Home

Toeristische hotspots
gaan tegen de vlakte  

Met shocktherapie wil Bali de ziel van het eiland redden

Veel Balinezen hebben genoeg van de wildgroei aan vakantiebungalows, luxe restaurants en strandresorts die volgens hen de cultuur en natuur op hun eiland bedreigen. De gouverneur laat enkele bekende projecten weer afbreken. ‘We kiezen voor schoktherapie.’

Door Noël van Bemmel

Fotografie Hendra Eka

‘Wa..wa..wat is hier gebeurd?’, stamelt mevrouw Pipit als ze het befaamde Binginstrand nadert op het Indonesische eiland Bali. De elegante zakenvrouw uit Sumatra reisde per vliegtuig, veerboot en huurauto om met haar dochter selfies te maken op een van de mooiste stranden van het land. Gelegen aan de voet van een klif, populair onder surfers en liefhebbers van romantische zonsondergangen. Alleen: vandaag lijkt het gebied meer op een oorlogsgebied, van de tientallen terrassen en hotels op de steile helling resteert slechts grijs puin. Pipit: ‘Jelek! (lelijk!, red.)’

Pipit met haar dochter Aulia.

De Balinese gouverneur I Wayan Koster bezocht afgelopen zomer Pantai Bingin met een hamer in zijn hand. ‘Dit land is van de overheid!’, riep hij tegen ontzette bewoners en opgetrommelde journalisten. ‘Niemand heeft het recht dat te gebruiken zonder toestemming!’ Daarna begon een leger werklieden in te hakken op de bar en op de muren van het hagelwitte Morabito Art Cliff-hotel, dat daar al jaren stond zonder vergunning. De Franse eigenaar is nog altijd voortvluchtig. De rest van de 48 horecazaken op de klif, die ook geen vergunning konden overleggen, gingen eveneens tegen de vlakte.

Zo gaat dat op meer plekken op Bali. De provinciale overheid lijkt genoeg te hebben van de wildgroei aan villa’s, luxe restaurants en strandresorts op het eiland. Al jaren kijken bewoners met lede ogen toe hoe rijstterrassen plaatsmaken voor rijen witte bungalows. Stranden en kliffen worden geclaimd door resorts, en lokale warungs (eethuisjes) veranderen in designconcepten met fusionkeuken. Vaak eigendom van buitenlanders zonder bouw- , milieu- en exploitatievergunning, noch een belastingnummer.

Maar nu de media berichten dat het ‘Eiland der Goden in gevaar is, en somber stemmende ‘Bali toen & nu’-filmpjes viraal gaan, richtte de gouverneur begin september een tijdelijke taskforce op. Deze bezoekt per bus verdachte locaties en legt geregeld de werkzaamheden stil. Daaronder zitten in het oog springende projecten als de 182-meter hoge lift in aanbouw op het wonderschone Kelingkingstrand op Nusa Penida, het eiland dat ook tot de provincie Bali behoort. Een Chinese investeerder stak al 3 miljoen euro in de constructie, maar kreeg onlangs zes maanden om de stalen toren weer af te breken.

Ook de bouw van een groot nieuw JW Marriott-resort in Ubud is stilgelegd. De Russische eigenaar van een cementfabriek in een beschermd mangrovebos heeft ook bezoek gekregen van de taskforce. Inmiddels heeft de provinciale overheid tientallen projecten stilgelegd of weer laten afbreken.

Dagelijks verdringen zich honderden toeristen boven het goudgele Kelingkingstrand voor een selfie met de imposante kliffen die uit azuurblauwe water steken. Aziatische dames dragen elegante zomerjurken en breedgerande strohoeden, westerse toeristen poseren zwetend in sportkledij. Iedereen doet zijn best om de torenhoge lift, pontificaal op het befaamde strand geplant, buiten beeld te houden. Een handjevol waaghalzen klautert over een zeer steil pad naar beneden. Het gros durft dat niet aan. Een perfecte locatie, dacht een Chinees bedrijf, voor een glazen lift en een restaurant met uitzicht rondom.

‘Jammer dat het niet doorgaat’, zegt verkoper Made Punia op het strand. De 50-jarige dorpeling vraagt tien keer de normale prijs voor een flesje koud water of bier, maar hij sjouwt zijn handel dan ook iedere ochtend in een grote rugzak naar beneden. ‘Niet zozeer omdat ik meer had kunnen verdienen; het gaat mij om de veiligheid. Ieder jaar verdrinken hier toeristen door de hoge golven of ze raken gewond op het pad. En wie moet die weer omhoog tillen?’ De 19-jarige Yeraly Shugyla uit Kazachstan is blij dat de constructie weer wordt afgebroken. ‘Houd dit strand natuurlijk. Alleen de sterksten bereiken deze plek, dat maakt het juist bijzonder!’ De 33-jarige Joe uit Shanghai begrijpt alle commotie niet. ‘Bij ons in China staan veel liften en gondelbanen in de bergen. Dan kan iedereen genieten van de natuur.’

Yeraly Shugyla (midden)

Made Punia

In het naastgelegen dorp, zo blijkt uit een korte rondgang, zijn de meningen verdeeld. ‘Het is fiftyfifty’, zegt Ibu Dewi, die op de grond voor haar winkeltje tempeldecoraties snijdt uit kokosbladeren. ‘Wie had gehoopt op meer werk is niet blij, maar zelf vind ik het behoud van onze cultuur en onze natuur belangrijker.’

Ibu Dewi

Dewi begrijpt alleen niet waarom de overheid zolang heeft gewacht. ‘Zo sneu voor de investeerder.’ Ook de manager van een restaurant op de klif, met dj en panoramaterras, vindt het te laat om de bouw nog te stoppen. ‘Dat project is bijna af. Laten we nu maar kijken hoe het loopt.’

Op de vraag waarom de overheid nu pas in actie komt, bromt secretaris Somvir van de parlementaire taskforce: ‘Beter laat dan nooit.’ Na afloop van een presentatie in het provinciehuis in Denpasar legt hij uit: ‘Wie kiezen voor shocktherapie. Een boete is niet genoeg, dat schrikt investeerders niet af. Door gebouwen echt af te breken, ook als die daar al jaren staan, hopen we dat toekomstige investeerders onze regels gaan respecteren.’

Die regels zijn best duidelijk: niet bouwen op het strand, niet bouwen binnen 100 meter van een klifrand, niet hoger bouwen dan 15 meter en niet bouwen in groen gemarkeerde zones die zijn aangewezen voor landbouw of natuur. Alleen, bijna niemand trekt zich daar iets van aan. En tot voor kort was de pakkans ook verwaarloosbaar.

Taskforceleider I Made Supartha schat dat 80 procent van alle vakantievilla’s op Bali geen vergunning heeft. Hij kan dan ook niet vertellen hoeveel dat er zijn. Een indicatie is volgens hem het aantal huisjes dat op Airbnb wordt aangeboden: bijna 39 duizend.

Wijzend op een landkaart van het eiland: ‘Bali heeft de vorm van een kip, enak! (lekker, red.) en de hele wereld wil daarin bijten.’ Toerisme op Bali moet volgens hem gericht zijn op cultuur, natuur en kunst. Een torenhoge lift op een strand hoort daar volgens de parlementariër niet bij. Supartha wijst lokale overheden aan als medeschuldigen. ‘Stranden zijn wettelijk beschermd. Net als het mangrovewoud, dat bij de luchthaven ligt. En toch worden daar bouwvergunningen voor verleend.’

Pionier Ni Nyoman Tari (60) wil best vertellen hoe dat zo is gekomen op het Binginstrand. ‘Mijn ouders verbouwden sojabonen voor tempé, maar dat leverde niks op. Ik ging kokoswater en snacks verkopen aan surfers. Eerst onder een parasol, later onder een bladerdak en dat werd de eerste warung op het strand.’ Dat was ruim veertig jaar geleden, zegt ze op de veranda van haar huis in het naastgelegen dorp. Haar familie bouwde een tweede restaurant en een hotel; ook andere dorpelingen en buitenlanders bouwden er gretig op los.

Ni Nyoman Tari met haar gezin.

‘Nee inderdaad, we hadden geen vergunning en we betaalden geen belasting’, erkent haar zoon Wayan Salam Oka, die het hotel runde. Maar dat is volgens hem niet uitzonderlijk op Bali. Dat de overheid juist Bingin uitkoos om een voorbeeld te stellen heeft, zo vermoedt Oka, te maken met het almaar uitdijende Morabito Hotel. ‘Dat toonde met zijn Griekse stijl en twaalf verdiepingen totaal geen respect voor Bali. We hebben daarover geklaagd bij de Franse eigenaar, maar die had voor niemand respect.’

De kern van het probleem, stelt urban planner en architect Nyoman Gede Maha Putra van de Warmadewa Universiteit in Denpasar, is een parallelle wetgeving in Indonesië. ‘Naast landelijke wetten, genieten dorpen veel ruimte om eigen regels op te stellen. Dat is ooit bedacht om lokale gebruiken en tradities te beschermen, maar investeerders gebruiken die ruimte om een lokale vergunning te krijgen.’ Een dorpshoofd zegt volgens Putra altijd ‘ja’ als een vreemdeling met een zak geld op de stoep staat. ‘Die zorgt niet alleen voor nieuwe banen, maar sponsort ook meteen ruimhartig dorpsfestiviteiten of wegreparaties.’ Balinese vastgoedmakelaars beloven vaak ten onrechte, aldus Putra, dat een project legaal is. ‘Anders krijgen ze geen commissie.’

De planoloog wijst op een steile grafiek in zijn werkkamer op de technische faculteit. ‘Zo heeft het toerisme op Bali zich ontwikkeld. De Nederlanders begonnen ruim honderd jaar geleden het eiland te promoten als vakantiebestemming. Maar vooral sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw ging het hard.’ Een Frans bureau adviseerde in 1971 – in opdracht van de Indonesische regering – het toerisme te concentreren op één plek, zodat de cultuur en de natuur op de rest van Bali niet zou worden aangetast. Zo ontstond de luxe badplaats Nusa Dua, met geleend geld van de Wereldbank, voor de kapitaalkrachtige vakantieganger.

Dat was echter buiten de gewone Balinees gerekend. Die mopperde dat de toeristendollars vooral naar buitenlandse bedrijven vloeiden en dat lang niet alle bezoekers een vijfsterrenresort konden betalen. Putra: ‘Zo begon de homestayboom in de jaren tachtig. Van een kamer verhuren aan surfers in Kuta tot rijen witte villa’s midden in een rijstterras bij Ubud.’ Daardoor werd Bali volgens Putra ook aantrekkelijk voor toeristen met weinig geld.

Vooral na covid gingen volgens de onderzoeker alle deuren wijd open voor investeerders. ‘Nergens ter wereld is de return on investment op een vakantiewoning zo hoog en nergens heb je zo weinig last van regels.’ De komst van duizenden Russen, met hun geld op de vlucht voor oorlog en inflatie, verhoogde de druk flink. Putra’s advies aan de gouverneur: ‘Formuleer een langetermijnplan, laat alle vergunningen voortaan via één loket lopen en begin met controleren en handhaven.’

Dat gaat de nationale milieuorganisatie Walhi niet ver genoeg. ‘Stop gewoon met bouwen in groene gebieden’, zegt directeur Made Krisna Dinata in zijn kantoor met actieposters aan de muur. Hij is blij dat de gouverneur eindelijk in actie komt.

Made Krisna Dinata

‘We roepen al dertig jaar dat het misgaat.’ De recente overstroming in september waarbij achttien mensen omkwamen, de ergste in Bali sinds decennia, bewijst volgens Dinata dat al te veel bossen, rijstvelden en rivieroevers zijn ‘versteend’. Naast voorlichting aan dorpelingen en handhaving door de overheid, vindt Dinata dat ook buitenlandse toeristen hun gedrag moeten aanpassen. ‘Ze klagen wel op sociale media dat Bali kapotgaat, maar ze zien niet dat ze daar zelf mede-oorzaak van zijn.’

Verderop in Denpasar bezoeken jonge, goed opgeleide Balinezen de kunstexpositie Bali: not for sale. Er hangen onder meer romantische schilderijen van Balinese dorpscènes, zoals die vaak in hotelkamers hangen, waarop met zwarte stift ontelbaar keren het woord Sold out is gekladderd. Medecurator Skinner, een jonge kunstenaar met in zwarte inkt gedoopte vingers, schilderde een rijkgevulde tafel met cheesecake, wijn en bebloede hoofden. ‘Wij serveren in die luxe restaurants, maar we kunnen er zelf nooit eten.’ Zij ergert zich ook aan de platte commercialisering van de Balinese cultuur. ‘Zo’n danseres in een hotellobby, wat heeft dat nog met Bali te maken?’

Een bouwstop is verrassend genoeg ook het advies van de Balinese villaverhuur en - managementvereniging. De 75 leden exploiteren samen ongeveer drieduizend huizen op het eiland. ‘Er is in het zuiden van Bali al te veel gebouwd’, zegt voorzitter I Kadek Adnyana, die de vereniging vorig jaar hielp oprichten. De concurrentie is daar moordend. ‘De prijs van een tweekamervilla met zwembad en ontbijt, is inmiddels gezakt van 200 euro naar 50 euro per nacht. Dan maak je verlies. En met de prijs zakt ook de kwaliteit van je bezoekers. Daarom pleiten wij voor een moratorium in het zuiden.’ Investeerders verdienen volgens Adnyana op lange termijn nog wel geld door de sterke stijging van de grondprijs.

De kans dat Bali, dat verwacht dit jaar ongeveer 20 miljoen binnen- en buitenlandse toeristen te zullen ontvangen, de wildgroei nog kan tegenhouden lijkt niet groot. Zo is de taskforce maar voor zes maanden ingesteld en is de schoktherapie kortdurend. Na dat half jaar heeft de centrale overheid nog altijd geen zicht op alle bouwprojecten. En lokale overheden hebben geen belang bij het handhaven van een eventueel moratorium. Zoals in heel Indonesië geldt ook in Bali: veel wetten en regels zijn van kracht, maar de overheid heeft vaak geen budget voor controle en handhaving.

En het puinveld bij Binginstrand, wat gaat daarmee gebeuren? Boze bewoners vermoedden aanvankelijk dat de provincie een deal had gesloten met een buitenlandse investeerder, maar nu de gouverneur zwart-op-wit heeft beloofd dat de klifhelling wordt teruggegeven aan de makaken die hier ooit in grote groepen leefden, zijn de gemoederen bedaard.

Ni Nyoman Tari

‘Ik heb veel gehuild, maar nu probeer ik vrede te vinden’, zegt mevrouw Tari, die weer onder een parasol kokoswater verkoopt aan surfers. ‘Ik zette ooit 1.500 euro per dag om in het hoogseizoen, nu ben ik blij met 15 euro per dag.’ De familie gaat volgens haar weer opnieuw beginnen. ‘Maar dan legaal in ons eigen dorp.’

Over de makers

Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont in Denpasar.

Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij bestrijkt voor de Volkskrant heel Zuid-Oost Azië.

Een Afsluitdijk om Java te beschermen

Het Indonesische eiland Java kampt al jaren met ernstige overstromingen. De president wil dat er eindelijk haast wordt gemaakt met de bouw van een reusachtige dijk in zee.

Verrijzen er straks megastallen voor melkkoeien in Indonesië?

Terwijl westerse consumenten vaker voor plantaardige zuivel kiezen, ontdekt Azië koemelk. De Indonesische president Prabowo wil 82 miljoen scholieren en zwangere vrouwen zelfs dagelijks gratis melk geven. Voor hun gezondheid is dat beter. Het probleem: de meeste boeren hebben maar twee of drie koeien. Wat nu?

Wat vinden 80-jarige Indonesiërs van de veranderingen die hun land heeft doorgemaakt?

Indonesië viert dit weekend 80 jaar onafhankelijkheid van Nederland. De Volkskrant interviewde gewone Indonesiërs van dezelfde leeftijd over de veranderingen in hun land.

Source: Volkskrant

Previous

Next