Home

Wake-upcall Wennink verdient een evenwichtiger vervolg

Nederland moet zijn economie grondig hervormen, concludeert oud-ASML-baas Peter Wennink. Zijn advies kan eenzelfde werking hebben als het advies van de commissie-Wagner (1981).

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De waarschuwing van oud-ASML-baas Peter Wennink is niet mis te verstaan. Als Nederland zijn economie niet snel grondig renoveert, is onze welvaart in gevaar. Dan worden onze sociale voorzieningen op termijn onbetaalbaar en zullen Nederlanders genoegen moeten nemen met een structureel lager inkomen. Of, zoals hij het in een interview formuleerde: ‘Nu zijn we nog rijk, maar straks komt de man met de hamer.’

Om Nederland sterk te houden, om voldoende geld over te hebben voor solidariteit en veiligheid, moet Nederland harder groeien, met minimaal 1,5 tot 2 procent per jaar. Wennink presenteert een lange lijst van aanbevelingen om dat te bereiken. De overheid moet meer investeren in strategische sectoren: digitalisering en kunstmatige intelligentie, lifesciences en biotechnologie, veiligheid en energie- en klimaattechnologie.

Belemmeringen voor investeringen, zoals het stikstofslot en de netcongestie, moeten uit de weg worden geruimd. Ook het arbeidsrecht moet op de schop; de vaste baan, die werknemers bescherming biedt, past volgens Wennink niet bij deze tijd.

Het rapport lijkt sterk op het rapport dat Gerrit Wagner 44 jaar geleden uitbracht. Wagner was net als Wennink oud-topman van het waardevolste Nederlandse bedrijf. Toen was dat Shell, nu is dat ASML.

Ook Wagner pleitte voor een ‘nieuw industrieel elan’. De Nederlandse economie moest moderniseren, gericht op technologische innovatie en hightechsectoren. Ook toen was er een grote rol van de overheid voorzien in de vorm van gerichte industriepolitiek.

Het rapport van Wagner was de opmaat naar de kabinetten-Lubbers, waarin de nieuwe zakelijkheid regeerde: het kabinet ging bezuinigen, de sociale zekerheid werd versoberd. De omstandigheden voor het bedrijfsleven verbeterden zienderogen en Nederland kende een lange periode van grote groei.

Het rapport van Wennink kan eenzelfde werking hebben. De formerende partijen omarmden het direct. De informateur, Rianne Letschert, werkte al eerder intensief met Wennink samen in het Groeifonds.

Het rapport ademt de geest van Zuidoost-Brabant, van Eindhoven, dat zo hard groeit dat het zich een nieuw Rijksmuseum kan veroorloven. Het voorbeeld van ASML laat zien hoe lucratief het kan zijn als een overheid een bedrijf op moeilijke momenten te hulp schiet en ondersteunt bij uitbreidingsplannen. De geest van Eindhoven blijkt ook uit Wenninks kijk op immigratie. In tegenstelling tot het kabinet-Schoof wil hij juist zoveel mogelijk hoogopgeleid talent naar Nederland halen.

Het advies van Wennink neemt het Nederlands bedrijfsleven als uitgangspunt. Dat is logisch gezien zijn ASML-verleden, maar het is ook een beperking. Wat in het belang is van het bedrijfsleven, is in het belang van Nederland, lijkt de basisaanname te zijn, waardoor het op sommige momenten te veel lijkt op een lobbyrapport van VNO-NCW. Hij noemt wel sectoren die moeten krimpen, zoals de slachthuizen, landbouw, de papierindustrie en uitzendbedrijven, maar gaat daar niet uitgebreid op in. Wennink had meer oog kunnen – en eigenlijk moeten – hebben voor de negatieve kanten van economische groei.

Net als in de tijd van Wagner, die onder meer de automatische koppeling tussen lonen en uitkeringen wilde afschaffen, komt de kritiek vooral van links. De vakbonden, die niet bij de totstandkoming van het rapport zijn betrokken, vinden dat de rekening te veel bij de werknemers wordt gelegd en te weinig bij het bedrijfsleven.

Het rapport van Wagner mondde uiteindelijk uit in het akkoord van Wassenaar (1983), waarin bonden en werkgevers samen optrokken om de economische stagnatie tegen te gaan. Te hopen valt dat nu weer een dergelijk verbond wordt gesmeed.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next