Mbo NRC kijkt dit studiejaar mee bij een klas eerstejaars op ROC Albeda in Rotterdam. Wie studeren er? Hoe kijken zij naar hun opleiding? Een eerste kennismaking: „Ik weet dat het verstandig is om eerst mbo te doen, maar het voelt een beetje als tijdverspilling.”
De ingang van ROC Albeda aan het Weena in Rotterdam.
Docent Monique Wolf staat in de deurpost van het lokaal waar ze zo Nederlands gaat geven. Ze begroet elke student die naar binnen loopt. „Goedemiddag”, zegt ze. Een jongen die zonder terug te groeten langs haar wil glippen spreekt ze aan: „Niet zo snel, je kijkt me niet aan. Goedemiddag.” Mompelend kom er een reactie.
De les gaat over het opstellen van een sollicitatiebrief, belangrijk voor de stage die deze eerstejaars mbo-studenten later in het jaar moeten doen. „Ik heb al tien brieven geschreven”, zegt een student, „maar nog geen enkele reactie gehad.” „Ik heb al twee gesprekken gehad voor een stage”, reageert een ander, „maar ze vroegen naar mijn ervaring. Hoe kan ik die hebben als ik pas net op deze opleiding zit?” Ze heeft niks meer van die bedrijven gehoord.
Het is half december, de studenten zijn drie maanden geleden begonnen met de opleiding Finance & Control, op mbo-niveau 4, het hoogste mbo-niveau. Ze gaan vier dagen per week naar school, een dag zijn ze vrij. Hun hoofdvakken zijn bedrijfsadministratie en bedrijfseconomie, maar ze krijgen ook Nederlands, Engels, rekenen en burgerschap. Hun school, ROC Albeda, is met ruim 22.000 studenten en 24 locaties in Rotterdam en omgeving een van de grootste mbo-scholen in Nederland. Wolf en haar studenten zitten in de vestiging aan het Weena, in een grasgroen gebouw pal naast station Rotterdam Centraal.
NRC kijkt dit studiejaar mee in een mbo-niveau 4 klas van de opleiding Finance & Control, op ROC Albeda in Rotterdam. Dit is het eerste deel van een serie.
Op de arbeidsmarkt is veel behoefte aan mensen met een mbo-opleiding, maar er stromen niet genoeg studenten in om te voldoen aan deze vraag. In de politiek wordt nagedacht over manieren om het mbo aantrekkelijker te maken voor scholieren. Toenmalig minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66) wilde een eind maken aan het denken in ‘hoge’ en ‘lage’ onderwijstypes. Hij stuurde havo- en vwo-leerlingen een brief waarin hij hen wees op het mbo als volwaardige vervolgopleiding. Ook zijn opvolgers pleitten voor een ‘herwaardering’ van het mbo in de samenleving.
NRC is benieuwd of daarvan in de praktijk al iets te merken is. Hoe kijken mbo-studenten zelf naar hun opleiding? Worden zij hetzelfde behandeld als hbo- en wo-studenten, bijvoorbeeld bij stages? En welke begeleiding krijgen ze als het niet goed gaat op school en ze dreigen uit te vallen?
Met de school is afgesproken dat omwille van de privacy alleen hun voornamen worden gepubliceerd.
„Is Beza er? Elif? Ceylin? Maud? Gillaino? Bart?” Marco van Tol, docent bedrijfseconomie, aarzelt af en toe bij het uitspreken van een naam. „Zeg ik het goed? Hoe moet het?” De docent kijkt op zijn lijstje met 22 namen. „…Furkan? Hajar? Amy?” Proficiat, iedereen is aanwezig.”
Het is dan nog september, het nieuwe studiejaar is net begonnen. Om ervoor te zorgen dat ze zich snel thuis voelen op school, hebben de studenten een uitgebreid introductieprogramma doorlopen. In evenementenlocatie Rotterdam Ahoy was een festival georganiseerd voor alle vijfduizend nieuwe voltijdstudenten van Albeda: de Kick-Off. Opleidingen presenteerden zich met spelletjes en er waren optredens van bekende artiesten als Jonna Fraser en Emma Heesters. In de week erna heeft de klas met de mentor een wandeling gemaakt langs culturele hotspots in de Rotterdamse binnenstad, om te wennen aan elkaar en aan hun nieuwe omgeving.
Nu zitten ze samen in de klas. Ze komen van het vmbo, de havo of een andere mbo-opleiding, een enkeling heeft vwo gedaan. Dat is wat het mbo anders maakt dan het hoger beroepsonderwijs en de universiteit: er zitten studenten op met heel verschillende vooropleidingen. Ook hun leeftijden lopen ver uiteen. In deze klas zitten studenten die net hun zestiende verjaardag hebben gevierd, maar ook die ruim boven de twintig zijn.
Kubra (17) deed in juli eindexamen vmbo-tl. „Ik zat hiervoor op een hele gezellige middelbare school in Barendrecht”, vertelt ze. „Daar kende iedereen elkaar.” Ze vindt het mbo best wennen. „Het is een andere wereld, je wordt helemaal losgelaten. Als je niet naar de les komt, wordt het wel genoteerd, maar het is toch vooral je eigen verantwoordelijkheid.” Ze heeft in de nieuwe klas al wat vrienden gemaakt, met wie ze zich in de pauzes vermaakt.
Gillaino (21) zoekt dan liever een rustige plek op, waar hij op zijn koptelefoon kan luisteren naar muziek. Hij voelt zich oud vergeleken bij zijn medestudenten. „Zij zijn zich als tieners nog aan het ontwikkelen en met veel andere dingen bezig dan school.” Dat hij op zijn leeftijd in het eerste jaar zit, komt doordat hij in 2023 van Suriname naar Nederland verhuisde en moeite had zijn draai te vinden in het onderwijs. Hij probeerde het eerst twee keer op het hbo, dat ging niet goed. Daarom zit hij nu op het mbo.
Mbo-studenten in de gang van ROC Albeda aan het Weena in Rotterdam.
De Albeda-vestiging aan het Weena is strak en rustig ingericht. Her en der staan zithoeken met gele banken en er hangt weinig aan de muren, ook in de klaslokalen. Toch is er genoeg dat de studenten kan afleiden: allemaal hebben ze een laptop bij zich en een telefoon. Die hebben ze nodig om opdrachten te maken in lesmodules, maar ze spelen er tijdens de les ook spelletjes op en scrollen op sociale media.
„Zou je de oordopjes tijdens de les even uit willen doen?”, vraagt bedrijfseconomiedocent Van Tol aan een student. „En allemaal de telefoons even opruimen. Goed, ik had jullie wat opdrachten gestuurd. Laten we daar even naar kijken. Welke ondernemingsvormen ken je?”
De studenten fluisteren en giechelen, verder blijft het stil. „Jullie worden opgeleid tot boekhouder”, zegt Van Tol. „Nou, wat voor soort bedrijf is een boekhoudkantoor?” „Economisch”, zegt een van de studenten. „Daar ga ik gelijk op door” zegt de docent. „Wat is nou eigenlijk economisch handelen?” Hij loopt naar het bord en begint te schrijven. „Economisch handelen is met zo min mogelijk inspanning een zo hoog mogelijk resultaat behalen”, zegt hij. „Als je termen niet kent, moet je ze noteren, want dit wordt drie jaar lang gevraagd.”
„Duurt deze opleiding drie jaar?!” vraagt een meisje voorin de klas. Ze kijkt verschrikt. „Wat dacht je dan?”, zegt een van de jongens achter haar. „Twee jaar”, zegt het meisje. De jongen schudt zijn hoofd. „Alleen als je versnelt.”
Het klopt dat Albeda versnelde routes aanbiedt. Maar dat is niet voor elke student weggelegd. Wie meer dan 85 procent van de lessen aanwezig is en goede cijfers haalt, kan de opleiding in 2,5 jaar doen. Vaker komt het voor dat studenten langer dan drie jaar nodig hebben. Of er helemaal mee stoppen. Op niveau 4 rondt gemiddeld 70 procent van de mbo-studenten in Nederland de opleiding succesvol af.
In december is de klas al een stuk leger dan aan het begin van het studiejaar. De aanwezigheid ligt de laatste tijd onder de 80 procent. Terwijl de studenten op hun laptops oefenen hoe een sollicitatiebrief moet worden opgesteld, loopt Monique Wolf de presentielijst langs. Ze telt zestien namen. Een paar studenten hebben zich ziek gemeld of zijn om een andere reden niet naar de les gekomen. Het meisje dat verrast was toen ze hoorde dat de studie drie jaar duurde, is gestopt. Een andere student is verhuisd naar het buitenland.
Bedrihan (20), die al twee andere mbo-studies heeft geprobeerd, twijfelt of hij de opleiding wil afmaken. Hij overweegt volgend jaar toelatingsexamen te doen voor het hbo. Als je 21 bent en dat examen haalt kun je zonder havo- of mbo-diploma worden toegelaten. Dat hij zich heeft ingeschreven op het mbo, is vooral om in het schoolritme te blijven, zegt hij. „Als ik hier dit jaar iets leer, is dat mooi meegenomen.” Tot nu toe is hij daar niet positief over. „Ik moet wel uitgedaagd worden, en dat word ik hier niet.”
Wie doorzet en het diploma Finance & Control haalt, is klaar om te werken op de financiële administratie van een bedrijf. Niet alle studenten zien dat als eindstation. Gillaino hoopt dat hij hierna alsnog het hbo aankan. „Ik weet dat het verstandig is om eerst mbo te doen”, zegt hij, „maar het voelt een beetje als tijdverspilling.” Amy (17) doet deze opleiding omdat haar vriend een eigen bedrijf heeft en het handig is als zij de boekhouding kan doen. Maar ze wil ook nog doorstuderen. „Mijn moeder komt uit het onderwijs, dus ik denk aan de pabo.” Ook Kubra vindt dat ze niet klaar is als ze haar mbo-diploma heeft gehaald. „Ik wil echt wel boekhouder worden, maar na deze opleiding wil ik ook nog hbo doen.”
„Ik kom uit Suriname, mijn moeder woont daar, mijn vader hier. Ik kon daar na de middelbare school geen goede vervolgopleiding vinden, daarom ben ik in 2023 naar Nederland gekomen. Nu woon ik bij mijn oma in Rotterdam-Zuid.Ik heb eerst op het hbo gezeten, in Den Haag. Daar deed ik ook Finance & Control. Maar dat ging niet goed, want ik was nog maar net in Nederland. Het tempo op school lag veel hoger dan ik gewend was. Ik had nog nooit zoveel huiswerk gekregen, en moest voor het eerst ook van alles op de laptop doen. Ik raakte al snel helemaal de draad kwijt bij die opleiding.Wat ook meespeelde, is dat ik veel werkte. Ik had twee banen tegelijk, bij een winkel en een boodschappenbezorgdienst. Het was allemaal een beetje veel. Toen ben ik geswitcht naar een andere hbo-opleiding, data-analyse, maar daar liep ik ook weer vast. Van mijn tante kreeg ik het advies om een stapje terug te doen. Ze zei: doe eerst een mbo-opleiding en bouw het dan op naar hbo. Zo ben ik dus op Albeda terechtgekomen.”
„Ik had me na mijn eindexamen mavo eigenlijk aangemeld voor een mbo 4-opleiding om pedagogisch medewerker te worden. Ik wilde de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) doen, dan ga je een paar dagen per week werken en een dag naar school. Maar ik moest zelf een plek vinden op een kinderdagverblijf en dat lukte niet. Twee weken voor het studiejaar begon, besloot ik te switchen.Ik kwam op het idee om Finance & Control te doen toen mijn vriend in de zomer de administratie voor zijn eigen bedrijf zat te doen. Toen dacht ik: als ik de opleiding tot boekhouder ga doen, kan ik hem daar straks mee helpen. Dat is een goede keuze geweest, want ik vind alles wat ik tot nu toe leer interessant. We blijven wel lang bij dezelfde stof hangen, soms heb ik al een opdracht af waar we drie weken de tijd voor krijgen.In het begin van het studiejaar woonde ik nog volledig bij mijn ouders. Ze wonen in een dorp, daar heb ik ook een baantje in de supermarkt en ik zit er op dansles. In de herfstvakantie heb mijn vriend geholpen zijn huis in te richten in Flevoland. Op de dagen dat ik niet naar school hoef, woon ik bij hem. Ik reis dus veel.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC