Na 73 jaar is het Floravuur in Amsterdam-Noord nu definitief verboden door de gemeente. Tot frustratie van een deel van de Floradorpers. Een camera werd belaagd met bommen, vuilcontainers gemolesteerd en een dixie in brand gestoken.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
De as van zijn moeder staat al meer dan een jaar in de woonkamer. ‘Gewoon naast de bank’, zegt Patrick van Bronswijk (46). En daar zal die voorlopig nog wel even blijven staan.
Van Bronswijk steekt een sigaretje op, zet zijn muts stevig op zijn hoofd en kijkt naar het Floraveld. Op deze plek in de Amsterdamse wijk Floradorp wordt traditiegetrouw tijdens de jaarwisseling een vreugdevuur aangestoken. ‘Om samen het jaar af te sluiten, het nieuwe jaar in te luiden én de doden te herdenken’, zegt de voorzitter van Flora4Life, de vrijwilligersorganisatie die het vreugdevuur organiseert.
Eigenlijk had hij vorig jaar al zijn moeders as hier, op dit veld, willen uitstrooien in het vuur. Maar wegens de harde wind moesten de Floradorpers van de gemeente hun stapel pallets en kerstbomen een dag eerder aansteken. ‘En nu gaat het helemaal niet meer gebeuren’, zegt Van Bronswijk, een geboren en getogen Floradorper, gefrustreerd. ‘De as van de doden hoor je op oudejaarsnacht uit te strooien en niet op een andere dag. Dát is nu van me afgenomen.’
Vanaf dit jaar is het Floravuur, dat sinds 1951 jaarlijks brandde, verboden. Het risico dat het misgaat, stelt de gemeente, is te groot. ‘We hebben afgelopen jaren echt al alles geprobeerd om het kleiner te houden en onder controle te houden’, zei burgemeester Femke Halsema eerder dit jaar tegen de gemeenteraad. Zo werden houten dijkhuizen natgespoten met een watervernevelaar, moest de brandstapel slinken en werd er beveiliging ingehuurd.
Ondanks dat, concludeerde ze na advies van de brandweer, blijft het gevaar dat het vuur vanaf het veld overslaat op de nabijgelegen huizen. Bovendien legt het Floravuur een te grote druk op de hulpdiensten tijdens oudejaarsnacht. ‘Als er elders in Amsterdam een grote brand uit zou breken, hebben we een probleem.’
In Floradorp ziet een deel van de bewoners dat anders. In september, tijdens een bewonersavond met Halsema, liepen de emoties hoog op. De burgemeester werd uitgescholden, vuurwerk ging de lucht in.
‘En afgelopen weken zijn er uit onvrede zeventien ondergrondse vuilnisbakken in brand gestoken, een aantal bushokjes gesloopt en parkeerpalen gemold’, somt Van Bronswijk op. ‘Verderop is het asfalt gesmolten, iemand had er pallets opgegooid en een dixie in de fik gestoken. Zo’n dixie brandt als een gek.’
En kijk daar, zegt Van Bronswijk terwijl hij wijst naar een zwart geblakend stukje gras op het Floraveld. ‘Daar heeft een tonnetje gestaan.’ Oftewel, een brandend olievat.
Hoewel hij zelf niet zal ‘vechten’ zoals de relschoppers, heeft de voorzitter van Flora4Life begrip voor hun woede. ‘Maar ik heb wel tegen de kinderen die Halsema uitscholden, gezegd: gebruik het k-woord liever niet. Zeg dan heks, of zoiets. Dat heb ik zelf ook gedaan.’
Zo denkt ook John de Jong (70) erover. De secretaris van Flora4Life is net komen aanrijden in de FloraMobiel, een wit elektrisch autootje waarmee hij en andere vrijwilligers dagelijks buurtbewoners voor 1,50 euro naar ‘de dokter, apotheek, markt of de visite’ brengen. ‘We organiseren niet alleen het Floravuur, we doen van alles om ouderen, zieken en minima te helpen. Van vijfduizend taxiritjes per jaar tot het uitdelen van voedsel en complete tuinrenovaties.’
Maar, zegt De Jong met spijt in zijn stem, ‘normaal zouden Patrick en ik in nu volledig op het vuur gaan’. Pallets bestellen, kerstbomen regelen, planningen maken. Alles organiseren voor een mooie brandstapel. De Floradorpers, benadrukken ze, pakten het afgelopen jaren al anders aan: ‘35 jaar geleden lag hier een berg van 30 meter breed, 25 meter hoog. Een stapel van negenduizend kerstbomen, met daar midden in een caravan.’
Vorig jaar waren daar nog vijfhonderd kerstbomen van over. Bovendien, zegt De Jong, is Flora4Life activiteiten voor kinderen gaan organiseren. ‘Vier dagen voor de jaarwisseling mochten eerst de kleinsten spijkertjes in planken slaan. Daarna waren de grotere kinderen aan de beurt om te helpen. Dat was prachtig om te zien.’
Nu, zegt hij terwijl hij naar het kale veld kijkt, ‘gebeurt hier niets met de jaarwisseling’. Althans: niet bij zijn weten. ‘Heel frappant, net belde persbureau ANP ook al met de vraag: wat gaan we doen met oud en nieuw? Ik antwoordde: ik zou het bij God niet weten. Ik doe niks.’
De gemeente vreest echter iets anders. Afgelopen vrijdag zei Halsema tegen stadszender AT5 dat het broeit onder een harde kern van jongeren in Floradorp, een groep die geen boodschap heeft aan wat de gemeente zegt en voor wie andere bewoners bang zouden zijn. De politie bereidt zich overal op voor want ‘we kunnen niet wijken voor geweld’.
Van Bronswijk schudt zijn hoofd. ‘De harde kern? Dat zijn een paar kinderen.’ Wat hem betreft zijn zij niet probleem, maar is het juist de gemeente die provoceert.
Zo staat er sinds eind november een camerapaal vlak bij zijn huis. Al twee keer werd hij wakker van een harde knal. ‘Iemand probeerde die paal op te blazen. Ik kan er wel tegen, maar mijn buurvrouwtje Annie slaapt al tweeënhalve week niet meer vanwege die bommen.’
Dat had de gemeente kunnen voorkomen, vindt Van Bronswijk. ‘Als je die paal een dag voor oud en nieuw neerzet, snappen we het allemaal. Maar door hem in november al neer te zetten, lok je juist zo’n reactie uit. Daarmee breng je omwonenden in gevaar. Waardeloos.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant