Home

‘Ingrijpende aanpassing demonstratierecht niet nodig’, zeggen onderzoekers

Demonstratierecht In de overgrote meerderheid van de gevallen verlopen protesten vreedzaam en veroorzaken betogers weinig overlast, schrijven de onderzoekers.

Demonstratie protest Rode Lijn op en rondom het museumplein in Amsterdam. Tegen de genocide oorlog in Gaza.

Ingrijpende wijzigingen van het demonstratierecht zoals dat in Nederland wettelijk is geregeld, zijn niet vereist. Dat concluderen onderzoekers die in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) rechtsvergelijkend onderzoek naar het demonstratierecht uitvoerden.

Aanleiding voor het onderzoek was dat in het publieke debat — ook bij monde van rechtse politici — veelvuldig klinkt dat het demonstratierecht op de schop moet omdat protesten in Nederland te vaak zouden leiden tot verstoring van de openbare orde of (grootschalig) geweld of rellen.

De onderzoekers nuanceren dat beeld. Zo vormen 97 procent van alle demonstraties geen risico voor de openbare orde en veiligheid (periode 2015-2022). In de overige 3 procent ging het in driekwart van de gevallen om één incident. Slechts 1 procent van de demonstraties met incidenten kende meer dan tien incidenten (wat neerkomt op circa 0,03 procent van alle protesten). „Het beeld dat in politieke en maatschappelijke discussies wordt geschetst, beïnvloedt de perceptie van protesten sterk,” staat in het onderzoek.

Het vorige kabinet beloofde in het regeerprogramma „scherper onderscheid [te gaan] maken tussen vreedzame demonstraties en ordeverstorende acties”. Minister David van Weel (VVD, destijds van Justitie en Veiligheid) schreef in een Kamerbrief dat een „toenemend aantal demonstraties uit de hand loopt”.

Volgens de onderzoekers is het „niet alleen onnodig, maar ook weinig doeltreffend” om het demonstratierecht in te perken, dat is verankerd in artikel 9 van de grondwet. Volgens hen is er „voldoende ruimte” voor zowel de uitoefening van het demonstratierecht als de beperking van demonstraties. Ook zijn de problemen niet altijd te wijten aan de regels; soms heeft de politie bijvoorbeeld niet genoeg agenten beschikbaar om protesten te begeleiden.

Een burgemeester kan een demonstratie verbieden of beëindigen omdat demonstranten hun demonstratie niet hebben aangemeld of zich niet houden aan „voorschriften” die de burgemeester bij de demonstratie heeft gesteld. Volgens de onderzoekers biedt de huidige wetgeving daarmee „voldoende mogelijkheden om de uitoefening ervan te beperken als dat noodzakelijk is.”

Engeland

Als voorbeeld van een land waarop Nederland zich op het gebied van demonstratierechten juist níet zou moeten willen lijken, noemen de onderzoekers Engeland. Daar is het demonstratierecht de afgelopen jaren fors beperkt door nieuwe wetgeving. In het Verenigd Koninkrijk werden in 2023 meerdere nieuwe strafbare feiten aan de ‘Public Order Act‘ toegevoegd, zoals het vervoeren van superlijm of hangsloten, het demonstreren met gezichtsbedekking en het blokkeren van (zee)wegen of andere infrastructuur. Hierdoor is de ruimte om te protesteren er aanzienlijk verder ingeperkt.

Verder werden de drempel voor politie-ingrijpen bij protesten verlaagd evenals „onnodige strafbepalingen” in voor bepaalde protesttactieken, soms zelfs met disproportionele sancties. „Engeland laat zien hoe fragiel democratische waarborgen kunnen zijn,” schrijven de onderzoekers. Duitsland is daarentegen een voorbeeld van een land waar het juist wél goed gaat met de bescherming van het demonstratierecht.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next