Feyenoord is uit het bekertoernooi, de laatste strohalm voor de club, gevlogen na de nederlaag tegen Heerenveen. De coach ziet nog genoeg perspectief.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Het doet letterlijk pijn in zijn buik, de beroerde resultatenreeks van Feyenoord, zei Robin van Persie, nadat de door hem getrainde ploeg woensdagavond uit het bekertoernooi was gevlogen na thuisverlies tegen Heerenveen (2-3).
Acht van de laatste elf duels verloor Feyenoord. Negen punten bedraagt de achterstand op koploper PSV, in de Europa League is de club zo goed als uitgeschakeld. De beker was de laatste strohalm.
Van Persies voorganger Brian Priske deed het minder slecht, maar werd toch half februari ontslagen; hij was nog geen negen maanden in dienst. Bij clubbestuurders geniet Van Persie nog steeds vertrouwen, zo valt te beluisteren in De Kuip. Een tweede trainersontslag binnen negen maanden zou ook op hen afstralen.
Van Persie werd door Feyenoord opgeleid, brak er als speler door en sloot er zijn succesvolle carrière af. Dat verleden geeft de trainer ‘een plusje’ in de beoordeling, beseft hijzelf. Giovanni van Bronckhorst kreeg door zijn spelersverdiensten voor Feyenoord ook langer de kans toen het slecht ging. Dick Advocaat werd destijds ingezet als adviseur, maar Van Persie liet blijken zo’n ingreep niet nodig te achten.
Natuurlijk klonken er tal van afkeurende spreekkoren woensdagavond, maar slechts kortstondig: ‘Robin rot op.’ De trainer koos de vlucht naar voren, nam zijn spelers mee naar de fanatiekste aanhang en ging in gesprek met enkelen van hen. Daarna werd zijn naam even gezongen zonder het ‘rot op’ erachter.
Na het verlies tegen Ajax afgelopen zondag was hij nog vooral positief over zijn ploeg, de werkwijze en het spel. Hij toonde veel minder teleurstelling dan zijn spelers en Feyenoord-supporters thuis. Het kwam hem op hevige kritiek te staan.
Na het echec tegen Heerenveen trok Van Persie alle schuld naar zich toe. ‘Het ligt aan mij, dat hoort bij mijn rol. Ik snap de emotie volledig. Als een club als Feyenoord zo veel nederlagen lijdt, is het niet goed genoeg. Ik snap dat supporters boos zijn, gefrustreerd, dat is terecht. Ik ben zelf supporter van de club. Dus ik ben er heel trots op dat ik hoofdtrainer mag zijn en hopelijk nog vele jaren zal zijn.’
Hij ziet nog genoeg perspectief, bijvoorbeeld doordat Gijs Smal en Luciano Valente bereid waren te spelen ondanks fysieke klachten. Feyenoord kampt met extreem veel blessures, net als eerder onder Priske. Van Persie dacht de oorzaak te hebben gevonden en het probleem te kunnen tackelen, zei hij vorig seizoen. Maar zelfs in de best bezette linie, het middenveld, moest hij tegen Heerenveen direct na rust een beroep doen op een linksback, Smal, die een dag eerder zijn been nog niet kon optillen.
Feyenoord miste voorts drie man met Afrika Cup-verplichtingen en verkocht afgelopen zomer belangrijke spelers als Dávid Hancko en Igor Paixão. Er werd ook voor 30 miljoen euro aan aanvallend ingestelde spelers ingekocht (Steijn, Borges, Diarra, Tengstedt), maar zij komen allemaal nog niet uit de verf.
Feyenoord is chronisch slordig in balbezit, schakelt te langzaam om, valt vaak in twee delen uit elkaar en er waaiert een individuele vormcrisis door de selectie die haast niemand spaart. Feyenoord leunt hevig op Valente. Hij speelde tegen Heerenveen met bandages om hand en knie, maar was toch weer de beste. Tweemaal kwam Feyenoord terug van een achterstand tegen het snugger spelende, uiterst effectieve Heerenveen. Na het derde doelpunt, in de negentigste minuut, ebde elk geloof weg.
Van Persie liet de door blessures geplaagde Justin Bijlow na een jaar keepen, maakte hem zelfs aanvoerder. De doelman secondeerde Van Persie bij diens gesprek met supporters. Bijlow stond er zelf vroeger tussen en kent een aantal van hen.
Na afloop sprak de doelman tegen de pers echter over het ontbreken van een connectie tussen de spelers op het veld, iets wat Van Persie leek te verrassen, maar hij herstelde zich snel.
De mantra van de coach blijft dat iedereen hard werkt, dat de synergie nog steeds klopt tussen spelers en staf en tussen alle afdelingen die bijdragen aan de prestaties op het veld. Hij meent dat hij iedereen in zijn kracht zet. ‘Ik ben strijdbaar, nu en altijd. Ik geloof heel erg in mezelf als trainer, dat ik de juiste man bij de juiste club ben. Ik besef wel dat het niet goed genoeg is, dat valt op mijn bordje en is volledig terecht.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant