De wereldberoemde neuroloog Oliver Sacks (1933-2015) paste de verhalen aan van patiënten die hij in zijn bestsellers beschreef, blijkt uit zijn dagboeken. Hij gaf ze veel van zijn eigen persoonlijkheid en problemen mee. ‘Ik beschrijf symbolische versies van mijzelf.’
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Een verzameling sprookjes, dat is niet wat de vele, vele lezers van The Man Who Mistook His Wife for a Hat (De man die zijn vrouw voor een hoed hield) zagen in de bundel met ziektegevallen waarmee Oliver Sacks in 1985 een van zijn bestsellers had. Maar zelf omschreef hij het boek wel zo in een brief aan zijn broer Marcus, toen hij hem een exemplaar stuurde.
‘Deze vreemde verhalen – half verslag, half verzonnen, half wetenschap, half fabel, maar met hun eigen authenticiteit – zijn eigenlijk wat ík doe om míjn demonen van verveling, eenzaamheid en ongeluk op afstand te houden.’
In het decembernummer van The New Yorker beschrijft Rachel Aviv, die inzage kreeg in brieven en dagboeken, in een uitgebreid artikel hoe Sacks de verhalen van patiënten aanpaste. Niet om ze literairder te maken – daarvan werd hij bij het verschijnen van het boek al verdacht –, maar omdat hij er zijn eigen problemen mee probeerde te doorleven.
‘Ik geef ze sommige van mijn eigen krachten en ook sommige van mijn eigen fantasieën’, schreef hij in een dagboek over zijn patiënten. ‘Ik beschrijf symbolische versies van mijzelf.’
Elders merkt hij op dat hij ‘een soort autobiografie’ schreef. Sacks hield bijna dwangmatig dagboeken bij, hij schreef er soms wel zes uur achter elkaar in.
Oliver Sacks (1933-2015) schreef als een van de eersten op een literaire manier over hersenaandoeningen. Lezers gingen ervan uit dat het allemaal waar was, hoewel misschien hier en daar een tikkeltje aangezet. Hij gold als een bij uitstek empathische dokter, die het beste voorhad met zijn patiënten en door wie je als lezer inzicht kreeg in de wonderlijke manieren waarop de menselijke geest kan werken.
Door hem kreeg de lezer meer begrip voor hersenaandoeningen. Hij schreef bijvoorbeeld over autisme, het syndroom van Gilles de la Tourette (dat zich kenmerkt door tics), wat er gebeurt als het kortetermijngeheugen niet werkt, of waarom iemand kan denken dat zijn been niet bij hem hoort of zijn partner zijn partner niet is. Dat de man zijn vrouw voor een hoed hield komt door een stoornis die visuele agnosie heet, waarbij wat de ogen zien in de hersenen niet goed verwerkt kan worden.
The Man Who Mistook His Wife for a Hat werd een enorme internationale bestseller en veel gebruikt in medische opleidingen. In dat boek vertelt Sacks ook het verhaal van ‘the twins’, een 26-jarige tweeling met autisme die communiceert in getallen. Sacks luistert daarnaar, noteert wat ze zeggen en realiseert zich dat het allemaal priemgetallen zijn. Het lukt hem een soort gesprek met ze aan te gaan door zelf met een priemgetal te komen.
In zijn dagboek noemt hij deze scène ‘het flagrantste voorbeeld’ van zijn verdraaiingen. Aviv meldt dat de tweeling al vóór Sacks kennis met ze maakte uitgebreid was bestudeerd, wegens hun opmerkelijke vermogen om van elke datum meteen te kunnen zeggen op welke dag van de week die viel.
Maar van priemgetallen was geen sprake in twee onderzoeksverslagen die over hen werden gepubliceerd, en Sacks zelf had het er ook niet over toen hij de befaamde Russische neuroloog (en zijn voorbeeld) Alexander Luria over zijn werk met de tweelingen schreef.
De patiënt die de belangrijkste rol speelt in Awakenings (uit 1973) kreeg van Sacks eigenschappen die hij zelf had, en de betreffende man niet, maakt Aviv duidelijk. In Awakenings beschrijft Sacks de slachtoffers van een mysterieuze hersenontsteking die al jaren verblijven in een instelling en nauwelijks tot iets in staat zijn, totdat ze met het medicijn L-dopa uit hun lethargische staat ontwaken – waarna dat medicijn toch niet het wondermiddel blijkt waarop werd gehoopt.
Het boek is in 1990 verfilmd met Robin Williams als de naar Sacks gemodelleerde dokter Sayers en Robert de Niro als patiënt Leonard. Sacks omschrijft deze Leonard als iemand die zegt in een kooi te leven, een eenling die zich voor zijn ziekte begroef in zijn boeken, weinig vrienden had en ‘zich niet overgaf aan de seksuele, sociale of andere activiteiten die voor jongens van zijn leeftijd normaal zijn’.
Dat was geen beschrijving van de patiënt die voor Leonard model had gestaan, maar eerder een zelfportret. Aviv beschrijft uitgebreid hoe Sacks altijd afstand hield van anderen, een enorme boekenwurm was, tientallen jaren lang geen relaties aandurfde en zich onthield van seks.
Pas tegen het eind van zijn leven kreeg hij een vaste vriend, en het duurde nog langer, tot hij 80 was, voor hij uit de kast kwam. Sacks’ moeder, die vermoedde dat hij homo was, vond dat iets gruwelijks en smerigs en zei toen hij jong was dat ze wilde dat hij nooit was geboren.
Volgens Aviv werd het fabuleren een heel stuk minder na het succes van The Man Who Mistook His Wife for a Hat. Misschien doordat hij zich schuldig voelde over de vrijheden die hij had genomen, misschien omdat hij nu gevallen beschreef van mensen die al wisten dat ze een verhaal te vertellen hadden: ze schreven hem naar aanleiding van het boek.
In zijn dagboeken schrijft hij dan niet meer dat hij verhalen verzint. De patiënten die hij in latere boeken beschrijft, citeren nauwelijks nog uit de wereldliteratuur en wat ze zeggen wordt banaler. En Sacks geeft dan ook toe dat hij zijn patiënten niet altijd begrijpt en geen deel kan worden van hun wereld.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant