Laaggeletterdheid Hoe kan lezen aantrekkelijk worden gemaakt voor laaggeletterden? Dat kan met boeken in eenvoudige taal, variërend van speciaal geschreven verhalen tot bewerkingen van bekende romans. ,,Het gaat erom dat de lezer niet struikelt over de taal, maar in het verhaal blijft.”
In de bibliotheek van Schagen bladert Trudi Jeninga (68) door Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Twee verschillende versies liggen voor haar: het origineel en een hertaling in makkelijke taal. Het origineel opent met de introductie van hoofdpersonage Waldemar: „Hij was nog geen vijftien jaar.” In een hertaalde versie in makkelijke taal staat: „Hij is veertien.” Tevreden zegt Jeninga: „Veel duidelijker.” Veel omschrijvingen zijn weggelaten in deze boeken. „Wanneer iemand door het bos loopt, hoef ik niet te weten wat diegene allemaal ziet. Ik moet de verhaallijn volgen”, zegt ze.
Jarenlang had Jeninga moeite met lezen. De boeken in makkelijke taal hielpen haar op weg; inmiddels leest ze zonder moeite het origineel. De bibliotheek, ooit een plek waar ze zich ongemakkelijk voelde, bezoekt ze nu regelmatig.
De oorzaak van haar laaggeletterdheid ligt in haar jeugd. Toen ze zeven was, verdronk haar broertje. Het gezin raakte ontwricht en Jeninga kwam in een pleeggezin terecht, zonder haar zussen. „Ik was in de war en kreeg het lezen in die cruciale jaren niet onder de knie.” In haar overvolle klas met 53 kinderen ging ze steeds over, „waarschijnlijk omdat leraren niet zagen dat ik veel moeite had met lezen en schrijven.”
Op haar 51ste besloot ze beter te leren lezen. In haar portemonnee zat al jaren een uitgeknipte advertentie van Stichting Lezen en Schrijven. „Op een dag heb ik het nummer eindelijk gebeld.” Ze volgde drie jaar lang een cursus. Drie jaar later las ze voor het eerst het kinderboek Afke’s tiental (1903) van Nienke van Hichtum, dat een lerares op de huishoudschool haar ooit had gegeven. „Dat staat nu als een trofee in mijn boekenkast”, zegt ze.
Sindsdien leest ze van alles. Via vrijwilligersorganisatie Stichting ABC, waar ze nu als taalambassadeur actief is, ontdekte ze boeken in makkelijke taal. Vrienden voor het leven, in het Frans Intouchables, van Philippe Pozzo di Borgo, dat ze eerst als film zag, was een van de eerste verhalen die echt voor haar gingen leven. De film kende ze al, en toen ze het boek in makkelijke taal las, kon ze de personages meteen voor zich zien. „Dat hielp me enorm”, zegt ze. „Voor het eerst vielen de letters samen tot een echt verhaal.”
Ongeveer drie miljoen Nederlanders tussen de 16 en 75 jaar hebben moeite met lezen en schrijven. Dat blijkt uit cijfers van Stichting Lezen en Schrijven, die zich sinds 2004 inzet om laaggeletterdheid in Nederland terug te dringen en werd opgericht op initiatief van prinses Laurentien.
Een hardnekkig misverstand is dat laaggeletterdheid hetzelfde zou zijn als analfabetisme. Waar analfabeten helemaal niet kunnen lezen of schrijven, gaat het bij laaggeletterden om mensen die daar wél toe in staat zijn, maar die daarmee grote moeite hebben. Ze herkennen de letters, maar kunnen er geen samenhangend geheel van maken – geen woorden, geen zinnen, geen verhaal.
Dat maakt alledaagse zaken lastig: van formulieren invullen tot straatnaamborden lezen. Die groep kent veel verschillende gradaties: van schoolverlaters en nieuwkomers die Nederlands nog leren, tot ouderen bij wie de taalvaardigheid is weggezakt en mensen die na een beroerte opnieuw moeten leren lezen.
Lezen wordt in niveaus ingedeeld, vergelijkbaar met het leren van een vreemde taal. Voor anderstaligen zijn de bekendste niveaus A1 tot en met C2: van beginnersniveau tot academisch taalgebruik, ook wel het Europees Referentiekader voor de Talen (ERK) genoemd. A1 is voor starters, A2 voor wie zich redt in alledaagse situaties en B1 voor wie genoeg beheerst om actief mee te doen in de maatschappij.
Voor van oorsprong Nederlandstaligen bestaat een vergelijkbaar systeem met 1F tot 4F, waarbij 1F – het niveau van de basisschool – vaak als laaggeletterd wordt beschouwd, volgens het expertisepunt Basisvaardigheden. De classificatieniveaus lopen in de praktijk soms door elkaar, omdat de F-niveaus er later bij zijn gekomen. Gespecialiseerde uitgeverijen proberen bij laaggeletterden het leesplezier aan te wakkeren. Zo maakt uitgeverij De Stiep lees- en lesmateriaal in eenvoudige taal en richt Arcos Publishers zich op anderstaligen. De grootste speler is Eenvoudig Communiceren, dat al dertig jaar boeken uitgeeft voor lezers met een beperkte taalvaardigheid.
De uitgeverij bracht al zo’n achthonderd titels uit: met name hertalingen van klassiekers zoals Shakespeare’s Midzomernachtdroom en Joe Speedboot van Tommy Wieringa zijn bekend. Maar de uitgeverij laat ook nieuwe verhalen en informatieve boeken maken over actuele thema’s als vrouwenrechten en klimaatverandering.
Uit het meest recente PIAAC-onderzoek, dat kennis en vaardigheden van Nederlandse volwassenen meet, bleek dat ongeveer 733.000 van de 16 tot 65-jarigen zeer laaggeletterd is. Dat wil zeggen dat deze mensen alleen basiskennis hebben van de Nederlandse woordenschat en moeilijk verbanden kunnen leggen tussen zinnen en alinea’s.
Voor alle verschillende leesniveaus maakt uitgeverij boeken: hertalingen verschijnen meestal op A2- tot B1-niveau. „Eenvoudig, maar met behoud van inhoud”, legt Ralf Beekveldt, oprichter van de uitgeverij, uit. „Brengen we een boek terug naar A1, dan doen we het te veel geweld aan,” zegt hij. „Voor dat niveau maken we liever nieuwe verhalen.”
Uitzonderingen waren Het dagboek van Anne Frank en Vrienden voor het leven (Intouchables). Daarvoor was zoveel belangstelling dat de boeken in meerdere versies verschenen – zelfs op A1-niveau, met illustraties die de lezer op weg helpen. De A2-versie bevat minder beelden en iets complexere zinnen.
De hertaalde boeken in eenvoudige taal verschijnen sinds 2013 in de Leeslicht-serie. Inmiddels omvat de serie 73 titels, van klassiekers tot recente bestsellers. Het idee is dat bekende boeken een ingang vormen tot lezen. „Boeken kunnen het gesprek van de dag bepalen. Als je iemand op het werk hoort praten over De Camino van Anya Niewierra, en er is een toegankelijke versie, dan verlaagt dat de drempel om te lezen”, zegt Beekveldt. Geschikte boeken zijn niet te omvangrijk en helder geschreven: de nadruk ligt op het verhaal, niet op de stijl. Ook verfilmingen kunnen potentiële nieuwe lezers in een boek trekken.
Het hertalen van een boek is een vak op zich. Tekstschrijver Jet Doedel doet het inmiddels twaalf jaar. De meeste hertalers hebben, zoals Doedel, een achtergrond in het speciaal onderwijs. „Je moet de doelgroep goed kennen”, vertelt ze. „Neem lezers serieus, maar weet ook wat ze aankunnen.” Daarbij helpt het dat boeken dankzij hertalingen aansluiten bij de leefwereld van lezers. „Dat werkt veel beter dan volwassenen die moeite hebben met lezen dan maar een makkelijk Young Adult boek geven.”
Wie een hertaalde versie vasthoudt, valt waarschijnlijk gelijk iets op: de boeken zijn de helft van de omvang ten opzichte van het origineel. „Uitgebreide beschrijvingen van de omgeving verdwijnen meestal”, legt Doedel uit. „Soms schrap ik een personage als dat het verhaal te ingewikkeld maakt.” Ook verhalen met veel tijdsprongen of flashbacks vragen om aanpassingen. „Dan leg ik de hele tijdlijn uit op grote vellen papier en ga ik schuiven tot het klopt.”
Naast structuur en lengte vraagt ook taalgebruik om zorgvuldige keuzes. Zinnen worden vereenvoudigd, moeilijke woorden vervangen. „Zelfs de werkwoordtijd kan een verschil maken,” zegt Doedel. „De verleden tijd zorgt voor wat meer afstand tot het verhaal, dus dan herschrijf ik in de tegenwoordige tijd. Het gaat erom dat de lezer niet struikelt over de taal, maar in het verhaal blijft.”
’t Hooge Nest van Roxane van Iperen kreeg drie jaar geleden een hertaling, geschreven door Doedel. Van Iperen kende de uitgeverij al en was zich bewust van het grote probleem van laaggeletterdheid in Nederland. Toen ze werd gevraagd om haar boek te laten hertalen, zei ze direct ja. ,,Voor veel schrijvers voelt zo’n hertaling als een blasfemie. Ze denken: ik schrijf literatuur, dat hoort aan bepaalde eisen te voldoen.” Maar volgens Van Iperen is een hertaling geen bedreiging voor literatuur: ,,Het is gewoon een ander boek, met een ander soort lezers.”
Schrijver Adriaan Van Dis is het daarmee eens. Eerst was hij nog wat huiverig voor een „eenvoudige versie” van zijn boek De wandelaar. Hij schreef toch al heel toegankelijk? Toen hij de eerste bladzijdes las van de hertaling vond hij dat er „weinig vlees op het geraamte zat.” Maar na het boek uit te hebben gelezen, moest hij toegeven dat er toch nog „genoeg vlees” was, want het verhaal bleef overeind. „Het literaire spel verdwijnt, dat vond ik natuurlijk lastig om te lezen. Dat is waar je als schrijver zo je best voor doet. Maar je wint ook wat, namelijk nieuwe lezers.”
„Regelmatig spreekt iemand me aan over de hertaling,” zegt Van Iperen. Ze vertelt over een docent die de makkelijke versie van haar boek gebruikte voor leerlingen met leesproblemen. Wie wilde, mocht daarna het origineel proberen – en dat deden er verrassend veel. „Geweldig als het zo werkt.”
Een grote groep laaggeletterden bereiken, blijft een uitdaging. Lezers als Jeninga zijn gemotiveerd. Maar de (ex-)laaggeletterden die zij kent via de stichting lezen de aangereikte boeken lang niet altijd. „Doodzonde” vindt ze het. Ze weet niet goed waar dat aan ligt, maar ze denkt dat de meesten willen leren lezen uit pragmatische overwegingen: het begrijpen van treinborden en belastingbrieven.
„Een marathon rennen doe je ook niet in één keer. Het vergt oefening,” zegt uitgever Beekveldt. „Als je als kind niet hebt geleerd af en toe een boek op te pakken, komt dat later niet vanzelf.” Beekveldt benadrukt dat juist de focus op jongeren nu bittere noodzaak is. Hij noemt een PISA-onderzoek uit 2022, waaruit blijkt dat bijna een derde van alle jongeren in Nederland de kans heeft om laaggeletterd te worden. Laaggeletterdheid is een veelkoppig monster, maar volgens hem zijn boeken in eenvoudige taal een belangrijk middel om lezen aantrekkelijker te maken.
Trudi Jeninga in de bibliotheek
Trudi Jeninga is voorlopig nog niet uitgelezen. Op haar telefoon laat ze een lange lijst zien met boeken die ze nog wil lezen. De Zeven Zussen-serie heeft ze onlangs afgevinkt, in het origineel. „Ik denk niet dat ik deze lijst ga voltooien voor mijn dood, maar ik ga proberen zo ver mogelijk te komen.”
Fragment uit ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen:
„Ze zwaait haar benen over de rand en loopt naar het raam. Voorzichtig schuift ze de stof een stukje opzij en gluurt naar buiten. Niemand. Ze trekt de gordijnen helemaal open en staat onbeschaamd voor het raam. Bomen, overal bomen, zo ver ze kan kijken. Geen huis, geen straat, geen mens. Haar mondhoeken krullen omhoog. Stemmen waaien via het trapgat de kamer binnen en ze haast zich naar beneden, naar de kinderen.”
De hertaling van Jet Doedel:
„De volgende ochtend kijkt Janny uit het raam van de slaapkamer op zolder. Ze ziet alleen maar bomen, zo ver ze kan kijken. Geen huizen, geen straten, geen mensen. Ze gaat naar beneden.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC