Home

Aimée de Jongh is een bescheiden kunstenaar, die haar potlood tot een machtig wapen maakt

is tv-recensent van de Volkskrant.

Nooit zag ik haar in Wie is de Mol?, pseudo-militaristische survivalshows in de modder, quizzen, talentenjachten met maskers of behendigheidsspelletjes. En dus zou wie vooral primetime televisiekijkt best onwetend kunnen zijn van het bestaan van tekenaar Aimée de Jongh. Daar zal de aan haar gewijde uitzending Aimée & Samir van Het uur van de wolf, kort van de NTR, dinsdagavond laat, niet veel aan veranderen. Maar daarvan ligt de kunstenaar zelf vermoedelijk niet wakker. Ook zonder personal branding in de amusementsshows weet ze wereldwijd haar publiek te vinden.

Mooi dat het cultuurprogramma van de Publieke Omroep, dat nog níét op de hitlist van de bezuinigers staat, oog heeft voor De Jongh. Ze werd met de camera gevolgd terwijl ze op het Griekse eiland Lesbos werkt aan haar nieuwe, in 2026 te verschijnen boek Samir. De docu volgt haar terwijl ze onderzoek doet naar de gevolgen van het vluchtelingendrama, begonnen toen door oorlogsgeweld vooral Syriërs vanuit Turkije het eiland met rubberbootjes over zee probeerden te bereiken. Duizenden mensen verdronken, bootjes worden met pushbacks geweerd van de kust, overlevenden opgevangen in smerige noodkampen. De fictieve jongen Samir is een van hen.

De Jongh, gevierd kunstenaar met in talrijke vertalingen verschenen graphic novels als Dagen van zand en (haar stripverbeelding van) Lord of the Flies, maakt op Lesbos met eenvoudig gereedschap haar schetsen. Van de vluchtelingen uit het kamp. Van een visser die vertelt dat hij op zee ‘in plaats van vissen duizenden mensen’ heeft binnengehaald. Van een Afghaanse man die een begraafplaats beheert voor de anonieme migranten die de overtocht niet overleefden. Omdat wilde dieren de botten opgroeven, worden de graven tegenwoordig bedekt met betonplaten.

Het onzichtbare zichtbaar maken

De Jongh vertelt dat ze ‘wil laten zien wat onzichtbaar is geworden’: de crisis die zich goeddeels aan het zicht van de wereld onttrekt. Iedere persoon die ze portretteert krijgt van haar een tekening, ‘omdat ik zo iets kan terugdoen, anders heb ik het gevoel dat ik alleen maar wat kom halen’. Het is een respectvolle benadering van mensen, die zichtbaar leidt tot wederzijds vertrouwen en troost biedt.

De filmbeelden vervloeien in de docu mooi met De Jonghs tekeningen: zij vult met haar potlood de opname van een nu leeg strand met lekgeslagen rubberbootjes en achtergelaten reddingsvesten. De kabbelende zee verandert onder haar handen in de levensgevaarlijke dreiging die hij vormt voor de vluchtelingen op een overvol bootje.

Over De Jonghs achtergronden komen we niet al te veel te weten, behalve dat ze zelf Indonesische wortels heeft, en daarom, naar zich laat raden, binding voelt met degenen die hun geboortegrond hebben verlaten. Het hindert geen moment, dat ontbreken van persoonlijke informatie, ook zonder worden haar intenties prachtig duidelijk. Een bescheiden kunstenaar, die haar potlood tot een machtig wapen maakt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next