Het is een ‘feit’ dat praktisch opgeleiden minder van migratie moeten hebben dan theoretisch opgeleiden, stelt Marijn Kruk. Maar het is óók een politiek idee, bedacht door rechtse theoretisch opgeleiden.
Je opleiding heeft niet alleen grote gevolgen voor je maatschappelijke carrière, maar ook voor hoe je daar de wereld kijkt, stellen bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille in een lang en interessant interview in de Volkskrant van 13 december. In een heruitgave van het invloedrijke boek Diplomademocratie stellen ze dat zogeheten ‘theoretisch opgeleiden’ doorgaans progressiever zijn en over grenzen heenkijken.
Ze zijn kosmopolitischer dan wat Bovens en Wille aanduiden als ‘praktisch opgeleiden’, die door de bank genomen juist meer nationalistisch zijn ingesteld. Ondertussen bevinden de theoretisch opgeleiden zich op hoge maatschappelijke en bestuurlijke posities en maken ze beleid waar praktisch opgeleiden zich minder en minder in herkennen.
Waar de socioloog Jan Willem Duyvendak in het recent verschenen Spookkloven juist een afname van tegenstelling ziet, constateren Bovens Wille juist een verwijdering – met de potentie van een conflict.
Over de auteur
Marijn Kruk is ideeënhistoricus en journalist. Hij is auteur van het boek Opstand. De populistische revolte en de strijd om de ziel van het Westen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In het Volkskrant-interview tonen ze zich ervan bewust dat hun boodschap gelijkenis toont met die van de rechts-populisten die de afgelopen jaren zo’n enorme opmars hebben gemaakt.
Rechts-populisten zetten een wereldvreemde, decadente, individualistische en goddeloze elite af tegen een ‘volk’ dat juist geworteld is, en gericht op traditie en nationale gemeenschap. ‘Ja, daar zit ongemak’, erkent Bovens. ‘We willen zeker geen apologeet zijn van die partijen, wij zijn wetenschappers. Maar toch zeggen we ook: dit zijn de feiten.’
Maar hoe zijn we in deze feitelijke toestand geraakt? Hoe is het zo gekomen dat praktisch en theoretisch opgeleiden zo anders naar de wereld zijn gaan kijken?
Die vraag raakte aan een kwestie die Bovens en Wille onbenoemd laten, maar essentieel is: de notie van politiek-ideologische strijd. Neem migratie en het ‘feit’ dat veel praktisch opgeleiden daar veel minder van moeten hebben dan theoretisch opgeleiden, van moslimmigranten in het bijzonder. Dat is een feit, maar het is óók een politiek idee, en politieke ideeën borrelen niet zomaar uit de grond ergens achter de IJssel. Die zijn bedacht, door theoretisch opgeleiden, rechtse theoretisch opgeleiden – en vervolgens vakkundig over de samenleving uitgestrooid.
Neem een notie als ‘omvolking’, geconceptualiseerd door de Franse schrijver Renaud Camus, woonachtig in een met kunst en boeken volgestopt Gascogne-kasteel. En die, voor hij radicaliseerde, kandidaat was voor een zetel in de Académie Française – de meest prestigieuze culturele instelling van Frankrijk.
Wie als geen ander beseft hoe je politieke ideeën verspreidt, is Martin Bosma. In zijn boek De schijn-élite van de valsemunters (2010) schetst de partij-ideoloog van de PVV en voormalig Tweede Kamervoorzitter hoe hij na zetelwinst van zijn partij de journaals en de actualiteitenprogramma’s langszapt. Allemaal hebben die cameraploegen het land ingestuurd. ‘Een man op de markt in Volendam zegt: ‘Die islam is helemaal geen godsdienst. Hij is uit op verovering’, noteert Bosma tevreden. Of: ‘Op een PVV-bijeenkomst in Drachten zegt iemand die net van de steiger komt: ‘De linksen steunen de islam. Die wil dhimmi’s van ons maken.’
‘Het zijn momenten die veel goedmaken’, besluit Bosma. ‘Nederland gaat het steeds beter snappen.’
Dit ging om Europese verkiezingen van 2009, lang voor de politieke doorbraak van radicaal-rechts, en ver voor de alomtegenwoordigheid van sociale media. Wat ik wil zeggen: de enkele constatering dat praktisch opgeleiden met een meer nationalistische bril naar de wereld kijken, volstaat niet. Je moet óók kijken hoe we als politieke gemeenschap in die situatie zijn beland.
Want dat is niet vanzelf gegaan. Het is het gevolg van een langdurig ideologisch offensief, bedacht en uitgevoerd door een rechtse elite. Daar horen overkoepelende theorieën als de ‘clash of civilizations’ bij, en angstbeelden over een agressieve en op verovering gerichte islam, en hoe we als westerse beschaving worden ondermijnd door een decadente ‘woke elite’.
Het resulteerde in een paradigmawisseling in de manier van hoe we als samenleving naar de wereld zijn gaan kijken: eerst vooral sociaal-economisch, tegenwoordig culturalistisch-identitair. Dat uit zich in de thema’s die nu al weer zeker 25 jaar het debat beheersen: migratie, islam, nationale identiteit. Concreet: waar we in de migrant eerst een gastarbeider zagen die ons vuile werk kwam opknappen, zien we nu een enge moslim die onze cultuur en tradities komt stukmaken.
Het is het frame dat op allerlei mogelijke manieren wordt uitgedragen, via talkshows en via sociale media. Het is het frame ook waartoe iedereen zich verhoudt, óók linkse politici en intellectuelen – al was het maar om te zeggen dat ‘het met die omvolking wel meevalt’, dat ‘er helemaal niet zoveel moslims of Marokkanen zijn’ (en waarmee ze onbedoeld een identitaire manier van kijken overnemen).
Bovens en Wille willen dat theoretische opgeleiden de zorgen van praktisch opgeleiden serieus nemen, met name wat betreft immigratie en asiel. Op zich is dat niet gek, praktisch opgeleiden vormen immers een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking. Tegelijk: wat betekent dat, zorgen serieus nemen?
Betekent dit dat je vindt dat theoretisch opgeleide beleidsmakers de wensen van praktisch opgeleiden zonder meer dienen in te willigen? Of betekent dit dat je laat zien dat je ook op een andere manier tegen een migrant of een moslim kunt aankijken, op een universalistischer, ja, menselijker, manier?
Tot slot: waar het op de boze burger (boosgemáákte burger zou ik zeggen) aankomt verwijzen Bovens en Wille naar het oeroude Nederlandse pacificatiemodel. Dat wil zeggen: ga samenwerking aan met rechts-populistische partijen en je zult zien dat ze inbinden. Maar na 25 jaar gestage verrechtsing van het politieke landschap is de vraag gerechtigd in hoeverre dit model nog houdbaar is. Niet radicaal-rechts is getemd; de rest van de samenleving is geradicaliseerd, praktisch opgeleiden voorop.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant