Home

Mag een land het goud overdragen aan het volk?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Premier Giorgia Meloni van Italië is ’s werelds meest succesvolle en respectabele populist. Ze kan door één deur met Trump, Ursula von der Leyen en paus Leo. Ze is al sinds oktober 2022 de eerste minister in De Laars, hetgeen op zichzelf al een wonder is voor een land dat met de snelheid van het licht premiers verslijt.

Haar laatste stunt is de belofte om het opgeslagen goud van de centrale bank van Italië ‘terug te geven aan het volk’. Italië heeft er nogal wat van. Na de VS en Duitsland heeft het land de grootste goudvoorraad ter wereld: 2.452 ton. Dat is vier keer zoveel als Nederland.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De waarde daarvan is door de explosieve stijging van de goudprijs opgelopen tot 285 miljard. Iedere Italiaan zou een klompje goud van een kleine 5.000 euro krijgen als haar woorden letterlijk moeten worden genomen. Maar dat is niet haar bedoeling. Ze wil het goud alleen verplaatsen van de balans van de centrale bank naar die van de Italiaanse staat.

De Banca d’Italia is in tegenstelling tot bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank niet in handen van de staat. De aandelen zijn verspreid onder 175 verschillende aandeelhouders, waaronder banken, pensioenfondsen en sociale instellingen. Soms met buitenlandse moeders of connecties.

De structuur van de Italiaanse centrale bank is zeldzaam – veruit de meeste waaronder De Nederlandsche Bank zijn voor 100 procent in handen van de staat – maar niet uniek. De Nationale Bank van België (NBB) is voor 50 procent in handen van private instellingen en de aandelen worden zelfs op de beurs verhandeld. De Grieken hebben vastgelegd dat maximaal 35 procent van de aandelen van hun centrale bank in handen van de staat mag zijn. Ook de Federal Reserve (Fed) in de VS is in handen van private banken, hoewel de Amerikaanse regering de bestuurders benoemt.

De achterban van Italië vreest dat buitenlandse aandeelhouders er met het goud vandoor zouden kunnen gaan. Dat is puur theoretisch, omdat de vrijheid van de Banca d’Italia vanwege de publieke functie is ingeperkt. Zo is wettelijk bepaald dat 49 procent van die winst naar de staat gaat, terwijl die niet eens aandelen heeft. De aandeelhouders krijgen maximaal 6 procent. Statutair kan helemaal geen goud aan aandeelhouders worden overdragen.

Maar populisten slaan een slaatje uit de angstgevoelens van het grote publiek dat kapitalisten er met het goud vandoor gaan. Die angst hebben ze overigens eerst zelf gecreëerd. Daarom wil Meloni een wet dat de goudreserves van de Banca d’Italia ‘toebehoren aan het volk’. Daar zou iedereen zijn schouders over kunnen ophalen. Maar de Europese Centrale Bank (ECB) roept dat hiermee de onafhankelijkheid van de Italiaanse centrale bank wordt aangetast.

Meloni maakt veel lawaai om niets. Maar de ECB maakt de kakofonie alleen groter door te gaan protesteren. Ze zou niets moeten doen zolang het goud gewoon in de kluizen van de Banca d’Italia blijft liggen, en de handen moet dichtknijpen met een Italiaanse premier die zitvlees heeft.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next