Hulp in Gaza Voor het Internationale Rode Kruis werkte Geertje Govaert, als enige Nederlandse chirurg, dit jaar drie keer in Gaza. Tijdens haar laatste verblijf hield ze voor NRC een dagboek bij.
Traumachirurg Geertje Govaert in haar woonplaats Zeist
Hoe gaat het met je familie? Die vraag kreeg de Nederlandse chirurg Geertje Govaert vaak van haar Palestijnse collega’s als ze hen weer zag, na aankomst in Gaza. „Heel goed”, antwoordde Govaert dan, ietwat bezwaard. Ze wist: nu moet ik de wedervraag stellen. Soms volgde het antwoord pas later. Een Palestijnse operatieassistent met wie ze al twee weken samenwerkte vertelde ineens, terwijl ze de buik van een klein meisje probeerden te dichten: mijn achtjarige tweeling is dood. En mijn dochter van tien ook.
Dan kijk je elkaar aan „zonder woorden”, zegt Govaert. „Je opereert toch maar verder.”
Drie keer ging Geertje Govaert (52) uit Zeist dit jaar naar het veldhospitaal van het Internationale Comité van het Rode Kruis in de zuidelijke stad Rafah, pal aan de Middellandse Zee. Tweemaal werkte ze zes weken in Gaza, de laatste keer vijf. Ze had eerder als traumachirurg in oorlogsgebieden gewerkt, maar „zo extreem als in Gaza” had ze het nog niet meegemaakt. „De explosies, de toestroom van nieuwe patiënten, de honger – de destructie is ongehoord.”
Govaert groeide op in het Brabantse dorp Dussen. Haar ouders hielpen als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk en bij de verkoop van fairtrade koffie. Op de middelbare school wist ze al: ik word arts. Ze volgde de opleiding tot chirurg, ging enkele maanden in Irak en Sierra Leone opereren en werkte vervolgens jaren bij het UMC Utrecht. In een oorlogsgebied kon ze meer verschil maken, concludeerde ze vorig jaar, dus trok ze naar Afghanistan voor een Italiaanse hulporganisatie. Daarna werd ze gevraagd voor Gaza. Weigeren was geen optie, vond ze, de nood was te hoog.
Geertje Govaert spreekt in afgemeten zinnen. Als enige Nederlandse chirurg die voor het Rode Kruis in Gaza werkte is ze vaker geïnterviewd – Harper’s Bazaar riep haar laatst nog uit tot ‘vrouw van het jaar’. Die aandacht vindt ze ongemakkelijk, liever praat ze over haar werk.
Het veldhospitaal bestaat uit 65 bedden in 23 witte tenten, achter een betonnen muur. Tussen de tenten staan op sommige plekken stalen raamwerken met zandzakken erin, provisorische beschermingsmuren. Op rustige dagen opereerde Govaert zo’n vijftien patiënten, als het druk was het dubbele – en in uiterste nood veel meer. Veel ziekenhuizen in Gaza zijn vernietigd. Naast de ruim 70.000 Palestijnen die volgens het Palestijnse gezondheidsministerie sinds 7 oktober 2023 zijn gedood, raakten ruim 170.000 inwoners gewond.
Na haar tweede keer in Gaza, in het voorjaar, twijfelde Govaert of ze nog terug wilde. Al in het vliegtuig naar huis had ze een berichtje van het Rode Kruis ontvangen, of ze half juni weer wilde gaan. Dat kwam te vroeg. „Ik was fysiek en psychisch moe.” Wekenlang liep ze in haar eentje enkele etappes van de camino naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Eind september reisde Govaert toch weer naar Gaza. Ze voelt een diepe solidariteit jegens haar Palestijnse collega’s, vertelt ze. „Zij kunnen niet weg. Er zijn al zoveel hulpverleners omgekomen, puur omdat ze hun beroep uitoefenen. Toch komen mijn collega’s iedere dag naar hun werk, dat is onvoorstelbaar moedig.”
Haar familie vindt het iedere keer spannend. „Als ik toon dat ik niet nerveus ben, neemt dat een deel van hun ongerustheid weg”, zegt Govaert. „Een vriendin van me is gespecialiseerd in PTSS, zij drukte me op het hart om zo veel mogelijk met het thuisfront te delen, zodat ik bij terugkomst niet vanaf het begin hoef te vertellen.” Ze stuurde haar moeder iedere dag een bericht: over gestorven patiënten met wie ze een band voelde, over die keer dat een kat de operatietent binnenwandelde.
Op verzoek van NRC hield Govaert een dagboek bij tijdens haar derde verblijf in Rafah.
