Schotland gaat ‘rewilden’: terug naar de natuur die eeuwenlang door mens en schaap is aangetast. De terugkeer begon op een eiland, mede dankzij Nederlanders.
Fotografie David J Shaw
De buschauffeur zwaait naar elke tegenligger. En elke tegenligger zwaait naar de buschauffeur. Maar de kudde Schotse hooglanders die vlak voor eindbestemming Fionnphort in de weg loopt, negeert hem. Heel langzaam maken ze plaats zodat bus 495 kan doorrijden naar een uithoek van Mull, een van de eilanden voor de Schotse westkust. Daar hebben de ongeveer drieduizend bewoners 875 vierkante kilometer tot hun beschikking, een ruimte die ze delen met vele duizenden schapen en tientallen Schotse hooglanders.
En met veel toeristen, althans in de zomermaanden. Bij de pier van Craignure, waar de veerboot arriveert, nemen de meeste vakantiegangers de weg naar Tobermory, een pittoresk dorp met kleurrijke huizen in het noordwesten. De Britse kroonprins William en zijn vrouw Kate komen er graag met de kinderen. Minder bezoekers gaan naar het zuidwesten, naar Fionnphort. Vanuit dat dorp vertrekt de boot naar het eiland Iona. Daar staat de abdij van waaruit in de 6de eeuw het christendom werd verspreid over de Britse eilanden.
Nabij Fionnphort bevindt zich de wieg van een modernere missie: rewilding. Tireragan heet het natuurgebied waar in de jaren negentig een begin is gemaakt met het ‘rewilden’ van Schotland, een natuurvisie waarin niet langer de mens maar de zelfregulerende natuur centraal staat.
Rewilding is eind vorige eeuw bedacht door leden van de Amerikaanse pressiegroep Earth First. De term werd wetenschappelijk onderbouwd in een artikel van de natuurbeschermingsbiologen Michael Soulé en Reed Noss. Sindsdien heeft deze nieuwe aanpak zich verspreid over de westerse wereld. Dat gaat gepaard met behoorlijk wat discussie. In Nederland was er acht jaar geleden onrust over de verhongerende konikpaarden in de Oostervaardersplassen. En de terugkeer van de wolf is nog altijd onderwerp van fel debat.
In Schotland wordt rewilding, met steun van de staat, geleid door Northwoods, onderdeel van de liefdadigheidsinstelling Scotland The Big Picture. Die wil biodiversiteit stimuleren en het land weerbaarder maken tegen het veranderende klimaat. In vergelijking met het dichtbevolkte Nederland heeft Schotland een groot voordeel: er is meer ruimte.
De Schotse hooglanders op de landweg bieden een glimp van het verleden. Met hun lange haren belichamen ze de romantiek van Schotland, het land van meren en bergtoppen, van whisky en poëzie. Een land evenwel waar door de eeuwen heen een kaalslag heeft plaatsgevonden. De eerste bomen sneuvelden toen er ruimte werd gemaakt voor het verbouwen van gewassen en het houden van schapen, dieren die oorspronkelijk uit het Midden-Oosten komen.
Tijdens de industriële revolutie werd de houtkap geïntensiveerd. Eikenhout bleek de ideale brandstof om ijzer te smelten, terwijl berkenhout werd gebruikt voor de klossen in de katoenindustrie. Van Schots hout werden schepen gebouwd om de wijde wereld in te trekken. Later kwam met de commerciële bosbouw de grootschalige aanplant van niet-inheemse coniferen mee, zoals sparren, voor funderingsconstructies, spoorbielzen en bouwmaterialen.
Slechts 4 procent van het Schotse oerbos heeft de roofbouw overleefd. Het terugbrengen van de bossen, de Atlantische regenwouden, is lastig zolang er zeven miljoen schapen als levende grasmaaiers aan het grazen zijn.
Welkom in Tireragan. Bij de ingang van het 625 hectare tellende natuurgebied woont Rutger Emmelkamp met zijn partner Miek Zwamborn, en een toom scharrelkippen. Sinds een jaar of zes vertegenwoordigen ze met zes andere vrijwilligers de stichting die toezicht houdt op Tireragan, dat eigendom is van een Nederlandse familie die liever anoniem blijft. Zij kocht het land van de hertog van Argyll, grootgrondbezitter en tevens aanvoerder van de Schotse olifantenpoloploeg; een koloniale vorm van polo waarbij de spelers niet op een paard maar op een olifant zitten.
’s Zomers krijgt het stel gezelschap van een artist in residence, voor wie een tuinhuis gereedstaat. ‘We zoeken altijd iemand die een band ontwikkelt met het gebied’, zegt Emmelkamp. ‘Rewilden is niet hetzelfde als de natuur aan haar lot overlaten. De mens moet de natuur niet overheersen, maar er in harmonie mee samenleven, er een dialoog mee aangaan.’
De 50-jarige Emmelkamp, een kunstenaar, roemt de filosofie van de Amerikaanse denker Murray Bookchin, auteur van onder meer The Ecology of Freedom. ‘Rewilding is niet alleen ecologisch. Het is de terugkeer naar verwantschap.’
Van zijn boerderij in het gehucht Knockvologan naar het natuurgebied loopt een pad dat in de jaren negentig door militairen werd aangelegd – een pad met stenen zoals die ook onder de bielzen van een spoorlijn te vinden zijn. De aanleg had te maken met het plan van de socioloog en feminist Carol Riddell om de vier verlaten dorpen in Tireragan nieuw leven in te blazen. Het pad was bedoeld om in noodgevallen brandweer en ambulance toegang tot de dorpen te geven.
Tot halverwege 19de eeuw woonden er ongeveer honderd mensen in de dorpjes. Families die zelfvoorzienend waren, waaronder Tir Fhearagain, de naam waarvan Tireragan is afgeleid. Het ‘land van de boze golven’, de betekenis van Tireragan in Gaelic, werd ontruimd tijdens de beruchte Highland Clearances: tussen 1750 en 1850 werden de oude clans mede door de Engelsen verdreven uit de Hooglanden. Mensen maakten plaats voor schapen. Schotland kwam in handen van grootgrondbezitters en de commerciële schapenhouderij.
Mede door geldgebrek ging de gedroomde terugkeer van de mens in Tireragan niet door. Nog niet.
De schapen zijn inmiddels weggehaald uit Tireragan, herten lopen er wel rond. Een stuk of veertig, veel minder dan voorheen. Herten, hoe schattig ook, zijn niet geliefd bij de rewilders omdat ze net als schapen aan bomen knabbelen. Schotland telt er een miljoen, het dubbele van een halve eeuw geleden. Dat komt door de populariteit van deer stalking, een eufemisme voor de plezierjacht. Dat is een belangrijke bron van inkomsten voor grootgrondbezitters.
Een paar keer per jaar komt er een jager langs om de wildstand in Tireragan op peil te houden, iets waarvoor de genoemde hertog, die nog steeds de jachtrechten bezit, toestemming moet geven. Het hert, verzekert Emmelkamp, sterft niet voor niets. ‘Het vlees wordt plaatselijk geconsumeerd, door mens en dier. Botten blijven liggen. Goed voor de broodnodige kalk in de arme bodem.’
Voorzichtig baant Emmelkamp zich een weg door de laatste resten Schots regenwoud. Met de kronkelende stammen van de eiken, berken en hazelaars ziet het oerbos eruit als een decor van een fantasyfilm. De takken zijn behaard met mossen. Kroezig dooiermos. Flesjesroestmos. Schriftkorstmos. Alleen al op Mull zijn tweeduizend soorten schimmels.
De interesse van Emmelkamp gaat uit naar de ruwe borstelzwam. ‘Zie je die zwarte voegen? Dat is de ‘lijm’ waarmee het dode aan levende takken plakt. De dode takken geven leven aan de levende. Dit gebeurt met een bos als het decennia, liefst eeuwen met rust wordt gelaten. Het probleem is dat het effect van wat we nu doen, pas over vele jaren zichtbaar is. Ver na ons bestaan. Dat kan lastig zijn bij het aanvragen van subsidies, want mensen willen graag snel resultaat zien.’
In een andere vallei bevindt zich een jong bos, met berken en wilgen. ‘Wist je dat het Gaelic-alfabet gebaseerd is op boomnamen? A van ailm, iep. B van beith, berk. Enzovoort. Zo belangrijk zijn bomen hier.’ Emmelkamp wijst op een ‘beith’ met een kale stam. ‘Die gaat het niet redden. Herten hebben met hun geweien tegen deze stam staan wrijven. Ze hadden jeuk.’
Op een veenmoeras loopt een gleuf in het landschap. ‘In de jaren zeventig werd deze geul met overheidsgeld gegraven als afwatering’, vertelt Emmelkamp. ‘Nu is overheidsgeld gebruikt om dammen aan te leggen voor een veenherstelproject. Met een graafmachine was dat twee dagen werk geweest. We kozen er echter voor om het samen met vrijwilligers te doen. Ja, dat duurde veel langer, maar het leren kennen van het land is belangrijker dan tijd.’
Op een nabijgelegen helling staan dakloze ruïnes van graniet. Een ‘woning’ bevindt iets buiten het verlaten dorp, waarschijnlijk een smidse. Een paar ruïnes zijn deels hersteld door vrijwilligers, als leerproject. Of het ooit weer wordt bewoond? ‘Niet gedurende ons leven’, vermoedt Emmelkamp. Maar hij schetst een mogelijk langetermijnscenario. ‘Er komen koeien van een buurman grazen, er komt een herder die soms vanuit een van de huisjes werkt, de hut wordt in een deel van het jaar ‘bewoond’ voor regeneratieve en educatieve projecten. Stap voor stap.’
Op een heuveltop tuurt Emmelkamp door zijn verrekijker. Aan de horizon zijn de drie bulten op Jura zichtbaar, het eiland waar schrijver George Orwell ooit rust en gezondheid zocht. In de verte lopen drie herten, moeder voorop, kind in het midden, vader achterop. Een roofvogel zweeft voorbij. Is het de witstaartzeearend? ‘Nee, een blauwe kiekendief. De helft van alle Schotse kiekendieven broedt in deze omgeving’, zegt Emmelkamp.
De witstaartzeearend is de heilige graal voor de vogelkijkers op Mull. Veertig jaar geleden werden 82 jonge arenden uit Noorwegen gehaald en uitgezet op het eiland Rum. Enkele van deze arenden vlogen in zuidelijke richting naar Mull, waar ze hun nesten bouwden. Ze vangen vissen, maar volgens een lokale boer grijpen de vogels, wier vleugels een spanwijdte van wel 2,5 meter hebben, in het voorjaar ook weleens een lam uit de weilanden.
De terugkeer van de roofvogel staat niet op zichzelf. In het kader van de rewilding is de bever na vierhonderd jaar afwezigheid teruggekeerd. En er liggen plannen om andere ‘oude bekenden’ te herintroduceren, zoals de lynx en de wolf, zodat de herten weer een natuurlijke vijand krijgen. De plannen zijn niet onomstreden. Veel boeren zien het niet zitten.
‘Malle Nederlanders’, zegt Emmelkamps buurman John Cameron met een lach. De 75-jarige houder van 25 koeien en 160 schapen, heeft weinig op met rewilden. ‘Verspilling van het land’, noemt hij de rewilding van Tireragan, het land dat ooit door een van zijn ooms werd gepacht. ‘Hoe kun je er geld mee verdienen?’, vraagt Cameron zich af. ‘Helemaal nu de prijzen van vee de afgelopen jaren zijn gestegen?’
Emmelkamp begrijpt de zorgen van zijn Schotse buurman, die in zeven decennia een grote kennis van het land heeft opgebouwd en als ‘bezorgde buur’ in het bestuur van de Tireragan-stichting heeft gezeten. ‘Koeien en schapen houden is de simpelste manier om geld te verdienen met het land. Nu wordt er in zijn ogen niet gezorgd voor het land. Zorgen doe je immers middels vee. In Camerons ogen maken we er een onrendabele wildernis van’, zegt Emmelkamp.
Die wildernis ziet er mooi uit, zeker ook vanuit de lucht.
Dat bleek uit een verhaal dat vorig jaar in een lokale krant verscheen. Een dronefoto toonde het verschil tussen het wilde landschap en het boerenlandschap. ‘Dat leidde tot verontwaardiging bij naburige schapenhouders’, vertelt Emmelkamp. ‘Dat is jammer, want we zijn geen rivalen en moeten samenwerken. De stichting zoekt een boer die Schotse hooglanders op Tireragan wil laten rondlopen. Ze zijn lichter dan andere runderen en ze eten niet alles op zoals de schapen doen. Plus: ze horen bij het oorspronkelijke land.’
Patrick van IJzendoorn is correspondent voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland van de Volkskrant. Vanuit zijn standplaats Londen doet hij sinds 2011 verslag van ontwikkelingen op politiek, economisch, cultureel en sportief gebied, en meer in het algemeen belicht hij 'Britishness'.
Het Loma-gebergte in Sierra Leone, een van de laatste leefgebieden van de West-Afrikaanse chimpansee, verliest elk jaar meer bos door menselijke activiteit. Maar de lokale bevolking beseft dat zij zonder bos geen toekomst heeft: ‘Wie het bos beschermt, beschermt de gemeenschap.’
Natuurfotograaf en -filmer Ruurd Jelle van der Leij kocht een saai weidelandje aan, om er natuur van te maken. Binnen een half jaar wemelde het er van nieuw leven. Een teken van hoop voor natuur in tijden van stikstof. ‘Kijk: kleine vuurvlinder!’
Iedereen met een tuin of balkon kan dit weekend meedoen met de jaarlijkse tuinvlindertelling. De grote lijn is alvast duidelijk: Nederland kent – op enkele lichtpuntjes na – een drastische afname. Toch heeft elk leefgebied een eigen en soms verrassend verhaal.
Source: Volkskrant