Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor schaatser Antoinette Rijpma-de Jong, die dit weekeinde wereldbekerwedstrijden rijdt in het Noorse Hamar. De tweevoudig wereldkampioen is van ver gekomen: vroeger werd ze enorm gepest, waardoor ze geen eigenwaarde meer had.
zijn sportverslaggevers van de Volkskrant
Rode lippenstift of rood haar?
‘Rood haar is mijn kenmerk. Nu brengt het me veel. Dat is totaal tegenovergesteld aan hoe het vroeger was. Ik werd gepest op de basisschool en dat stopte pas toen ik, in groep acht, mijn haar zwart verfde.
‘Het duurde tot mijn 24ste voordat ik weer mijn eigen haarkleur had. Met hulp van een psycholoog heb ik mijn eigenwaarde teruggekregen. Op een gegeven moment was ik zo sterk dat ik dacht: fuck alles, ik ga weer voor mijn eigen kleur.
‘Nu ben ik blij met mijn rode haar. Blij dat ik anders ben. Daarom heb ik mijn Antoinette Foundation opgezet: voor kinderen die hetzelfde meemaken. We proberen ze te helpen om met sport hun zelfvertrouwen weer op een rijtje te krijgen.’
Tour de France of Elfstedentocht?
‘De Elfstedentocht is supermooi, maar ik ben geen marathonschaatser. En ik denk niet dat er ooit nog een komt, dus kies ik voor iets wat haalbaar is. Hoe vet zou het zijn om de Tour de France Femmes te rijden?
‘Ik kon altijd al hard fietsen, maar mijn techniek was niet zo goed. Toen ik een relatie kreeg met Coen, die wielrenner is geweest, zei hij: wat zit jij raar op je fiets. Hij heeft me geholpen om anders te zitten. Sindsdien ben ik steeds beter gaan fietsen. Ik rijd nu ook wedstrijden.
‘Ik daag mezelf graag uit en besloot daarom het NK te fietsen. Ik had nog nooit een massasprint gereden, maar werd Nederlands kampioen bij de elite zonder contract. Ik weet niet waardoor, maar fietsen gaat me best goed af.
‘Ergens in mijn achterhoofd zit een stemmetje dat zegt: misschien moet je ooit vol voor het wielrennen gaan. Dat als ik het niet probeer, ik daar later misschien spijt van krijg. Maar ik heb nog niet alles uit het schaatsen gehaald en dat houdt me elk jaar fris. Ook dit jaar heb ik een stap gemaakt in mijn schaatstechniek, en denk ik: jeetje, er is nog zo veel te verbeteren.
‘Misschien kan ik volgend jaar, in het na-olympische seizoen, schaatsen en fietsen vaker combineren.’
Ozosnel of Black Beauty?
‘Black Beauty? Wat bedoel je daar precies mee? Die ken ik niet. En het paard van Sinterklaas? Ik heb meer met Zirocco Blue, het paard waarop springruiter Jur Vrieling de Olympische Spelen van 2016 reed. Dat is de vader van mijn paard, een schimmel met veel temperament.
‘Paarden zijn mijn eerste liefde. Ik kreeg mijn eerste pony, Donja, op mijn 4de verjaardag. Als je liefde geeft aan een paard, krijg je dubbel zoveel terug. Dat heeft mij erg geholpen. Ik had geen vriendinnetjes op school, maar ik wist dat er altijd iemand op mij zat te wachten als ik thuiskwam.
‘Na school stond een groepje van zo’n twaalf kinderen me altijd op te wachten. Ze drukten me van de fiets en riepen nare dingen, terwijl ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan? Ik vertelde het thuis niet, dacht: ik los het zelf wel op.
‘Omdat andere mensen mij niet respecteerden, had ik nul respect voor mezelf. Wat ben ik waard, dacht ik. Wat heeft het leven voor zin? Niet alleen volwassenen kunnen zich dat afvragen, kinderen ook. In die tijd ben ik fysiek maar ook mentaal tot het uiterste gedreven.
‘Met Donja en Heino, de pony die daarna kwam, deed ik alles. Als we een wedstrijd wonnen, voelde dat als iets wat we samen deden – en als een overwinning op mezelf. Als ik dan op maandag in de klas bij zo’n kringgesprek met een eerste prijs in mijn handen zat, gaf mij dat het gevoel: ja, ik kan wél wat.
‘Daarom probeerde ik ook alles uit het schaatsen te halen. Om te voelen dat ik iets waard was. Ik stond niet recht op mijn schaatsen, maar toen ik had geleerd hoe ik staand op een plankje mijn enkels sterker kon maken, oefende ik dat de hele dag. Binnen anderhalve week stond ik recht op mijn ijzers.’
Sprinter of allrounder?
‘Ik was altijd allrounder, maar nu ben ik sprinter geworden. Geen 500-meterrijdster, maar meer gespecialiseerd in de 1.000 en 1.500 meter.
‘Eigenlijk was ik als junior al een sprinter. Maar toen zei Erik Bouwman (toenmalig coach Jong Oranje, red.) dat ik ook een 3 kilometer kon rijden. Dat werd vervolgens mijn beste afstand. Toch past de 3.000 meter niet echt bij mijn lichaam, mijn verzuring gaat sky high. Maar ik heb altijd kunnen doorgaan waar een ander stopt.
‘Allrounden vind ik heel mooi. Dat is het traditionele schaatsen en ik wil zelf graag een complete schaatser zijn. Maar jarenlang heb ik van alles half gedaan en nooit ergens specifiek op getraind. Dat is mijn valkuil. Dus dacht ik dit jaar: ik ga het anders doen. Nu draai ik vol met de sprintgroep mee.
‘Maar op wilskracht zou ik nog steeds een 3 en 5 kilometer kunnen rijden.’
Rijpma of De Jong?
‘Rijpma. Je hoort ineens bij een andere familie, dat vind ik bijzonder. Het heeft ook te maken met de opa van Coen. Die had veel met schaatsen en vond wielrennen ook fantastisch. Hij is een paar jaar geleden overleden, maar was heel trots dat ik zijn achternaam droeg, dat die naam bekender werd in Nederland en op het bord met baanrecords in Thialf stond.
‘In Thialf vonden ze het niet zo leuk dat ze extra letters moesten bestellen om mijn nieuwe, volledige naam op het bord te krijgen. Maar ik ben er trots op dat ik getrouwd ben en dat ik nu ook Rijpma heet. Zo heet ik hopelijk m’n hele leven. Dit is wie ik ben.’
Ouwe rot of jong talent?
‘Soms, als ik die jonkies als Jenning en Femke (de Boo en Kok, red.) zie, denk ik: als ik toen wist wat ik nu weet, had ik het allemaal veel beter kunnen doen.
‘Maar ik ben ook heel dankbaar voor mijn eigen carrière. Ik debuteerde op mijn 18de op de Spelen in Sotsji in 2014. Vier jaar later haalde ik brons op de 3.000 meter in Pyeongchang. Dat was heel mooi, met mijn familie erbij.
‘In Beijing werd ik derde op de 1.500 meter. Het voelde er door de coronamaatregelen als een gevangenis. Ik heb daar niet mijn beste prestaties laten zien. Mijn carrière is met ups en downs gegaan, maar ik had het niet willen missen. Het heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben.
‘Ik ben inmiddels 30, maar voel me niet zo. Een ouwe rot, ja. Maar nog niet zo oud als Kjeld of Jorrit (Nuis en Bergsma zijn respectievelijk 36 en 39, red.). Zoals ik op mijn 22ste was, zou ik nu niet meer willen zijn. Door mijn ervaring ben ik veranderd. Ik ben chiller, in alles, ik was toen altijd heel gespannen en niet mezelf.’
Puro Blue of Zirocco Blue?
‘Puro Blue is de naam van mijn eigen paard. Ik heb hem al vijf jaar, maar ik heb er nog nooit op gereden. Dat doet een andere ruiter, Kristy Snepvangers, want Puro Blue is gefokt om in de sport te lopen. Je kunt schaatsen niet met paardrijden combineren, omdat paarden de volle aandacht nodig hebben.
‘Mijn opa heeft een fokkerij met Friese paarden. Elk jaar krijgen we een veulentje, dit jaar ook. We hebben nu acht paarden. Ze staan in het weiland achter het huis. Als ik zit te ontbijten, zie ik ze staan.
‘In de toekomst zou ik willen rijden en fokken. Dan zal ik het wel vanaf de basis moeten opbouwen, want nu heb ik al echt een tijd niet meer gereden.’
Eenling of een groepsdier?
‘Ik ben door het pesten altijd op mezelf aangewezen geweest. Tot vorig jaar sloot ik mezelf af en zocht ik mensen niet echt op. Ook omdat ik al mijn energie in trainingen wilde stoppen. Maar toen ik anderhalf jaar geleden in deze ploeg kwam, kreeg ik van de andere meiden steeds de vraag: ga je mee dit doen, zullen we daarnaartoe?
‘Omdat ik als allrounder andere trainingsschema’s had, kon dat niet altijd. Nu ik me op de sprint richt, matcht het veel beter en ga ik wel mee. Ik vind het leuk om kennis te delen, om mezelf meer open te stellen, als persoon en als schaatser.
‘Ik ben nog lang niet klaar met schaatsen. Ik heb eindelijk het gevoel voor honderd procent ergens bij te horen. Het lijkt alsof alles op zijn plek valt, nu ik 30 ben. Dat voelt raar, maar is vooral heel mooi.’
1995 Geboren in Rottum.
2014 Olympisch debuut als 18-jarige: 7de op 3.000 meter.
2016 Eerste van in totaal vijf nationale allroundtitels.
2018Olympisch brons op 3.000 meter, zilver met achtervolgingsploeg.
2019Europees kampioen allround.
2021 Wereldkampioen 3.000 meter, Europees kampioen allround.
2022 Olympisch brons op 1.500 meter en ploegenachtervolging, Europees kampioen 1500 meter.
2023Wereldkampioen 1.500 meter, Europees kampioen allround.
2024Europees kampioen 1.500 meter.
2025Europees kampioen allround, nationaal kampioen wielrennen op de weg elite zonder contract.
Antoinette Rijpma-de Jong woont in Rottum met haar man Coen Rijpma en schaatst bij Reggeborgh, onder leiding van olympisch kampioen Gerard van Velde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant