Onlangs verscheen een boek over de enige echte Nederlandse popartband HET, welbekend van de hit Ik heb geen zin om op te staan: weg met het alledaagse, zoals opstaan en naar een baas gaan. Eén lid van de band is nog onder ons.
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Het is een gegeven dat Dennis Witbraad, het enige nog levende lid van beatgroep HET, liever in bed blijft liggen op sombere, regenachtige dagen. Waarom zou hij ook opstaan, als hij er geen zin in heeft?
In alle gevallen dat een 79-jarige ex-drummer zo’n retorische vraag de huiskamer inslingert, zou je ‘m negeren, als een fruitvliegje. Maar niet bij deze voormalige slagwerker, aangezien hij het was die Ik heb geen zin om op te staan van een opwekkend ritme voorzag.
Witbraad vormde samen met Jacques Zwart, Pim van der Linden en Adrie de Hont de originele bezetting van HET, een kortstondig bestaand combo waaraan Henk van der Sluis een doorwrocht boekwerk heeft gewijd. Van der Sluis hoorde als 13-jarige het nummer voorbij komen, en HET liet hem nooit meer los. Vanwege zijn boek is deze nederpopbonbon opnieuw op single uitgebracht.
Dennis Witbraad, de laatste HET-er, heeft net een jointje gerookt, als hij de deur van zijn flatje in Hoorn opendoet. Tussen alle troep, zoals hij het zelf noemt, staat verdekt een elektronisch drumstel opgesteld, waarop hij kan rammen zonder de buurt op stelten te zetten. Maar alleen spelen, daar vindt hij eigenlijk geen reet aan.
Ach… HET… , zegt hij, als de magere gestalte voorzichtig op de bank landt. Op zijn hoofd heeft hij een paarse sjaal met daarop een kek hoedje. HET was voor hem feitelijk maar een knipoog, in een langdurige muzikale loopbaan. Want daarna waren er talloze bandjes, zoals Ekseption, de Houseband, Cargo, The Scene en een nomadische trektocht van Azië naar Australië, Zuid-Amerika en Spanje.
Toch maar eerst eens samen luisteren naar Ik heb geen zin om op te staan – weliswaar op de smartphone. Want denk nou niet dat hij de single als een bijzonder kleinood al die jaren dicht bij zijn hart heeft gedragen. Welnee, zegt hij, zo bijzonder vond-ie het niet.
Witbraad zet zich schrap, en daar is de slaggitaar, tamboerijn. De Gooise tongval van Jacques Zwart:
Het is weer tijd om op te staan
Maar ik heb geen zin
‘Er zit amper muziek bij’, zegt Witbraad. ‘Het zijn allemaal losse stukjes aan elkaar gelast.’ Halverwege is er de versnelling, een instrumentaal gedeelte met een hop-spring-hop-tempo van de drums. ‘Daar improviseer ik, toch die jazzachtergrond.’
Witbraad laat zijn rechterhand eens flink luchtdrummen. Tak.. boem tak… takke takke boem boem…
‘En luister! Dat ben ik, de tweede stem, op z’n Amsterdams, met z’n grote voeten tegen je pyjama aaaan. We lieten ook weleens ‘voeten’ weg, in die regel. Hahaha. Je snapt ‘m wel he, die dubbelzinnigheid. Ja, je moet lol hebben. Eigenlijk deden we maar wat.’
Met m'n blote voeten
Op het kouwe zeil
Het is nogal far out, wat er in dertien regels wordt verteld, in 1965. Er wordt verslag gedaan van een kleine revolutie. Weg met het alledaagse, zoals opstaan en naar een baas gaan. De rug keren tegen het kouwe zeil, de aangeharkte burgerlijkheid. Romantiek boven alles, maar wel met pyjama aan.
Tekstmagiër van dienst was Bob Bouber (1935-2019), tevens bedenker van HET. Bouber (geboren als Boris Blom) had zich eerst verbonden aan ZZ & de Maskers, een beat-ensemble dat eveneens met verkwikkend Nederlandstalig waar op de proppen kwam, zoals Ik heb genoeg van jou en Dracula.
Henk van der Sluis wist Bouber gelukkig nog voor zijn overlijden af te tappen, waardoor romige details van de wordingsgeschiedenis behouden bleven. Zo leren we dat het nummer geboren is in het Twentse Hotel Jachtlust. Daar verbleef Bob Bouber in 1965 met zijn vrouw Tinka als goedmaak-uitje, nadat hij zijn buitenechtelijke activiteiten had opgebiecht. Bouber werd daar wakker met ‘een waardeloos gevoel’, hij had nergens meer zin in. Liggend in bed beschreef hij dat euvel, en werkte het later thuis uit, deels achter de piano.
Uit leden van The Mads vormde hij HET, een naam bedacht door iemand uit de entourage van ZZ & de Maskers. De muziek, vormgeving en mod-looks keek hij af van The Who en noemde dat ‘popart’. Zelf bedachten de HET-ers een eigen taaltje, met woorden als natels (meisjes) en votels (jongeren).
Grootste HET-stunt was het parkeren van een ledikant met spijlen op de Dam in Amsterdam en in hartje Antwerpen, met alle HET-ers erin gekropen. Politie met platte pet moest er aan te pas komen, maar het doel was bereikt: overal op de kiek.
Na twee singles had HET het gehad met die Nederlandstalige oubollige nonsens en de doctrine van Bob Bouber. Witbraad was het ook beu om permanent dezelfde hippe outfit – een groene broek, een zweterige coltrui met tamboerijntjes erop – aan te trekken. Nu, zestig jaar later, is hij trouwens best trots dat Ik heb geen zin om op te staan zijn wedergeboorte kent.
Maar wat Witbraad nog wel gezegd wil hebben, is dat er tijden zijn geweest dat hij wel graag op stond. Negentien jaar lang woonde hij in Spanje. Daar had hij alle reden om uit zijn bed te kruipen. Heerlijk zo’n zonnetje, geen kouwe zeil te bekennen.
Henk van der Sluis: Het. Het verhaal van HET en de hit Ik heb geen zin om op te staan. Concerto Books, 29,99 euro.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant