Home

Wat verhalen ons kunnen leren over het gemak waarmee jongens verstrikt raken in de manosfeer

Met I Am Andrew duikt theatermaker Marjet Moorman in de wereld van de manosfeer, net als de serie Adolescence eerder dit jaar. Wat vertellen makers van dit soort fictie ons over mannelijkheid anno nu?

schrijft voor de Volkskrant over film en theater.

In de nieuwe voorstelling I Am Andrew leren we de 18-jarige Lewis (Tim van Dongen) kennen, die in de gevangenis is beland. Hoewel zijn wereld nu behoorlijk klein is, is hij tegelijkertijd ‘vrij’ in zijn hoofd: hij ziet namelijk, zo denkt hij, eindelijk de waarheid onder ogen.

En die waarheid luidt: de samenleving is niet fair tegenover jongens en mannen en gaat gebukt onder feministen en linkse indoctrinatie. Vrouwen zijn gelukkig, zwaaien de scepter in relaties en streven de mannen voorbij – ten onrechte. Althans, dat is wat Lewis’ denkbeeldige hypermasculiene vriend ‘Andrew’ hem op de mouw speldt, in een variant op de uit de manosfeer afkomstige red pill-theorie.

In de openingsscène zie je hoe deze Andrew (gespeeld door een androgyn ogende Femke Arnouts) de jonge, tengere Lewis helpt om fysiek krachtiger te worden: speels doen ze sit-ups, tillen ze een bankje op en boksen met elkaar. Later in het stuk, als Lewis door anderen in de cel wordt geconfronteerd met zijn daden, verschijnt Andrew steeds weer op het toneel om Lewis’ geweten te sussen: ‘Power, Lewis, power is silence. The man who doesn’t react, owns the room’, aldus Arnouts, met een lage, bezwerende stem.

De wereld van de manosfeer

Langzaam wordt duidelijk dat Lewis in de bak is beland omdat hij geweld heeft gebruikt tegen een jonge vrouw die hem na een korte seksuele relatie had afgewezen. Zij wilde vrienden blijven, wat volgens Lewis’ imaginaire vriend absoluut niet mogelijk is (‘You have to fuck the woman. If you’re not fucking her, somebody else is’). Als Lewis ook maar een beetje begrip begint te tonen voor het slachtoffer, is hij volgens de denkbeeldige Andrew aan de verliezende hand: ‘You let her pull your strings, twist your emotions, and now you’re standing here, broken.’

Met het akelige personage Andrew neemt theatermaker en schrijver Marjet Moorman je mee in de wereld van de manosfeer. Oftewel: het beruchte onlinenetwerk dat bestaat uit fora, websites, socialemedia-accounts en podcasts vol vrouwonvriendelijke inhoud. En waarvan de Amerikaanse influencer Andrew Tate (waar Moormans personage ‘Andrew’ op is gebaseerd) wordt beschouwd als het boegbeeld, gezien de miljoenen jongens en mannen die hij weet te bereiken met zijn gevaarlijke retoriek.

Moorman is niet de eerste die dit vrij jonge digitale fenomeen onder de loep neemt. Recentelijk verscheen er meer fictie die probeert grip te krijgen op hoe deze ‘giftige’ vorm van mannelijkheid wordt gepromoot, en wat daarvan de gevolgen zijn. Welke aspecten van de manosfeer worden daarin belicht? En welke zijn juist opvallend afwezig?

Vergelijking met Adolescence

Wie kijkt naar de voorstelling I Am Andrew, zal snel de vergelijking maken met de serie die dit jaar de manosfeer wereldwijd op de kaart heeft gezet: de bejubelde serie Adolescence, die intussen ruim 140 miljoen keer is bekeken. Daarin draait het om een iets jongere delinquent, de 13-jarige Jamie. Waar bij Moorman de manosfeer nadrukkelijk aanwezig is in de vorm van de fictieve ‘mannenfluisteraar’ Andrew, is die in Adolescence lange tijd ongrijpbaar, vooral voor de volwassenen om Jamie heen.

In de eerste aflevering zie je hoe een kwetsbaar ogende Jamie (Owen Cooper) ’s ochtends uit zijn bed wordt gerukt door gewapende politieagenten. Zijn zorgzame en verwarde vader staat hem bij en troost hem. Totdat ze op het politiestation beelden te zien krijgen van Jamie die zijn klasgenote doodsteekt.

Pas in de tweede aflevering valt een keer het woord ‘manosfeer’, als een klasgenoot van Jamie het aan een rechercheur probeert uit te leggen. Jamie werd door zijn slachtoffer uitgemaakt voor ‘incel’ – een ‘onvrijwillige celibatair’, een seksueel gefrustreerde maagd, die op fora allerlei kwaadaardige theorieën en (verkrachtings)fantasieën over vrouwen deelt.

Ontluisterend is vervolgens de houding van Jamie tegenover een vrouwelijke psycholoog in de inrichting waar hij wordt vastgehouden. In een briljante performance van Cooper zie je hoe hij de psycholoog aanvankelijk manipulatief en neerbuigend bejegent, totdat onzekerheid, angst en wanhoop onverwacht om de hoek komen kijken.

Krachtig en verslapt

De jonge Jamie én Lewis doen denken aan een werk van Eduardo Paolozzi, de 20ste-eeuwse Schotse kunstenaar die sculpturen maakte van aluminium. Neo-Saxeiraz uit 1966 bestaat uit een dikke aluminiumpijp, die enerzijds krachtig oogt, maar anderzijds in een soort krul verslapt.

Op het eerste oog straalt Paolozzi’s werk vooral hardheid uit vanwege de gladde, industriële vorm. Een mannelijkheid die ook mannen zelf niet spaart, die keihard is tegenover de eigen sekse én tegenover de vrouwelijke. Maar die gekrulde vervorming in dit werk heeft tegelijkertijd iets zachts, iets kwetsbaars. Iets wat jonge jongens (zoals Lewis en Jamie) nog altijd wordt aangeleerd te onderdrukken.

Het kunstwerk van Paolozzi is onderdeel van een nieuwe tentoonstelling genaamd Manosphere. Masculinity Now, die vanaf april 2026 in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien is. Met deze titel wil curator Melanie Bühler vooral de urgentie van een discussie over mannelijkheid aankaarten. Daarbij beperkt ze zich niet louter tot de digitale en vrouwenhatende manosfeer die de afgelopen vijftien jaar is ontstaan: ze wil in de expositie ook de voedingsbodem van het patriarchaat onderzoeken. Maar vooral hoopt ze dat de tentoonstelling een gelaagd en kritisch verhaal vertelt ‘dat niet alleen de negatieve kanten van mannelijkheid belicht, maar ook mooie, zoals verlangen en vaderschap’.

Over vaderschap wordt ook aan het einde van Adolescence nog gereflecteerd, als vooral de ontgoochelde vader van Jamie zich thuis in de laatste scène huilend blijft afvragen wat hij fout heeft gedaan. Behoorlijk suggestief is in elk geval nog een laatste shot van de computer in Jamies kamer.

In discussie over de manosfeer

De Britse premier Keir Starmer, zelf vader van twee tieners, vond de serie zo indrukwekkend dat hij om de tafel is gaan zitten met de makers van de Netflixserie. Nu is die niet alleen gratis te streamen in ieder klaslokaal in Groot-Brittannië, maar ook in onze lokalen: dit op initiatief van GroenLinks-PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann, die hoopt dat scholen hiermee kunnen voorkomen dat jongeren ‘worden meegezogen in de manosfeer’.

Sinds het explosieve succes van de serie is hoe dan ook de discussie over de invloed van de manosfeer op jongens en mannen losgebarsten. Onderzoekers zijn het erover eens dat er te veel op manfluencers, verleidexperts, gymbro’s, cryptobro’s en extreemrechtse commentatoren (die vrouwen allemaal als ‘bezit’ zien) wordt vertrouwd: dat doet volgens een Amerikaans onderzoek maar liefst 40 procent van de jonge mannen.

Hoewel ze daarmee niet allemaal geweld tegen vrouwen verheerlijken of willen gebruiken, kleven er volgens deskundigen wel degelijk risico’s aan. Zo leren mannen hierdoor niet om te gaan met hun kwetsbaarheid, maar zetten ze die, net als Jamie in Adolescence en Lewis in I Am Andrew, om in woede en in het ergste geval agressie.

In Groot-Brittannië is er tegenwoordig zelfs sprake van een ‘epidemie’ van geweld tegen vrouwen. En in Australië spreken ze van het ‘Andrew Tate-effect’ in klaslokalen, waar een kwart van de jongens aangeeft dat hun wereldbeeld wordt beïnvloed door de zelfbenoemde vrouwenhater, wiens narratief ze graag herhalen tegen vrouwelijke docenten.

Waar Adolescence zich vooral richtte op Jamie en zijn wanhopige vader, onderzoekt het nieuwe toneelstuk Inter Alia van het Londense National Theatre de rol van een feministische moeder. In deze nieuwe tekst van schrijver Suzie Miller (auteur van het bejubelde Prima Facie) gaat het wederom om een geweldsdelict à la I Am Andrew, maar dan met een twist: de succesvolle rechter Jessica (Rosamund Pike) is iemand die predikt dat we vrouwen die mannen beschuldigen van seksueel overschrijdend gedrag altijd moeten geloven – totdat blijkt dat haar eigen zoon, die ook vastgeplakt zit aan zijn laptop, opeens de verdachte is in een verkrachtingszaak.

Tegenreactie op de vrouwenbeweging

In haar non-fictieboek Man neemt vrouw duikt journalist Eva Hofman in de huidige giftige vormen van het patriarchaat, die worden gezien als een tegenreactie op de vrouwenbeweging van de jaren tien. Jaren waarin #MeToo wereldwijd nieuws werd en grensoverschrijdend gedrag opnieuw op de kaart zette. Jaren waarin de media kennelijk zo gretig strooiden met het woord ‘feminisme’ dat Time Magazine voorstelde het in de ban te doen. En jaren waarin ondertussen al verzet groeide tegen al die girlpower: ‘Wat de huidige tegenstand anders maakt dan alle vorige keren, is dat het patriarchaat nu een handje geholpen wordt door het internet’, schrijft Hofman.

Anno 2025 zijn die conservatieve en schadelijke ideeën over mannelijkheid niet alleen te vinden op internet, maar ook doorgedrongen in de politiek. Hofman citeert onder meer de extreemrechtse politiek commentator Nick Fuentes, die, toen president Trump in 2024 werd herkozen, op zijn stoel sprong en schreeuwde: ‘Wij hebben de macht over je lichaam, bitch!’

Sinds de herverkiezing van Trump laten techmiljardairs bovendien opnieuw extreemrechtse en patriarchale sentimenten op hun platformen toe. ‘Seksisme doet het online goed. Dat is deels omdat het woede opwekt, woede tot interactie leidt en de meeste sociale media aanslaan op posts waaronder veel wordt gereageerd’, schrijft Hofman. ‘Sinds de verkiezing van Donald Trump is ook vrouwenhaat weer toegestaan op de platforms van Mark Zuckerberg, zoals Instagram. Je mag bijvoorbeeld weer zeggen dat vrouwen huishoudelijke voorwerpen zijn, of ‘eigendom’.’

De manosfeer werkt geweld in de hand

Dat de manosfeer ook geweld in de hand kan werken, staat volgens onderzoekers buiten kijf. Iets wat ook de Franse regisseur Bertrand Bonello moet hebben bedacht toen hij The Beast (2024) maakte. In zijn sciencefictionfilm, die losjes is gebaseerd op de novelle The Beast in the Jungle van Henry James, springt hij tussen verschillende eeuwen en jaartallen. Waar het hier om draait is het jaartal 2014: daarin zien we hoe model en acteur Gabrielle (Léa Seydoux) in Los Angeles voet aan de grond probeert te krijgen. Ze wordt gestalkt door Louis (George MacKay), een 30-jarige maagd en een klassieke ‘incel’. Tijdens zijn vele hatelijke speeches over vrouwen, filmt hij zichzelf onhandig met een selfiecamera.

De wat nerdy Louis zegt in zijn video’s, die door een handjevol mensen op YouTube worden bekeken, onder meer dat het ‘onrechtvaardig’ is dat hij nog nooit seks heeft gehad. Dat zijn leven daardoor een hel is. ‘Geen enkel meisje vindt me leuk’, zegt hij vanuit zijn auto. ‘Ik haat ze daarom allemaal.’ Hij kijkt in de camera en grinnikt – doodeng. Niet veel later zie je hem op beveiligingsbeelden met een wapen door Gabrielles huis lopen.

Als je het idee hebt dat je Louis’ teksten eerder hebt gehoord, kan dat kloppen: in een interview met de Volkskrant vertelde de regisseur dat Louis gebaseerd is op de Californische student Elliot Rodger, die in 2014 een slachtpartij aanrichtte en meerdere leeftijdgenoten vermoordde. Bonello raakte zodanig gefascineerd door Rodger, die net als Louis op een kalme wijze zijn haatdragende taal uitsprak, dat hij zelfs teksten van Rodger uit sommige video’s letterlijk heeft overgenomen voor de film.

Misogyne onderwereld

Deze misogyne onderwereld komen we ook tegen in een ander recent werk, dat de psyche van de manosfeer uitmuntend weet te vangen. In het boek Rejection van Tony Tulathimutte (volgens de website Vulture ‘de eerste grote incelroman’) lezen we een aantal onbehaaglijke verhalen over mannelijke én vrouwelijke personages, die met hun ziel onder hun arm rondlopen en ieder op hun eigen manier geobsedeerd zijn met het internet. Ze raken langzaam verpletterd als ze afgewezen worden door een minnaar of doordat ze überhaupt niet aan een partner kunnen komen.

Zo ook het personage ‘the feminist’: een man die vertelt dat hij al van kinds af aan bevriend is met meisjes. Tijdens zijn studie lukt het hem niet om een leuk meisje aan de haak te slaan en als volwassene blijft hij ook eeuwig vastzitten in die vervelende friendzone (een situatie waarin de één een seksuele relatie wil en de ander bevriend wil blijven, wat ook terugkomt in de voorstelling I Am Andrew). Niemand wil met deze zelfverklaarde feminist naar bed, laat staan een relatie met hem beginnen. Maar hij is toch intelligent en pro-vrouwenrechten? Ligt het dan aan zijn smalle schouders?

De feminist vindt uiteindelijk, na decennia van afwijzingen, zijn roeping op een incelforum en schrijft: ‘Al die condooms over de datum. Die stellen die je overal ziet, die lachend naar huis gaan en elkaar in alle mogelijke standjes naaien: nooit zul jij daarbij horen. Ze hebben ons leven afgepakt, ons geluk.’ De manier waarop Tulathimutte in korte tijd dit personage weet te transformeren in een gevaarlijk individu, is duizelingwekkend.

Iets waar dit handjevol schrijvers en makers in de afgelopen jaren bijzonder in is geslaagd, is door middel van fictie illustreren hoe afwijzing vandaag de dag bij kwetsbare jongeren in onze maakbare maatschappij aankomt. En hoe makkelijk het vervolgens voor sommigen is om zich vast te bijten in een hatelijke bubbel, waarin je wordt verteld dat je er wél recht op hebt: de aandacht van een vrouw, een aanraking van een vrouw of, simpelweg, het lichaam van een vrouw. Precies zoals ijzingwekkend is getroffen in de titel van het boek van Eva Hofman: Man neemt vrouw.

I Am Andrew van Girls in Woods tourt door het hele land t/m 10/4.

Manosphere. Masculinity Now opent op 18 april 2026 in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next