaste columnist en blogger bij The Atlantic, later als binnenlandcorrespondent.
2008 Publiceert memoires The Beautiful Struggle.
2014 Publiceert essay The Case for Reparations.
2015 Publiceert Between the World and Me en wint daarmee de National Book Award. Ontvangt een MacArthur Fellowship, ook wel de genie-beurs genoemd
2016–2021 Schrijft Marvelstrips voor de Black Panther-serie; en Captain America.
2017 Publiceert essaybundel We Were Eight Years in Power – An American Tragedy.
2019 Romandebuut The Water Dancer, in het Nederlands verschenen als De waterdanser.
2021 Wordt schrijfdocent en hoogleraar aan de Howard University.
2024 Publiceert The Message.
2025 Schrijft voor Vanity Fair. Nederlandse vertaling De boodschap verschijnt.
Coates woont met zijn vrouw tijdelijk in Parijs.
Ta-Nehisi Coates: De boodschap. Uit het Engels vertaald door Adiëlle Westercappel en Fannah Palmer. Bot Uitgevers; 210 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant