Hoe bezweren we de toenemende migranten-bashing en extreemrechtse roep om remigratie? Misschien moeten academische politici en ambtenaren in stages onze samenleving ervaren, in al zijn onomkeerbare diversiteit.
Zondagmorgen las ik het interview met Mark Bovens en Anchrit Wille over de herziene uitgave van hun klassieker Diplomademocratie. Zij beschrijven dat toenemende aantallen academici in politiek en overheid geen beleid voortbrengen dat de belangen van praktisch geschoolden includeert. Bovens en Wille maken korte metten met de conclusie van Jan Willem Duyvendak dat er geen sprake is van een kloof in de samenleving; zij betogen juist dat ‘de nieuwe verzuiling’ zich langs lijnen van opleiding en maatschappelijke segregatie voltrekt. Deze ontwikkeling leidt tot tegenstellingen op thema’s die cultureel kunnen worden geduid: Europa, klimaat, nationale identiteit.
En natuurlijk: migratie, dat om populistische motieven als hét grote thema van onze tijd is geframed. Bovens en Wille doen daar luchtig aan mee, zonder een woord te wijden aan wetenschappers als Hein de Haas en Leo Lucassen die hebben aangetoond dat migratie tot allesoverheersend thema is gemaakt, maar feitelijk niet is. In het interview beargumenteren Bovens en Wille dat praktisch geschoolden al sinds de jaren negentig vragen om meer greep op migratie. En dat politieke partijen die die roep beantwoorden, zoals D66 dat nu doet, deze groepen ‘aan boord’ kunnen krijgen.
Maar kan het niet zijn dat het labelen van migranten als zondebokken handig uitkomt voor overheidsbeleid, dat onder invloed van ‘liberale’ waarden helemaal niet is ingericht op de werkelijke behoeften van praktisch geschoolden? De verzakelijking van de jaren tachtig zette een ontwikkeling in naar hegemonie van het neoliberalisme, heiligverklaring van de markt en uitrol van kritiekloze rode lopers voor het bedrijfsleven. Het was gedaan met begrippen als solidariteit, gemeenschapszin en de idee dat ieder naar vermogen bijdraagt aan onze samenleving. In de ‘BV Nederland’ moest iedereen zelf op zoek naar de vermeerdering van het eigen profijt.
Omdat dat hele groepen niet lukt, staan de schijnwerpers nu op medeburgers die er niet uitzien als witte Nederlanders, ook al zijn ze hier geboren. Mensen die veiligheid zoeken, of die in dit land willen leven en werken en daaraan hun talenten willen geven. Zij betalen de prijs voor het maatschappelijke falen van het neoliberalisme en het geloof in egoïsme als vormend principe voor het inrichten van een land.
Vergeef me, als ik hier memoreer hoe Nederlanders zich in het verleden hebben gedragen in landen die zij ‘veroverden’ en omwille van geldelijk gewin hele volksstammen uitmoordden, uitbuitten en in slavernij dreven. Om je dan nu druk te maken om mensen die hier willen wonen en werken is werkelijk een lachertje – als het niet zo ernstig was.
Marisa Monsanto is zelfstandig adviseur en toezichthouder in de culturele sector.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Onder het mom van ‘grip op migratie’ wordt immers een sinistere agenda uitgeleefd door de extreemrechtse partijen PVV, FvD en JA21. Daarbij mengen BBB en VVD zich, bij gebrek aan enig gerealiseerd succes voor hun achterbannen, steeds meer in het racistische discours. Denk aan Mona Keijzer die strafbare uitlatingen deed van groepsbelediging op basis van ras en godsdienst, maar enkel om het feit dat dit haar vrijheid van meningsuiting als politicus zou beperken, hierom niet werd vervolgd. De SGP volgt merendeels enthousiast de agenda van de FvD.
‘Grip op migratie’ is verworden tot haat tegen alle niet-witte burgers; haat die steeds openlijker wordt uitgesproken, schaamteloze discriminatie en dehumanisering die steeds vaker worden gedoogd. Veel Nederlanders voelen zich niet meer veilig in dit land, en voelen juist daardoor verwijdering tot hun Nederlanderschap. De gedachte dat, blijkens de verkiezingsuitslag, één op de drie witte Nederlanders je als tweederangsburger ziet en je weg wil hebben, is beangstigend. Hoe ernstig het is, toont het interview met Nasrdin Dchar in Volkskrant Magazine. Dchar: ‘Ik ben gewoon bang. Wat als ‘nooit meer’ niet voor ons allemaal geldt?’
Het is de landelijke politiek die het xenofobe gif verspreidt dat neerdaalt in steden, dorpen, wijken en buurten. Dat gif leidt tot polarisatie, tot gewelddadige rellen tegen gemeenteraden over azc’s en zwartgeklede terroristen die unverfrohren de Hitlergroet brengen. Het is aan de lokale politiek om desondanks ‘de boel bij elkaar te houden’ en de gemeenschapszin te bevorderen.
Gemeenschapszin was het toverwoord voor de politieke verliefdheid van Henri Bontenbal op Rob Jetten. Nu zien we dat hij, na de knieval voor de opportunistische machtspolitiek van de VVD, D66 onder druk zet om te onderhandelen met JA21. Ik zou Bontenbal, die zo graag koketteert met zijn bètabrein, willen aanmoedigen om zich door een alfa- of gammabrein te laten helpen om het programma van JA21 goed te lezen. Daar wordt een alarmerende hoeveelheid migranten-bashing gebracht, remigratie bepleit en keihard ontkend dat racisme en discriminatie in dit land bestaan, en zijn geworteld in instituties, systemen en mensen.
Het interview met Bovens en Wille toont hoezeer ook zíj geworteld zijn in hun eigen witte bubbel. Zij zien slechts de boze, uit Nederlandse klei getrokken praktisch geschoolden, niet de niet-witte Nederlander. En zij tonen nóg een blinde vlek. Want de xenofobe en racistische agenda wordt met name op sociale media flink aangewakkerd door academici: de school van Paul Cliteur met de Chopin spelende Thierry Baudet, de postergirls voor het nieuwe racisme Raisa Blommestijn en Eva Vlaardingerbroek, de oprichting van de extreemrechtse Groot-Nederlandse Studentenverening.
Maar hoe bezweren we dan het toenemende extreemrechtse gevaar? Misschien, zoals Bovens en Wille betogen, werkt het argument van het belang van onze rechtsstaat averechts. Misschien moeten academische politici en ambtenaren in stages worden ondergedompeld om te leren hoe andere levens eruitzien: in aandachtswijken, wijkcentra en hulpverleningsinstanties, bij jongerenwerkers, schoonmaakbedrijven en distributiedozen.
Zodat ze onze samenleving ervaren in al zijn onomkeerbare diversiteit, en beleid gaan maken dat vijftien jaar onafgebroken VVD-overheersing niet heeft gebracht. Beleid dat wordt gekenmerkt door solidariteit, compassie en het praktische inzicht dat ‘koopmansgeest’ geen sociale huurwoningen bouwt, dat buigen voor de agro-industrie het stikstofslot niet weghaalt, dat marktwerking in de zorg het werk van thuiszorgers vooral denatureert en frustreert.
Misschien is het niet verstandig het argument van de rechtsstaat in te zetten. Maar voor al die mensen die zich nu afvragen of zij en hun kinderen nog veilig zijn in dit land, is de rechtsstaat hun enige toevlucht en is artikel 1 van de Grondwet de enige reddingsboei. De vraag is, inderdaad, of ‘nooit meer’ ook werkelijk voor iederéén ‘nooit meer’ zal zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant