Landbouw Om uit de crisis te komen moeten we de landbouw anders inrichten, zegt Kees Scheepens. Daarvoor moeten we om te beginnen goed kijken naar wat de dieren nodig hebben.
Spelende koeien in het Brabantse Volkel die voor het eerst weer buiten zijn in het voorjaar.
Ik werd dierenarts om dieren beter te maken, niet om ze te doden. Maar tijdens de varkenspestcrisis van 1997–1998 stond ik dag in dag uit met een injectiespuit in de hand. Niet om te genezen, maar om – in opdracht van de staat – tienduizenden gezonde biggen te euthanaseren. Het was efficiënt, stil, technisch correct. Het was ook het moment waarop ik begreep dat niet de varkens ziek waren, maar het systeem.
Kees Scheepens is boer en dierenarts.
Dat kantelpunt maakte mij uiteindelijk tot iets anders dan een veearts: iemand die begon te luisteren naar dieren in plaats van alleen maar protocollen te volgen. Dat luisteren veranderde mijn werk, mijn boerderij en mijn kijk op de landbouw. En misschien is dat precies wat onze samenleving nu nodig heeft: een nieuw soort intelligentie.
De laatste jaren wordt kunstmatige intelligentie gezien als de redding van de landbouw. Algoritmes die gedrag voorspellen, camera’s die staartbijten meten, big data die ziektedruk voorspelt. Maar wie in stallen heeft gewerkt, weet dat technologie zelden het fundamentele probleem oplost: een gebrek aan empathische intelligentie bij mensen – het vermogen om een ander wezen te begrijpen in zijn behoeften, grenzen en waardigheid.
Ik gebruik dat woord niet zweverig. Empathische intelligentie is een vorm van waarnemen en redeneren die al eeuwen bestaat. Indigenous denkers benoemen de morele vernieuwing die nodig is om ecosystemen en gemeenschappen gezond te houden. In de woorden van Oren Lyons (Onondaga Nation): „value change for survival”. Franciscus van Assisi beschreef het als broederschap met dieren. Boeren noemden het vroeger simpelweg: goed boerenverstand.
In de dagelijkse praktijk betekent het iets heel concreets: eerst kijken, dan denken, dan doen. Begrijpen waarom een dier stress heeft voordat je meer techniek toevoegt. Voorsorteren op welzijn in plaats van alleen op rendement. En systemen bouwen die gedrag toelaten in plaats van onderdrukken.
Op mijn eigen boerderij in Oirschot, waar mijn familie al 22 generaties boert, heb ik geprobeerd dat luisteren radicaal door te voeren. Niet als romantisch ideaal, maar als een ontwerpopgave. Wat gebeurt er als je varkens vrije keuze geeft in waar ze slapen? Als je ze laat wroeten in echte aarde in plaats van in stro of op roosters? Als je hun natuurlijke zindelijkheid benut door urine en mest te scheiden?
Het antwoord is, verrassend, dat het hele systeem verandert: stress daalt drastisch, en dus antibiotica- en medicijngebruik bijna tot nul. Ammoniakemissie keldert door het scheiden van poep en urine. Sterfte daalt, infectiedruk ook. Gedrag verandert: varkens spelen meer, eten rustiger, vormen stabielere groepen. De boer ziet weer het dier, niet alleen de productie-eenheid.
Dit is geen utopie. Dit is ontwerpbiologie. Wanneer je jouw model baseert op het dier, volgt efficiëntie vanzelf.
Het debat over de landbouw is de afgelopen jaren kapotgegaan aan simplificaties: voor of tegen boeren, dier of mens, natuur of economie. Maar wie dagelijks met dieren werkt, weet dat dit valse tegenstellingen zijn.
Een landbouw die niet empathisch is, wordt vanzelf inefficiënt. Een landbouw die dieren reduceert tot productie-eenheden, wordt vanzelf ziek. Een landbouw die boeren reduceert tot uitvoerders van protocollen, wordt vanzelf leeg.
Empathische intelligentie gaat niet over gevoelens, maar over ontwerp: het geeft richting aan de eiwittransitie: minder massa, meer kwaliteit. Het geeft richting aan technologische innovatie: techniek die gedrag faciliteert in plaats van corrigeert. Het geeft richting aan ruimtelijke ordening: dieren houden waar ruimte is voor natuurlijk gedrag. Het geeft richting aan beleid: belonen van welzijn als systeemkwaliteit in plaats van alleen emissiegetallen.
De recente landbouwvisie van CDA, GroenLinks-PvdA, VVD en D66 wijst voorzichtig in die richting: kringlopen sluiten, afhankelijkheid van import en kunstmest verminderen, en boeren een nieuw verdienmodel geven. Maar beleid alleen redt de landbouw niet. Er is een culturele verschuiving nodig: de landbouw heeft geen technologische revolutie nodig, maar een morele.
Toen ik stopte met het doden van dieren, begon ik pas echt mijn vak uit te oefenen. Niet meer als producent van oplossingen, maar als iemand die kijkt, luistert, leert. Dat klinkt zacht, maar het is hard werken. Empathie is geen emotie, maar vakmanschap.
De grote crises van deze tijd – stikstof, klimaat, bodem, water, biodiversiteit – zijn geen technische crises. Het zijn relationele crises. We zijn de relatie kwijtgeraakt tussen mens en dier, mens en land, mens en lijn van generaties. De weg vooruit vraagt niet alleen nieuwe stallen of nieuwe regels, maar nieuwe ogen: ogen die weer durven zien wat een dier is, wat een ecosysteem is en wat onze taak daarin is.
Dat noem ik empathische intelligentie. En misschien is dat wel de oudste vorm van vooruitgang die we opnieuw moeten leren.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC