De dominante stagiair uit Babygirl, Hollywoods nieuwe ‘it-boy’, de nieuwe John Lennon, mogelijk zelfs 007: acteur Harris Dickinson (29) is het allemaal. Maar eigenlijk wilde de Engelsman altijd al regisseur worden. Zijn regiedebuut Urchin viel in Cannes alvast in de prijzen.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Halina Reijn hangt in de lucht. Niet letterlijk, zwevend boven de hotelkamer in Gent waar Harris Dickinson zich laat interviewen. ‘Maar ze is dichtbij’, zegt de acteur en debuterend regisseur, sober stijlvol gekleed. ‘Ik kan haar energie voelen, begrijp je? Ik denk dat ze in Amsterdam zit.’
Wie een lijstje maakt van aanstormende acteurs, kan niet om de 29-jarige Engelsman heen. Dickinson was dat oenige mannelijk fotomodel in Ruben Östlunds satirische komedie Triangle of Sadness. Zijn doorbraak volgde met zijn rol als de dominante stagiair in Babygirl, die zijn directeur (Nicole Kidman) een glas melk laat drinken en halfnaakt voor haar slangendanst op George Michaels Father Figure. Al zal zijn faam vast nog groeien met die geplande rol als John Lennon; binnenkort beginnen de eerste opnamen voor het viertraps Beatles-project van Sam Mendes.
Hij is Hollywoods nieuwe ‘it-boy’, zoals het tijdschrift The Hollywood Reporter hem al doopte. Ook wordt hij genoemd als een van de mogelijke kandidaten voor de nog vacante functie van geheim agent 007.
Maar eerst is er Urchin, Dickinsons regiedebuut, dat vanaf deze week in de Nederlandse bioscopen draait, over een dakloze en verslaafde knul in Londen. De film werd op het festival van Cannes bekroond met de prijs van de internationale filmkritiek en die voor beste mannelijke hoofdrol. En het regisseren begon voor Dickinson pal na de opnamen van Reijns Babygirl.
‘Halina was de laatste persoon met wie ik werkte als acteur, terwijl ik al bezig was met de voorbereiding. Ze was héél belangrijk voor mijn overstap naar het regisseren. Ik had al wel wat korte films gemaakt en wat muziekvideo’s (onder meer voor zijn vriendin, zangeres Rose Gray, red.), dus helemaal nieuw was het niet. Maar als je ziet hoe genereus Halina is op de set... hoe ze de scènes in zekere zin voordeed voor de crew, waarbij ze soms zelfs, nou ja, over de vloer rolde. Ik heb veel van haar geleerd.’
Hij schreef zelf het script voor zijn debuut, waarin het hoofdpersonage Mike (Frank Dillane) een gewelddadige overval pleegt en al resocialiserend na zijn gevangenisstraf een relatie begint met een collega-afvalraper. Af en toe tilt Dickinson het rauwe straatleven in Urchin even op met een vleugje magisch realisme.
Er is veel vraag naar je als acteur. Vond je agent het wel een goed moment om een jaar vrijaf te nemen om te regisseren?
‘Nou, zó veel vraag is er niet, hoor. En ik heb altijd tegen mezelf gezegd: als – laten we zeggen – Scorsese ineens belt, zeg ik uiteraard geen nee. En ja, er waren wel aanbiedingen, maar geen Scorsese. Dat bedoel ik niet denigrerend, ik was ook gewoon bang dat ik Urchin voor me uit zou schuiven: o, dat doe ik wel na die film, of anders na die film. Dan ben ik straks 40 en heb ik hem nog steeds niet gemaakt. Dan zou ik boos zijn op mezelf.’
Heb je nog overwogen om zelf de hoofdrol te spelen?
‘O nee. Daar zou ik niet toe in staat zijn, als ik tegelijkertijd moet regisseren. Te grote verantwoordelijkheid, om recht te doen aan beide. Niks voor mij. En mijn drang om te regisseren is groot, bijna nog groter dan om te acteren.’
Je speelt wel een bijrol als een andere jongeman op straat. Dat viel beter te combineren?
‘Nee, dat was zwaar. En het was ook niet de bedoeling, maar vijf dagen voor we zouden beginnen met draaien viel er een acteur uit. Als regisseur zit ik aan de monitor geplakt, dan concentreer ik me volledig op de camera, op het geluid, op de kostuums... Terwijl, als ik zelf in de scène zit, dan zit ik ín de scène. Acteren en regisseren tegelijk, pff, het is een headfuck.’
Dickinson groeide op in een van de mindere buurten van Oost-Londen, als het vierde kind van gescheiden ouders. Hij werd opgevoed door zijn moeder, die thuis in de keuken bijkluste als kapper om de rekeningen te kunnen betalen. Vader, een sociaal werker, woonde enige tijd op een camping.
Hij overwoog een carrière als marinier, maar meldde zich toch maar bij de toneelopleiding. Vrijwel vanuit het niets, aan de hand van een zelfopgenomen auditietape, werd hij gecast als de met zijn seksualiteit worstelende hangjongere in Beach Rats, een kleine, buiten de studio’s om gedraaide Amerikaanse film die opviel op het Sundance Festival. Dickinson, nog zonder agent, schoof plots naar voren in de kaartenbak.
Je speelde met Jeremy Allen White in The Iron Claw. Heb je hem nog gesproken over het vertolken van rockiconen – hij als Springsteen, jij als Lennon?
‘We hebben het er niet over gehad hoe je dan een instrument moet leren bespelen, of zoiets. We hadden het met name over de angst: de angst die je kunt hebben als je zo’n icoon moet spelen. Inmiddels ben ik al negen maanden aan het repeteren. We gaan nu heel snel beginnen met draaien.’
Voelt het alsof John Lennon deel van je wordt? Is dat vereist voor zo’n rol?
‘Ik denk wel elke dag aan hem; dat moet ook wel, want ik moet dicht bij hem in de buurt komen. Maar ik wil niet zeggen dat hij nu een deel van me is. Dat klinkt pretentieus. Ik ben niet zo’n acteur die denkt dat hij echt iemand anders wordt. Ik doe gewoon mijn werk: ik acteer en doe alsof.’
Jouw leven lijkt op dit moment het tegenovergestelde van dat van de jongen in Urchin. Jij hebt alles in het vooruitzicht, hij bijna niks.
‘Laat ik zeggen dat dit verhaal voortkomt uit de mensen met wie ik nauw heb opgetrokken. Een mengelmoes van mensen die kwamen en gingen in mijn leven, ik wil niet te specifiek worden. Het voelde wel alsof ik verantwoordelijk was voor Mike, toen ik het script schreef. Ik heb mijn research gedaan: we zijn naar de gevangenis gegaan en hebben met medewerkers van justitie gesproken over reïntegratietrajecten.’
De film speelt zich deels af in de wijk en buurt waarin je bent opgegroeid. Hielp dat?
‘Natuurlijk. Maar om een film te maken over Lord Nelson in de tijd van Napoleon hoef je niet iemand uit die wereld te zijn. Ik ben nooit dakloos geweest, dat claim ik ook niet. Dus ik ga hier ook niet zitten te vertellen: hé, dit gaat over mij. Dat zou nep zijn.
‘Maar ik ben wel opgegroeid tussen mensen met soortgelijke ervaringen als die in Urchin, in de buurt en in mijn familie. Met verslavingen ook. Ik ken de plekken in de film goed. Ik heb in exact datzelfde shitty hostel gewerkt waar Mike in Urchin gaat werken. En dat strookje gras waar hij afval raapt, dat was ooit mijn baan: ik ging over dat deel van het park.’
Van dat shitty hostel naar Hollywood, als de nieuwe ‘it-guy’: wat doet dat met iemand?
‘Niks. Wat heb ik eraan om daarin te gaan geloven? Als je dat doet, verlies je je nieuwsgierigheid, dan neemt egoïsme het over. Al hoef ik me er ook niet tegen te verzetten. Ik denk dat ik van nature al vrij cynisch ben over mijn eigen succes.’
Urchin ging in première in Cannes. Rekende u erop dat mensen zouden zeggen: weer een acteur die graag wil regisseren?
‘Tuurlijk. Ik heb doodsangsten uitgestaan, zo bang was ik voor wat de mensen daar zouden denken. Al weet ik ook wel dat je nooit iedereen tevreden kunt stellen. En er zitten heus nog wel wat fouten in mijn film, dingen die ik een volgende keer beter wil doen. Maar zonder arrogant te willen klinken: mijn wens om te regisseren kwam vóór het acteren.’
Regisseren staat op één?
‘Ik denk het... Ik weet het niet. Laten we afwachten hoe het gaat met mijn acteercarrière. Als het misgaat, dan zet ik regisseren op één. En als dat niet lukt, dan toch weer het acteren.’
We willen graag weten wat de Volkskrant-lezers de beste films van 2025 vinden. Ga naar volkskrant.nl/stemmenfilm en kies uw favorieten. De stembus sluit woensdag 31 december om 23.59 uur. De uitslag staat 7 januari op onze site en 8 januari in katern V.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant