Home

Sander Donkers stopt met de rubriek ‘In 150 woorden’: ‘Ik zie mijn columns als een antidepressivum’

Deze week schrijft Sander Donkers voor de laatste keer zijn stukje ‘In 150 woorden’, die jarenlang op de voorpagina van de Volkskrant prijkte. Hoe heeft hij zijn rol ervaren? Plus: een erecolumn van Paulien Cornelisse, met wie hij de rubriek deelt.

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Voor elke column die Sander Donkers de afgelopen zevenenhalf jaar schreef op de voorpagina van de Volkskrant – drie per week, maximaal 150 woorden lang – heeft hij minstens 10 kilometer in de benen zitten.

Hij kan gewoon niet stilzitten, vertelt Donkers op een vrijdagochtend in zijn Amsterdamse woonboot. ‘Ik ben te onrustig om te wachten totdat de inspiratie komt. Dus trek ik mijn jas aan en ga naar buiten, ga wandelen, kan ik het nieuws overdenken en zie ik dingen gebeuren. Het fijne aan de begrenzing van 150 woorden is dat ik het al wandelend van de eerste tot de laatste zin in mijn hoofd kan componeren en onthouden.’

Op vrijdag 19 december verschijnt Donkers’ laatste column op de voorpagina en wordt hij opgevolgd door columnist Peter Middendorp.

Duizend columns heeft Donkers dan in totaal geschreven (circa 10.000 kilometers). Tijd dus om terug te blikken op de weg die hij als columnist heeft afgelegd, zijn milde mensbeeld, het terugkerende personage Tante Jo, en zijn strenge meelezer Pieter van den Blink, journalist en Donkers’ beste vriend, die steevast met een rode pen door al die duizend columns heen ging.

Terug naar oude vorm

Het werd tijd voor iets anders, zo licht Donkers zijn besluit om te stoppen toe. Hij wil weer terugkeren naar de vorm – het lange portretterende interview – waarmee hij ooit naam maakte als journalist bij weekblad Vrij Nederland, en dat is lastig te combineren met een column die al zijn aandacht en stilistisch vermogen opeist.

‘Ben ik opgelucht of weemoedig dat ik ermee ophoud? Ik denk dat ik beide emoties pak. Ik ben van nature een twijfelaar en heb al ingecalculeerd dat ik er op een gegeven moment spijt van ga krijgen dat ik ben gestopt. Maar ik heb ook echt zin in de nieuwe dingen die komen. Volgende week doe ik een interview met zangeres Ellen ten Damme, daar krijg ik dan zo’n vierduizend woorden voor. Dat is een vorm om in te wonen, om alles te verkennen.’

Mild gestemd begin van de dag

Donkers’ eerste column op de voorpagina van de Volkskrant verscheen op 26 augustus 2018. Op die plek – rechtsonder in de hoek, met daarboven het voorpaginanieuws over het vaak ernstige, sombere wereldgebeuren – zag Donkers het als zijn taak om de Volkskrantlezer een mild gestemd begin van de dag te bezorgen. Dat deed hij om de dag, afgewisseld door collega Paulien Cornelisse.

In een filmpje dat bij zijn debuut op de Volkskrant-site verscheen, vertelt Donkers dat hij ‘grote schoenen’ te vullen heeft. Zijn voorgangers op die plek waren eerst CaMu (Remco Campert en Jan Mulder) en later Arnon Grunberg.

Hij voelde dan ook enige paniek toen hij in de zomer van 2018 gebeld werd met de mededeling dat de krant voor hem had gekozen als een van de twee vervangers van Arnon Grunberg.

Donkers wilde die plek heel graag. Hij had zelfs zes proefcolumns moeten schrijven om zich te bewijzen. Maar toen hij eenmaal uitverkoren bleek, voelde hij opeens ook het gewicht van de opdracht.

‘Ik was met vrienden in Frankrijk aan het fietsen. We hadden net de Mont Ventoux beklommen, waren helemaal euforisch aan de afdaling begonnen toen mijn telefoon begon te trillen. Toenmalig hoofdredacteur Philippe Remarque. Je hebt de baan, zei hij. Al mijn vrienden, zelf journalisten, helemaal blij, zo van wauw, dit is de mooiste plek die je kunt krijgen in de journalistiek.

‘En toen kreeg ik koudwatervrees. Dit kan ik eigenlijk helemaal niet, dacht ik. Ik was Grunberg op die plek gewend. Die haalde de halve wereldliteratuur aan, citeerde uit buitenlandse kranten. Ik moet het meer hebben van menselijke stukjes.

‘Ik ben toen het werk van A.L. Snijders gaan lezen, de schrijver van zkv’s, zeer korte verhalen. En daar las ik een doorslaggevend zinnetje: ‘Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk.’ Dat moet mijn leidraad worden, dacht ik meteen. Niet denken: wat gaat die of die er van vinden. Ik wist: ik moet gewoon proberen te vergeten dat het voor de voorpagina is.’

‘Schaduwinvloed’ Pieter van den Blink

Wat Donkers ook hielp om zijn weg op de voorpagina te vinden, was dat hij altijd kon terugvallen op de wijze raad van journalist en schrijver Pieter van den Blink, zijn beste vriend sinds de derde klas van het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium. Donkers komt er tijdens het interview een paar keer op terug: Van den Blink moet absoluut genoemd worden als een belangrijke ‘schaduwinvloed’.

‘Hij zei, toen ik koudwatervrees kreeg: ‘Als je deze kans niet grijpt, dan ben ik je vriend niet meer. Doe je het wel, dan beloof ik je dat ik elk stukje zal meelezen en van commentaar zal voorzien.’

‘Zodra ik een column af had, stuurde ik die eerst naar hem, en dan kreeg ik het terug met allemaal opmerkingen, soms heel nieuwe zinnen. Als neerlandicus kon hij erg op taalniveau zitten, maar hij kon ook zeggen: hier maak je een denkfout, of dit is een superflauwe grap. Natuurlijk kregen we daar dan weer ruzie over, maar ik ging er wel over nadenken. Vaak nam ik het over, soms niet. Dankzij hem ben ik scherper gaan nadenken over mijn stijl: overbodigheden weglaten, helderder formuleren.’

Deze 150 is speciaal voor Sander Donkers geschreven door Paulien Cornelisse

Schuurmachine

Zevenenhalf jaar lang liep ik drie ochtenden per week de huiskamer in met de vraag: ‘Wat heeft Sander?’ Het antwoord was dan altijd: ‘Lees zelf maar.’ Dan begon ik te lezen, en hoopte dat Sander niet had opgeschreven wat ik zelf voor de krant van morgen had willen noteren. Dat is in al die tijd maar één keer gebeurd.

Als ik aan Sander denk, zie ik hem op een godverlaten uur lopen langs een gracht. Hij is vervuld van melancholie, of misschien van een soort vage ergernis die hij zichzelf niet gunt. Hij loopt naar zijn boot, waar zijn eenogige kat op hem wacht. Er zal een nieuwe dag moeten beginnen.

Sander betekent schuurmachine in het Engels, dat past niet echt bij hem, vind ik. Hoewel, misschien is er wel schuurpapier nodig om de wereld met de zachte blik van Sander te bezien.

Paulien Cornelisse

In de column die Paulien Cornelisse speciaal voor Donkers’ vertrek schreef, vergelijkt zij haar collega met ‘schuurpapier’ (Sander betekent ‘schuurmachine’ in het Engels). Volgens Cornelisse ging Donkers te werk als schuurpapier: met zijn lichte kijk op het leven, vol mededogen, humor en verwondering, schuurde hij alle stekeligheden en vervelende haakjes die aan de wereld en de actualiteiten kleven weg. ‘Ik ben zo dol op haar’, zegt Donkers wanneer de column van Cornelisse hem wordt voorgelegd. ‘Ik vond het geweldig om dit samen met haar te doen.’

De lol inzien van dingen

‘Ik vind boosheid zo oninteressant. Van polemiek met andere columnisten moet ik ook niks weten. Uiteraard is er heel veel waar ik mismoedig van word, maar je moet toch proberen – al is het maar voor je familie, je gezin – de lol in te zien van dingen, er grappen over te maken. Ik zie mijn columns meestal als een soort antidepressivum, een corrigerend mechanisme op alle ellende.’

Dit is de favoriete Sander Donkers van 150-collega Paulien Cornelisse

Wat ik zie in het oog van mijn kat

Eerst had mijn kat twee ogen en toen nog maar één. Nu meet hij met zijn poot de hoogte op voordat hij op bed springt, dat is het enige verschil met voorheen. Hij verdroeg de bloederige wond op zijn oogkas, hij liet gelaten de hechtingen verwijderen, en nu hoor ik hem niet klagen dat zijn terug groeiende wenkbrauwharen naar beneden wijzen. Aan de andere kant: hij heeft ons ook nooit bedankt voor het fortuin dat wij neertelden voor zijn levensreddende operatie.

Kun je van dieren iets leren over het leven als mens? Mij lukt het niet eens om in hetzelfde huis als dit wezen, dat stoïcijns blijft onder zo veel tegenslag, iets minder te klagen over mijn eigen ingescheurde teennagel. Wel wil ik steeds zijn foto op Instagram zetten, als voorbeeld voor alle ándere aanstellers die niet zo moeten zeiken bij het minste of geringste. De berustende blik in het oog van de kat weerhoudt me daar dan van.

Sander Donkers

Die mildheid is ook wat het meest wordt gewaardeerd door lezers, blijkt uit de meer dan vierhonderd mails die de Volkskrant ontving na een oproep om de ‘favoriete Donkers’ in te sturen.

Tante Jo

Een van de uitschieters is de reeks die Donkers schreef over Tante Jo, zijn Rotterdamse oudtante, die elk weekend bij het links-progressieve gezin Donkers in Amsterdam logeerde, in het huishouden hielp, cakejes bakte, en ‘als een goede fee’ uit een vervlogen tijd deel uitmaakte van zijn leven.

Donkers begon over haar te schrijven tijdens de lockdown in 2020, toen niemand de deur uit mocht en het sociaal leven abrupt tot stilstand kwam. Mensen hadden weinig meer om handen dan klussen, opruimen, hamsteren – precies de bezigheden waarin zijn Tante Jo ook zo bedreven was.

Veel lezers herkenden in Tante Jo een bepaald type: de Nederlandse vrouw van voor de emancipatiegolven in de jaren zestig en zeventig, zichzelf wegcijferend, bescheiden, een doorschijnend regenkapje om het hoofd geknoopt.

‘Tijdens de lockdown kwam de ene na de andere associatie met Tante Jo los. Dat lezers zo enthousiast op haar reageerden is denk omdat veel mensen ook zo iemand hebben gekend: zo’n vrouw in bloemetjesjurk waar de schaduw van de naoorlogse tijd nog overheen hangt. Ze was sterk, zelfstandig, maar uiteindelijk was haar verhaal ook verdrietig: ze ging kinderloos en zonder ooit een amoureuze relatie te hebben gehad het graf in.’

Toch anders

Een andere favoriete column onder de lezers is die over een metroritje eerder dit jaar, waarin Donkers observeert hoe een grimmige sfeer in een keer omslaat. In de overvolle metro wordt gezucht en met de ogen gerold als een vrouw haar telefoon opneemt, totdat de vrouw degene aan de andere kant van de lijn – waarschijnlijk overvallen door een paniekaanval – geruststellend toespreekt. ‘Je moet ademen, lieverd.’

En dan de slotzin: ‘Gesprekken verstommen, uit de menselijke kluwen maakt een hand zich los, landt op haar schouder, en knijpt zacht.’

‘Ik had eigenlijk langer in de metro willen blijven zitten, om te weten wat er verder zou gebeuren. Maar voor de column was dit perfect, op de Amsterdamse Spaklerweg moest ik eruit en kon ik het niet meer volgen.

‘Deze gebeurtenis geeft eigenlijk heel goed weer hoe veel van mijn columns in elkaar zitten. Eerst is er chagrijn, mensen denken: wat zit die vrouw nou luid te doen op haar telefoon? Maar dan horen we wat er gaande is en denken we: o wacht even, dit zit anders in elkaar. Veel van mijn columns zijn te vangen met het zinnetje: ‘Ik dacht het, maar het was niet zo.’

Demonisering

Als Donkers hoort over welke column lezers het meest enthousiast zijn, begint hij bedenkelijk te kijken. Het is een recente column, 31 oktober verschenen, waarin hij fel uithaalt naar de demonisering van Frans Timmermans, destijds nog leider van GroenLinks-PvdA. Donkers somt de haat op die de politieke leider gelaten over zich heen liet komen (‘links hoerenkind’, ‘vuile kankerjood’) en concludeert: ‘Frans Timmermans betoonde zich een betere Frans Timmermans dan ik zou zijn.’

‘Hij was stilistisch niet zo sterk’, zegt Donkers. ‘Er staan een paar zinnen tussen die naar mijn maatstaven net niet helemaal lekker lopen. Maar het is wel een column waar ik nog volledig achter sta. Ik vond heel erg dat dit gezegd moest worden. Zeker in deze tijd, waarin de VVD erin geslaagd is om een brave middenpartij als GroenLinks-PvdA af te schilderen als extremistisch.

‘Ik haat pestgedrag. Ik haat het intens. Of het nou van de Farmers Defence Force komt, of van Johan Derksen die op tv zegt dat hij Frans Timmermans ‘levensgevaarlijk’ vindt. Ik kan er echt niet tegen, en ik maak mij grote zorgen dat mensen dit soort demonisering overnemen, het normaliseren.

‘In mijn laatste column kijk ik terug op de enorme veranderingen in de afgelopen zevenenhalf jaar. Ik weet nog niet hoe ik het precies ga aanpakken, maar een paar zinnen heb ik al: ‘Hoed u voor mensen die zeggen: ik kijk nergens meer van op. Blijf opkijken.’ We zijn een gitzwarte tijd binnengestapt. We moeten ervoor waken dat we niet verder afdrijven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next