Peter Arnett, die woensdag overleed, deed bijna vier decennia lang verslag vanaf de frontlinie. Tijdens de eerste Golfoorlog, in 1991, was hij enkele weken de enige westerse journalist die vanuit Bagdad de Iraakse kant van de oorlog liet zien.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
‘Nou, er vliegen luchtafweerkogels door de lucht.’ Met die woorden drong CNN-journalist Peter Arnett op 17 januari 1991 voor het eerst door tot de Nederlandse huiskamer. Operatie Desert Storm was in Irak begonnen en voor het eerst in de geschiedenis kon de tv-kijker zittend op de bank een oorlog live meemaken. Met Arnett de eerste twee weken als enige westerse frontverslaggever in Bagdad.
Arnett, die woensdag op 91-jarige leeftijd overleed, zou daarna nog een poos op de televisie zijn te zien, maar raakte uiteindelijk door journalistieke missers op een zijspoor.
Arnett begon zijn journalistieke loopbaan in zijn geboorteland Nieuw-Zeeland bij een regionale krant. Hij vertrok later naar Bangkok en begon een eigen kleine Engelstalige krant in Laos. Later kwam hij in dienst van het Amerikaanse persbureau Associated Press.
Zijn eerste grote oorlog versloeg Arnett vanaf 1962. In Vietnam vochten de Amerikanen van 1955 tot 1975 een bloedige oorlog uit om te voorkomen dat het land in communistische handen zou vallen. Arnett was erbij toen de Amerikanen in 1975 uiteindelijk wegvluchtten uit Saigon. Terwijl de meeste collega’s vertrokken bleef Arnett achter. Zo kon verslag doen van de chaos bij de val van de Vietnamese hoofdstad.
Arnett had toen al een reputatie opgebouwd als luis in de pels van het Amerikaanse leger. Hij zette vraagtekens bij de overwinningen die de strijdkrachten op het slagveld claimden en deed verslag van de gruweldaden die Amerikaanse militairen begingen. In 1966 kreeg hij voor zijn werk de Pulitzerprijs, een hoge Amerikaanse personderscheiding.
Beroemd en omstreden is Arnetts citaat van een anomieme Amerikaanse officier in 1968 na een allesverzengend bombardement op de stad Ben Tre, in het zuiden van Vietnam: ‘Om de stad te redden was het noodzakelijk die te verwoesten.’ De verslaggever werd ervan beschuldigd het citaat te hebben verzonnen. Omdat Arnett zijn bron niet wilde prijsgeven, bleven er twijfels bestaan over de echtheid.
Na Vietnam vroeg Arnett het Amerikaanse staatsburgerschap aan. Hij ging voor AP in de Verenigde Staten aan het werk. Hij verkoos opnieuw het ‘front’, met reportages over immigratiekwesties en de opmars van paramilitaire groepen.
In 1981 trad hij in dienst van Cable News Network (CNN), toen nog geen jaar oud. CNN was een nieuw verschijnsel. Het zond 24 uur per etmaal, zeven dagen in de week, het hele jaar door nieuws uit. Arnett zou voor CNN oorlogen verslaan in Afghanistan, Angola, El Salvador, Grenada en Libanon.
Zijn internationale doorbraak kwam in 1991, toen de Amerikanen een grote internationale coalitie vormden die met de zegen van de Verenigde Naties het Iraakse leger in Koeweit bombardeerde. De Iraakse dictator Saddam Hoessein was het land binnengevallen om Koeweits olievoorraden te plunderen.
Enkele dagen voor operatie Desert Storm zou losbarsten nam Arnett zijn intrek in het Al Rashid Hotel in Bagdad. De meeste westerse verslaggevers waren al teruggeroepen door hun werkgevers, of het land uitgezet door de Iraakse autoriteiten. Alleen CNN mocht blijven.
Toen de oorlog begon kon CNN nog geen eigen beelden uitzenden, maar dat maakte Arnett goed door vanuit zijn hotelkamer via de telefoon op tv verslag te doen van de Amerikaanse luchtaanvallen. Samen met presentator Bernard Shaw vertelde hij, soms schuilend onder een hotelbed, hoe de bommen insloegen.
Eind jaren negentig begon de reputatie van Arnett te verbleken. In 1999 vertrok hij bij CNN na een reportage waarin hij het Amerikaanse leger
ervan beschuldigde tijdens de oorlog in Vietnam zenuwgas te hebben
gebruikt om Amerikaanse deserteurs in Laos te doden. Die beschuldigingen bleken grotendeels op niets gebaseerd.
In 1997, vier jaar voor de aanslagen op de Twin Towers, interviewde Arnett de leider van terreurorganisatie Al Qaida, Osama bin Laden. Gevraagd naar zijn plannen voor de toekomst zei Bin Laden: ‘Je zult die zien en erover horen in de media. Als God het wil.’
Arnett was er niet bij toen Al Qaida-terroristen op 11 september 2001 de New Yorkse wolkenkrabbers binnenvlogen. Hij was wel present bij de tweede Golfoorlog, toen in 2003 de VS Irak aanvielen. Dit keer was hij in dienst van de tv-zender NBC en het tijdschrift National Geographic. Hij was opnieuw een van de laatste journalisten die in Bagdad achterbleef.
Daar beging hij een kapitale fout door zich te laten interviewen door de Iraakse televisie. Hij voorspelde dat de geallieerden het onderspit zouden delven vanwege het Iraakse verzet. Arnett werd prompt ontslagen. Hij bood zijn excuses aan het Amerikaanse volk aan voor zijn ‘beoordelingsfout’. Maar zijn gloriedagen waren voorbij.
- Na de val van Saigon in 1975 kreeg Peter Arnett van de leiding van Associated Press de opdracht om alle documenten te vernietigen in het kantoor het persbureau in de Vietnamese hoofdstad. De journalist vond de documenten van ‘historische waarde’ en liet ze naar zijn woning in New York verschepen. De paperassen maken nu deel uit van het archief van AP.
- Arnett zei in interviews dat hij van zijn chef bij AP in Saigon had geleerd hoe hij aan het front kon overleven. Een van die wijze lessen: sta tijdens gevechten nooit naast een hospik of de verbindingsman, want dat zijn de eersten die door de vijand onder vuur worden genomen.
- In 1960 kreeg Arnett in Laos lucht van een staatsgreep, maar militairen blokkeerden de toegang tot het telegraafkantoor. Dus dook de reporter de rivier de Mekong in en zwom naar Thailand om van daaruit het nieuws naar AP te zenden. Dat deed Arnett volgens zijn memoires met ‘mijn uitgetypte bericht, mijn paspoort en twintig biljetten van 10 dollar geklemd tussen mijn tanden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant