Home

In ons rijke land bevriezen mensen op straat naast overvolle vuilnisbakken

Dakloosheid Huisarts Michelle van Tongerloo ziet bij haar dakloze patiënten geregeld de gevolgen van het buiten slapen in de vrieskou. Gegarandeerde nachtopvang voor iedereen is een must.

„Domme, witte hoer!”

Mijn patiënt schreeuwt tegen me, terwijl ik voor hem door mijn knieën zak. Zijn voeten zijn zo opgezwollen door de nachten in de kou dat zijn huid is opengebarsten. Op meerdere plekken kijk ik rechtstreeks op zijn vlees, waar pus traag uit wegloopt.

Weerstand is een luxe die je verliest zodra je op straat leeft.

Michelle van Tongerloo is huis- en straatarts in Rotterdam.

Terwijl ik de dode huid probeer weg te knippen, scheldt hij me uit en duwt me uiteindelijk weg. Maar ik neem het hem niet kwalijk. De winter maakt mijn dakloze patiënten op allerlei manieren killer, korter en feller.

Door de zwelling pasten zijn schoenen niet meer, dus liep hij verder op blote voeten, door regen en kou, op zoek naar een plek om te liggen. Onder bruggen, tegen muren, in portieken – plekken die nooit voor een menselijk lichaam bedoeld zijn. Daar kiest de kou haar slachtoffers: onverschillig, bijna wiskundig, zonder oordeel.

Een eerste aanval lijkt onschuldig; een rilling, een trillende kaak, vingers die niet meer luisteren. Maar zodra het bloed onder de 35 graden zakt, bíjt de kou. Eerst in de vingers, dan in de tenen. Ze worden gevoelloos, verkleuren, zwellen op en barsten vaak open. Wonden die op straat niet kunnen genezen en alleen maar dieper ontstoken raken.

Fors alcoholgebruik

Er zijn meer winterse risico’s voor dakloze mensen. Vocht dat uit asfalt omhoog trekt slaat neer in de longen. Hartritmestoornissen, hoge bloeddruk, hartfalen, overigens ook doordat sommigen zich door fors alcoholgebruik warm proberen te wanen: in de winter zie ik het frequent.

Maar de ernstigste schade is onzichtbaar. Als niemand je ziet, zelfs niet wanneer je in de vrieskou midden in de stad ligt, vreet dat langzaam maar zeker aan het gevoel dat je ertoe doet.

Buiten slapen is dan ook geen slapen, het is waken in horizontale vorm. Naast het lichaam raakt ook de geest uitgeput. Gedachten worden troebel, angsten groter, wanen sterker. Trauma’s worden niet verwerkt, maar herhalen zich dag na dag, tot de hersenchemie volledig ontregeld is. In het uiterste geval kan de kou dan meespelen bij het ontstaan van zware psychische klachten, zoals bijvoorbeeld psychosen.

De gevolgen van dakloosheid zijn dus niet alleen menselijk, maar ook maatschappelijk voelbaar. Een dakloze kost de samenleving gemiddeld tussen de 30.000 en 85.000 euro per jaar. Geld dat op gaat aan ziekenhuiszorg, maar ook aan de constante cyclus van ggz, bemoeizorg, politie, schuldhulpverlening, en noem het maar op.

Al jaren komen er in Nederland steeds meer daklozen bij. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek waren het er vorig jaar zo’n 33.000. Het werkelijke aantal zou wel eens aanzienlijk hoger kunnen liggen. Een extrapolatie door dakloosheidsdeskundige Nienke Boesveldt van een recente telling die ook ‘verborgen’ dakloosheid meeneemt, suggereert dat het er inmiddels bijna 80.000 zouden kunnen zijn. Een grove berekening van het maatschappelijke kostenplaatje: tussen de 2,4 miljard en 6,8 miljard euro per jaar.

Niet voor niets tonen talloze onderzoeken aan dat Wonen Eerst – een concept waarbij een dakloze eerst een eigen leefruimte krijgt, voordat hulpverleners bekijken wat nog meer nodig is – loont: iedere geïnvesteerde euro levert 2,50 euro op.

In Nederland wordt het concept echter nog maar heel mondjesmaat toegepast. We hebben een Nationaal Actieplan Dakloosheid, dat 65 miljoen euro per jaar uittrekt voor het streven om uiterlijk in 2030 een einde aan de dakloosheid te maken. Sinds het verschijnen van het plan eind 2022 is het aantal dakloze mensen echter alleen maar toegenomen. Iedere vorm van landelijke regie ontbreekt: het Rijk bepaalt wát er moet gebeuren, maar lokale politiek beslist hóe.

Dat is precies waar het nu vastloopt. Laat me je even meenemen naar Rotterdam. Wat kan je daar doen als je dakloos bent? Hoe kom je weer van de straat?

De eerste stap is melden bij Centraal Onthaal, een gemeenteloket dat alleen doordeweeks in de ochtend geopend is. Daar bepaalt men met een vragenlijst of je recht hebt op opvang. Ongedocumenteerden hebben dat sowieso niet. Arbeidsmigranten soms tijdelijk, maar alleen onder voorwaarden. En ‘zelfredzame’ dakloze Rotterdammers – zonder ernstige psychische problemen of verslaving – komen ook niet in aanmerking.

Als je wél recht hebt, beland je op een wachtlijst, waar nu zo’n honderd mensen op staan. Als er een bed vrij komt, wordt de bovenste op de lijst gebeld. Maar op straat raakt je telefoon snel kwijt, gaat hij kapot of kun je geen plek vinden om hem op te laden. Wanneer het je toch lukt op te nemen, moet je direct naar de opvang waar een bed is vrijgekomen. Dat kan overal in Rotterdam zijn, dus misschien moet je kilometers lopen. Best een klus, zeker als je psychische problemen hebt, of onderweg wordt afgeleid door een bolletje crack. Lukt het een paar keer niet op tijd te verschijnen, dan kan je weer van de lijst worden afgehaald. Dan had je die plek blijkbaar niet echt ‘nodig’.

Voor de afvallers rest de winteropvang op een industrieterrein ver buiten de stad. Mits de gevoelstemperatuur onder nul is, mag iedereen er slapen. Is het één graad te warm, dan mogen de dakloze mensen een dag later weer op de nog bevroren grond liggen.

Menselijkheid

Dit op- en aftuigen kost zowel dakloze mensen als personeel veel energie. Waar vind je de daklozen om hen te zeggen dat de winteropvang open of juist dicht gaat? Hoe slaap je veilig, als je tentje of slaapzak gestolen of in beslag genomen zijn terwijl je binnen sliep? Hoe behoud je menselijkheid in een systeem dat draait om voorwaarden, drempels en temperatuursgrenzen?

En dus word ik in deze tijd vaak uitgescholden. Ik beschouw het inmiddels als onderdeel van mijn werk. Want de reactie van mijn patiënten is veel normaler dan dat er in een rijk land op straat mensen bevriezen tussen de overvolle vuilnisbakken.

Structurele, gegarandeerde nachtopvang voor iedereen is een menselijk minimum. Koppel dat aan een ambitieus ‘Wonen Eerst’-beleid dat dakloosheid voorkomt en doorbreekt. Warmte zou tenslotte geen gunst moeten zijn. Een samenleving die het nalaat haar inwoners warm te houden, betaalt hier elke dag de prijs voor.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next