Home

Volkskrantlezers kiezen hun favoriete ‘150’ van Sander Donkers: ‘Deze hangt nog steeds op het prikbord’

De Volkskrant vroeg aan lezers: welke 150 van Sander Donkers is uw favoriet? De inzending was massaal, de redactie maakte een selectie.

1. Geletterd woensdag 23 november 2022

Mijn favoriet is Meester Rob. Dat is mijn oudste broer die op 5 november 2022 op 73-jarige leeftijd overleden is.
Frans Boots, Amsterdam

Op het speelplein van mijn dochters basisschool stond hij altijd bovenaan de brandtrap te roken. Meester Rob, met zijn roodaangelopen gezicht en schorre stem, die de kleine Wimpie Holleeder nog in zijn klas had gehad en ongemerkt in het tijdperk van protocollen en helikopterouders was beland. Als we een praatje maakten, stuurde hij dat meestal snel weg van kinderzaken, richting popmuziek of literatuur.

Toen ik als ouder eens meeging op schoolreisje, vertelde Meester Rob tijdens een nachtelijk gesprek waarom hij zijn leven lang niets anders wilde dan lesgeven aan 6- en 7-jarigen. ‘Als ze mijn klas binnenkomen, is het geschreven woord een raadsel voor ze, tegen Kerstmis kunnen ze het ontcijferen.’ Soms kon hij dan niet slapen van pure opwinding. ‘Ik mag ze geletterd maken.’

Nu hoorde ik dat Meester Rob is overleden, en herinnerde ik me hoezeer het me destijds ontroerde dat hij zijn vak na dertig jaar nog altijd als een privilege omschreef.

2. Mooi– maandag 20 januari 2020

Jammer dat er weer een vaste pilaar in het leven van alledag omvalt. Op een bepaalde leeftijd wordt al het nieuwe ingewikkeld. Mijn favoriete 150 van Sander Donkers lees ik regelmatig even terug. Herinneringen aan overrompelende verlangens die we allemaal gehad hebben en misschien nog steeds kunnen ervaren.
Pieter Heeres, Assen

De serveerster in het restaurant... Och, het was onthutsend hoe mooi ze was. Sierlijk, sexy, sereen, wulps, wuft en woest, en dat gekwadrateerd tot iets waar misschien wel een woord voor bestaat, maar ík kende het niet. Boven een afgekoelde kop soep deed ik verwoede pogingen haar buiten mijn blikveld te houden. Me de eetlust benemen was één ding, maar de adem had ik nodig.

Kijken naar schoonheid hoort niet problematisch te zijn, dat is in theorie mijn mening. Maar in de praktijk van deze zondagmiddag, Eros Ramazzotti op de stereo, vermoedde ik dat in het verlengde van die ene blik gevaar zou schuilen, roekeloosheid, de neiging mezelf voor paal te zetten, en/of aap. Iets in mij verlangde daarnaar, meer wilde het niet. Dus sloop ik weg en rekende af bij een lelijke vent achter de bar.

‘Tot ziens!’, trof haar prachtige stem me in de rug toen ik bij de deur stond. Ik had niet om moeten kijken.

3. Weg beer – maandag 30 januari 2023

Deze hangt nog steeds op het prikbord.
Trienke van Bruggen, Castricum

In de stad waar ik ben geboren liep ik over een brug waar ik vroeger in deze maand vaak onderdoor schaatste, om daarna voor een piek koek en zopie te kopen van een man die platter praatte dan Sjakie Swart. Nu had ik mijn jas opengeritst en mijn sjaal in mijn hand, sprak elke voorbijganger Spaans of Italiaans, was de koek een ‘broodje panini’ geworden en de zopie een havermelklatte van zes euro vijftig.

Ik besefte wel dat veel van mijn angsten en ergernissen zich samenbalden in dit ommetje, maar tot mijn verbazing bereikten ze me niet. De zon streelde mijn gezicht, de vreemde talen mijn oren. Ik was blij en had daar niets over te zeggen.

Geluk is een uitzicht op een weg zonder beer. Wijsheid het besef dat die beer vermoedelijk vlak om de hoek zijn klauwen aan het bijvijlen is. De kunst is om naar de weg te blijven kijken, zonder te speuren naar de beer.

4. Geplet – vrijdag 2 juni 2023

Prachtige column die in een paar regels een ongemakkelijke scène volledig invoelbaar maakt.
Wessel Dikker Hupkes, Leiden

Terwijl ik, wandelend door de stad, de laatste slok uit mijn blikje cola nam, zag ik iemand met een grote zak in zijn hand voorover in een vuilnisbak hangen. De zak was gevuld met blikjes, waar sinds kort statiegeld op zit. Dus tikte ik de man op zijn schouder en overhandigde hem het mijne. Heel jammer was dat ik het gedurende die beweging platkneep, zodat het niks meer waard was. Mijn hoofd wist dat wel, maar mijn vingers waren het even vergeten.

In de situatie was weinig ruimte voor nuance. Onthutst staarde de man naar het geplette blikje, daarna naar mij, pleger van een opzettelijke daad van wreedheid, vergelijkbaar met de PSV-supporters die een paar jaar geleden voor de ogen van bedelaars briefjes van vijf in de fik staken. 'People are shit', zei hij toen, meer tegen zichzelf dan tegen mij, waarna zijn hoofd weer in de vuilnisbak verdween.

Een knal voor m'n kanis was me liever geweest.

5. Meesterstuk – vrijdag 17 januari 2025

Dit is een van de – voor mij – kenmerkende columns van Sander Donkers: herkenbare gebeurtenissen met vaak een vette knipoog naar de tijdgeest. Ik ga hem missen!
Dick Melman, Mijdrecht

Haar stem klonk vagelijk bekend. ‘Je herkent me niet meer, hè’, zei de vrouw. Daar viel niet tegenin te liegen, want ik had me net aan haar voorgesteld. Terwijl ik kauwde op mijn schaamte, vertelde zij over vroeger; die bruiloft, het gelegenheidsbandje waarin zij had gezongen en ik gitaar gespeeld - plezierige herinneringen die mij wel degelijk voor de geest stonden. Gebrek aan interesse was het niet geweest. Verrek, ik had destijds zelfs een oogje op haar gehad.Maar nu, met twéé ogen op haar gericht, kreeg ik met geen mogelijkheid die herinnering gekoppeld aan het gezicht tegenover me. Niet omdat de tijd voor haar zo genadeloos was geweest, integendeel, ze leek nu veel jonger! En bovenal: zo ánders. De schoonheidsindustrie had duidelijk een meesterstuk afgeleverd, maar had zij in het proces niet ook de mogelijkheid tot herkenning weggesneden? Nu vraag ik me af of ik daardoor niet enigszins gevrijwaard ben van de schaamte dat ik haar niet had herkend.

6. Lievelingslied – maandag 24 november 2025

Een heel recente! Deze raakte me en heb ik vele malen doorgestuurd. Aan studiegenoten uit Delft waarmee ik zong op de sociëteit, aan mijn vrienden op de tribune waar we Ajax zingend aanmoedigden, en aan mijn dochters waarmee ik keihard in de auto meezing.
Barbara Rademaker, Driebergen

Laat op de avond liep ik door de koude stad. Ik kwam langs het raam van een souterrain en zag een groep mannen en vrouwen aan een lange tafel, uitgebarsten in gezang. Horen kon ik het niet, zien wel, omkaderd door dat raam: hoe het samensmelten van hun stemmen alle aanwezigen eenzelfde gevoel bezorgde, iets dat hen kortstondig deed veranderen. Het zou aanmatigend zijn om dat gevoel als ‘geluk’ te omschrijven; misschien zongen ze het lievelingslied van een dierbare die net was overleden.

Wat ik zag, denk ik, was het plotselinge besef deel uit te maken van een groter geheel, hoe troostend dat is. Samen zingen, liefst met velen, is de kortste en makkelijkste weg om dat besef te bereiken, en nog gratis ook.

Jeff Tweedy, frontman van de Amerikaanse band Wilco, zei eens: ‘Als de mensheid ooit voor een kosmisch tribunaal wordt gedaagd, dan denk ik dat het onze enige kans op gratie is.’

7. Knipperen – woensdag 22 december 2021

Al jaren knip ik de columns van Sander Donkers uit en bewaar ze in een map. Het was moeilijk om een favoriete column te kiezen, maar ik kom uit op ‘Knipperen’. Knap hoe hij hier iets wezenlijk menselijks belicht zonder dat er mensen in voorkomen. Het stukje heeft een poëtische toon en met name de laatste zin vind ik heel intens. Ik zal zijn teksten missen.
R. van Halderen, Nijmegen

In de statige straat was niemand, ook niet rond het enorme appartementencomplex dat daar net nieuw gebouwd is. Met brandschone ramen en een verse stoep lag het te wachten op bewoners, die vandaag niet zouden komen, hoewel het daar niet te vroeg voor was, en ook niet te laat. Op de een of andere manier leek er een gaatje in de tijd te zitten, waarin niks bewoog.

Des te opvallender straalde de lichtkrant die de overburen achter hun raam hadden gehangen, met beschuldigende pijlen richting het complex en een tekst die in felrood voorbijtrok: ‘Te veel lawaai. Te veel stof. Te veel diesel. Te veel OVERLAST.’ Dat laatste woord bleef een paar seconden stilstaan, en knipperde dan. Er was over nagedacht.

De aanklagers leken niet thuis te zijn, van de aangeklaagden ontbrak elk spoor, maar de aanklacht ging door en vulde de doodstille straat met woede.

8. Jammer – woensdag 5 maart 2025

Heel erg jammer dat Sander Donkers met deze columpjes stopt, ik vond ze fantastisch.
Bijgaand mijn favoriete. Deze trof mij in het hart omdat Sander precies benoemt hoe een hechte vriendschap ongewild kan verflauwen tot er van de vroegere band niets over is. En precies dat is ook mij overkomen, helaas.
Martha van Buuren, Haarlem

Ze zijn geen vrienden meer. Vandaag is de dag dat ze erachter komen, al wordt er niets benoemd. Op een zonnig terras omhelzen ze elkaar eerst innig, waarbij ze verklaren hoe belachelijk het is dat ze elkaar zo lang niet hebben gezien. ‘Nee, maar écht.’

Aardige mannen, wier levens lang geleden met elkaar vervlochten zijn geraakt. Gespreksstof is het probleem niet, welwillendheid evenmin. Maar wat ze beiden met verbazing moeten voelen, is dat de vanzelfsprekendheid is verdwenen, de bouwstenen die ze beurtelings aandragen vormen geen muurtje meer. Ze lachen wel, maar niet hard genoeg. Ze stellen elkaar vragen, maar vragen niet door. Ineens zou er moed voor nodig zijn om te benoemen waar het aan ontbreekt, maar aan die moed ontbreekt het ook. Gaandeweg lijkt op hun beider voorhoofden het woord ‘jammer’ te verschijnen.

Zoals het aardige mannen betaamt zitten ze de tijd uit en maken een nieuwe afspraak, die meermaals zal worden afgezegd.

9. Studeren – maandag 27 oktober 2025

In prachtig taalgebruik zet Sander Donkers beeldend neer hoe twee jonge mensen, nieuw in de stad, niet door durven te pakken om elkaar te leren kennen. De zin: ‘Hij had kunnen halsoverkoppen, maar hij voette schoor’ heb ik nog vaak in gedachten nageproefd. Zo mooi.
Jacqueline Sekrêve, Den Haag

Ze kenden elkaar pas net, dat kon je horen. En zien trouwens ook. Schuchter zat naast schuchterder, met hun beider onhandigheid stevig tussen hen ingeklemd. Allebei waren ze nieuw in de stad. Terwijl de tram door voor hen nog onbekende straten gleed, begon hun gesprek te gloeien van verbazing over hoe goed ze bij elkaar pasten. Elk woord van de een viel in de goede aarde van de ander. Op een zeker moment kon je hun blikken horen klikken. Hè hè, dacht de tram.

Toen begon zij over het koffiehuis waar je zo lekker rustig kon studeren. Daar was ze naar op weg. En hij, moest hij niet ook studeren? Het enige dat aan haar open uitnodiging ontbrak, was het woord ‘uitnodiging’. Waarom nam hij ’m niet aan? De halte kwam, zij ogenblikte. Hij had kunnen halsoverkoppen, maar hij voette schoor. Liep zij te hard van stapel, of liep hij te zacht?

10. Schimmig – vrijdag 31 oktober 2025

Wat jammer dat Sander verdwijnt van de voorpagina. Ik heb enorm genoten van zijn overpeinzingen. Bij deze moest ik huilen. Bedankt Sander!
Hanna de Koning, Rotterdam

Deze is voor het ‘linkse hoerenkind’, voor de ‘Boskabouter’, voor ‘Kaag met een baard’, voor de man die ‘levensgevaarlijk’ was, voor de ‘vuile kankerjood’ die ‘lekker dood’ moest vallen. Voor de man die meer overwicht had dan overgewicht, maar het niet te gelde wist te maken.

Evenmin als destijds bij Kaag was er reden of aanleiding voor de hetze tegen Frans Timmermans. Aan hem kleefden geen schimmige zaakjes, geen schokkende uitspraken, alleen het imago van een technocraat uit ‘Brussel’, dat monster in de ogen van velen. Al had Timmermans een zeehondenbaby uit een brandend asiel gered, dan nog had Sven Kockelmann argwanend zijn wenkbrauwen opgetrokken: ‘Waarom heeft iedereen toch zo’n hekel aan u?’

Zo lelijk als dit inhakken op één man was, zo bewonderenswaardig was de zelfbeheersing van Timmermans, die nooit brak maar uiteindelijk moest buigen, wat hij op verkiezingsavond sierlijk deed. Frans Timmermans betoonde zich een betere Frans Timmermans dan ik zou zijn.

11. Aanval – vrijdag 14 februari 2025

Ik kan deze column niet lezen zonder dat ik tranen in mijn ogen krijg.
Bert Scholten, Coevorden

In een afgeladen metro rinkelt een telefoon. De vrouw die gebeld wordt, kan er niet bij zonder met haar ellebogen in ledematen van omstanders te prikken. Die zuchten en rollen met hun ogen. De vrouw probeert het goed te maken door te strooien met een verontschuldigende glimlach, die zodra ze opneemt bevriest op haar gezicht.

‘Je moet ademen, lieverd’, zijn de eerste woorden die ze zegt – in één klap ijzig kalm maar duidelijk volkomen alert. ‘We hebben dit eerder meegemaakt, toen kwam het ook goed. Doe met me mee…’

Ze sluit haar ogen. Er is geen buitenwereld als ze haar borstkas vol en weer leeg laat lopen, ook al staat die buitenwereld tegen haar aan geperst. Er is alleen het ritme waarmee ze angst op afstand probeert te temperen. Als een golf lijkt dat ritme zich uit te breiden over het metrostel. Gesprekken verstommen, uit de menselijke kluwen maakt een hand zich los, landt op haar schouder, en knijpt zacht.

12. A je tó – woensdag 14 november 2018

Het was iedere keer een plezier om de 150-jes van Sander te lezen, een vast begin van de dag. Deze column is altijd blijven hangen. Elke keer als ik mensen zie hannesen (zoals twee mensen die samen een zonnescherm proberen op te hangen) denk ik altijd direct terug aan deze column.
Carolien Versteeg, Oegstgeest

Mijn vriend C. wilde een geluidsstudio bouwen. Op Marktplaats had hij een oud saunaatje gevonden. Of ik even kon helpen het naar één hoog te sjouwen.

Kon ik.

Spoedig bleek dat het grootste paneel ook na hard duwen de hoek niet kon maken. We kwamen langdurig vast te zitten en vervolgens ten val. Daarna probeerden we het via het raam. Ik op een gammele keukentrap, die hij vasthield tot ik het gevaarte boven mijn hoofd getild had, waarna hij in vliegende vaart de trap op rende om daar akelig ver naar buiten te gaan hangen. Na zeven pogingen kreeg hij er een pink achter.

Pas toen hij triomfantelijk ‘a je tó!’ kraaide, drong tot me door dat we verzeild waren geraakt in een niet ongevaarlijk geval van life imitates art. C. speelt namelijk de hoofdrol in de musical Buurman & Buurman. Zeer toepasselijk donderde ik gierend van het lachen alsnog voorover in de rododendrons.

13. Tante Jo (slot) – vrijdag 3 juli 2020

Moeilijk kiezen, want ik heb genoten van alle tante Jo’s, maar het slot vond ik fenomenaal. Jammer dat Sander Donkers stopt.
Mirjam Lingen, Arnhem

Het was hoogmoed geweest, de gedachte dat mijn dierbare Tante Jo zaliger wel weer zou opkrabbelen. De Dood stond te trappelen van ongeduld toen mijn moeder en ik waren vertrokken van haar ziekbed.

Die nacht werd haar zus gebeld, mijn oma, die op haar beurt ons niet belde, hoewel wij daar nadrukkelijk om hadden gevraagd. Later zei zij dat Tante Jo in haar laatste uren ‘heel lelijke dingen’ had gezegd. ‘Kind’, sprak zij beslist, ‘jullie hadden er niets aan gehad.’

In een halfleeg uitvaartcentrum, nadat de stem van Marco Bakker was verstomd, sprak ik een paar dagen later woorden die tekortschoten. In een afscheidsbrief die de notaris ons overhandigde, bleek Tante Jo hetzelfde te hebben gedaan.

Nog altijd bak ik mijn aardappeltjes in haar pan, half roomboter, half Croma. Het moet bruisen. Erbij blijven is het belangrijkste. Voor de rest is het lastig te zeggen hoe mensen voortbestaan, behalve dat het soms in alles is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next