Wil Nederland welvarend blijven, dan moet het ruim baan geven aan vier winstgevende en hoogtechnologische sectoren, stelt oud-ASML-topman Peter Wennink. Dat betekent pijnlijke keuzen. ‘Dat polariseren, bedrijven versus de samenleving, daar ben ik schijtziek van.’
‘We’re on our own.’ Peter Wennink, de voormalige bestuursvoorzitter van chipmachinemaker ASML, windt er vrijdag geen doekjes om bij de presentatie van zijn rapport over de toekomst van Nederland. Nederland, schetst hij in een zaal van Nieuwspoort die is afgeladen met kopstukken uit het bedrijfsleven en de politiek, moet snoeiharde keuzen maken. Zo niet, dan staat de welvaart op de helling en verwordt Nederland meer en meer tot machteloze speelbal in de handen van de Verenigde Staten en China.
Maar keuzen maken, zo zegt hij er eerlijk bij, betekent ook dat iemand pijn lijdt. ‘We kunnen niet allemaal onze zin krijgen.’
Wennink is door het demissionaire kabinet gecast als de Nederlandse Mario Draghi, naar de Italiaanse econoom en politicus die vorig jaar een veelbesproken, gezaghebbend rapport neerlegde over de toekomst van de Europese economie. Zonder ingrijpen voorziet Draghi ‘de langzame lijdensweg van de aftakeling’. Woorden die resoneren in Wenninks rapport, De route naar toekomstige welvaart, dat direct door de formerende partijen D66, CDA en VVD werd omarmd.
In het rapport – dat Wennink schreef met hulp van zestig medewerkers – stelt hij dat de Nederlandse economie harder moet groeien om de welvaart in stand te houden. Daarom moet de overheid vier hoogtechnologische en winstgevende sectoren steunen: digitalisering en kunstmatige intelligentie, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, en life sciences en biotechnologie.
De komende tien jaar zijn minstens 151- tot 187 miljard euro aan investeringen nodig. Geld dat volgens Wennink ‘voor zo’n 70 procent’ van particuliere investeerders kan komen, mits de overheid een reeks hervormingen doorvoert.
Dat betekent onder meer: snel boeren uitkopen om de stikstofcrisis op te lossen, de vergunningverlening versnellen en de ontslagrechten van werknemers inperken zodat bedrijven flexibeler worden. De overheid zou bètastudies meer moeten subsidiëren, zodat ze goedkoper zijn dan andere studies, en bètastudenten uit het buitenland moeten aantrekken. Met miljardeninvesteringen moet een nationale investeringsbank publiek geld helpen lostrekken, wat neerkomt op bezuinigingen elders en een oplopende staatsschuld.
Als topman van ASML, dat winst maakt als water en een unieke strategische positie heeft in de internationale chipindustrie, maakte Wennink zich in 2024 al eens kwaad over de manier waarop Nederland met het bedrijfsleven omgaat. Hij noemde Nederlanders ‘fat, dumb and happy’ (dom, lui en tevreden). Ook dreigde hij dat ASML in het buitenland zou uitbreiden als Nederland niet in de benodigde ruimte, infrastructuur en talenten kon voorzien. Geschrokken tuigde het kabinet Operatie Beethoven op, met onder meer een kabinetsinvestering van zo’n anderhalf miljard euro in de regio Eindhoven, waar ASML gevestigd is.
Dus toen demissionair minister Vincent Karremans (VVD) van Economische Zaken afgelopen zomer een gesprek voerde met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, zat de inmiddels bij ASML afgezwaaide Wennink ook aan tafel. De aanwezigen drongen bij de minister aan op een analyse à la Draghi voor Nederland. Wennink, zo was de consensus aan tafel, was gezien zijn statuur de aangewezen persoon om die analyse te maken.
Het is een heldere analyse. Maar in hoeverre overstijgt u de klassieke werkgeverslobby: meer geld, minder regels?
‘Dat polariseren, bedrijven versus de samenleving, daar ben ik schijtziek van. Het bedrijfsleven bestaat uit mensen zoals jij en ik, het is onderdeel van de samenleving.
‘Uiteindelijk betalen bedrijven belastingen en daar financieren we onze samenleving mee. De belangen van het bedrijfsleven en die van de rest van de samenleving zijn met elkaar verstrengeld.’
Het punt is meer: bedrijven hebben altijd geklaagd, intussen zijn we een van de welvarendste landen ter wereld. Waarom is het deze keer anders?
‘Dat is ook terechte kritiek. Het bedrijfsleven moet ophouden met alleen maar klagen, het moet ook zeggen: luister, wij zijn deel van de oplossing. Maar de veranderingen die er nu aankomen, zijn once in a lifetime, en die kun je alleen maar tot een goed einde brengen als je het samen doet. Nu zijn we rijk, dat kunnen we misschien nog tien, twintig jaar volhouden, maar daarna komt de man met de hamer.’
Vanwege stijgende kosten voor de zorg, de pensioenen, defensie en de energietransitie is de verwachte economische groei in Nederland te laag om het huidige welvaartspeil te behouden, schetst Wennink in zijn rapport. Er is minimaal een groei van 1,5 procent per jaar nodig, anders heeft de gemiddelde Nederlander de komende jaren steeds minder te besteden. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht momenteel een groei van 0,9 procent per jaar op de middellange termijn.
Vandaar dat Wennink voorstelt om vol in te zetten op sectoren met een hoge productiviteit. ‘Ik ben ervan overtuigd dat als je de randvoorwaarden goed invult, je zo veel creativiteit en verdienvermogen en innovatiekracht vrijmaakt.’ Hij noemt ASML, dat volgens hem nooit zo groot had kunnen worden zonder 100 miljoen gulden aan overheidskrediet in de jaren tachtig; een fractie van wat het bedrijf de overheid uiteindelijk heeft opgeleverd. ‘Het was heel anders gelopen als mensen destijds hadden gezegd: dat is het zoveelste bedrijfje dat zegt iets innovatiefs te doen, laat maar gaan.’
Kiezen voor een paar sectoren ‘betekent ook dat iets anders van tafel valt’. Hij noemt in het rapport onder meer slachthuizen, landbouw, de papierindustrie en uitzendbedrijven. ‘Er zullen mensen komen die zeggen: ‘En ik dan?’ En dan moet het antwoord zijn: ‘Ja, jij eventjes niet.’
Tot nu toe durft de politiek dat soort pijnlijke keuzen niet te maken. Is het realistisch dat dit nu anders zal gaan, gezien de versplintering en polarisatie?
‘Ik noem mezelf een optimist die zich zorgen maakt. Ik heb met wel met vijf partijleiders gesproken (van D66, CDA, VVD, GroenLinks-PvdA en BBB, red.) en die delen allemaal het gevoel van urgentie.
‘Misschien hebben ze hier en daar wat accentverschillen over de oplossingen, dat kan zijn. Maar als je de urgentie deelt, waarom zouden we dan geen meerderheid in het parlement kunnen vinden, in elk geval voor de oplossingsrichting? Ik hoop dat de middenpartijen dit allemaal steunen.
‘We hebben het met covid gedaan, met de lng-terminals (nadat het Russische gas werd afgesloten, red.). We hebben het met de Oekraïne-taskforce gedaan en met Operatie Beethoven. Allemaal besluitvorming in weken tijd: bang, bang, bang. Dan is het chefsache.’ (Wennink slaat zijn vuist op tafel). ‘Alleen gebeurt dit alleen in een crisis. Maar dit is ook een crisis, maar dan een soort veenbrandcrisis.’
Kunnen politici het ook dragen als de trekkers weer op het Malieveld staan omdat boeren moeten inkrimpen, en de vakbonden stakingen afkondigen tegen uw flexibiliseringsplannen voor de arbeidsmarkt? De eerste reactie van vakbond De Unie was al kritisch: ‘De mens wordt gezien als productiemiddel en als kostenpost.’
‘Dit gaat schuren. Maar als we politiek niet kunnen accepteren dat het ergens pijn gaat doen, dan blijven we ‘fat, dumb and happy’. Dan moeten we ook de consequenties daarvan aanvaarden. Daar komt mijn emotie vandaan.’
Het rapport zet vol in op economische groei. Overal zien we hoe groei ook roofbouw pleegt op onze planeet. Kijk naar Chemours en Tata Steel. Wat zegt u tegen de mensen die zich daarover zorgen maken?
‘Wat ik ook tegen mijn dochter zeg als zij de boomers verwijt dat ze er een klotezooi van hebben gemaakt. Ja, er zit wat in, en er heeft vervuiling plaatsgevonden. Maar er zijn ook heel veel mooie dingen gemaakt waarvan we allemaal gebruikmaken.
‘Je moet de goodguys en de badguys scheiden. In ons rapport zitten achttien voorstellen uit de energie-intensieve industrie. Zij willen samen 26 miljard euro investeren in decarbonisatie, vergroening, pfas-filtering. Je kunt ze wegjagen, maar dan gaan ze de grens over en daarmee gaat de CO2-uitstoot niet omlaag. En dit zijn ook nog eens voorstellen waarmee we geld kunnen verdienen. Jaag zulke bedrijven niet weg, maar ga ze helpen.’
Geldt dat ook voor Tata Steel?
‘Ja. Om twee redenen. Eén: de staalindustrie moet vergroenen en daarvoor zijn in IJmuiden ook plannen. Als het lukt om daar groen staal te maken, is dat een belangrijke innovatie die je kunt exporteren. Twee: ze maken in IJmuiden al geavanceerd staal, dat ook naar de Verenigde Staten gaat omdat ze het daar niet kunnen maken. Die fabriek heeft niet de mooiste aanblik, maar is wel nodig.’
U pleit voor het aanstellen van een regeringscommissaris Toekomstige Welvaart, die door alle ambtelijke muren heen kan breken. Bent u beschikbaar?
‘Nee. Nou ja, weet je, ik word 69. Als je dat zeven jaar zou doen, ben ik dus 76. Dan kun je zeggen: ‘Ja, maar de Amerikaanse president…’ Maar dat vind ik niet zo’n goede maatstaf. Ik ben soms ook wat direct, ik weet niet of ik met die eigenschap goed zou functioneren in die rol. Het lijkt me wel een heel leuke baan en ik wil de toekomstige regeringscommissaris heel graag helpen.’
CV - Peter Wennink
2024-heden commissaris Heineken
2024-heden commissaris VDL Groep
2020-heden voorzitter raad van toezicht, TU Eindhoven
2013-2024 CEO van ASML
1999 - 2013 CFO bij ASML
1993-1998 Partner bij Deloitte
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant