Donald Trump zegt in oorlog te zijn met ‘narcoterroristen’, maar hij richt zijn raketten op Venezuela, bij lange na niet het belangrijkste drugsland in Latijns-Amerika. Is het hem wellicht te doen om olie? ‘De Amerikaanse raffinaderijen zitten te springen om Venezolaanse olie.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Voor Venezuela lijdt het geen twijfel. De Amerikaanse interesse in het Zuid-Amerikaanse land draait maar om één ding. Een week geleden klaagde de Venezolaanse vicepresident Delcy Rodríguez tegenover het bondgenootschap van oliestaten Opec over de mogelijke Amerikaanse plannen. ‘Via militaire middelen gericht tegen ons territorium en ons volk, willen de Verenigde Staten de Venezolaanse oliereserves grijpen.’
Ook de linkse buurman van Venezuela, de Colombiaanse president Gustavo Petro, weet het zeker. ‘De kern van de zaak is olie’, zei hij eind november tegen de Amerikaanse nieuwszender CNN. ‘Het gaat Trump niet om de democratisering van Venezuela of om (het bestrijden van, red.) drugssmokkel.’ Petro voegde eraan toe dat minder dan 5 procent van de Colombiaanse cocaïne via Venezuela wordt gesmokkeld. Zijn buurland speelt volgens hem een relatief kleine rol in de Latijns-Amerikaanse drugshandel.
Dus wat doen 15 duizend militairen en acht Amerikaanse oorlogsschepen, waaronder ’s werelds allergrootste, in de Cariben? Het Zuid-Amerikaanse antwoord: It’s the oil, stupid.
En daar is veel voor te zeggen. Venezuela was de vorige eeuw een groot olieland en de Verenigde Staten waren zijn belangrijkste afnemer. In de jaren negentig produceerde Venezuela ruim 3 miljoen vaten ruwe olie per dag. 2 miljoen vaten gingen rechtstreeks naar raffinaderijen in het zuiden van de Verenigde Staten, speciaal uitgerust op de ‘zware’ Venezolaanse olie.
Om de huidige spanningen tussen de Verenigde Staten van Donald Trump (79) en het Venezuela van de autoritaire leider Nicolás Maduro (63) te begrijpen, is hun gedeelde oliegeschiedenis een goed vertrekpunt.
Het is december 1922. Medewerkers van Venezuela Oil Concessions, een lokale tak van het Nederlandse Shell, boren de ‘Barroso II’ aan, een oliebel nabij het plaatsje Cabimas aan de oostelijke oever van het Maracaibomeer. Maanden eerder ging tijdens een eerdere poging een boor kapot en bleef als stop in de grond zitten. Onder de kapotte boor bouwden de gassen zich op.
Maar dan arriveert een vervangend onderdeel uit Europa en worden de werkzaamheden hervat. Een rommelend geluid klinkt uit de aarde en schiet de olie als cola uit een geschudde petfles. De 40 meter hoge straal is te zien tot in de stad Maracaibo, tientallen kilometers verderop aan de andere kant van het gelijknamige meer. Het kost Shell tien dagen om het lek onder controle te krijgen. Een miljoen vaten olie regenen die dagen neer op Cabimas.
Het verlies wordt in de eeuw daarna ruimschoots goedgemaakt. Venezuela blijkt op de grootste oliereserves ter wereld te zitten, naar schatting 300 miljard vaten. Na het openbarsten van de Barroso II verwelkomt dictator Juan Vicente Gómez (1908 - 1938) de buitenlanders met open armen.
De Verenigde Staten, met bedrijven als Standard Oil (later Chevron en ExxonMobil) en ConocoPhillips, worden al snel de grootste afnemer van de zwavelrijke en stroperige Venezolaanse olie. De Amerikaanse raffinaderijen aan de Golf van Mexico zijn speciaal gebouwd op deze extra ‘zware’ olie uit Venezuela.
Nadat Venezuela in de 20ste eeuw is uitgegroeid tot de grootste olie-exporteur ter wereld – in 1960 behoort het tot de oprichters van Opec – kukelt het land in de 21ste eeuw de afgrond in. Alles verandert in 1999 met de komst van Hugo Rafael Chávez Frías, de charismatische militair die een socialistische revolutie belooft.
‘In zijn campagne ageert Chávez al tegen de Amerikaanse imperialisten die er met de Venezolaanse olie vandoor gingen’, zegt Francisco Monaldi telefonisch vanuit Houston. De Venezolaanse econoom geeft in Texas leiding aan het Latin America Energy Program van de Rice University.
In de dertien jaar dat Chávez regeert, van 1999 tot aan zijn vroegtijdige dood in 2013, gebeuren er twee tegenstrijdige dingen met de Venezolaanse olie-industrie, legt Monaldi uit. Doordat de internationale olieprijs record op record stapelt, komt er meer geld binnen dan ooit tevoren. Toch steekt ‘El Comandante’ zijn land én staatsoliebedrijf Pdvsa in diepe schulden.
De oliedollars strooit hij in de vorm van sociale programma’s uit over zijn land, maar Pdvsa kan daardoor zijn verplichtingen aan zijn buitenlandse partners niet nakomen. ‘Chávez geeft waanzinnig veel geld uit. In 2012, het beste oliejaar, heeft hij een kolossaal overheidstekort op de lopende rekening van 18 procent van het binnenlands product’, zegt Monaldi.
In 2002 leggen Pdvsa-medewerkers massaal het werk neer. Chávez grijpt het protest aan om het bedrijf volledig onder controle te krijgen en een groot deel van het personeel te ontslaan. Nadat hij in 2013 is overleden aan kanker laat hij het land na aan zijn vertrouweling Nicolás Maduro. Een jaar later keldert de olieprijs van 100 naar 50 dollar per vat en spat Chávez’ oliebubbel uiteen.
De vele bedrijven die hij onteigende en nationaliseerde, kampen met schulden, onervaren personeel, een gebrek aan innovatie en achterstallig onderhoud. Zo is ook de situatie bij staatsoliebedrijf Pdvsa na dertien jaar ‘revolutie’. Het bedrijf komt er nooit meer bovenop.
Wie nu het meer van Maracaibo bezoekt, stuit op roestende boorplatformen en lekkende olieleidingen. Vissers stappen er met hun met olie besmeurde laarzen in hun met olie besmeurde boten om met olie besmeurde vissen te vangen.
Maduro mist de oliedollars waarmee Chávez zijn socialistische project bekostigde en grijpt naar repressie om aan de macht te blijven. Sinds 2012 rijgt hij de dubieuze herverkiezingen aaneen. Volksprotesten tegen hyperinflatie en armoede laat hij neerslaan. Acht miljoen Venezolanen, een kwart van de bevolking, ontvluchten het land, murw gebeukt door economische crisis en onderdrukking.
Terwijl veel van die Venezolaanse migranten aankloppen bij de Amerikaanse grens, richt Washington de pijlen op de regering van Maduro. Toenmalige president Barack Obama stelde sancties in tegen hoge ambtenaren. Trump gaat verder en straft het hele land met economische sancties en handelsembargo’s. Maduro is een ‘narcoterrorist’, verklaart hij al in zijn eerste termijn. De kwakkelende Venezolaanse olieproductie zakt onder de half miljoen vaten per dag. Chevron is het enige Amerikaanse bedrijf dat moedig standhoudt, totdat Trump in 2020 de handel helemaal verbiedt.
Onder Joe Biden vindt kortstondig toenadering plaats. Maduro belooft vrije verkiezingen, maar wanneer in 2024 de oppositie wint, fabriceert zijn regering een andere uitslag en blijft hij aan de macht. Opnieuw slaat hij demonstraties neer.
Dit jaar keert Trump terug, en hoe. Het duurt niet lang of hij richt opnieuw zijn blik op de man die hij in zijn eerste termijn al tot vijand bestempelde: Maduro. Kortstondig lijkt hij toenadering te zoeken. Zijn Venezuela-gezant Richard Grenell onderhandelt met Caracas over olie en bereikt een gevangenenruil: tien Amerikanen voor 250 Venezolanen die Trump naar El Salvador had gestuurd. Volgens expert Monaldi krijgt Grenell bijval van de binnenlandse olielobby en de Amerikaanse raffinaderijen langs de Golf van Mexico. ‘Die zitten te springen om Venezolaanse olie.’
Die zware Venezolaanse brandstof lijkt bovendien binnen handbereik. ‘Maduro was bereid ons alles te geven’, zegt Trump daarover halverwege oktober. ‘Weet je waarom? Because he doesn’t want to fuck around with the United States.’ Maduro wil geen problemen met de VS, beweert de Amerikaanse president.
Daarom bood hij de Amerikanen toegang tot Venezolaanse olie en beloofde de Russische en Chinese aanwezigheid in te perken. Onder het Chavismo zijn die twee bondgenoten een steeds grotere rol gaan spelen in Venezuela, zowel in de productie als ook als afnemers. China koopt momenteel ongeveer 80 procent van de miljoen vaten olie die Venezuela grofweg dagelijks produceert.
Maar Trump, aangespoord door zijn minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, kiest voor het oorlogspad. Rubio propageert ouderwetse Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond. Het past bij de nieuwe, ontketende Trump, die dit keer nadrukkelijk de blik naar buiten richt. Natuurlijk houdt de president van bodemschatten – van zeldzame mineralen in Oekraïne tot grond in Gaza – maar zo mogelijk nog belangrijker is zijn imago, in het geval van Venezuela als iemand met wie niet valt te ‘fucken’.
Dus verhoogt hij de beloning op het hoofd van Maduro naar 50 miljoen dollar en stationeert een imposante legermacht in de Cariben. Maar terwijl Trump de messen slijpt, blijft hij ook zakenman. In augustus verleende hij Chevron opnieuw toestemming om olie te produceren in Venezuela, zij het onder strikte voorwaarden.
Zodoende bevindt de Amerikaanse oliegigant zich in de bizarre situatie waarin zijn olietankers hetzelfde Caribische gebied doorkruisen waar Trumps leger vermeende drugsbootjes uit het water schiet. Chevron produceert momenteel ongeveer een kwart van de Venezolaanse olie. De helft daarvan, circa 120 duizend vaten, exporteert het naar de VS. Het is een achterdeurtje, meent expert Monaldi. ‘Als Trump een machtswisseling voor elkaar krijgt, is Chevron alvast aanwezig in Venezuela.’
Oppositieleider María Corina Machado, wier dochter woensdag de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo namens haar in ontvangst nam, heeft al beloofd Venezuela te openen voor Amerikaanse bedrijven. De vraag is echter of na een val van Maduro een vredige machtsoverdracht plaatsvindt; de meeste experts verwachten een chaotischer scenario.
En mocht Maduro toch in het zadel blijven, ook dan staan de Verenigde Staten via Chevron nog met één been in de Venezolaanse oliesector.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant