Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Daar gaan ze, onze mooie, lieve, grote, grappige, warme vaders.
Uiteindelijk verwacht je zo’n berichtje ooit wel te krijgen, alleen hoop je dat je het ziet aankomen. Nu kijk ik tijdens het hardlopen toevallig op mijn telefoon en zie het bericht van mijn oudste maatje dat zijn vader is overleden. De lucht is grijs, het is windstil en het pad waarover ik ren is volledig verlaten.
Wat een vreemde afwegingen maak je op zo’n moment. Moet ik verdergaan met hardlopen en dan straks, ja dan straks wat? Ik versnel mijn pas weer, probeer nog even verder te gaan, maar mijn benen zijn te zwaar. Ik probeer hem terug te bellen, maar hij neemt niet op. Natuurlijk niet, hij heeft net zijn vader verloren.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik schrijf een bericht, maar wat moet je in zo’n klotebericht zetten. Condoleren? Hou op, fuck die afstandelijke Hollandse shit. Deze vader was ook niet zomaar een vader. Ik maakte hem mee vanaf mijn 12de, sliep in zijn huis alsof het mijn huis was, at uit zijn koelkast alsof het mijn koelkast was, rookte zijn sigaretten alsof het mijn sigaretten waren (stiekem, sorry nog daarvoor). Hij was een van die bomen die het bos van je jeugd vormen. En ook al is het op een gegeven moment jaren geleden dat je daar bent geweest, als je je ogen dichtdoet weet je nog hoe het licht op de bladeren viel, hoe de grond onder je voeten voelde en hoe het er rook.
Een week daarvoor was de vader van een andere goede vriend van me overleden. En kort daarvoor weer de vader van een goede vriendin van mijn vrouw. Daar gaan ze, onze mooie, lieve, grote, grappige, warme vaders. Deze winter hun laatste.
Ja, het hoort bij de levensfase, het is even natuurlijk als onvermijdelijk. Dat maakt het verdriet misschien draaglijker, maar niet minder groot. De bomen vallen. Soms hoor je het barsten en kraken lang van tevoren aankomen. Soms vallen ze plotseling, in stilte. De plek waar ze stonden, zal altijd leeg blijven.
Na het rondje rennen kom ik terug bij het meer en net op het moment dat ik hem nog een bericht wil sturen, belt hij terug. Het is alsof iemand op een mengpaneel de lage en middentonen uit zijn stem heeft gedraaid. Rustig vertelt hij wat er is gebeurd. Door mijn hoofd flitsen ondertussen herinneringen van jaren geleden. Van toen ik 12 was, of 15, of 29. Die zijn voor later. Nu vertelt hij en ik luister. Hij huilt, ik huil. Hij lacht, ik lach. Het verdriet begint door de schok heen te sijpelen. Het komt in kleine druppels. Bijvoorbeeld als hij bedenkt dat zijn pa hem nu nooit meer zal bellen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant