Home

Effect van Wiersma’s mestplannen lijkt beperkt, maar elke verslechtering is een probleem

Het ruziënde kabinet vergadert vrijdag over de omstreden mestplannen van demissionair landbouwminister Femke Wiersma (BBB). Critici vrezen dat die funest zullen uitpakken voor de waterkwaliteit. ‘Maar hoe groot het effect is, is onzeker.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Waar gaat de kabinetsruzie over?

De Europese Nitraatrichtlijn schrijft lidstaten voor dat ze hun grond- en oppervlaktewater moeten beschermen tegen een overschot aan meststoffen. Hoe lidstaten dat doen, mogen ze elke vier jaar middels een kabinetsbesluit zelf vastleggen.

In juli presenteerde landbouwminister Femke Wiersma haar conceptplan, met naast een aantal aanscherpingen ook een versoepeling. Op klei- en veengrond, in gebieden waar het stikstofgehalte in het oppervlaktewater onder de norm zit, wil ze de zogeheten bufferstroken versmallen.

Op die bufferstroken langs waterlopen mogen boeren geen mest uitrijden, om te voorkomen dat die wegspoelt naar grond- of oppervlaktewater. Nu zijn ze op de meeste percelen 3 of 5 meter breed. Als Wiersma haar zin krijgt, worden ze in de genoemde gebieden maximaal 1 meter breed. Maar coalitiegenoot VVD verzet zich tegen de plannen.

Waarom wil Wiersma de bufferstroken versmallen?

In de Nitraatrichtlijn staat dat boeren jaarlijks niet meer dan 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare mogen gebruiken. Nederlandse melkveehouders mochten jarenlang meer gebruiken op grasland: tot wel 250 kilo. Gras groeit goed in het Nederlandse klimaat, waardoor het meer mest opneemt.

Toch blijven in een deel van Nederland de normen uit de Nitraatrichtlijn uit zicht. Het mestvoordeel (de zogeheten derogatie) wordt daarom afgebouwd. Dat leidt tot hoge kosten voor veehouders, die meer moeten betalen om van hun mest af te komen. De versmalling van bufferstroken zou die pijn enigszins verzachten: dan kunnen ze een deel van de mest immers weer zelf gebruiken.

Wiersma hanteert naar eigen zeggen het principe van ‘maatregelen nemen waar die nodig zijn’. Op klei- en veengrond spoelt veel minder mest weg naar grond- en oppervlaktewater en worden de normen uit de Nitraatrichtlijn ruimschoots gehaald, dus daar zouden die regels niet noodzakelijk zijn.

Wat zijn de effecten van smallere bufferstroken?

Die zijn voor deze ene maatregel niet doorgerekend. In het algemeen geldt: een kleinere bufferstrook betekent een groter risico op uitspoeling van meststoffen.

Maar de impact is beperkt. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit (WUR) blijkt dat een bufferstrook van 5 meter op veengrond de uitspoeling van stikstof met 10 procent kan verminderen. Op klei- en zandgrond vonden de onderzoekers geen statistisch significant effect.

‘Het effect is zeer afhankelijk van de lokale omstandigheden’, zegt Gerard Velthof, hoogleraar nutriëntenmanagement bij de WUR en voorzitter van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet, die het ministerie van Landbouw adviseert over het mestbeleid. ‘Op hellingen hebben bufferstroken een groot effect. In het vlakke Nederland minder.’

Uit berekeningen van Follow the Money en Omroep Gelderland blijkt dat de versmalling van bufferstroken ongeveer 10 duizend hectare landbouwgrond vrijspeelt voor bemesting. Bij 170 kilo stikstof per hectare komt dat neer op 1,7 miljoen kilo extra stikstof die het land op kan.

Ter vergelijking: de invoering van de bufferstroken in heel Nederland betekende dat 11 miljoen kilo stikstof aan bemestingsruimte verdween. Het wegvallen van de derogatie kost boeren 53 miljoen kilo stikstof aan bemestingsruimte. Het versmallen van de bufferstroken is dus een druppel op de gloeiende plaat.

Gaat de waterkwaliteit achteruit door Wiersma’s plan?

Op lokaal niveau kan het versmallen van de bufferstroken een negatief effect hebben op de waterkwaliteit, stelt Velthof. ‘Maar hoe groot dat is, is onzeker. En het is zeker niet zo dat de waterkwaliteit in heel Nederland achteruit zal gaan.’ Ook maakt hij zich geen zorgen dat het nitraatgehalte in oppervlaktewater boven de norm uit de Nitraatrichtlijn komt te liggen.

Wel wijst hij op andere Europese regelgeving. ‘Volgens de Kaderrichtlijn Water mag de waterkwaliteit niet achteruitgaan. Dat kan hierdoor lokaal wel gebeuren.’

De normen in die Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn strenger dan die van de Nitraatrichtlijn. Nederland moet er in 2027 aan voldoen, maar ligt niet op koers. Zo zit er te veel stikstof in bijna de helft van de wateren die onder de KRW vallen.

Daarnaast wacht Nederland nog een flinke opgave om aan de KRW-doelen voor bestrijdingsmiddelen te voldoen. En de versmalling van bufferstroken betekent dat akkerbouwers op kleigrond die middelen straks dichter bij het water mogen gebruiken.

Zijn er mogelijk andere negatieve gevolgen?

Er is ook nog het stikstofprobleem. Bij het uitrijden van mest vervluchtigt een deel van de stikstof die erin zit in de vorm van ammoniak. Meer mest uitrijden betekent dus meer ammoniakuitstoot.

Het nieuwe mestplan leidt tot 1,1 kiloton extra uitstoot van ammoniak, blijkt uit een impactanalyse van de WUR. Ter vergelijking: het uitkopen van veehouders (à 3 miljard euro) leidt naar verwachting tot een vermindering van 4,5 kiloton. Die winst wordt door Wiersma’s maatregel deels tenietgedaan.

In een notitie aan de betrokken ministers schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat het zelfs om 2,5 kiloton extra uitstoot gaat. Het PBL vreest daarom dat het hele mestplan kan sneuvelen in de rechtbank, ‘wat leidt tot onzekerheid en mogelijk veranderende regelgeving voor boeren’.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next