Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
‘Mijn moeder snapt geen snars van gentle parenting’, mailt een lezer. Volgens oma krijgen kinderen tegenwoordig veel te veel aandacht. Een normaal gesprek tussen volwassenen is nauwelijks mogelijk. ‘Laat ze maar huilen’, zegt ze, ‘daar gaan ze echt niet dood aan.’ De moeder in kwestie ziet dat anders. Zij gelooft in zachtheid, uitleg en afstemming. Maar hoe overbrug je dat gat zonder dat het kerstdiner eindigt in gezucht en oogrollen?
‘Conflicten tussen ouders en grootouders over opvoeding komen vaak voor’, zegt oudercoach Sophia van Splunteren, auteur van De kunst van imperfect ouderschap. ‘Zeker tijdens familiebijeenkomsten. Grootouders vinden het te soft, ouders voelen zich bekritiseerd en schieten in een kramp. Dat helpt niemand.’
Die botsing is vooral een generatiekwestie. ‘Veel grootouders groeiden op in een tijd waarin opvoeding sterk was gebaseerd op gehoorzaamheid en conditionering. Dat laatste begrip kwam vanuit het behaviorisme: het idee dat je gedrag kunt vormen door er consequent op te reageren. Goed gedrag werd beloond, ongewenst gedrag bestraft. Zo leerde een kind wat wel en niet mocht.’
Tegenwoordig bewegen ouders meer naar hun kind toe. ‘Ze vinden het belangrijk om het fijn te hebben met hun kinderen en willen een aanpak die goed voelt en die werkt voor hun kind. Daaronder valt ook kijken naar gedrag en ruimte geven aan hun emoties.’
Op Instagram laat schrijver Taylor Wolfe de verschillen zien tussen boomer- en millennial-ouderschap. ‘Stop met je zusje slaan!’ zegt oma in een video. ‘Dat zeggen we hier niet’, corrigeert Wolfe haar. ‘Je zegt: gentle hands!’
Psycholoog Terri Apter beschrijft in haar boek Grootouderschap hoe gevoelig het ligt als opa en oma commentaar hebben. ‘Jonge ouders die het gevoel hebben niet te kunnen omgaan met een opdringerige grootouder, spenderen enorme hoeveelheden mentale energie aan bedenken hoe ze hun privacy kunnen beschermen.’
‘Kinderen leren enorm veel van andere opvoeders, zoals een opa, oma, tante of gastouder’, zegt Van Splunteren. ‘Juist omdat het daar anders aan toegaat. Dat maakt kinderen flexibel en weerbaar.’
Dat vraagt wel om loslaten van ouders. ‘Natuurlijk mag je ingrijpen als het écht schuurt’, zegt ze. ‘Een stuk vlaai vlak voor het eten, of een middagdutje van drie uur. Maar: choose your battles. Is het niet schadelijk? Laat het dan gaan.’
Zet familiemomenten naar je hand, tipt Van Splunteren. Wanneer je schoonouders verwachten dat je uren komt koffiedrinken, tussen breekbare vazen en Fabergé-eieren, stel dan voor om bij een restaurant met speeltuin af te spreken. ‘Dan kunnen volwassenen praten terwijl kinderen spelen. Dat scheelt spanning.’ Hetzelfde geldt voor kerst: liever een buffet en spelletjes dan een vijfgangendiner waarbij kinderen stil moeten zitten.
De sleutel ligt volgens Terri Apter in duidelijke grenzen. ‘Het volwassen kind moet een seintje afgeven: ‘je bent te ver gegaan’, ‘dit gaat alleen mij aan’ of ‘die raad lijkt meer op bemoeizucht dan op hulp’’, schrijft ze. ‘Het is een manier om hun ouders eraan te herinneren waar de een begint en de ander eindigt.’
En ja, grootouders hebben soms een punt. Op je beurt wachten, luisteren als een ander praat, niet steeds aandacht opeisen: dat leren kinderen niet vanzelf. ‘Gentle parenting wordt soms verward met alles in harmonie willen doen’, zegt Van Splunteren. ‘Dan wordt opvoeden democratisch, en dat werkt niet. Kinderen hebben grenzen nodig, ook als ze dat niet leuk vinden. Je moet jezelf impopulair durven maken als ouder.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant