Home

Sajah zou trouwen in het nieuwe Syrië, maar haar verloofde werd gedood door Israël

is columnist voor de Volkskrant.

In een kapotgeschoten wijk in Damascus rouwt een jonge vrouw om haar verloofde. Sajah Mohammed, 20, zou trouwen met haar Abdo Hamada, 24. De eindeloze oorlogsjaren lagen achter hen, zo dachten ze, het jonge paar ging samen een leven opbouwen.

Maar op vrijdag 28 november belde Abdo haar wakker. Hij logeerde die nacht bij zijn broer in Beit Jinn, een dorp niet ver van de grens met Israël. Sajah begreep dat hij iets verschrikkelijks beleefde. ‘Ik kon hem vaak niet verstaan door het geschiet.’ Met een dreun viel de verbinding weg.

Abdo bleek gedood door het Israëlische leger, net als zijn broer Mohammed, diens vrouw Hadiyeh en twee van hun kinderen, een zoon van 12 en een dochtertje van 3. In totaal zijn in Beit Jinn die nacht dertien inwoners omgekomen. Minstens zes Israëlische militairen raakten gewond.

Op nog geen uur rijden van Damascus bevindt zich de jongste frontlijn van Syrië, met Israël. De weg naar het oorlogsgebied is omzoomd door goudverkleurde herfstbomen. Aan de horizon liggen de besneeuwde toppen van de door Israël bezette Golanhoogte. Tegen de hellingen ligt Beit Jinn.

Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.

Inwoners spieden naar de lucht: horen ze Israëlische drones? Die komen hier elke paar dagen. Sporen van de Israëlische inval op 28 november zijn overal. De muur van de dorpsschool zit vol kogelgaten, de minaret van de moskee is gehavend en een rij huizen ligt in puin.

Beit Jinn is een smokkeldorp. Clandestiene geitenpaden door de bergen voeren naar zowel Israël als Libanon. Volgens het officiële verhaal stak het Israëlische leger de grens over om mannen te arresteren die worden verdacht van betrokkenheid bij Jamaa Islamiyeh, een Libanese militie die geldt als bondgenoot van Hamas.

De Israëlische inval, met een helikopter, pantservoertuigen en precisieschutters, past in een patroon. Sinds de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad, een jaar geleden, dringt het Israëlische leger steeds dieper Syrië binnen, onder het mom van ‘vrede’, het creëren van een ‘bufferzone’ en het ‘beschermen van druzen’, een religieuze minderheid die in Syrië onder vuur ligt.

Israël bombardeerde militaire doelen in Damascus. Op de betwiste Golanhoogte verschijnen overal Israëlische legerposten, ook rondom Beit Jinn, waar Israël al eerder een inwoner doodschoot. In november toerde de Israëlische premier Netanyahu langs zijn troepen in Syrië. Deze opstelling baart zelfs de Amerikaanse president Trump zorgen.

Een kampement van VN-blauwhelmen ligt boven Beit Jinn. De UNDOF-missie, op de Golanhoogte actief sinds 1974, wordt geplaagd door interne problemen. De vredesmilitairen houden weliswaar ‘toezicht’, maar grijpen niet in als Israël internationale afspraken schendt.

Tot zover een kant van dit verhaal. De andere kant: de nieuwe Syrische president Ahmed al-Sharaa, tot een jaar geleden aanvoerder van de jihadistische strijdersgroep Hayat Tahrir al-Sham (HTS), heeft geen grip op gewapende groeperingen die in zijn land actief zijn. Dat blijkt in Beit Jinn, waar de mannenmode bestaat uit legergroen en camouflage.

Onder Assad vochten veel mannen hier bij groeperingen zoals HTS. Nog steeds draagt iedereen wapens, zegt Adnan Saad ed-Din, die gewond raakte bij de Israëlische inval. Hier wonen ‘mannen die zichzelf verdedigen om hun zoons te beschermen’. Toen Israëlische pantservoertuigen arriveerden, openden inwoners het vuur. Daarna legde Israël uit vergelding huizen in puin.

Op de ruïne van hun verwoeste huis hangt een afbeelding van de gedode Abdo en zijn broer Mohammed. Mohammed draagt een groen pak met een portofoon op de borst, hij houdt een lang wapen in de hand. Hij is een ‘man zoals een man behoort te zijn’, zegt een neef van de familie trots. Abdo is ongewapend, hij draagt een sweater.

Thuis in Damascus vertelt Sajah dat ze de middag voor die fatale nacht was meegereden met Abdo naar Beit Jinn, ‘een mooi dorpje met enge mannen die schieten om niets’. Rond middernacht namen ze afscheid. De traditie verbiedt dat een nog ongetrouwd stel in hetzelfde huis slaapt. Sajah logeerde elders bij familie. Dankzij deze oude gewoonte leeft ze nu nog.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next