Home

Een ode aan de familie waarin de hypocrisie van de Marokkaanse samenleving aan de kaak gesteld wordt

Leïla Slimani Iedere nieuwe generatie wordt deels gevormd door de vorige, laat de Frans-Marokkaanse schrijver zien. In het wervelende derde deel van haar trilogie geven traditie en moderniteit tegengestelde signalen af.

Tétouan in Marokko in 2024.

Leïla Slimani: Neem het vuur mee. (J’emportrerai le feu) Vert. Gertrud Maes. Wereldbibliotheek, 364 blz. € 24,99

„Als je huis in brand stond, wat zou je dan meenemen?” Het antwoord van Jean Cocteau luidde: het vuur. Het is een quote die Leïla Slimani voorin het derde deel van haar trilogie heeft gezet. De titel, Neem het vuur mee, is ervan afgeleid. Die verwijst naar het vlammende verdriet van de verbanning en naar het rood van de verschroeide aarde. En refereert aan het gloeiende as van hun paspoort dat illegale immigranten verbranden om te voorkomen dat ze worden teruggestuurd. Maar de titel verbeeldt ook de kracht van een nieuw begin, de levenslust van een jonge generatie en het energieke verlangen naar een uitdagend leven.Wat Slimani in dit laatste deel voor ons heeft meegenomen is een vurig relaas dat losjes is gebaseerd op de jongste generatie van haar eigen familiegeschiedenis; en het is ongetwijfeld het beste.

In het eerste deel maakten we kennis met de Française Mathilde uit de Elzas, die na de Tweede Wereldoorlog trouwt met de Marokkaanse soldaat Amine en met hem mee gaat naar zijn geboorteland – een hard leven vol desillusies volgt. In het tweede deel, Kijk ons dansen, verschuift de aandacht naar hun kinderen, Aïcha en Selim, die opgroeien in de politiek onrustige jaren zestig, als Marokko net onafhankelijk is geworden en koning Hassan II aantreedt. In dit laatste deel ontmoeten we de jongste generatie van de familie Belhaj, Mia en Inès, de dochters van Aïcha en Mehdi. In de jaren tachtig en negentig, worstelen ze met hun keuzes in een land dat balanceert tussen traditie en moderniteit.

Slimani schrijft vaak in scènes en steeds vanuit het perspectief van een van haar personages, waarbij ook die uit de eerdere delen voorbij komen. Mathilde wordt ouder en beseft dat ze zich inmiddels meer Marokkaans voelt dan Frans. Dochter Aïcha is een drukbezette gynaecologe. We zitten in haar hoofd als ze een patiënte onderzoekt, tegelijkertijd peinst over haar verjaardagsmenu en bedenkt hoe ze haar man Mehdi moet vertellen dat ze een cursus over borstkanker gaat volgen in Parijs. Het boek opent met een prachtige scène waarin bij Aïcha zelf, hoogzwanger van haar tweede dochter, de weeën beginnen tijdens de voetbalwedstrijd Algerije-Marokko. Geen van de aanwezige mannen heeft er aandacht voor, niemand biedt aan haar naar de kliniek te rijden.

Slimani heeft, net als in eerdere romans, veel aandacht voor het vrouwenlichaam: seks, menopauze, bevallingen, het komt allemaal voorbij. En iedere nieuwe generatie wordt deels gevormd door de vorige, ook dat laat de schrijfster zien. Zo neemt Aïcha’s echtgenoot Mehdi hun zesjarige dochter Mia mee naar zijn kantoor, waar hij ‘president-directeur-generaal’ op zijn briefpapier heeft staan – op zijn werk is haar vader ‘een koning’. Die geadoreerde vader echoot het parcours van Slimani’s eigen vader over wie ze al eerder schreef in Le parfum des fleurs la nuit (2021). Othman Slimani was een bankier die verzeild raakte in een financieel schandaal, werd ontslagen, de gevangenis inging en postuum werd gerehabiliteerd.

Nu beschrijft Slimani opnieuw zijn lijdensweg, dit keer door de ogen van haar personage Mehdi: zijn ontslag, zijn wanhoop over het onrechtvaardige lot dat hem treft, zijn eenzaamheid, de gebroken man die, weer thuis uit de cel, al snel daarna sterft. Het verhaal beslaat een flink deel van de roman en het raakt je. Ja, ze wilde wraak nemen, zijn naam zuiveren, vertelde Slimani in interviews, maar uiteindelijk vooral een liefdevolle ode schrijven aan haar familie. Aan haar voorouders. Aan de onafhankelijke vrouwen die haar voorgingen.

Hoofddoek

Zelf spiegelt de auteur zich in haar hoofdpersoon Mia. We zien haar in Rabat naar het prestigieuze lyceum Descartes gaan, waar louter Franse docenten aangesteld zijn. Ze leest Baudelaire, Tolstoj en Balzac, James Baldwin. Ze beseft dat ze in een Franstalige wereld leeft, losgezongen van het land waarin ze woont. Ze ontdekt dat ze op meisjes valt, maar ze weet ook dat ze dat voor zich moet houden. „Thuis kon je kritiek hebben op de hoofddoek, op het fanatisme, kon je je opwinden over het verschrikkelijke moslimfundamentalisme.” Maar buitenshuis mocht ze daar niet over praten, daar moest iedereen doen alsof hij zich hield aan de regels van het fatsoen. Ook in eerdere boeken, zoals Seks en leugens (2017), stelde Slimani deze hypocrisie van de Marokkaanse samenleving aan de kaak.

Die schijnheiligheid is onder andere de reden dat Selim, Aïcha’s broer, vertrekt naar Amerika. Hij wil vrij zijn te leven zoals hij wil, wordt fotograaf en gedijt in het kunstenaarsmilieu van New York. Zijn vader, Amine, begrijpt niets van die wereld. Waarom verlangt zijn zoon er niet naar terug te keren naar zijn geboortegrond, waar hij thuis hoort? Waarom verkiest hij het te blijven bij ‘de immigranten, de ongelukkigen’?

Zo zijn alle personages uit deze roman in verwarring. In een samenleving die voortdurend heftig in beweging is, waar traditie en moderniteit tegengestelde signalen afgeven, vraagt iedereen zich voortdurend af: wie ben ik? Wat mag ik wel of niet zeggen en doen? Hoe wil en mag ik leven?

Mia beantwoordt die vraag door schrijver te worden. Boeken schermen haar af, staan veilig „tussen haar en het leven”. Ze bieden haar een vrije plek voor haar gedachten. Uiteindelijk krijgt de titel van het boek nog een andere betekenislaag. „Die verhalen over wortels, dat is niets anders dan een manier om je aan de grond te nagelen”, zegt haar vader als ze afscheid nemen omdat Mia in Parijs gaat studeren, „het verleden, het huis, de spullen de herinneringen zijn van geen belang. Steek een grote brandstapel aan en neem het vuur met je mee. Doe geen concessies aan de vrijheid.” Zo lees je dit wervelende derde deel van Slimani’s trilogie ook: als een lofzang op de vrijheid en de moed nieuwe wegen in te slaan.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next