Home

‘De klimaattop in Belém was een pas op de plaats, maar geen stap terug’

Jaime de Bourbon de Parme | Klimaatgezant Vijf jaar lang was Jaime de Bourbon de Parme de Nederlandse ‘ambassadeur’ bij onderhandelingen over het klimaat. Op zijn laatste klimaattop ontbraken de VS en lagen olielanden dwars. Toch is hij positief gestemd: „Het momentum is niet weg.”

Klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme tijdens zijn bezoek aan het World Energy Council Congress in Ahoy, april 2024.

Met een onbestemd gevoel kwam klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme vorige maand terug van de VN-klimaattop in het Braziliaanse Belém. Dit zou de top zijn voor concrete afspraken – over bossen, adaptatie en ook uitstootreductie van broeikasgassen. Daar kwam amper iets van terecht. „We hebben een pas op de plaats gemaakt. Maar we hebben geen stappen terug gezet, en dat zie ik als een overwinning. We vreesden dat het multilateralisme zou sneuvelen, zoals op het onderwerp plastic is gebeurd.”

Het was de laatste top die De Bourbon de Parme bezocht als klimaatgezant voor Nederland. Vijf jaar vervulde hij deze ambassadeursrol, waarbij hij als hoogste ambtelijke vertegenwoordiger aanschoof bij onderhandelingen over klimaat. Per januari wordt hij directeur milieu bij de OESO, de organisatie van rijke industrielanden.

Waar zit dat onbestemde gevoel hem in?

„In de vraag, waar gaan we naartoe? Deze top had geen duidelijke richting. De geopolitieke situatie is natuurlijk enorm veranderd. Amerika heeft de steven 180 graden gewend als het gaat om klimaat. Daardoor is iedereen opnieuw aan het kalibreren. Dat het een rommelige top was, kwam ook doordat er niet veel meer te onderhandelen viel over de voorwaarden rond het Parijsakkoord. Daar draaide de klimaattop de afgelopen jaren grotendeels om, nu moeten we van aanpak veranderen.

„De doelpalen zijn gelukkig niet verplaatst. De noodzaak om de opwarming van de aarde op hooguit 1,5 graad te houden, is herbevestigd, en dat we alles gaan doen om een overschrijding terug te brengen ook. Bijna alle landen waren aanwezig. Dus het multilateralisme staat.”

Dit was ook de top waar olielanden weer elke verwijzing naar het stoppen met fossiele brandstoffen blokkeerden. Hoe oprecht zijn dit soort bevestigingen dan?

„De problemen zijn er, de wetenschap is duidelijk. Ook Saoedi-Arabië zit er middenin – daar is het soms 50 graden, bijna onleefbaar. Voedselzekerheid en waterhuishouding zijn in die regio belangrijke thema’s. Alle landen, ook de olielanden, zeggen: dit is belangrijk en we moeten er iets aan doen. Op de lange termijn dan. Voor de korte termijn zeggen sommige landen dat anderen zich eerst moeten aanpassen.

„De Saoediërs staan op de klimaattop voor hun eigenbelang op korte termijn. Daar winden ze geen doekjes om. Ze gaan in onderhandelingen vol op thema’s zitten als klimaatfinanciering. Dat is een afleidingsmanoeuvre om het vooral niet over fossiele brandstoffen te hebben.”

Zolang zij blokkeren, komen we niks verder. Hoe is die blokkade te omzeilen?

„Op de top in Dubai, twee jaar geleden, zijn fossiele brandstoffen wel in de slotverklaring gekomen. De Verenigde Arabische Emiraten werden door hun regio toen enorm onder druk gezet niet ambitieus te zijn op uitstootvermindering. Het werd zo erg dat we midden in de top een revolutie kregen in de zaal. Toen moest de ambitie wel omhoog en kwam in de eindverklaring te staan dat hernieuwbare energie verdrievoudigd moet worden, de energie-efficiëntie omhoog moet en dat er een transitie weg van fossiele brandstoffen zou komen. Na afloop sprak ik de Saoediërs en die dachten dat die opsomming een menu was waaruit je kon kiezen. Dat was niet zo. Sindsdien hebben ze er alles aan gedaan om dit punt weg te poetsen.

„Dit jaar kwam er weer een soort revolutie. Meer dan tachtig landen wilden een routekaart over het uitfaseren van fossiel. Colombia, ook een olieproducerend land, nam de leiding en het vroeg Nederland erbij. De sfeer was opgetogen. Het is niet in de slotverklaring gekomen, maar het momentum is niet weg. In april komt er een conferentie over de transitie. Dan krijg je een grote groep landen die vooroploopt, en daarna komt het hopelijk terug in onderhandelingen op de klimaattop.

„Ook de landen in de olieregio verschillen van elkaar. De Emiraten investeren flink in hernieuwbare energie. Oman ook, dat land heeft niet meer zoveel olie over. Als dit groot genoeg wordt, kunnen deze landen zich permitteren om te zeggen dat ze een andere weg in zijn geslagen.”

Dit doet mij denken aan het positieve verhaal rond groei van hernieuwbare energie dat China volop uitdraagt. Hernieuwbaar economisch aantrekkelijk maken, is dat de enige manier om het erover te kunnen hebben?

„Ik gebruik de term fossil fuels constant in bilaterale gesprekken. Het is niet dat het er nooit over gaat, de olielanden willen het alleen niet vastgelegd hebben. China ook niet, dat wil niet ergens toe verplicht worden.

„Op het gebied van groene ambities kunnen we elkaar vinden. Kijk naar de economische cijfers van China, 40 procent van de groei van zijn export hangt samen met de groene economie. De Chinezen verdienen er geld mee, en plotseling zijn ze pro-multilateralisme en voor vrije handel. Helaas dumpen ze veel producten op onze markt, en we hebben grote vraagtekens bij de veiligheidskant. De relatie Europa-China is er een van wantrouwen, maar via een klein groen bruggetje bereiken we elkaar.”

Wij buitenstaanders zien vooral klimaattoppen met onderhandelaars in schuttersputjes. Hoe ziet het bouwen van zo’n groen bruggetje met China er op diplomatiek niveau uit?

„Dat gaat met kleine stapjes, soms vooruit en dan weer achteruit. Op mijn tweede klimaattop, in Sharm-el-Sheikh in 2022, had ik een dialoog op gang gebracht tussen een groepje Europese landen en China. In China was de hoogste ambtenaar op het gebied van klimaat toen een oud-minister van planning, echt een hoge pief. Het was een goed gesprek, en toen ik deze man in 2023 weer ontmoette, trok hij me na afloop aan mijn mouw en zei: I think you and I can become friends. Dat was een dierbaar moment.

„Een jaar later ging hij met pensioen. Toen ik met een groepje gezanten in China was om met zijn opvolgers te praten, ben ik de dag daarvoor bij hem langsgegaan. Ik heb hem toen gevraagd naar de Chinese filosofie van onderhandelen. Hoe kon ik het meeste uit het gesprek met zijn opvolgers halen?

„Hij vertelde dat het bij China geen zin heeft in het openbaar op lastige punten te drukken. Dan gaan de onderhandelaars over op een star script en gebeurt er niks. Maar waar het geen pijn doet, is veel actie mogelijk. Het gesprek was volledig afgeluisterd natuurlijk. De volgende dag – dezelfde tolk was er nota bene bij – had ik een heel ontspannen bijeenkomst. Ik denk doordat ik zo’n open gesprek met de voormalige grote baas had gehad, die nog steeds een heel hoog profiel had.”

Staan Europa en China dan nu zij aan zij?

„China keek in Belém wel naar Europa. China en Amerika zijn geobsedeerd door elkaar; nu Amerika er niet was, was er niemand anders om tegen te knokken. Ze wilden graag met ons praten, maar ze bleven ons ook terechtwijzen. De nieuwe viceminister had een star script bij zich, ze vonden dat de Europese klimaatplannen laat waren en dat we eerder op netto nul uitstoot moeten zitten.

„Als alleen China en Europa nog als grootmachten gezien worden, dan krijgt China verantwoordelijkheden, en dat willen ze niet. Dus gingen ze zich verschuilen tussen de armere landen en proberen de aandacht op Europa te vestigen. Het groene bruggetje is er wel, maar het is een smal bruggetje.”

Jaime de Bourbon de Parme tijdens de VN Waterconferentie in New York.

Dit gesprek gaat veel over de positie van Europa. Waar staat Nederland in de groep Europese landen?

„Nederland is geen klein land. Wij zijn de achttiende economie van de wereld en we vertegenwoordigen 18 miljoen mensen. We zijn een brugland. Frankrijk en Duitsland willen van elkaar vaak niet dat ze de leiding hebben, wij zijn minder bedreigend in die rol. Mensen pikken veel van Nederland. Vorig jaar op de klimaattop in Bakoe kwam de hoofdonderhandelaar van de EU naar me toe om me te complimenteren over ons sterke onderhandelingsteam.”

U klinkt heel positief over de klimaatdiplomatie. Maar gaat verandering niet veel te traag op deze manier?

„Dat positieve zit in mijn aard. Het is ook een manier om het pessimisme op afstand te houden. Want ik lees ook de wetenschappelijke rapporten. Ik word weleens midden in de nacht wakker en dan lig ik te malen. Ik heb dochters, van 9 en 11, het is in hun leven dat we echt een grote verandering gaan meemaken. Van die gedachte word ik wel zenuwachtig, maar doemdenken helpt niet.

„Onderhandelen is een deel van de oplossing. Bij de VN kan één land een veto uitspreken en dan heb je geen besluit. Maar vrijwel op elke klimaattop komt er een besluit. Soms bescheidener dan we wilden, maar het zijn wel stappen vooruit. We stevenden af op een opwarming van 4 graden, nu is dat 2,6 graden als alles wat besloten is toegepast wordt.

„De realiteit op de klimaattop is bovendien anders dan in de reële economie. Die dendert door in de richting van hernieuwbare energiebronnen. Uit cijfers van het Internationaal Energieagentschap blijkt dat er in 2025 wereldwijd ruim 3.000 miljard dollar in energie geïnvesteerd is, waarvan 2.000 miljard in hernieuwbare energie. Er is echt een kentering gaande. Ik denk dat we om verder te komen niet meer alleen met beleidsmakers moeten praten op de klimaattop, maar ook met vertegenwoordigers van de reële economie.”

Hoe helpt dat de klimaattop vooruit?

„Het schept ruimte voor concrete actie. Onderhandelen met bijna tweehonderd landen, zoals dat nu gebeurt, blijft van belang. Bij de VN is elk land vertegenwoordigd, er is geen ander podium ter wereld waar ook een klein land als eilandstaat Vanuatu zo duidelijk gehoord wordt. Brazilië heeft dit jaar geprobeerd de ‘actietop’ meer aandacht te geven. Dat is maar deels gelukt. Ik denk dat het niet in de aard van ambtenaren zit om dit echt van de grond te krijgen.

„Mijn idee is om er een finance track aan te koppelen. Met mensen die weten hoe je een pijplijn voor groene investeringen kunt opzetten. Bij de Wereldbank en andere ontwikkelingsbanken zitten de mensen die deals tussen overheden en bedrijven kunnen structureren en kunnen bijhouden wat er daadwerkelijk gebeurt. In Belém kreeg ik de kans om met het hoofd van de Wereldbank te praten – ook dat is het voordeel van zo’n top, want zo iemand krijg je anders niet te spreken – en die had wel interesse. Hopelijk kan mijn opvolger hiermee verder.”

Is dit ook een manier om de VS er weer bij te betrekken?

„De VS stuurden dit jaar geen federale afvaardiging, maar andere delen van de maatschappij waren wel aanwezig. De staat Californië was er – ook een heel grote economie, net als de stad New York. Als je zo rekent, was toch een groot deel van de Amerikaanse economie aanwezig op de klimaattop, zij het niet op het formele onderhandelingsniveau. De lagere overheden zouden onderdeel kunnen zijn van zo’n actietop. Ook voor Amerika geldt dat de reële economie iets anders zegt dan het federale beleid. Het heet dan wel geen klimaatbeleid, maar er wordt volop geïnvesteerd in de groene economie.”

U stapt nu over naar de OESO, een collectief van 38 welvarende landen waaronder de VS. Hoe denkt u daar de neuzen dezelfde kant op te krijgen?

„Ik denk dat ze niet voor niets een diplomaat gekozen hebben op deze plek. De milieutak van de OESO bekijkt klimaat, beleid en vervuiling met een economische blik en geeft landen beleidsadvies hoe ze de toekomst tegemoet kunnen treden. Binnen de OESO is dezelfde multilaterale en ideologische clash zichtbaar als binnen de VN. Toch zie ik ruimte. We hoeven het wat mij betreft bijvoorbeeld niet letterlijk over klimaat te hebben, het kan ook gaan over voedselzekerheid, energie of vervuiling. Dat komt op hetzelfde neer, maar klinkt minder ideologisch.”

CV Klimaatprins

Prins Jaime de Bourbon de Parme (1972) is een zoon van de Nederlandse prinses Irene en prins Carel Hugo van Bourbon-Parma. Hij studeerde in de VS en heeft een master internationale economie en conflictmanagement van Johns Hopkins University. Eerder werkte hij onder meer voor Eurocommissaris Neelie Kroes in Brussel en was hij speciaal gezant grondstoffen voor Nederland. Van 2014 tot 2018 was hij Nederlands ambassadeur in het Vaticaan. Daarna werkte hij bij de VN-vluchtelingenorganisatie in Genève. Sinds augustus 2021 is hij bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in dienst als speciaal gezant klimaat. In januari 2026 treedt hij aan als directeur milieu bij de OESO.

Prins Jaime de Bourbon de Parme (oranje das) tijdens een waterconferentie van de Verenigde Naties.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Klimaat

De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid

Source: NRC

Previous

Next