Home

‘Het is te gemakkelijk rechts alle schuld te geven van wat er in dit land misgaat’

Zelf zag ze zich als intellectuele kosmopoliet, maar voor de buitenwereld was ze een ‘zielige vluchteling’. Als hoogleraar zette die ‘beeldclash’ Halleh Ghorashi aan tot strijd tegen ‘subtiele vormen van uitsluiting op basis van beelden die we van groepen hebben’.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Voor werkelijke verandering is bedachtzaamheid nodig. Tijdens een revolutie is daarvoor geen ruimte, die gaat daarvoor te snel. Tijd, aandacht en reflectie zijn essentieel voor verandering. Dan moet niet geweld, maar medemenselijkheid vooropstaan.’ Als 63-jarige hoogleraar diversiteit en integratie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is Halleh Ghorashi tot een inzicht gekomen waar ze als 17-jarige nog niet aan toe was.

Destijds maakte ze de Iraanse Revolutie mee in haar geboorteland. In 1979 juichte ze als 17-jarige in de straten van Teheran over de val van de sjah. In de voorafgaande jaren had ze zich vooral in de steek gelaten gevoeld – van haar 9de tot haar 17de zat ze op een kostschool, omdat haar moeder geestesziek was en haar vader, een tandarts, een nieuw gezin was begonnen. Als hun enig kind voelde ze zich verloren: ‘Ik dacht vaak: ik ben overbodig.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Haar leven veranderde drastisch toen een tante vanuit Italië naar Iran kwam voor de revolutie. ‘Ze nam me bij haar in huis. Voor het eerst van mijn leven kreeg ik een eigen kamer, waar ik mijn eigen posters kon ophangen en waar ik veel boeken ging lezen, onder meer over de Franse en de Russische Revolutie. Ik ontwikkelde er een eigen, positieve identiteit. Ik werd iemand die staat voor vrijheid en democratie en bereid is daarvoor te vechten. En daarmee voelde ik me opgenomen in een grote beweging. Ik had het idealistische gevoel onderdeel te zijn van sociale veranderingen wereldwijd, ik voelde me een kosmopoliet.’

Slechts twee jaar kan ze van haar vrijheid genieten, totdat ayatollah Khomeini de absolute macht grijpt, waarna een nietsontziende jacht op alle oppositiegroepen wordt ingezet. ‘Het was bloedig, op grote schaal vonden er executies plaats. Mensen die werden opgepakt, gingen anderen aanwijzen. Ik was doodsbang en dook onder op een boerderij van mijn grootvader, even buiten Teheran.’

Na enkele jaren tomaten en aubergines kweken, durft ze weer terug te gaan naar de hoofdstad. Allerlei baantjes volgen, tot ze op haar 26ste uit Iran moet vluchten, omdat haar revolutionaire verleden alsnog aan het licht dreigt te komen. Min of meer toevallig komt ze in Nederland terecht, waar ze culturele antropologie gaat studeren, wat de basis zal vormen voor een carrière in de wetenschap.

In 2005, op 43-jarige leeftijd, zeventien jaar na haar aankomst als vluchteling, wordt ze bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, waar ze de leerstoel management van diversiteit en integratie bekleedt. Later in haar carrière komen oer-Nederlandse instituten als de Sociaal-Economische Raad en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen op haar pad en wordt ze lid van de staatscommissie tegen discriminatie en racisme. Haar hoop voor de toekomst is gericht op sociale basisbewegingen die zich tegen ongelijkheid en uitsluiting keren. ‘Die zijn vaak weinig zichtbaar, maar ik geloof dat de kracht van Nederland daarin schuilt.’

Zeventien jaar dictatuur, twee jaar vrijheid en dan opnieuw een dictatuur; hoe heeft dat u gevormd?

‘Die vraag heb ik aan veel Iraanse vrouwen gesteld, mijn promotieonderzoek ging erover. In twee jaar hebben we het paradijs en vervolgens de hel meegemaakt, dat contrast is enorm vormend voor ons geweest. Daarna kun je niet meer met het normale leven genoegen nemen – gewoon huisje-boompje-beestje schiet tekort wanneer je hebt ervaren dat vrijheid en democratie bestaan, maar je ook kunnen worden afgepakt. Dan weet je dat je niets meer vanzelfsprekend mag vinden. Vrouwen die een vergelijkbare ervaring als ik hebben gehad, doen daarna hun uiterste best een betekenisvol leven te leiden.

‘Dat geldt ook voor mij. De idealen die ik destijds had voor een betere wereld waren communistisch, maar hebben nu een andere vorm gekregen. Het denken van Karl Marx en Max Weber over macht is nog altijd een leidraad voor me, maar ik ben niet meer een marxist in de oude zin. In mijn werk ben ik erop uitgekomen dat in een democratische samenleving het essentieel is aandacht te hebben voor allerlei subtiele, vaak onzichtbare vormen van uitsluiting op basis van beelden die we van bepaalde groepen hebben. Dat is waartegen je moet strijden, die beelden moet je zien te veranderen. Want daarmee wordt macht uitgeoefend – niet op een traditionele manier, van boven naar beneden, maar horizontaal, ingebed in ons dagelijks leven.’

Kunt u dat uitleggen?

‘In een dictatuur is de uitoefening van de macht eenvoudig: er is een dictator en hij is je vijand, je gaat er tegenaan, dat is een helder, overzichtelijk doel. Maar de macht van beelden is minder zichtbaar en werkt subtieler. Via een bepaalde taal kun je het denken over de ander beïnvloeden en vervolgens normaliseren – denk aan een antimigrantenpartij die vluchtelingen afschildert als gelukszoekers die van uitkeringen profiteren. Wanneer je zo’n beeld constant herhaalt, raakt dat genormaliseerd en beginnen andere partijen het over te nemen. Onze taal is op dit vlak enorm verhard. Wat de Centrumdemocraten onder leiding van Hans Janmaat zeiden, werd in de jaren tachtig verafschuwd, maar nu wordt dat normaal gevonden.’

Heeft u zelf ook last gehad van dat soort beeldvorming?

‘Toen ik naar Nederland kwam, ervoer ik niet zozeer een cultuurclash, waar iedereen me naar vroeg, maar vooral een beeldclash. Ik zag mezelf als een geëmancipeerde, intellectuele vrouw, die gevormd was door jaren van revolutie – een vrijheidsstrijder en wereldburger. Maar in mijn omgeving gingen veel mensen ervan uit dat ik een zielige vluchteling was, een islamitische, ongeëmancipeerde vrouw die hulp nodig had. Alsof ikzelf niks te bieden had. Mensen schrokken van mijn achtergrond. Ik herinner me een man die in een café een praatje met me maakte en direct wegliep toen ik zei uit Iran te komen. Verbijsterend. Tegen onrecht wist ik wel te strijden, maar hoe ik met dit soort beelden moest omgaan, wist ik niet.’

U kwam in een linkse woongroep in Nijmegen terecht. Kreeg u daar ook met vooroordelen te maken?

‘Toen ik daar heenging, had ik hoge verwachtingen – het had iets utopisch voor me om op deze manier samen te gaan leven. De werkelijkheid bleek al snel heel anders. Er was geen enkele diversiteit in deze woongemeenschap, ik was de enige met een vluchtachtergrond. Ik voelde vooral afstand en onverschilligheid. Ze hadden wel vergelijkbare, progressieve idealen, maar die kregen geen vertaling in onze omgang. Dat is wat progressief Nederland als focus zou moeten hebben – een praktische vertaling geven aan de eigen maatschappelijke idealen. Het is te gemakkelijk rechts alle schuld te geven van wat er in dit land misgaat, er is ook zelfreflectie nodig over het onderliggende zelfbeeld: we zijn progressief, gutmenschen, dus hoeven we niet naar onszelf te kijken. Maar alleen goede intenties zijn niet genoeg, je moet ook je daden tegen het licht durven te houden.’

Waaraan denkt u dan concreet?

‘Bijvoorbeeld mensen met een andere achtergrond tot je netwerk toelaten en je inzetten om hun een plek in je organisatie te geven. Mensen zeggen diversiteit iets positiefs te vinden, blijkt uit onderzoek, maar de netwerken van autochtone Nederlanders zijn nog altijd erg homogeen. Er is dus wel tolerantie, maar weinig engagement. Wat daarbij meespeelt, is het eigen superioriteitsgevoel. Nederlanders hebben dat, ongeacht of ze links of rechts zijn. Gloria Wekker (emeritus-hoogleraar antropologie, red.) heeft daar in haar boek Witte onschuld over geschreven. Wat progressief Nederland zou moeten doen, is die diepgewortelde vorm van nationalisme niet ontkennen, maar juist bevragen. Dat kan helpen een antwoord te vinden op het groeiende, tegen migratie gerichte nationalisme op rechts.’

Hoe wordt dat superioriteitsgevoel door buitenstaanders ervaren?

‘Ik heb veel met vrouwelijke vluchtelingen uit Iran gesproken. Die zijn vaak hoogopgeleid, werken keihard, hebben goede banen, maar merken na dertig jaar dat ze nog steeds als minderwaardig worden behandeld, bijvoorbeeld doordat ze op hun accent worden aangesproken. Dat is vernederend, als je inmiddels volledig bent geïntegreerd. Dat accent raak je nooit kwijt als je op latere leeftijd de taal hebt geleerd.’

Heeft u dit ook zelf meegemaakt?

‘Toen ik een tijd lang zichtbaarder in de media was en kritiek op Nederland gaf, kreeg ik nogal eens de reactie: wees dankbaar dat we je hier een plek hebben gegeven. In de hiërarchie blijf ik dan de ontvanger en word ik niet gezien als gever, als iemand die kwaliteiten meebrengt en daarmee Nederland verrijkt. In 2005 werd ik uitgeroepen tot beste docent van de VU. Wat ik studenten te bieden heb, is mijn passie voor onderwijs en vrijheid. De eerste keer dat ik over Marx doceerde, deed ik dat met tranen in mijn ogen, omdat ik besefte dat ik daar elders voor zou worden gedood. Ik kan mijn studenten laten zien wat het betekent in vrijheid te leven. Ik heb het ook openlijk over mijn accent. Een vriendin zei me: ‘Je moet het niet over je zwakheden hebben.’ Ik zei: ‘Jawel, mijn kwetsbaarheid wordt mijn kracht wanneer ik het bespreekbaar maak’.’

U bent hoogleraar diversiteit. Hoe kijkt u naar de aanvallen in de Verenigde Staten op uw vakgebied?

‘Die aanvallen komen niet alleen van Donald Trump en radicaal-rechts, maar ook uit het progressieve kamp. Dat vindt dat diversiteit te weinig aandacht heeft voor machtsverhoudingen, waarop uitsluiting van mensen met een andere achtergrond vaak is terug te voeren. Daar ben ik het mee eens – diversiteit is te vaak gebruikt voor showcases, zoals benoemingen van mensen van kleur, waarmee je nog niets aan de cultuur en de structuur van een organisatie verandert. Er wordt te gemakkelijk gedacht: we zijn met die benoemingen toch goed bezig? Je moet als organisatie aanvaarden dat diversiteit altijd tot spanningen leidt, maar ook beseffen dat die goed zijn, omdat die tot een verruiming van je denkbeelden en mogelijkheden kunnen leiden. Erken je dat niet, dan ontstaan er vroeg of laat conflicten en verdwijnen mensen met een andere achtergrond weer uit de organisatie.

‘Wat er nu in de VS gebeurt, kun je zien als een reactie op Black Lives Matter, dat institutioneel racisme aankaartte, en op een sterke lhbti-beweging, die het onderscheid naar gender ter discussie heeft gesteld. De backlash die er nu is, is best wel bedreigend, maar je ziet er ook alweer een reactie op, zie de verkiezing van de burgemeester in New York (Zohran Mamdani, geboren in Oeganda, red.). Zo’n backlash kan alleen groter worden als we hem laten gebeuren, we moeten hem beantwoorden.’

Bent u hoopvol?

‘Jawel. De jonge generaties hebben met veel meer onzekerheid te maken dan mijn eigen generatie – wij konden er nog van uitgaan het even goed als onze ouders te krijgen. Maar ik zie bij jongeren ook veel idealisme. Hoopgevend vond ik dat tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 er spontaan veel mooie initiatieven van kleine basisbewegingen ontstonden. Hun gezamenlijke maatschappelijke kracht is in mijn ogen groot, aan dat maatschappelijke middenveld zouden we meer aandacht moeten schenken. Als die bewegingen hun krachten weten te bundelen en zichtbaar weten te maken, kunnen zij van grote betekenis voor Nederland zijn. Natuurlijk kunnen radicaal-rechtse politieke partijen hen in de toekomst tegenwerken. Maar we moeten voor ogen houden dat wij als democratische samenleving altijd groter zijn dan die partijen.’

Boekentip: Kan de overheid crises aan? van Herman Tjeenk Willink

‘Herman Tjeenk Willink maakt scherp duidelijk hoezeer we het belang van het maatschappelijk middenveld hebben verwaarloosd. Mij werd door zijn boek duidelijk hoe nodig het is dat democratische bewegingen en initiatieven meer zichtbaarheid krijgen. In een tijd waarin antidemocratische bewegingen groeien, is aandacht voor het maatschappelijk middenveld noodzakelijker dan ooit.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next