„Slapen doen we op een matras op de grond. Door de ramen kunnen verdwaalde kogels komen. De muur is met zandzakken verstevigd. Er is veel veranderd sinds mijn laatste verblijf. Alle niet-medische tenten, waar patiënten zich bijvoorbeeld konden omkleden, zijn omgebouwd tot patiëntenafdelingen, daardoor is de capaciteit van het ziekenhuis verdubbeld. Boven de operatietenten staat nu een witgeschilderd, ijzeren dak dat ons moet beschermen tegen verdwaalde kogels. De meeste tenten hebben kogelgaten, dat is de realiteit.”
Wanneer beveiligers schoten rond het ziekenhuis hoorden, moesten Govaert, haar collega’s en patiënten evacueren naar de dichtstbijzijnde zeecontainer, vertelt ze. Deze ‘safe areas’ zijn de enige plekken in het veldhospitaal met vier muren en een dak. Patiënten die niet zelf konden lopen, bleven achter. „Soms zaten we een kwartier in de container, soms drie uur. Dan hoorden we dat het buiten onrustig was, het werd routine.”
„Ik ben niet bang geweest”, zegt Govaert. „Je weet dat het niet veilig is, maar je moet vertrouwen op de organisatie. Je bent altijd met de veiligheid bezig, maar op een professionele manier, niet op een emotionele. Als je daar niet mee om kunt gaan, verlam je.”
Geertje Govaert met collega’s tijdens een operatie in Gaza.
Een van de twee operatietenten in het veldziekenhuis. De operatietafel staat niet in het midden maar juist in de uiterste hoek van de ruimte, om zo dicht mogelijk bij de muur te staan die aan de buitenkant tegen de tent aan is gebouwd. Deze muur is onderdeel van de veiligheidsmaatregelen tegen rondvliegende kogels en scherven.
„De afgelopen nacht was rustig, dus de overdracht is snel voorbij. Alleen verloskunde had het druk, er zijn gisteren zes gezonde baby’s geboren, wat iedereen blij maakt.
Net toen ik visite wilde gaan lopen, kwam er via de SEH-tent een meisje van zeven jaar oud binnen met een verdwaalde kogel in haar buik en in diepe shock door een interne bloeding. Ze heet Maryam. Het meisje heeft zoveel bloed verloren dat ze tijdens de operatie gereanimeerd moet worden. Gelukkig kunnen we haar stabiliseren en na een snelle ‘damage control’-procedure kunnen we haar met een ambulance naar het naburige Nasser Medical Complex overplaatsen.”
Aan de moeder van Maryam moest Govaert vertellen dat ze niet wist of Maryam het zou redden. „Het was fifty-fifty.” De moeder ging mee in de ambulance naar het ziekenhuis in de stad Khan Younis, waar ze wél een intensive care hebben. Daar lukte het om het bloedvat van Maryam weer te herstellen.
Na een aantal dagen werd Govaert gebeld: Maryam was aan haar verwondingen overleden. „Heel verdrietig”, zegt Govaert. Na het bericht heeft ze met collega’s eventjes over haar gepraat: „Haar letsel, haar leeftijd, en wat we voor haar hebben kunnen doen. Dat is heel fijn”. En dan gaat iedereen weer door met de volgende patiënt.
„Iets voor half acht steek ik de straat over naar het ziekenhuis en het valt me op dat het vannacht licht geregend heeft. Het herinnert me aan mijn eerste missie hier in december en januari, het was koud en nat. Veel mensen hadden luchtweginfecties en diarree, de kinderafdeling lag vol. Inmiddels leeft bijna 80 procent van Palestijnen in Gaza leeft in tenten, en er lopen nog veel meer kinderen op blote voeten en in versleten kleren dan destijds.
Mijn eerste patiënt is Mohsen, een driejarig jongetje. Twee weken geleden werd hij binnengebracht met een diepe wond in zijn bil. Een rondvliegende kogel had hem geraakt terwijl hij in zijn tent aan het spelen was. Om de kans op infectie te verkleinen, hebben we bij de eerste operatie een tijdelijke stoma aangelegd. Zo zou zijn ontlasting niet in de wond lopen. Gelukkig is de wond inmiddels goed genezen en kunnen we de stoma vandaag opheffen. Nu door het staakt-het-vuren [10 oktober] het geweld lijkt af te nemen en de operatielijst korter wordt, proberen we iedere dag bij een of twee patiënten een stoma op te heffen.”
Govaert vond de aanblik van een heel grote wond bij een heel klein jongetje confronterend, zegt ze. „Spelende kinderen horen niet geraakt te worden door kogels.” Ze merkte dat Mohsen, met wie ze af en toe even kon spelen, al vrij snel ondeugend werd. Lette zijn moeder even niet op, dan glipte Mohsen stiekem de tent uit.
Behalve bij Mohsen kon Govaert tijdens dit verblijf de stoma’s verwijderen van tien andere patiënten, die na schotwonden een stoma hadden gekregen. „Het is niet voor te stellen hoe groot de ellende voor hen was”, zegt Govaert. Behalve gebrek aan stromend water waren er ook te weinig stomazakken – mensen moesten zich behelpen met luiers en plastic tasjes.
