Tien generaties, één jaar Tien levens, één jaar. NRC vroeg een tiener, twintiger, dertiger et cetera om terug te blikken op hun jaar. Met onder anderen Sef (41), Philip Freriks (81) en Emma Kok (17).
Zo veel mensen, zo veel versies van 2025. Sommigen maakten hun wildste dromen waar: optreden voor uitzinnige zalen of met een persoonlijk record over een finish sprinten. Anderen werden meegesleurd door het leven en kwamen terecht op plekken waar ze helemaal niet wilden zijn.
Tien mensen blikken terug op hun jaar. Over de mijlpalen die ze behaalden, of net niet. Over afscheid nemen – of opnieuw beginnen.
Jade-Ming Kho (10) verzamelt Labubu’s – harige Chinese speelgoedfiguurtjes met konijnenoren, ondeugende ogen en negen scherpe tandjes. Populaire unboxing-video’s op sociale media maakten de Labubu, doorgaans zo’n 40 euro per stuk, dit jaar razend populair. Wanneer winkels hun schappen bijvullen, vormt zich direct een meterslange rij.
„Ik heb meer dan zestig Labubu’s, bijna allemaal limited editions. Eentje is roze met een Chanel-rokje, eentje ziet eruit als een garnaal en ik heb er zelfs een met een ruimtepak. Mijn moeder en ik verzamelen ze samen. Onze hele collectie staat op een tafel in de woonkamer.
Toen mijn opa deze zomervakantie overleed, hielpen mijn Labubu’s mij om weer vrolijk te worden. Dat komt omdat ze zo donzig zijn, maar ook door de grote grijns en de grappige scherpe tandjes. Als ik naar ze kijk, moet ik automatisch lachen.
Mijn lievelingslabubu draagt een Miu Miu-rokje; mama en ik vinden het belangrijk dat ze goed gekleed zijn. De outfits kun je kopen bij speciale winkels. Ze mee naar school nemen doe ik nooit, want een keer is een van mijn bruine Labubu’s gestolen in de stad. Ermee spelen doe ik ook niet. Ik laat ze liever mooi in de woonkamer staan, zodat er niks mee gebeurt. Ik denk namelijk dat Labubu’s later zeldzaam worden, en als ik ze netjes houd, kan ik ze voor heel veel geld verkopen.
Lafufu’s herken ik meteen; dat zijn neppe versies met scheve oortjes en meer dan negen tanden. De echte koop je bij Popmart. Mama heeft zelfs een keer drie uur in de rij gestaan om een limited-edition Labubu te halen, voor mij en oma. Onze hele familie houdt van Labubu’s. Het allerliefst ga ik met mijn moeder de stad in om de nieuwste soorten te bekijken. Het is een traditie geworden.”
Emma Kok (17) werd internationaal bekend door haar vertolking van de chanson ‘Voilà’ tijdens een André Rieu-concert in 2023. De YouTube-video van dat optreden werd 102 miljoen keer bekeken. Dit jaar gaf ze haar eerste twee soloshows in het Concertgebouw, beide stijf uitverkocht.
„Sinds tweeënhalf jaar doe ik mee aan de Arena-tour van André Rieu, waarvoor ik vaak naar het buitenland reis. Elke avond, waar dan ook, vertelt André vlak voor ik ‘Voilà’ zing mijn verhaal aan het publiek. Door mijn chronische maagverlamming loop ik 22 uur per dag rond met twee zware sondepompen in een rugzak. Voeding krijg ik binnen via slangetjes, die rechtstreeks mijn maag ingaan. De sonde een dag niet gebruiken is geen optie; dan word ik slap en zakken mijn bloedwaarden, wat levensbedreigend kan zijn.
De twee uurtjes per dag dat ik van de pompen af mag, ben ik vrij. Dan sta ik het allerliefst op het podium.
Mijn show in het Concertgebouw heb ik helemaal zelf samengesteld – van de setlist tot het orkest en koor. Ik zong nummers uit de musicals Wicked en The Phantom of the Opera, maar ook mijn eigen lied ‘Scared of Love’, over de angst om geen liefde te vinden als je een chronische ziekte hebt. Voordat ik de show maakte vroeg ik me af of het wel zou lukken, twee avonden achter elkaar optreden zonder sonde. Maar het ging. Dat was een enorme opluchting en gaf me zelfvertrouwen.
Een van mijn eerste optredens was vlak nadat ik in 2021 The Voice Kids had gewonnen, voor honderd mensen in een klein zaaltje. Ik was zó zenuwachtig. En nu zing ik voor zalen vol mensen die speciaal voor mij komen. Als ik filmpjes terugzie waarop mensen in tranen zijn door mijn stem, voelt dat gek – alsof het nog niet helemaal tot me doordringt wat mijn stem kan doen. Maar het maakt me ook heel trots.”
Na een week met drie gewelddadige incidenten tegen vrouwen, waaronder de moord op de 17-jarige Lisa, wilde Danique de Jong (29) iets dóen. Met haar inzamelingsactie ‘Wij eisen de nacht op’ haalde ze meer dan 500.000 euro op.
„Als campagnestrateeg bemoei ik me al jaren met maatschappelijke thema’s – via opiniestukken, sociale media. Heel veilig natuurlijk, achter zo’n schermpje. In maart ben ik voor het eerst in mijn leven naar een demonstratie gegaan, naar de Feminist March. Om daar tussen duizenden mensen met hetzelfde vuur te staan, dat emotioneerde me.
Na het nieuws over de moord op Lisa zag ik op mijn tijdlijn vaak de leus ‘Wij eisen de nacht op’ langskomen. Ik wilde die boodschap zo groot maken dat niemand er omheen kon, in welke social-mediatrechter je ook zit. We moeten het niet meer hebben over één dader, één incident, we moeten dit zien als een structureel probleem. Om iedereen te bereiken moet je zichtbaar zijn op straat, dacht ik. En dat kost geld.
Ik ging bellen, met klanten, mediapartners, adverteerders – leuren om geld voor straatadvertenties. Maar het was vrijdag, en het lukte niet het voor het weekend rond te krijgen. Daar kon ik me niet bij neerleggen. In de hoop een paar zakelijke donateurs te vinden, heb ik de GoFundMe op LinkedIn gedeeld.
De eerste dagen waren heel intens. Ik kreeg van alle kanten interviewverzoeken, sliep maar twee uur per nacht – iedereen wilde iets van me. Het voelde alsof ik niet helemaal van mezelf was. Ergens halverwege die eerste week ben ik naar mijn beste vriendin gereden en stond ik huilend voor haar deur. Alle angst kwam eruit. Omdat het zo snel zo groot werd.
Ik leerde om me niet te laten beïnvloeden door externe druk. Ik wil niks overhaasten; het moet vooral goed gebeuren. De vijf ton die ik ophaalde, dat is allemaal eigen geld van mensen.
De hele ervaring heeft me geleerd dat het niks uitmaakt wie je bent of wat je doet. Iedereen kan impact hebben.”
Van zijn keuze om te stoppen met zijn baan als lasser heeft Filmon Tesfu (32) dit jaar geen spijt gehad. Bij de marathon van Rotterdam finishte hij als beste Nederlander; sinds de marathon van Valencia, begin december, mag hij zich de op een na snelste Nederlandse marathonloper aller tijden noemen.
„Op 1 januari ben ik gestopt met mijn baan als lasser, om me volledig op mijn sport te kunnen richten. In het begin vond ik het spannend of ik het ging redden. Maar gelukkig heeft het goed uitgepakt, ik presteer nu beter.
„Dit jaar kon ik twee keer per dag trainen, en tussendoor even rusten of slapen. Daardoor is het me gelukt om mijn tijd te verbeteren. In januari liep ik een persoonlijk record op de tien kilometer in Valencia, en daarna ook tijdens de halve marathon van Barcelona. En daarna bij de marathon van Rotterdam.
„Natuurlijk was ik blij dat ik zo snel finishte, en met mijn persoonlijke record, maar het was niet mijn droomtijd. Ik moet nog iets sneller worden om me te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Dat is mijn droom. Dat betekent dat ik nog harder moet werken. Daarom train ik op dit moment zo’n 180 tot 190 kilometer per week.
„Op mijn vijftiende ben ik gevlucht, zonder mijn ouders en familie. In mijn geboorteland Eritrea heerst een strenge dictator [Isaias Afewerki]. Zodra je achttien wordt, moet je voor onbepaalde tijd het leger in.
„Ik was zeventien toen ik in Nederland aankwam. In het azc in Den Helder sportte en voetbalde ik veel met vrienden. Een van hen zag dat ik goed kon rennen en zei dat ik moest gaan hardlopen. In 2017 heb ik me ingeschreven bij Sportlust [een lokale sportvereniging], en ben ik begonnen. Bij mijn eerste professionele wedstrijd was ik heel erg blij.
„Mijn broer weet dat ik hardloop, maar ik heb het nooit aan mijn ouders verteld; die zouden zich alleen maar zorgen maken. Als het volgend jaar lukt om me te kwalificeren voor de Olympische Spelen, dan ga ik het vertellen.”
Yousef Gnaoui, beter bekend als Sef (41), werd in 2008 bekend met rapformatie Flinke Namen en begon zijn solocarrière met het album De Leven. Dit jaar bracht hij het geprezen Lieve Monsters uit, en speelde hij op het hoofdpodium van Lowlands. Zijn nummer Voor Alles Bang werd Song van het Jaar.
„Net als veel van mijn voorgaande albums, sloeg Lieve Monsters niet meteen aan. De tour liep prima, maar pas maanden later, na mijn Lowlands-show, begon het echt te vliegen. Sommige artiesten breken in één klap door, anderen zijn slow burners zoals ik – die misschien wat vaker van stijl wisselen en die lastig in één hokje passen. Mijn discografie is de afgelopen jaren flink gegroeid, en juist die opeenstapeling maakt indruk. Maar ik had lang nodig om echt op stoom te komen.
Mijn zorgen over de wereld – over AI, brain rot door sociale media, politieke spanningen hier en in het buitenland, over Gaza – wilde ik kwijt op Lieve Monsters. Vooral de bijbehorende gevoelens van angst en frustratie: die verstijfde, verkrampte staat waarin je schiet zodra het nieuws via je scherm binnenstroomt. Dat wilde ik omzetten in een plaat waarop je kunt bewegen, dansen, huilen – iets om het gevoel los te schudden. Ik hoop dat de mensen die zich net als ik druk maken over de staat van de wereld door mijn album beseffen dat ze niet alleen zijn.
Ik heb moeite met het idee dat mensen in hokjes gestopt moeten worden, gecontroleerd en gescheiden. Dat kan niet, want mensen zijn complex. We bouwen en we vernietigen, we hebben goede en slechte ideeën, allemaal tegelijk. Daarom stond op mijn Lowlands-merch gedrukt: ‘dansen, huilen’. Want dat kan tegelijk plaatsvinden, in eenzelfde moment. Het is zelfs broodnodig. Je kunt niet non-stop de schouders eronder zetten; af en toe moet je ademhalen, domme films kijken en naar stoere rappers luisteren.
Tijdens mijn Lowlands-show zag ik huilende mensen in het publiek. Een knalshow neerzetten is niet zo moeilijk, maar een show geven die resoneert is iets heel anders. Ik ben dankbaar dat het me lukte, voor het eerst op zo’n grote schaal. Sinds dat optreden voel ik meer rust. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik moest vechten voor mijn plek, maar volgens mij heb ik bewezen dat het geen toeval was dat ik daar stond.”
Thérèse Boer (54), mede-eigenaar van driesterrenrestaurant De Librije in Zwolle, verloor in april plotseling haar man Jonnie Boer. Kleine gebaren van mensen om haar heen helpen haar de rouw te dragen.
„Alleen zijn vind ik heel moeilijk – ik ben liever onder de mensen. Ik was natuurlijk ook nooit alleen; ik ben vanaf mijn zeventiende bij Jonnie geweest. We deden alles samen.
In het begin kreeg ik ongelooflijk veel brieven en kaartjes. Het kostte me drie maanden om alles te lezen, ik las gewoon iedere keer een beetje. Nu ben ik echt heel blij met mijn telefoon. Wakker worden met korte berichtjes als ‘fijne dag’, ‘zet hem op’, of een simpel hartje – dat geeft zo veel steun.
Ik snap heel goed dat mensen het ongemakkelijk vinden om te vragen ‘hoe gaat het met je?’, dat merk ik ook bij gasten in het restaurant. Want het gaat natuurlijk niet goed, maar je probeert er het beste van te maken. Ik merk nu hoe snel het leven doorgaat, en hoe fijn het is als ernaar wordt gevraagd.
Elke dag denk ik aan Jonnies laatste dag, want ik was erbij en heb alles gezien. De weken daarna, ook zijn afscheid, blijven een waas. De eerste drie, vier maanden, durfde ik niet alleen over straat. Zulke angsten had ik nog nooit gehad omdat ik Jonnie altijd bij me had. Maar na zijn overlijden moesten mijn kinderen me ophalen van huis en met me meefietsen. Ik was net een klein meisje, echt bizar.
De uitreiking van de Michelinsterren was dubbel. Natuurlijk waren we ontzettend opgelucht dat De Librije haar drie sterren behield, maar het voelde ook dubbel. Want na vijf maanden lang continu gecondoleerd te zijn, ook op straat, begonnen mensen me opeens te feliciteren. Nu vind ik dat eigenlijk iets moois hebben.
In De Librije voel ik hem overal om me heen, dat is echt van ons samen. Maar ik haal ook veel steun uit kleine signalen. Als Jonnie vond dat ik te lang stond te kletsen, deed hij altijd het geluid van een koekoek na, dat kon hij heel goed. Dan wist ik: hij heeft me nodig. Nu hoor ik de koekoek overal om me heen.”
Joyce Sylvester (60) is voorzitter van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Afgelopen november lanceerde die een toets om discriminerende mechanismen binnen de overheid te herkennen.
„Dit jaar vierden we dat Suriname vijftig jaar onafhankelijk is van Nederland. Dat brengt ons ook weer terug bij het slavernijverleden. De mensbeelden uit die tijd werken nog altijd door. In de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de zorg, het onderwijs. Tegelijkertijd hebben we sinds 1863 belangrijke stappen gezet op het gebied van discriminatie- en racismebestrijding. Soms gaat het niet hard genoeg en zou je willen dat alles meteen anders is. Maar als ik zie waar we vandaan komen dan denk ik toch dat we stap voor stap voorwaarts gaan. Dit is een dossier van de lange adem.
Een van de hoogtepunten van dit jaar was het bezoek van de commissie aan de bijzondere gemeenten: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De overheid daar is heel actief bezig met de onderwerpen discriminatie en racisme. Het is mooi om te zien hoe die eilanden, ondanks de afstand, echt onderdeel zijn van Nederland.
Aan de andere kant bleven we in Europees Nederland signalen krijgen van burgers over hun afnemende vertrouwen in de overheid. Mensen vragen zich af waarom ze nog naar de stembus zouden gaan. Daarom is het zo belangrijk om in de breedste zin – op alle gronden die in artikel 1 van de Grondwet worden genoemd – te blijven praten over het thema discriminatie: geslacht, mensen met een handicap, geloof, sociaal-economische status. Burgers willen gewoon zien dat de overheid er is voor iedereen.
Er zijn mensen die zeggen: ‘Ik heb zeven vinkjes, ik heb niets met discriminatie te maken, dit is een probleem van anderen’. Maar ook de zevenvinker heeft misschien een dochter die op haar werk 10 procent minder verdient dan een mannelijke collega met dezelfde functie. We hebben er allemaal mee te maken, direct en indirect. Dat moeten we gewoon erkennen, zodat we met elkaar in gesprek kunnen.”
Janny van der Heijden (71) jureerde dit jaar haar honderdste aflevering als jurylid van tv-programma Heel Holland Bakt en was gastcurator van Grand Dessert, een tentoonstelling in het Kunstmuseum Den Haag.
„Al zeker zeven jaar hadden curator Suzanne Lambooy en ik de wens om voor het Kunstmuseum Den Haag een tentoonstelling te maken over de geschiedenis van het toetje. Toch bleef het idee lang op de plank liggen: er was steeds niet genoeg tijd of ruimte voor een grote expositie. Maar met de komst van een nieuwe directeur kregen we toch groen licht.
Lambooy en ik zochten in binnen- en buitenland naar de bijzonderste objecten, dachten na over de perfecte zaalindeling en maakten achtergrondfilmpjes. De tentoonstelling bleek een succes en werd uiteindelijk tot bijna een jaar verlengd. Bezoekers raakten met elkaar in gesprek, sommigen kwamen zelfs geregeld terug. Het was een bevestiging dat trouw blijven aan je eigen ideeën loont en bovenal zag ik: eten verbindt.
Dat zie je ook bij Heel Holland Bakt: het programma brengt generaties samen op de bank. Ik wilde aanvankelijk nooit in beeld op televisie, dus dat ik honderd afleveringen zou jureren, had ik nooit gedacht. Elke nieuwe groep voelt als een grote bakkersfamilie. Dat klinkt cliché, maar is echt zo. Robèrt [van Beckhoven, mede-jurylid] en ik vullen elkaar naadloos aan, en André [van Duin, presentator] en ik zijn zo op elkaar ingespeeld dat we net een veertig jaar getrouwd stel lijken.
Een groot deel van het succes van Heel Holland Bakt is te danken aan mensen die niet in beeld komen. Redactie, camera en geluid, net als de afwassers en productie die tijdens de opnames onzichtbaar langs de werkbanken glippen om servies op te halen en al om zes uur ’s ochtends op Landgoed Maarsbergen bloem en suiker staan af te wegen. De hele crew is elk jaar weer gemotiveerd om het programma te blijven maken.”
Na 25 seizoenen en 800 afleveringen nam Philip Freriks (81) afscheid als presentator van De slimste mens. Stoppen op het hoogtepunt, daar zit volgens hem wel wat in.
„In januari bekeken Maarten [van Rossem] en ik onze laatste uitzending van De slimste mens met publiek in het DeLaMar-theater in Amsterdam. Het was een mooie afsluiting van 25 seizoenen. Daarna ging ik gewoon naar huis; toen het klaar was, was het ook klaar.
Het blijft lastig om te bepalen wanneer je moet stoppen – vooral politici hebben daar last van. Als het nog goed gaat, denkt iedereen ‘je kunt best door’. Maar dat moet je dan juist níét doen. Op een gegeven moment kwamen een paar dingen samen waardoor ik voelde: dit is het moment.
Ik wist natuurlijk hoe oud ik was; ik begon me ook kwetsbaarder te voelen. Bijvoorbeeld toen ik tijdens de opnames een longontsteking kreeg, en bleef doorwerken. Poeh. Het zette me aan het denken. Wat als er echt een vervanger moet komen? Tijdelijk is dat natuurlijk prima, maar of je dan ook terugkomt…
Het idee dat je in het niets verdwijnt, vond ik niks. Ik vond het belangrijk om er een punt achter te zetten, een punt-uitroepteken, bij wijze van spreken. En dat wilde Maarten ook graag. Zo houd je het in eigen hand. Je wil voorkomen dat mensen denken: ‘tja, hoe vertellen we hem dat hij moet oplazeren?’
Hoewel ik eigenlijk geen spelprogramma’s kijk op televisie, heb ik wel een blik geworpen op het nieuwe seizoen van De slimste mens. Zodat ik tegen Herman [van der Zandt] kon zeggen: goed zo, jochie. Ik ben ontzettend blij voor mijn opvolgers, en voor de redactie vooral, dat ze nog altijd aan de top staan.
Gelukkig ben ik niet iemand die zich gauw verveelt. Als ik geen werk heb, dan ga ik naar de bioscoop, naar tentoonstellingen, wandelen, een beetje reizen. Er zijn duizend dingen die je kunt doen. Ik ben natuurlijk al lang met pensioen, maar ik blijf af en toe programma’s maken, ook volgend jaar. Mijn Franse cardioloog zegt altijd: Monsieur Freriks, blijf werken.”
Ton Delemarre (92) liep afgelopen jaar mee met Rode Lijn-demonstraties in Den Haag en Dordrecht. Als het lukt, gaat hij op donderdagen naar de sit-ins op station Dordrecht.
„Na het overlijden van mijn vrouw Ada zat ik maar alleen, in dit grote huis. Dat vond ik een beetje asociaal, in een tijd waarin zoveel behoefte is aan woningen. Toen ben ik via vrijwilligersinstantie Takecarebnb in contact gekomen met Moussa, een Syrische statushouder. Hij woont nu bij mij in en helpt met het huishouden. Dankzij zijn zorgen hoefde ik niet naar een verpleeghuis toen ik mijn heup brak.
Ik kom uit een vroom katholiek nest, ik ben het elfde kind in een gezin van twaalf. Dan moet je vroeg leren delen. Mijn ouders hebben ons opgevoed vanuit de gedachte: ‘geloof is niet praten, geloof is doen’. Dus ik ging al op jonge leeftijd – dan heb je het over eind jaren dertig – mee naar arme gezinnen. Dat maakte een heel diepe indruk op mij.
Vanaf dat moment ben ik altijd maatschappelijk betrokken geweest. Ik liep mee in protesten tegen de bom [kernwapens], ben sinds de oprichting actief lid van GroenLinks en ik ben al bijna veertig jaar betrokken bij de Vereniging Basisinkomen. We hebben die prachtige jaren zeventig en tachtig gehad. Alles ging open, de muur viel, de zuilen wankelden. Ik vind het verschrikkelijk dat ik op mijn oude dag de verwoesting in Gaza nog mee moet maken.
Daarom blijf ik me inzetten. Je moet het gewoon doen om de hoop levend te houden. Gelukkig haal ik veel troost uit mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen, en kinderen van anderen. Als ik langs een kinderwagen loop, kijk ik altijd even en maak ik een praatje met de ouders. En dan zeg ik als grap tegen het kindje in de buggy: ‘Ja, nu moet jij de rotzooi die wij hebben gemaakt gaan opknappen’.”
Illustraties over fotografie: Caitlin Becker Hof
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma's series en films
Source: NRC