Op de zolder van het raadhuis van Balk hebben onderzoekers acht authentieke 16de-eeuwse tweehandszwaarden ontdekt. De zwaarden zouden gebruikt zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in de strijd tegen de Spanjaarden. Hoe precies, dat toont zwaardvechtmeester Ter Mors in een demonstratie.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Op de tochtige zolder van het raadhuis van Balk tilt verzamelaar Carl Koppeschaar een vlijmscherp 16de-eeuws tweehandszwaard op. ‘Carl, voorzichtig’, zegt onderzoeker Casper van Dijk van het Nationaal Militair Museum (NMM). Maar daar heeft Koppeschaar, die uit nieuwsgierigheid een kijkje is komen nemen, geen boodschap aan. Hij heft het ijzer nog eenmaal ten hemel, als ware hij de Friese krijger Grutte Pier. ‘Carl, pas op!’
Het enthousiasme van Koppeschaar is goed te begrijpen. Hij houdt één van de acht historische zwaarden vast die hier recent tussen het stof werden ontdekt. De zolder van het raadhuis van Balk fungeert als depot voor Museum Sloten, maar de collectie was in vergetelheid geraakt, omdat men eerder vermoedde dat het om replica’s ging.
De tweehandszwaarden – bedoeld om met twee handen te hanteren – zijn zeldzaam en van grote cultuurhistorische waarde. De legendarische Friese krijger Grutte Pier had een soortgelijk zwaard, evenals strijders uit de Tachtigjarige Oorlog, zoals de watergeus Jacob Cabeliau en de militair Maximiliaan van Bossu.
Van Dijk en zijn collega Jeroen Punt kwamen de zwaarden op het spoor tijdens hun onderzoek naar tweehandszwaarden in Nederland. Ze bekeken meer dan 200 wapens en kwamen ook bij Museum Sloten terecht. In het Elfstedenstadje worden al jaren vier zwaarden tentoongesteld. Daar hoorden ze dat er nog meer zwaarden op de zolder van het raadhuis van Balk lagen.
Wat bleek: die wapens zijn in de 16de eeuw vervaardigd door een edelsmid uit het Duitse Solingen. ‘Het wapen is licht en goed in balans’, zegt Van Dijk. ‘Replica’s zijn vaak te zwaar en daardoor ongeloofwaardig.’ Ook de juiste verhoudingen van het zwaard bevestigen de echtheid.
Hoewel de wapens er prachtig uitzien, zijn ze niet in goede staat. De zwaarden hebben vermoedelijk tientallen jaren op de tochtige en natte zolder gelegen, waardoor het ijzer donkerbruine roestvlekken vertoont. ‘Het is goed dat we nu ingrijpen en de wapens gaan restaureren’, zegt Van Dijk.
Het NMM onderzoekt of de zwaarden vooral ceremoniële functies hadden als statussymbool voor elitesoldaten, of dat ze daadwerkelijk in gevechten werden gebruikt. Om te beoordelen hoe geschikt de wapens zijn voor gevechtstechnieken, schakelden de conservatoren de zwaardvechtmeester Oskar ter Mors in. Hij is oprichter van de Wapenkunst Academie Rijswijk en behoort tot een zeer kleine internationale groep experts die deze historische zwaarden correct kan hanteren.
Vrijdagmiddag kijken belangstellenden in Museum Sloten geboeid toe terwijl Ter Mors – een rossige historicus met een opgekrulde snor – een demonstratie geeft. Zijn technieken zijn gebaseerd op 16de- en 17de-eeuwse schermboeken. ‘Door deze kennis te oefenen, heb ik haar leren belichamen’, zegt hij. In vaktermen wordt dit experimentele archeologie genoemd.
Ter Mors neemt een lage gevechtshouding aan door zijwaarts door zijn knieën te gaan en voert vervolgens een reeks snelle, precieze bewegingen uit. Eerst zwaait hij het zwaard van onder naar boven, daarna van boven naar beneden, alsof hij een denkbeeldige tegenstander doormidden klieft. Koppeschaar, die op de zolder in Balk het zwaard voorzichtig had getest, kan er alleen maar jaloers op zijn.
‘Het beheersen van de ruimte is cruciaal, vooral wanneer je omringd bent’, legt Ter Mors uit terwijl hij een slag naar links en een steek naar rechts maakt. ‘Blijft u alstublieft op afstand, dit wapen is gevaarlijk.’ Geïnspireerd door zowel zijn studie geschiedenis als de held Aragorn uit The Lord of the Rings, zwiept hij het zwaard: links, rechts, nogmaals links. ‘Ik zorg ervoor dat waar ik ben, andere mensen liever niet zijn.’
Na afloop stelt Ter Mors, die vier dagen per week geschiedenisles geeft op een middelbare school, dat de grip van het zwaard iets te dik is, maar dat de balans uitstekend blijft. Hij wijst op een kleine buts in het wapen. ‘Hieraan zie je dat het wapen echt is gebruikt. Dat die schade er later is gekomen, omdat er bijvoorbeeld in de 19de eeuw mee is gespeeld, acht ik onwaarschijnlijk.’
Jeroen Punt van het NMM bevestigt dat de kans ‘99 procent’ is dat deze Duitse zwaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog daadwerkelijk tegen de Spanjaarden werden ingezet. Voor andere tweehandszwaarden geldt dat overigens niet. Hij is er vrijwel zeker van dat het zwaard van Grutte Pier, dat in het Fries Museum staat en 2,15 meter lang is, alleen een ceremoniële functie had. ‘Dat wapen weegt 6,5 kilo, veel te zwaar om effectief mee te vechten.’
Na afloop van de demonstratie zwaait Birgit Yzer van Museum Sloten haar bezoekers met een brede glimlach uit. Ze hoopt dat de gemeente De Fryske Marren deze winter nog subsidie verleent om een tentoonstelling te organiseren. Het enthousiasme onder de inwoners van het vestingstadje Sloten, met zijn sierlijke gevels langs de kade, is groot. ‘De mensen hier zijn chauvinistisch’, zegt Yzer. ‘Ze zeggen: goed dat de wapens weer terug zijn. Die zwaarden zijn van Sloten, en niet van Balk.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant