Home

Liefdevol schrijven over dobben, wielen, strubben, wierden, terpen en essen

Natuurschrijven Twee toegewijde journalisten trokken, onafhankelijk van elkaar, naar de uithoeken van ons land om de relatie tussen mens en landschap te onderzoeken. In hun rijke boeken tonen ze de verbintenis tussen taal en natuur.

Een sprengenbeek op de Veluwe .

Caspar Janssen: Tussen horst en griend. Een wandeling door het landschap in 60 wonderschone woorden. Atlas Contact, 192 blz. €22,99

Het lijkt een onschuldig zinnetje in Tussen horst en griend. Een wandeling door het landschap in zestig wonderschone woorden van Caspar Janssen, toch is het veelbetekenend. Hij schrijft dat hij in ons land steeds meer een voorliefde koestert „voor de schaarse plekken waar natuur en landbouw weer verweven zijn, waar biodiversiteit zich herstelde”. Hij stelt verder dat op deze plekken menselijke activiteit „biodiversiteit (kan) toevoegen aan bestaande natuur”.

Janssen, journalist van de Volkskrant, trok erop uit om bijna vergeten natuurelementen die luisteren naar prachtige namen als griend, hank, wiel, doodweg, bolle akker, pingoruïne of gemene gronden nieuw leven te geven; hij begaf zich, zoals hij het noemt, in een „taallandschap”.

Hilbrand Rozema: Tijd is een leeuwerik. Reizen langs de rafelranden van Nederland. Noordboek, 192 blz. €22,90

Ook Hilbrand Rozema, journalist bij het Nederlands Dagblad, een krant van christelijke signatuur, trok eropuit naar de uithoeken van ons land om de relatie te onderzoeken tussen mens en landschap. In Tijd is een leeuwerik. Reizen langs de rafelranden van Nederland doet hij daarvan verslag. Beide boeken vullen elkaar prachtig aan, soms bezoeken de auteurs dezelfde plekken, bijvoorbeeld als het gaat om sprengen op de Veluwe. Dat zijn beken die weliswaar door de mens gegraven zijn, maar hun oorsprong hebben in bronnen diep verborgen in de grond. Rozema schrijft: „Feest op de Veluwe: het is één groot waterballet (-). Waar je ook loopt, overal stroomt, gorgelt en tikkelt het.” Beide auteurs laten deskundigen aan het woord, soms dezelfde. Zo zegt Maarten Veldhuis van Waterschap Vallei en Veluwe tegen Rozema: „Dit sprengensysteem is uniek in de wereld. En dit water is het schoonste van het land. Een mengeling van jonge regen en kwelwater van een paar honderd jaar oud.” Ook Janssen raadpleegt Veldhuis, wederom is deze vol enthousiasme: „Zo mooi! Twee jaar geleden stond deze beek nog volledig droog. Het laatste jaar dat er water in stond was 1993, en kijk nu!”

Oerrr-natuurervaring

Sprengenfeest op de Veluwe dus, en we hebben toegewijde auteurs nodig om hiervoor onze ogen te openen. In de vorm van reportages verkennen zij ons land dat zo rijk is aan landschapsvormen met biodiverse, prachtige elementen daarin. Beiden zijn geboeid door oeverwallen, meidoornhagen langs de rivieren, stroomversnellingen.

Bovendien zetten zij beslist een nieuwe trend in het natuurschrijven: het idee van dat alle natuur wild en wildernis moet zijn, of liever nog oerrr-natuur, laten ze welbewust los en ze wijzen de lezer erop dat juist het oude landschap waar menselijke bemoeienis wél aanwezig is het boeiendst is. Rozema citeert met instemming de Zeeuwse kunstschilder Adri Geelhoed die zegt: „Ik ben meer van landschap dan van natuur, meer van boerenland dan van kwelders.” Aanleiding is het onder water zetten van de Hedwigepolder ter compensatie van de Antwerpse havenuitbreiding, een even pijnlijk als omstreden besluit. Het bevalt landschapsschilder Geelhoed „niks dat er een stuk van Nederland vernietigd wordt”. In plaats van populieren die „als de zuilen in een kathedraal” oprijzen is het kweldergebied monotoon. Weg zijn het seizoenswerk, de arbeid op de akkers en het „zilverig” blinken van de wilgen.

De observatie „ik ben meer van landschap dan van natuur” is veelzeggend. Landschap is daar waar mensenhand zichtbaar is, waar, zoals Rozema het uitdrukt, verbondenheid heerst tussen mens en landschap. En hoe dat landschap „mensen heeft gevormd. Voor mij is opgaan in het landschap, en daarmee in de geschiedenis, een vorm van geluk.” De mensen die hij spreekt wonen in plaatsnamen die zijn als een gedicht: Weiteveen, Kuitaart, Kloosterzande, Lamswaarde, Overschild, Oude Pekela, Leermens, ’t Zand, Raalte. Ze leven ver buiten de Randstad. Rozema ontmoet ‘woudbewoners’ in een woonwagenkamp bij Zwolle die uit overtuiging diep weggeborgen leven of het zijn watervluchtelingen die weg wilden uit het rivierenland van Heusden. Ook achterhaalt hij Joodse onderduikgeschiedenissen op het stille platteland van Noord-Groningen. Mooi detail is dat Rozema het Voermanpad langs de IJssel loopt en zich met wandelgids Wim Eikelboom een weg baant door een jungle van elzen, wilgen en braamstruiken. Is dit een oerrr-natuurervaring? Eikelboom: „In feite zijn dit oerbossen, maar dan piepjong.”

De rijkdom die zowel Rozema als Janssen in het door mensenhand vormgegeven en geschapen land vindt, is aanstekelijk. „Nederland is schatrijk aan variatie in landschappen”, schrijft de eerste, en Janssen voegt aan die rijkdom maar liefst zestig landschapselementen en streekwoorden toe die, inderdaad, wonderschoon van taal zijn, ook als een gedicht. „Het landschap herontdekken, opnieuw leren lezen”, noteert Janssen als opdracht voor zijn boek. Dat landschap is als een taallandschap, een woordlandschap. „Dobben, wielen, strubben, wierden, terpen, essen, beemden: al die woorden vertellen het verhaal van het landschap.” Veel is verdwenen, maar lang niet alles. Ze zijn er dus nog, slaper- dromer- en wakerdijk, haaimeet, schurveling, schor, hank, waai.

Beide boeken zijn er niet ‘zomaar’, ze hebben een diepe en ernstige reden. Er bestaat een innige wisselwerking tussen taalrijkdom en biodiversiteit, aldus Janssen. Als we niet meer weten hoe die prachtige landschappen en landschapselementen heten, dan koesteren we ze ook niet. Dan verdwijnt mét de natuur de taal. En andersom. Wereldwijd biodiversiteitsverlies is ook taalverlies. Wat de mens in het landschap heeft gevormd, heeft hij ook een naam gegeven. Deze twee rijke boeken leren ons opnieuw naar het landschap om ons heen, en vaak zo dichtbij, te kijken.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next