De zorg voor ‘verwarde en gevaarlijke’ personen is zo complex georganiseerd, dat niemand het stelsel nog overziet. Hierdoor komen kwetsbare patiënten nog verder in de knel. ‘Hulpverleners lopen telkens tegen muren aan.’
Dat blijkt uit een donderdag verschenen onderzoek van onder meer Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid. Aanleiding is de dood van een 11-jarig meisje in Nieuwegein. Ze werd begin februari op straat doodgestoken door een psychotische man.
Nog geen maand eerder was er een soortgelijk incident in Den Dolder waarbij een 76-jarige vrouw om het leven kwam. De verdachte was een patiënt uit de nabijgelegen ggz-kliniek.
Meestal volgt na incidenten een inspectieonderzoek naar het functioneren van betrokken instanties. ‘Maar wij onderzoeken al zo vaak zulke zaken, dat we zelf ook frustratie voelden’, zegt Fleur Tack van Toezicht Sociaal Domein (TSD), een samenwerkingsverband van de betrokken inspectiediensten. ‘Kun je met weer een onderzoek nóg iets nieuws toevoegen?’
Vaak zijn de conclusies vergelijkbaar: door een gebrekkige samenwerking en informatie-uitwisseling werden risico’s verkeerd ingeschat, en ondanks verontrustende signalen van familie en buren ontbrak het hulpverleners aan mogelijkheden om in te grijpen.
Daarom wilden de inspecties ditmaal ook breder kijken, ‘om te zien waarom duurzame oplossingen’ toch telkens weer uitblijven. ‘Want geen enkele organisatie is tevreden over hoe het nu geregeld is. Hulpverleners lopen telkens tegen muren aan, waardoor ze onvoldoende hulp en ondersteuning kunnen geven aan mensen die het hard nodig hebben.’
Voor het onderzoek analyseerde TSD twaalf casussen. De onderzoekers spraken met tientallen betrokkenen. ‘Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten. Maar in al die casussen zag je dat er dingen gebeurd waren waarbij je dacht: wat als er wél informatie uitgewisseld was tussen professionals? Wat als er wél een behandelplek was geweest? Wat als er wél huisvesting was geweest?’
Zo keken de onderzoekers onder meer naar de zaak van Donny M, die in 2022 een 9-jarige jongen misbruikte en doodde. ‘M. werd in zijn jeugd behandeld in een forensische kliniek. Daar was hij uitbehandeld en hij werd 18. Toen was er geen wettelijke basis meer om hem daar te houden. Hij ging op zichzelf wonen en viel onder het gemeentelijk domein, waar hulpverleners een ‘andere taal’ gebruikten. De forensische kliniek had bijvoorbeeld benadrukt dat structuur heel belangrijk voor hem is. In de eerste overdracht zag je die informatie nog wel, maar in latere overdrachten niet meer. Bovendien werden incidenten met hem niet bij de politie gemeld. Hij verdween vrijwel geheel uit beeld.’
Wat moet er veranderen?
‘Professionals hebben vooral behoefte aan meer duidelijkheid en steun vanuit Den Haag. Bijvoorbeeld als het gaat om welke informatie hulpverleners mogen uitwisselen met andere instanties. Nu zitten ze vaak met hun handen in het haar, bang om het verkeerd te doen.
‘En ook als het gaat om bemoeizorg, zijn de mogelijkheden niet altijd duidelijk. Het resultaat is dat áls een cliënt nu zorg weigert, terwijl iedereen eromheen ziet dat het echt nodig is, hulpverleners vaak te weinig kunnen doen.’
Daarnaast pleit TSD voor vereenvoudiging van de regels, met name voor de complexe groep van zo’n 1.500 mensen die niet alleen kampen met ernstige psychische problemen, maar ook met bijvoorbeeld dakloosheid en verslaving. Wil een hulpverlener hen nu helpen, dan komt die al snel in een wirwar van regels, wetten en financieringsstromen.
‘Het zou enorm schelen als er een overkoepelend geldpotje komt waardoor er regelruimte komt, en de hulpverlener niet meer hoeft te zoeken onder welke wet en financieringsregeling deze patiënt valt, maar meteen kan handelen.’
Er zijn afgelopen jaren al meer van zulke onderzoeken verschenen. Heeft u er vertrouwen in dat er nu wel wat verandert?
‘De verantwoordelijke bewindspersonen zijn aan zet, want alleen met visie, stevige regie en doorzettingsvermogen is dit te doorbreken. Maar het vraagt ook iets van de Tweede Kamer. Er zijn nu weinig mensen die het hele stelsel overzien en de impact van regelgeving en veranderingen in de keten goed kunnen inschatten. De betrokken ministeries en Kamerleden moeten dus breder kijken, om te zien wat het effect van bijvoorbeeld een besluit over forensische zorg betekent voor gemeenten.’
Nu zijn er meerdere ministeries bij betrokken: Justitie voor mensen die een misdrijf hebben begaan, Volksgezondheid voor de reguliere ggz. Veel regelingen sluiten niet op elkaar aan. Zou het niet beter zijn als één bewindspersoon verantwoordelijk wordt?
‘Daarvoor is het te complex, maar deze zomer is de minister van Binnenlandse Zaken aangesteld om afstemming te coördineren. Ik durf nog niet te zeggen of dat de oplossing is, maar het is wel een belangrijke stap. Hopelijk worden er straks echt politieke keuzes gemaakt.’
Er zijn ook onvoldoende plekken waar deze mensen kunnen wonen. Gemeenten en bewoners staan vaak niet te springen om hen te huisvesten. Moet er een spreidingswet komen voor deze groep?
‘Dat is een woord waar ik voorzichtig mee wil zijn, omdat het inmiddels emoties van een heel ander terrein oproept. Maar een goede plek waar deze mensen, zonder te veel overlast voor de omgeving, tot rust kunnen komen, is heel belangrijk. Dus ja, hier moeten op regionaal of landelijk niveau afspraken over worden gemaakt, zodat die plekken er daadwerkelijk komen en gemeenten daaraan meewerken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant