Home

De voorgedrukte kaarten met het woord ‘dood’ hoefden alleen nog te worden ingevuld

is columnist voor de Volkskrant.

Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.

Damascus kent veel schuldige gebouwen. Het militaire ziekenhuis in Harasta is er daar één van. Dit was een schakel in de moordmachine van de gevallen dictator Bashar al-Assad, maar dat zie je niet aan de buitenkant. Het complex van zeven verdiepingen wordt omringd door een idyllische tuin met bomen en een blauw betegelde fontein.

Een gebouw als dit kent meerdere werkelijkheden. Eén werkelijkheid: dit was een eersteklas ziekenhuis, met marmeren gangen, MRI-scanners en tal van specialismen. In het Syrië van Assad verleenden militaire ziekenhuizen vrijwel gratis zorg aan getrouwen die het regime draaiende hielden: defensiepersoneel en ambtenaren.

Het ziekenhuis, een jaar geleden verlaten, oogt bevroren in de tijd. Veel is er nog: bedden, chirurgische pakken, röntgenschermen, een bibliotheek vol Engelstalige vakliteratuur, de ‘grote operatiekamer’ op de eerste verdieping. Assad, met zonnebril, in militair uniform, kijkt toe vanaf de muur.

Rond de machtsovername brak in dit beladen ziekenhuis een mysterieuze brand uit. Een deel van het archief is in de as gelegd. Maar niet alles blijkt vernietigd. Zakken vol documenten liggen nog steeds voor het grijpen, een kast puilt uit.

De andere werkelijkheid van dit ziekenhuis toont zich in een bijgebouw van drie verdiepingen. Mohammed Ranoum, een oud-strijder die het terrein bewaakt, hij overleefde de strijd tussen Assad en de rebellen in de buitenwijken van Damascus maar net, wijst naar de dichtgemetselde ramen. ‘Kameraden van ons zijn daar gemarteld.’

In de kelder, langs borden ‘verboden te roken’ aan de muur, bevindt zich het mortuarium. Eerder deze maand publiceerde een internationaal journalistencollectief over foto’s van ruim tienduizend omgekomen Syrische gevangenen. Assads militairen fotografeerden de uitgemergelde lichamen van hun doden systematisch drie keer. Vaak gebeurde dat in het mortuarium van Harasta.

Onder de slachtoffers is Mazen al Hamada, een Syrische mensenrechtenactivist die naar Nederland vluchtte, asiel kreeg, maar in 2020 onder onopgehelderde omstandigheden terugkeerde naar Damascus. Journalisten van de Duitse omroep NDR stelden vast dat Mazens lichaam in Harasta is gefotografeerd in september 2024, drie maanden voor de val van Assad.

‘Een bloedspoor’, wijst Mohammed, nog altijd zichtbaar op de tegelvloer. Verder: schoenhoesjes, witte kaplaarzen, de handleiding voor een fotocamera, mondkapjes, een doos bodybags. In het kantoortje naast het mortuarium ligt een bureau bezaaid met geplastificeerde plastic kaarten met het woord ‘dood’: ze hoefden alleen nog te worden ingevuld.

Artsen die werkten in militaire ziekenhuizen als deze wonen nog steeds in Damascus. Ze durven niet met hun naam in de krant. Ze benijden collega’s die gevlucht zijn en nu als medisch specialist werken in Abu Dhabi, Engeland, Duitsland. Zelf kunnen ze niet meer weg. Het nieuwe bewind nam hun ID-kaarten en paspoorten in.

‘Ik hoop dat ik nog eens naar Parijs kan’, zegt een vrouwelijke arts die ik in januari ontmoette toen ze haar dienstauto en ID-kaart inleverde bij een ‘verzoeningscentrum’ voor voormalige officieren. Ze werkte niet in Harasta, maar in Mezze 601, een ander militair ziekenhuis waarvan het mortuarium al jaren geleden werd ontmaskerd als eindstation van massamoord.

Sinds de val van Assad werkt ze in haar privékliniek. Helaas: veel van haar patiënten zijn net als zijzelf ontslagen, ze kunnen geen dokter meer betalen. Ze maakt er het beste van. Geen gehaast ’s ochtends, maar tijd voor koffie bij de klanken van de Libanese zangeres Fairouz. Assad ‘onderdrukte mensen’, maar dat het nieuwe bewind haar het reizen belet, vindt ze ook niet fraai.

‘Er is iets dat de nieuwe machthebbers niet begrijpen: we hebben als artsen de eed van Hippocrates afgelegd’, zegt een collega, ook uit Mezzeh 601. ‘Een dokter helpt iedereen, wie de patiënt ook is. Ik althans wel, ik denk dat dit voor mijn collega’s ook geldt.’

Gefolterde gevangenen? Uitgemergelde doden? Hij hoorde erover. Er gingen verhalen rond. ‘Maar ik heb nooit iets gezien. Want ik keek alleen naar mijn eigen werk, mijn eigen patiënten, op mijn eigen afdeling.’ Het was belangrijk om verder niets te zien. ‘Wij werden ook in de gaten gehouden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next