Geertje Govaert in een operatietent van het veldziekenhuis
„Fadi (17) was angstig door alles wat hem is overkomen. Anderhalve maand geleden was hij het ziekenhuis binnengekomen met een kogelwond in zijn buik. Hij was alleen, zonder familie in de buurt. Hij had grote abcessen [inwendige infecties] rond zijn bekken, die we maar moeilijk onder controle kregen. Een kleine twee weken geleden heeft Fadi de zogeheten ‘bocht’ genomen van een zieke jongen naar een echte puber. Omar, een gemoedelijke verpleegkundige, heeft hem letterlijk uit bed gepraat. Daarop konden fysiotherapeuten met hem oefenen met lopen.
Vandaag komt Fadi zelf in een rolstoel de operatietent in, hij glimlacht breed, steekt zijn duim naar mij op. Hij is een compleet andere jongen. Het operatiejasje heeft hij stoer om zijn middel gebonden en met enige bravoure loopt hij zelf naar de operatiekamer. Hij weet dat, als hij de operatiejas normaal draagt, mensen zijn blote billen kunnen zien. Tijdens de operatie blijken de abcessen zo goed als verdwenen. Ik weet dat hij nog een lange weg te gaan heeft, maar toch schieten de tranen me in de ogen. Het zijn de kleine succesjes die me hoop geven. Verder kan, en durf, ik niet te kijken.”
Alle collega’s hadden zich Fadi’s lot aangetrokken, vertelt Govaert. Normaal gesproken blijft een familielid bij de patiënt en helpt die met eten, wassen en naar de wc gaan. Maar Fadi’s moeder zat in het buitenland, van zijn vader was geen spoor. Alleen een tante kwam soms langs. Wie Fadi naar het ziekenhuis had gebracht, wisten ze niet.
De 17-jarige Fadi op de laatste dag van Govaerts missie in Gaza. Dit beeld is met toestemming van Fadi gepubliceerd.
Er waren dagen dat het ziekenhuis vijftig nieuwe slachtoffers tegelijk binnen kreeg, soms zelfs meer dan tweehonderd. Dan moest het ziekenhuis aan ‘triage’ doen: beslissen welke gewonden wel en niet te opereren – soms met de dood tot gevolg. Ook tijdens haar derde verblijf in Gaza maakte Govaert dat meerdere keren mee. Haar taak was beslissen welke patiënten met levensbedreigend letsel als eerste mochten worden geholpen. „Je richt je dan alleen op mensen die kans hebben om te overleven”, zegt Govaert. „Dat is moeilijk.”
„Chirurg Mohammed heeft me gisteravond getrakteerd op een zelfbereide maaltijd. Brood, hummus, olijven en baba ganoush stonden in de dokterstent op tafel. De baba ganoush was nog warm, Mohammed vertelde me dat je de gegrilde aubergine bij een kraampje net buiten het ziekenhuis kan kopen. Zijn hartelijkheid ontroert me. Ik weet dat alle vier de Palestijnse collega’s aan tafel in een tent wonen, maar daar wordt niet over gesproken. Hoe zwaar de omstandigheden ook zijn, ze klagen niet.”
Op haar laatste dag in Gaza trok Govaert ook een laatste keer het tentdoek van de kinderafdeling open. „Doctor GG, doctor GG!”, riepen de kinderen als ze haar zagen; ‘Geertje’ was lastig uit te spreken. Ze gaf hen de vingerpoppetjes die ze in Nederland bij de HEMA had gekocht: schaapjes en tijgertjes.
Govaert voelt zich nu „steady”, zegt ze. Na haar eerste missie, begin dit jaar, was ze erg geschrokken van vuurwerk dat nog werd afgestoken. Nu is ze druk met verhuizen naar Rotterdam. In januari begint ze als traumachirurg in het Erasmus MC. Terugkeren naar Gaza zit er daarom niet in, voorlopig. Haar collega’s in Rafah sturen nog foto’s door, bijvoorbeeld van Fadi, die goed herstelt. „Een lachende Fadi is eigenlijk het mooiste afscheidscadeautje dat ik kreeg.”
Geertje Govaert (1972) studeerde geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. Tijdens haar vervolgopleiding tot chirurg werkte ze onder meer in Zambia. Daarna ging ze voor Artsen zonder Grenzen naar Sierra Leone en Irak. Vanaf 2016 werkte Govaert als traumachirurg in het UMC Utrecht. In december 2024 reisde ze voor het eerst voor het Rode Kruis naar Gaza. In januari begint ze in het Erasmus MC.
Het veldziekenhuis van het Internationale Rode Kruis in Rafah, Gaza.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC